Dan moet de dirigent ook weg

Het besluit van de Bachvereniging om Bach alleen nog in de kleinst mogelijke bezetting uit te voeren, is respectloos jegens zangers en musici, vindt Gert Oost....

In de voormalige DDR luisterde ik in 1982 naar een huiveringwekkende lezing over een 'zo verantwoord mogelijk gebruik' van de moderne vleugel als basso-continuo-instrument bij werken van Johann Sebastian Bach. Dat referaat is me bijgebleven. De Oost-Duitse muziekwetenschapper had het over een situatie waarin hij zelf verkeerde. Zijn keus bestond uit allerberoerdst klinkende Sperkacke- en Neupert-clavecimbels, of een redelijk goed klinkende Steinway. Als een waarachtige 'amateur' roeide hij met de riemen die hij had, en maakte daar het beste van. Eigenlijk was die man het meest 'authentiek' van ons allemaal.

Zo iemand, op een ander niveau, was ook Anthon van der Horst, die van 1931 tot 1965 de Nederlandse Bachvereniging leidde. Hij dirigeerde de Matthäus Passion uit een gefotografeerde afdruk van Bachs manuscript. 'Aan de hand van Bach' veranderde hij steeds weer allerlei details aan zijn uitvoering. Zijn stelling: muziek uitvoeren is 'mee-componeren' tot alles optimaal klinkt. Het tweede deel van zijn stelling was dat je dat probeert te realiseren met de mensen die je daarvoor ter beschikking hebt: met respect en liefde voor de uitvoerenden.

Inmiddels is de Nederlandse Bachvereniging een paar omwentelingen verder, en heeft de artistiek leider, Jos van Veldhoven, besloten het koor en het orkest van de Bachvereniging standaard tot de kleinst mogelijke bezetting terug te brengen. Daarbij sluit hij zich aan bij een stroming die zich ook voordoet onder Amerikaanse en Engelse Bachvertolkers. Het koor van de Bachvereniging wordt voortaan teruggebracht tot vier (4) solisten, eventueel aangevuld met vier extra zangers of 'ripienisten'.

Zo gebeurt het op de net verschenen cd met Bachs Johannes Passion. Die uitvoering klinkt mooi doorzichtig, mede dankzij de moderne opnametechniek. Opvallend is ook dat zaken die bij de 'authentieke beweging' taboe waren, terug zijn. Neem het clavecimbel. Kennelijk zijn de hoge tempi van de jaren tachtig passé.

Maar dan die ultra kleine bezetting. Van Veldhoven meent dat dat 'authentiek' is. Maar de wetenschappelijke argumenten daarvoor zijn gauw uitgeput. Van Veldhovens eigenlijke motief is dat hij Bach met kleine bezetting zo mooi vindt. Bravo, dat is 'authentiek'.

Van Veldhoven hoort tot de generatie van de Georganiseerde 'Authentieke Historische Uitvoeringspraktijk'. Sinds de jaren zeventig een echte Beweging, om niet te zeggen een religie. Al het oude moest overboord. De term 'authentiek' was intern een mantel der liefde voor alles wat mis ging (kicksende Bachtrompetjes). In de buitenwereld was authenticiteit een wapen om al het andere voor inferieur uit te maken.

Jezelf opwerpen als de enige echte, vraagt er wel om steeds weer iets nieuws naar voren te brengen. De slagorde dwingt tot productvernieuwing. Als je niet voortdurend 'origineel' bent, keert het tij zich tegen je. Hoe kun je authentiek zijn en toch almaar met iets nieuws komen? Door een nieuwe ontdekking in 'de Bronnen', die tot dat moment iedereen over het hoofd heeft gezien. De ervaring leert wel: heb je die eenmaal toegepast, dan gaat iedereen binnen de beweging het óók doen, en moet je weer met wat nieuws komen. Wat zijn de consequenties voor de Nederlandse Bachvereniging? Van Veldhoven en de Bachvereniging zullen veel hebben aan het volgende lijstje.

Allereerst moet de dirigent weg. Bach was geen dirigent. Hij was cantor van een aantal kerken, en leraar aan de school die als internaat aan een van die kerken was verbonden. Dit is van wezenlijk belang. Bach werkte vanuit een onderwijssituatie met kinderen, aangevuld met ouderen. Bach gaf geen 'uitvoering', maar functioneerde in de liturgie die deel uitmaakte van het dagelijkse bestaan van deze gemeenschap. Bach stond niet in de schijnwerpers. Zijn rol was vergelijkbaar met die van de koorleiders van Engelse kathedrale koorscholen van toen en nu. Bach stond niet voor, maar tussen zijn jongetjes en de overige musici. Hij musiceerde zelf mee, hij zong, hij speelde viool en altviool. Zijn gezag zat vooral in zijn geestelijke missie.

Wie moeten er vervolgens naar huis? Alle dames die alt of sopraan zingen. Onder Bach in Leipzig zongen geen vrouwen in de kerk. Het jongensinternaat van de Thomaskerk leverde solisten en 'ripieni', gewoonlijk zo'n drie zangertjes per partij, het solojongetje inbegrepen. Het aantal zal sterk hebben gewisseld. Er zal er maar een griep krijgen en alle anderen aansteken (ook een reden om in januari of februari nogal wat solocantates te schrijven).

Dat Bach af en toe een verlanglijstje opstelde, dat hij soms onverwacht veel musici bij elkaar wist te sprokkelen, maakt overduidelijk dat de bezetting per week verschilde. Het was een pool waaruit hij putte.

Wat ook weg moet, is het kistorgel. Het is gemakkelijk, zo'n orgeltje in het orkest. Maar het mist nu net alles wat authentiek is, zoals een meervoud aan zachte begeleidende registers. Het mist - volgens de Bronnen onmisbaar - een stevige pedaalbezetting. Bach schrijft hier en daar twee manualen voor, en hij doet registratievoorstellen die nu juist op ieder kistorgel ontbreken. Wie heeft een Authentiekeling dit ooit eerlijk horen verkondigen?

Misschien de laatste zet: vanaf heden mogen er geen cd's meer gemaakt worden. Als er íets wezenlijk is voor de barok, is het dat iedere uitvoering anders is.

De conclusie is onvermijdelijk: binnenkort gaat de Nederlandse Bachvereniging de tent sluiten. Ten onder gegaan aan eigen originaliteit. Want als je het begrip

'authenticiteit' zo gebruikt, delf je je eigen graf.

Stel dat Bach naar Naarden zou komen. Ik denk dat hij tegen Van Veldhoven zou zeggen: prachtig gedaan, die passion in kleine bezetting. Ik zou er zelf nooit opgekomen zijn! Over de ontmanteling van de Bachvereniging zou hij zeggen: 'Vreemd, dat jij zulke uitstekende musici wegstuurt. Met jouw talent kun je eenzelfde doorzichtigheid bereiken met de hele groep! Ik mocht willen dat mijn jongetjes het zo konden. En je boft maar met zo'n bestuur.

Ik zou het aan mijn stads- en schoolbestuur in Leipzig niet hoeven vragen: 'Wie moet er naar huis, de koorleden of de cantor (dirigent)?' Ik denk dat ze mij naar huis zouden sturen. Of doodleuk in de gevangenis zouden zetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden