Dan maar liever knecht in het wielerpeloton

Frank van Veenendaal (27), wielrenner in dienst van een in veldritten en kermiskoersen gespecialiseerde Belgische profploeg...

MARTIEN SCHURINK

'MENIGMAAL bekruipt mij het gevoel dat ik een typisch geval van te laat geboren ben. Eind jaren tachtig was ik een jong en ambitieus amateur. Het leven beloofde veel. De economie leefde op, het profwielrennen floreerde en ik had het bij de amateurs helemaal gemaakt. Niets leek een overgang naar de profs in de weg te staan. En toch had geen enkele ploegleider belangstelling voor mij. Ik was amateur en ik bleef amateur.

Het aantal Nederlandse beroepsrenners was tot 1988 explosief gestegen, tot ver boven de honderd. Mijn persoontje kon er ook nog wel bij, dacht ik. Het mocht niet zo zijn. Uitgerekend op het moment dat ik de top had bereikt en was geselecteerd voor de nationale ploeg, zakte de vraag naar topamateurs dramatisch in.

Naar het waarom kan ik slechts gissen. Een verklaring is misschien dat het protectionisme in die dagen hoogtij vierde. De ploegleiders hadden de absolute macht en beschermden koste wat kost de eigen markt. Het amateurwielrennen ging volledig aan hen voorbij. Post, Raas, Priem en Gisbers wisten waarschijnlijk niets eens van mijn bestaan af.

Geen profcontract, geen brood op de plank. Wielrennen bleef mijn eerste prioriteit, maar ik kreeg, mede door mijn verhuizing van de Walletjes naar Sassenheim, tijd voor andere zaken. Ik ging studeren, rechten aan de UvA, en werkte tussen de bedrijven door als receptionist op een advocatenkantoor in Tiel.

Dat was ook niet alles. Die lui waren nog erger dan de ergste corpsballen van Amsterdam. Dat heeft me aan het denken gezet. Fietsen is, wist ik toen ineens weer zeker, toch wel oneindig veel leuker dan werken tussen de ballen op zo'n kantoor. Liever knecht in het peloton dan knecht op zo'n kantoor.

Vorig jaar vond ik een sponsor en kon ik als kleine zelfstandige eindelijk bij de profs aan de slag. Sinds enkele maanden maak ik deel uit van Saxton, een Belgische ploeg die voornamelijk uit veldrijders, onder wie Herijgers en Simunek, bestaat. Ik had gehoopt dat ik met deze ploeg internationaal aan de weg zou kunnen timmeren, maar we rijden voornamelijk kermiskoersen in België. Wat overigens niet moet worden onderschat. Het zijn bepaald geen rondjes om de kerk. Die koersen zijn gemiddeld 180 kilometer lang en er wordt stevig aan getrokken.

Als prof ben ik intussen geen onbekende meer. Zelfs in Italië kennen ze me. Zo ben ik op uitnodiging van ZG Mobili in februari op hoogtestage geweest in Colombia. Daar heb ik kunnen doen waar ik goed in ben. Op kop rijden, de sprint aantrekken, vluchters terugpakken. De ploegleiding zag het wel in me zitten. Ik zou in april medisch gekeurd worden. Laat ik kort daarvóór, tijdens Dwars door België, nou net mijn pols breken. Daarna heb ik voor ZG Mobili nog wel de Ronde van Luxemburg gereden, maar mijn prestaties hielden niet over. Sindsdien is het contact met de ploegleiding op een laag pitje komen te staan.

Toch weiger ik het hoofd in de schoot te leggen. Ik heb nog altijd goede hoop dat mijn carrière alsnog een wending ten goede zal nemen. Temeer omdat ik nog steeds progressie maak. Vorig jaar had ik moeite met het tempo bij de profs, dit jaar heb ik toch al een koers gewonnen, de Omloop van de Grensstreek.

Maar er is nog veel te doen. Ik moet meer kilometers maken, in de training en in wedstrijden. Harder worden, in fysiek en mentaal opzicht. De Tour zou wat dat betreft een perfecte training zijn. Met die ronde in de benen kun je als renner de hele wereld aan. Dan lijkt elke koers korter en vlakker. Dan is de Cauberg nog maar een heuveltje en een wedstrijd over 250 kilometer een recreatierit.

Mocht het niets worden met ZG Mobili, dan heb ik mogelijk nog wat anders achter de hand. Met enkele andere renners zin ik op mogelijkheden om zelf een profploeg van de grond te tillen. Een ploeg gebaseerd op idealisme. Het idee is nog erg pril, maar er zijn zeker kansen. Meer kan ik er op dit moment niet over zeggen.

Veel verdienen hoef ik niet. Doe ik nu ook niet. Mijn loon bij Saxton is vergelijkbaar met een bijstandsuitkering. Geld zal ook bij die eventuele nieuwe ploeg niet voorop staan. Daarom denk ik dat het verstandig is om nog dit jaar af te studeren. Dan heb ik in elk geval wat achter de hand.'

Martien Schurink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden