Dan maar vervroegde verkiezingen

MEI '68 of geen mei '68? Dat is de eeuwig terugkerende vraag als het sociale oproer zich vastnestelt in de Franse steden - met Parijs voorop - terwijl de economie verstikt en er steeds meer straatstenen worden losgewrikt....

SJOERD VENEMA

Mai soixante-huit, is een begrip in Frankrijk, gehuld in een geur van heiligheid en traangas. Bij het idee van een herhaling van de roerige meidagen lopen bij alle Fransen de rillingen over de rug. Bij de helft uit nostalgie en bij de andere helft uit diepgewortelde angst.

Veel van de ingrediënten uit 1968 zijn ook bij het huidige sociale conflict aanwezig. Allereerst zullen ook vandaag op de grote, algemene actiedag opnieuw studenten en arbeiders hand en hand in de Franse straten demonstreren, als op de gelikte fresco's uit de zuiverste Sovjet-traditie en net als tijdens de euforie van de meidagen in '68.

In het Elysée-paleis huist met Jacques Chirac voor het eerst sinds lange tijd weer een gaullistische erfgenaam als staatshoofd. Eenentwintig jaar hebben de Fransen daarover geaarzeld. Met eerst de centrum-liberaal Giscard d'Estaing als tussenpaus en vervolgens de lange, linkse winter onder François Mitterrand. Chirac heeft in zijn half jaar presidentschap blunder op blunder gestapeld, lijkt de werkelijkheid buiten zijn paleis uit het oog te hebben verloren en is in opiniepeilingen diep onderuit gegleden. Net als De Gaulle destijds.

In 1968 culmineerde het door bevlogen studenten aangewakkerde conflict, dat werd overgenomen door de arbeiders, in een algemene staking op 24 mei, waarbij tien miljoen Fransen het werk neerlegden. De regering ging pijlsnel overstag. Na 24 uur onderhandelen werd een algemene loonsverhoging van 10 procent aangeboden. De weigering van het akkoord van Grenelle, waarbij Chirac als staatssecretaris namens de regering onderhandelde, leidde enkele dagen later tot de ontbinding van het parlement, waarna De Gaulle alsnog na een verkiezingsoverwinning de macht in handen wist te houden.

De staking heeft Frankrijk nog niet volledig stil gelegd. Maar de algemene actiedag van vandaag is een goede graadmeter hoe ver de spanning kan oplopen. Premier Juppé heeft zich laten ontglippen dat zijn regering in een onhoudbare positie belandt, zodra het aantal demonstranten de twee miljoen overschrijdt.

Een referendum of vervroegde verkiezingen dienen zich dan aan als oplossingen om uit de crisis te komen. Een referendum, dat De Gaulle een jaar na zijn Pyrrusoverwinning in '68 fataal werd, lijkt ook voor de impopulaire Chirac weinig aanlokkelijk. Net als toen kunnen vervroegde verkiezingen de uitweg bieden.

Er zijn echter ook duidelijke verschillen aan te wijzen tussen het brede sociale conflict van nu en de situatie in 1968 met zijn revolutionaire tintje. Frankrijk zat toen vastgeroest in een archaïsche machtsstructuur, ondanks een ongekende groei en economische modernisering in de voorafgaande jaren. De jongeren beukten op de deur om de verbeelding aan de macht te krijgen.

Nu putten de demonstrerende studenten zich uit om duidelijk te maken dat hun protest geen politieke kleur heeft. Ze willen eenvoudig meer geld, meer docenten en uitzicht op een baan, op huis, tuin en kinderen. Ook de protesterende ambtenaren uiten zich in droog cijferwerk op hun spandoeken. Ze willen in de toekomst niet 40 jaar maar, zoals nu, 37,5 jaar premie betalen voor een volledig pensioen.

Zelfs de onvermijdelijke Franse intellectuelen, die de studenten en ambtenaren te hulp zijn geschoten om het debat op een wat hoger geestelijk niveau te tillen, blijven pragmatisch van toon. Zoals de beroemde socioloog Michel Crozier, die de maatschappelijke betekenis van de meidagen in '68 beschreef in zijn standaardwerk De geblokkeerde samenleving. Volgens Crozier, gisteren in het economische dagblad Les Echos, is het ditmaal niet de samenleving maar de elites die zijn geblokkeerd.

Crozier zegt met stomheid te zijn geslagen over het onvermogen van de Franse super-elite in de politiek en het bedrijfsleven om een beleid voor te bereiden, erover te beslissen en het uit te voeren. Door het ontbreken van een degelijke overlegtraditie in Frankrijk wordt er slechts gearbitreerd. Een politieke blunder van het kabinet-Juppé noemt de socioloog het gelijktijdig presenteren van de op zichzelf breed gesteunde hervorming van het sociale stelsel en het doorvoeren van een omstreden reorganisatieplan bij de spoorwegen, een bastion van stakingen en sociale onrust.

Volgens Crozier moet de regering snel op deelterreinen onderhandelen, zoals met de studenten, om de crisis te bezweren. De socioloog noemt de situatie nog ver af van mei '68, maar sluit niet uit dat de crisis kan uitmonden in een financiële en economische instorting van Frankrijk, waarbij de regering in de val wordt meegesleurd.

In het conservatieve dagblad Le Figaro van gisteren aarzelt de filosoof André Glucksmann over hoe de stakingsactie van de ambtenaren te beoordelen. Als de meest reactionaire staking uit de Franse geschiedenis van een beperkte groep die zijn bevoorrechte positie verdedigt, of van een actie waarbij de ambtenaren, zonder vrees hun baan te verliezen, ook de werknemers uit de privésector vertegenwoordigen. Ook Glucksmann wil het hervormingsplan gered zien, en raadt daarvoor een referendum aan.

De Franse verbeelding blijkt gaullistischer dan ooit. Geen echte mei '68 derhalve, of misschien toch. Want de legendarische Franse studentenleider van toen en inmiddels Duits politicus, Daniel Cohn-Bendit, heeft zich in het debat gemengd. Nee, toch geen mei '68. Rode Danny staat niet meer op de barricade. Zelfs hij raadt de Franse machthebbers keurig vervroegde parlementsverkiezingen aan.

Sjoerd Venema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden