Dance Brittle Sister: dansende craquelélichamen op Holland Dance Festival

Koreaanse en Nederlandse 70-plussers op de planken

Op Holland Dance Festival, dat donderdag begint, swingen Zuid-Koreaanse omaatjes en Hollandse senioren. Dansende ouderen zijn in. De makers over wat hen beweegt.

Dancing Grandmothers van Eun-Me Ahn. Foto Young-Mo Choe

Keurig gekapt en gestift zitten ze daar in de lobby van het hotel in Aix-en-Provence, de Franse stad waar ze dezer dagen optreden: Zuid-Koreaanse dametjes van 70 plus, klaar voor wat sightseeing straks. Ze glimlachen en knikken veel, kijken de tolk vragend aan, antwoorden verlegen. Maar dan opeens: 'Hiervoor wilde ik dood, nu niet meer. Je bent in de hemel als je beweegt.'

Een groter compliment kan choreograaf Eun-Me Ahn (55), hotshot in de kleine dansscene van Zuid-Korea, niet krijgen. Met tien omaatjes uit haar thuisstad Seoul en de dansers van haar eigen gezelschap maakte ze in 2011 Dancing Grandmothers. Het Holland Dance Festival haalt deze internationale hit nu naar Nederland. En om het feest compleet te maken: het festival grossiert niet alleen in Zuid-Koreaanse, maar ook in Hollandse grootmoeders.

Oudere dansers op toneel: het is een trend. Het Holland Dance Festival heeft zich altijd onderscheiden door een voorliefde voor virtuoze dans, die bij uitstek niet te rijmen is met het strammere lijf. En zelfs hier is The aging body dit jaar het centrale thema. Zowel professionals als amateurs laten zien dat je ook met rimpels, motorische haperingen en eventuele vetrollen overtuigend kunt dansen.

Dance on, dream on

Seniorendansers op het toneel, professionals of amateurs: het is hip en past in de trend die 'inclusiedans' wordt genoemd (iedereen kan dansen).

Met zijn thema The aging dancer, waaronder diverse voorstellingen en expertmeetings vallen, haakt het Holland Dance Festival aan bij het 3-jarige EU-programma Dance on, pass on, dream on. Dat is een opvolger van het eveneens Europese Act your age, waarmee de Nederlandse Dansdagen zich ruim vier jaar geleden profileerden.

De oudere danser

Toch is de aandacht voor het dansende craquelélichaam niet nieuw. Internationaal baanbrekend was choreograaf Jirí Kylián toen hij in 1991 NDT3 oprichtte, voor dansers die na hun 40ste (de gangbare 'pensioenleeftijd') door wilden gaan. Kontakthof mit Damen und Herren ab 65 van Pina Bausch (2000) reisde de wereld over en stelde een voorbeeld voor het werken met oudere amateurdansers. In Azië zie je ook wel oudere dansers optreden, maar vooral in de traditionele hoek. Een befaamde uitzondering was de grote inspirator van de Japanse moderne dansvorm butoh, Kazuo Ohno: hij danste zijn laatste solo op z'n 100ste, met in de hoofdrol zijn armen.

Met haar grootmoeders is Ahn, die moderne dans studeerde in New York en bevriend was met Bausch, in Zuid-Korea een pionier. De huidige opleving van de oudere danser op de Nederlandse podia heeft mogelijk te maken met de vergrijzing: er is steeds meer ouder potentieel publiek, en dat wil zich weerspiegeld zien in het theater.

Een andere factor die van belang is, is de populariteit van de 'inclusiemaatschappij'. Participatie is het sleutelwoord, goed ook voor allerlei subsidiepotjes. In de podiumkunsten buitelen de verschillende 'doelgroepen' over elkaar heen, al dan niet zij aan zij met professionals. Een bescheiden inventarisatie in de dans van de afgelopen jaren levert naast ouderen ook kinderen, pubers, zwangere vrouwen, Parkinsonpatiënten en gehandicapten op. Zelfs op seksuele geaardheid wordt gechoreografeerd: in maart gaat bij Introdans Roze Cast in première, met LHBT-ouderen.

Eun-Me Ahn, choreograaf van Dancing Grandmothers. Foto Sanghoon Ok

Uitlaatklep

Voor Eun-Me Ahn, die ook werkte met kleine mensen, transgenders, kinderen, middelbare mannen en blinden, begon het allemaal met een reis over het Zuid-Koreaanse platteland. Doel: traditionele dansen filmen en zo voor de vergetelheid behoeden. Onderweg kwam ze veel oude vrouwen tegen, hun mannen dood, hun kinderen vertrokken naar de stad. Ahn: 'Ze zoeken steun bij elkaar. Zodra de maan schijnt, gaan ze samen buiten muziek maken en dansen. Karaoke is hun uitlaatklep.'

In Dancing Grandmothers zien we tientallen filmpjes, telkens één persoon ten voeten uit, frontaal in beeld, druk wuivend met de armen. Het werkt vervreemdend dat de muziek waarop Ahn de vrouwen bij de opnamen liet dansen is weggedraaid. 'Snelle popliedjes, die vonden ze het leukst.' Het ritme van de bewegingen lijkt tegen de maat in te gaan (de 'tussentel' is waar dansers zich het meest persoonlijk uiten, aldus Ahn) en de armen zijn veelal naar buiten gedraaid. 'In hun dagelijkse werkzaamheden, bij het kleren wassen, baby's wiegen en groenten snijden, hielden vrouwen hun armen vooral naar binnen gedraaid. Bij het dansen richten ze hun expressie naar buiten.'

Lees verder onder de foto.

Foto Young-Mo Choe

Kleurrijke uitspattingen

De grootmoeders op het toneel zijn merendeels moeders van vriendinnen van Ahn: die waren organisatorisch en verzekeringstechnisch makkelijker te contracteren dan de plattelandsvrouwen. Net als de grootmoeders in de filmpjes ogen ze voor niet-Aziaten koddig klein, wat de voorstelling een hoog aaibaarheidsgehalte geeft.

Wat ook charmeert, zijn de vrolijkheid en energie. Dans met ouderen is vaak serieus en ingetogen, denk aan het iconische werk over de Vietnamoorlog waarvoor de Vietnamees-Franse Ea Sola al in 1995 bejaarde Vietnamese vrouwen inzette. Dancing Grandmothers is juist een uitspatting van kleurrijke kostuums, een lichtspel van al even bonte polkadots en een grootstedelijk gekrioel van heupwiegende, huppelende oudjes en rennende, radslagen draaiende jonkies. Dit alles op stevige electrobeats. Een dolle boel, net als Ahn zelf. Met een zilveren mutsje op en een gestippelde jurk aan springt zij om de haverklap op om haar woorden met gebaren kracht bij te zetten.

Dat Koreaanse vrouwen van de generatie die opgroeide tijdens de oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea van 1951-1953 zich publiekelijk uiten, is volgens haar uniek: 'Na het immense lijden van die tijd moesten ze goede moeders en echtgenotes zijn. Ze waren de 'natural born slaves' van hun mannen, gehoorzaam en geruisloos. En nog steeds zijn vrouwen ondergeschikt in onze samenleving. Korea kent geen feminisme. Pas sinds mijn moeder aan mijn voorstelling heeft meegedaan, is ze oké met het feit dat ik niet getrouwd ben, rook en een kaalgeschoren hoofd heb. Ze leven nog, de Koreaanse grootmoeders. Dat wil ik laten zien in Dancing Grandmothers. Bij mij mogen ze doen en dromen wat ze willen. Zoals kinderen.'

Holland Dance Festival

25/1 t/m 11/2, Den Haag, Amsterdam, Delft en Rotterdam

Dancing Grandmothers
24/1 in Amsterdam
26/1, 27/1 en 28/1 in Den Haag

Good [old] times, Into my arms
28/1, 4/2 en 11/2 in Den Haag

Andere producties met dansers op leeftijd: Dance on extended en Mixed Bill.

Nederlandse grootmoeders

Dat er in oude lichamen nog opmerkelijk veel energie en kinderlijke gekte zit, is ook wat de makers van Good [old] times, Into my arms zeggen. In deze Holland Dance-productie over herinneringen en toekomstdromen treden 20 Nederlandse grootmoeders (en een enkele grootvader) aan.

Het verschil met hun Zuid-Koreaanse leeftijdsgenoten is groot. Zo ongechoreografeerd en spontaan als Ahns gevolg oogt - bijna alsof ze maar wat doen - zo precies werkt de cast van regisseur Monique Masselink (52), oprichter van PRA Muziektheater, expert in het werken met ouderen. Net als Ahn zoekt Masselink, samen met de professionele dansers Andrea Beugger (50) en Dries van der Post (55), die ook meedansen, naar de natuurlijke bewegingsmogelijkheden van de 'lichamen met levenservaring'. Maar in het variëren, combineren en vastleggen gaat zij verder.

Lees verder onder de foto.

Good [old] Times, Into my Arms van Monique Masselink. Foto Sjoerd Derine

De sleutel tot succes is niet veel of complex bewegen. Sterker nog, stelt Masselink: 'Hoe drukker ongetrainde dansers bewegen, hoe oppervlakkiger en onpersoonlijker het vaak wordt en hoe minder het dus zegt. Verfijnd bewegen als een professional kunnen ze niet. Daarom moeten ze doen wat ze wél goed kunnen. Hun kracht ligt in het ongepolijste, in het zichzelf durven zijn en tonen. Die kwetsbaarheid maakt indruk.'

In een studio in Den Haag, ruim een maand voor de première, is er in elk geval geen gebrek aan lef en zelfbewustzijn. Het is opvallend hoe schaamteloos en onderzoekend de senioren bewegingen uitproberen. 'Steun de ander', luidt de opdracht, en los gaat het, in duo's, diagonaal door de ruimte. Lijven leunen op allerlei manieren tegen elkaar en houden elkaar zo in evenwicht. Waar de een 'dynamisch bewegen' vertolkt door te springen en rollen op de vloer, betekent het voor de ander 'slechts' fel lopen en kijken. Elkaar plagen en aftroeven, niets menselijks is de ouwelui vreemd. Ze genieten zichtbaar van het fysieke contact.

'Met mijn ribben gaat het een stuk beter, dus ik kan weer worden vastgepakt', grapt Herman Vriensendorp (70). Waar de Koreaanse grootmoeders de nodige aansporing behoefden, vertellen hij en Bep Koop (78) meteen openhartig over hun ervaringen. Oud-econoom Vriesendorp was verkocht toen hij in 1989 met zijn zoontje naar vakantiekamp Buitenkunst ging en dansend de bossen in moest. 'Mijn racefiets heb ik die week niet meer aangeraakt. Ik had geleerd rationeel te zijn, in dans kon ik laten zien wat ik voelde.' Al 25 jaar doet hij inmiddels als amateur aan dansimprovisatie. Hij richtte er ook een club voor op, Dansdrift. Zijn artroseknie voelt hij niet als hij danst. Alleen anderen optillen, daaraan waagt hij zich niet meer.

De van oorsprong Balinese Koop werd als kind geschoold in Balinese tempeldans ('op ballet mocht ik niet') en kwam als lerares op een vrije school in aanraking met euritmie. 'Mijn dochter heeft me voor dit project opgegeven. Alleen kruipen is lastig, daarvoor heb ik kniebeschermers. Door weer te dansen, voel ik me vrijer. Nu pas besef ik dat ik er mag zijn. Dat ik niet mijn best hoef te doen, dat ik niet per se aardig hoef te zijn. Tegenwoordig zeg ik om de haverklap nee.'

Bep Koop (tweede van rechts): 'Door weer te dansen, voel ik me vrijer. Nu pas besef ik dat ik er mag zijn.' Foto Sjoerd Derine