'Dan moet maar wat kan. . .'

Kabinet en vakbeweging praten weer. Naar het zich laat aanzien over alle twistpunten: VUT, prepensioen, loonmatiging, WAO, WW. De herrezen premier heeft zich persoonlijk ingeschakeld om de zaak weer in beweging te krijgen....

H. J. Schoo

'Als niet kan wat moet, dan moet maar wat kan.'

Het klinkt onheus, maar de CDA'er De Koning was een politicus met geringe ambities. Geen scherpslijper, beminnelijk, verzoenend. Tegenwoordig zouden we zeggen dat hij de boel bij elkaar hield. Hij probeerde eens wat, retireerde als het moest, veerde mee, bemiddelde, makelde en gold als het toonbeeld van een effectieve politicus. Onder zijn bewind kwam een stevige herziening van het stelsel van sociale zekerheid tot stand, maar de totaal onstpoorde WAO liet hij goeddeels ongemoeid. Te lastig, te veel weerstand. Pas later vond De Koning dat er veel eerder hard ingegrepen had moeten worden.

Aart Jan de Geus, CDA-minister van Sociale Zaken in Balkenende II, koos deze voorganger vorig jaar tot inspirerend voorbeeld. 'Dat was een praktische man die destijds ook voor zware uitdagingen stond.' Het kan niet anders of ook in de ogen van De Geus is er sindsdien politiek het nodige misgegaan. De boel bij elkaar houden is hem niet gelukt. Integendeel, de vakbeweging loopt tegen hem te hoop en de parlementaire oppositie zei, in een betekenisloos gebaar, het vertrouwen in hem op. Een tweede De Koning? Het zit er voorlopig niet in.

Beide bewindslieden, toen en thans, verschillen ook nogal. De Geus heeft ween missie. Zijn tegenstanders beweren steeds dat hij geen visie heeft, maar het tegendeel is waar. Op de derde dinsdag van september stuurde hij een notitie over Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid naar de Kamer. Een verhelderend stuk dat duidelijk maakt dat de minister veel opnieuw wil regelen. Het groeivermogen van de economie moet beter, om de ingrijpende gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Dat vergt een beter functionerende arbeidsmarkt, een andere taakverdeling tussen burger en overheid en een verzorgingsstaat die de veranderende voorkeuren en keuzes van de burgers gaat weerspiegelen.

Maar wat als veel burgers en hun zaakwaarnemers aan al dat verstandigs nog even geen boodschap hebben? De Koning wist: niet althans meteen doordrukken, pappen en nathouden. Vriend en vijand roemden hem erom, maar zo werd hij wel (mede)verantwoordelijk voor het WAO-debacle. In de stormloop tegen de kabinetsplannen klinkt steeds ongeloof door over noodzaak en urgentie van de plannen van het kabinet. Met het oog op de vergrijzing wil het de overheidsschuld zo snel mogelijk wegwerken. Moet dat wel? Maar vooralsnog valt de schuld eind 2005 veertig miljard euro hoger uit dan in 2002, toen Balkenende I aantrad, en gaan de arbeidskosten omhoog, vooral door hogere pensioenpremies.

Feiten als deze dramatiseren de noodzaak van stevige ingrepen en hernieuwde overeenstemming tussen overheid en sociale partners, werknemers voorop. De missie van De Geus blijft onverkort geldig, maar moet worden aangelengd met politiek vernuft en beminnelijke souplesse. Een hardnekkige loopgravenoorlog van de vakbeweging tegen het kabinet leidt uitsluitend tot schade voor de economie en verdiept economische en maatschappelijke problemen.

De Konings fameuze woorden kunnen gelden als het motto van de 'corporatieve democratie'. In zijn volgende week te verschijnen proefschrift De erfenis van Fortuyn geeft Volkskrant-redacteur Hans Wansink er een kenschets van. De corporatieve democratie is sterk gericht op het smeden van consensus tussen overheid, werkgevers en werknemers. Het overleg tussen partijen bedt sociaaleconomische aangelegenheden in een breder, financieel-economisch kader in. De uitkomsten zijn bindend en overschrijden de grenzen tussen private en publieke sector.

Het is een type democratie dat depolitiseert en vrij baan geeft aan deskundigen, rapporten, statistieken en managers, ambtenaren, bestuurders en politici met een rationalistische, technocratische aanpak. Het is betrekkelijk immuun voor regeringswisselingen. Inderdaad, Nederland is er een schoolvoorbeeld van.

Balkenende heeft geprobeerd Nederland een pietsie te laten opschuiven in de richting van een semi-corporatieve democratie, waarin de factor arbeid minder prominent aan tafel zit en de slagkracht van de overheid in principe groter is. Wie welwillend tegenover dit streven staat, bijvoorbeeld omdat de vakbeweging weinig oog heeft voor de belangen van jonge werknemers, zal dit het herstel van het primaat van de politiek noemen. Maar wie het, zoals de vakbeweging, opvat als een aantasting van zijn machtspositie, zal het zien als een dictaat van de politiek.

Het kabinet heeft hoog ingezet en zal concessies moeten doen om essenti delen van de beoogde buit alsnog binnen te halen. Hopelijk zonder angst voor prestigeverlies door zulke beuzelarijen liet Jan de Koning zich ook niet afleiden van de hoofdzaak. Tactische concessies laten onverlet dat De Geus, misschien nog wat onhandig, de juiste richting wijst. Wat moet, zal straks ook kunnen. De druppel holt de steen uit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden