'Dan loei ik van verdriet'

Mario Molegraaf was 17 toen hij zijn idool, de schrijver Hans Warren, voor het eerst ontmoette. Tot aan diens dood, een jaar geleden, waren ze een stel....

Vandaag zullen op de begraafplaats van Borssele (Zeeland) een paar intimi van Hans Warren bij elkaar komen om te herdenken dat de schrijver precies een jaar geleden, op 19 december 2001, op zijn tachtigste is overleden. Er zal een steen op zijn graf worden gelegd, van wit marmer en zwart graniet - kleuren en materiaal die een botsing tussen leven en dood symboliseren. Maar in de linker bovenhoek van de steen is een stuk marmer uitgespaard, zodat er op de aarde lavendel kan bloeien. De enige tekst die op de grafsteen staat is: Hans Warren - dichter.

Het simpele monument berust op een idee van Mario Molegraaf, die de afgelopen 23 jaar Warrens levenspartner is geweest. Vorig jaar heeft hij ook de begrafenis geregeld - in het dorpshuis van Borssele kwamen familie, buren en vrienden bijeen. In de stromende regen weliswaar, maar ze aten oesters en dronken champagne. Na afloop heeft hij witte duiven los gelaten.

'Zo moet je je eigen rituelen maar zien te bedenken. Hans had nooit iets gezegd over hoe of waar hij begraven wilde worden. Hij schreef ooit in een gedicht dat zijn as verstrooid moest worden bij een of ander Grieks heiligdom. Maar tegen mij zei hij: stop me maar in een vuilniszak. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de begraafplaats van zijn geboortedorp Borssele.'

In het oude arbeidershuisje in Kloetinge, een dorpje bij Goes, kijkt Mario Molegraaf (42) terug op een bewogen jaar. In de nacht voordat Warren werd begraven, heeft hij het bovenste laatje van Warrens bureau opengetrokken en daar het laatste deel van Geheim Dagboek gevonden, het egodocument dat sinds 1981 in gepaste regelmaat verschijnt.

'Ik ben toen zo vermetel geweest om in die dagboeken te gaan lezen, en dat heeft mij een enorme schok gegeven. In het begin dacht ik: hoe kan ik hiermee leven? Maar inmiddels geloof ik dat het voor iedere verstandige lezer duidelijk moet zijn dat dit een geschrift is van een man in nood. Maar ik ben wel bang geweest dat de mensen mij zouden vervloeken vanwege mijn rol in dat boek.'

In Geheim Dagboek 2001 doet Warren minutieus verslag van zijn laatste levensjaar. Ziek, een lichaam vol vocht, slecht ter been, slechte ogen, steeds meer aan huis gebonden, en toch de wil om elke dag door te werken aan een nieuwe dichtbundel en aan zijn dagboek. Talloos zijn de beschrijvingen van valpartijen, waarbij zelfs de buurman er aan te pas moest komen om hem overeind te helpen. Hij poept en plast op de meest onmogelijke momenten in zijn broek, zit klem op de wc, heeft waanbeelden in de nacht, ergernissen overdag. Uit alles spreekt een enorme angst, zowel voor de dood als voor het leven.

Molegraaf werkt in die periode gestaag door aan de vertalingen van Plato en Kavafis en stelt samen met Warren als elk jaar de poëziekalender samen. Maar hij heeft ook bijna een dagtaak aan de verzorging van zijn zieke partner. Hij raakt overwerkt, en probeert er intussen het beste van te maken. Tussen beide mannen heerst een voortdurende spanning, vaak uitmondend in felle ruzies, fysiek geweld en dreigementen. Maar ze maken ook autoritjes om naar de vogels te kijken, uit eten te gaan of zo maar wat rond te rijden.

'Er zijn dingen gebeurd waar ik me achteraf diep voor schaam. Maar ik was dat laatste jaar de wanhoop nabij. Als de dokter bijvoorbeeld had gezegd dat Hans elke dag een stukje moest wandelen, was er vervolgens dagelijks ruzie over dat wandelen. Ik zag het als een opdracht hem te verzorgen, terwijl ik daar totaal onhandig in bleek. Alleen het verzorgen van zijn voeten, elke zaterdagavond, heb ik altijd plezierig gevonden. Maar hij heeft tot op het laatst ook voor mij gezorgd, laten we dat niet vergeten. Hij kon heerlijk koken, en ik was een dankbare eter. Je zoekt in zo'n boek toch ook naar de luttele sporen van genegenheid. Zoals die keer dat hij het eten had laten aanbranden, ik het met een stalen gezicht gewoon opat en hij dat erg lief van me vond.'

16 dec. - 90 kg. - zondag, 17.05. 'Gelukkig heeft M. me gisteren gezegd dat hij van me houdt, dat wij één zijn, dat wij samen alles kunnen, maar als hij dan zo tegen me tekeergaat, me in die ijzige wc op wil sluiten, beweert dat ik alles enkel doe om hem te pesten, dan loei ik van vernedering en verdriet. Ik wil dood, dood, dood, dat is minder erg dan deze kwelling. Ik heb geen enkele kracht meer, en toch wil hij dat ik werk, léés nota bene, terwijl ik zo'n last van staar heb. Als ik jammer na zijn beschuldigingen stompt hij me. Als ik smeek om genade scheldt hij des te harder terug. O, een euthanasiepil, maar onze dokter wil er geen geven.'

'Al die agressie, die bijna fysieke uitbarstingen, het was pure onmacht, ook omdat hij naar mijn idee op het laatst niet meer voor rede vatbaar was. Zijn idee van de ideale kamertemperatuur was 35 graden, dus ik bleef maar kachels uitzetten. Dat deed ik omdat die hitte ongezond voor hem was, niet om hem te pesten, hoewel hij dat wel zo ervoer. En die dreigementen om waardevolle dingen stuk te gooien, het is verschrikkelijk ja, maar het was de enige manier waarop ik hem nog een beetje kon bereiken, hoe gruwelijk en sinister dat ook klinkt. Ik schaam me er achteraf diep voor. Maar het schijnt voor veel mensen herkenbaar te zijn, het fenomeen dat je zieken van alles kwalijk gaat nemen. Bij samenleven hoort kennelijk deze afgrond. En laten we wel wezen: er is nooit iets kapot gegaan.'

Het samenleven van Warren en Molegraaf begint vrij snel nadat de 17-jarige scholier uit Waalwijk zijn idool Warren op het station van Goes voor het eerst heeft ontmoet. Dat was in 1978; de jonge knaap en de oudere man hebben dan al enige tijd gecorrespondeerd over literatuur en ondeugender dingen. Over die dag schrijft Warren in zijn Geheim Dagboek:

29 juli - 11.30 uur. 'Ik heb een taxi besteld voor twaalf uur en voel me een dwaas. Een man van mijn leeftijd die zich uit geilheid en nieuwsgierigheid in zo'n situatie manoeuvreert! Waarschijnlijk worden het moeizame uren met een jongeman die me niet ligt. Telkens toch het duiveltje: wie weet! Ik hoop zo, dat ik hem begeren kan. Die allereerste indruk. . .'

De allereerste indruk doet Molegraaf besluiten niet in Amsterdam te blijven wonen, waar hij theologie studeert, maar bij Warren in te trekken. Ze worden minnaars, partners, collega's. Ze vertalen uit het Grieks, brengen dichtbundels, bloemlezingen en Hans' dagboek uit, schrijven stukjes voor de krant en voor een eetgids. Samen ontwikkelen ze drie grote passies: vogels kijken, lekker eten (zowel thuis als uit), kunst verzamelen. In de loop der jaren is het huisje in Kloetinge een klein museum geworden, met een bonte verzameling Afrikaanse en Aziatische kunst.

De finale van die 23 jaar samenleven, ligt nu vast in een ontluisterend dagboek. Voor Molegraaf is de constatering dat het schrijven van dit boek voor Warren belangrijker was dan hun leven samen het meest pijnlijk.

'Hij heeft in dat laatste jaar letterlijk met vallen en opstaan aan zijn dagboek gewerkt. Sommige bladzijden in de cahiers zaten vol vlekken - inkt, kwijl. Maar ik vind dit laatste deel een hoogtepunt in zijn oeuvre. Een wonderbaarlijke prestatie, zoals hij dat tot op de laatste avond hier thuis heeft volgehouden. Dit is werkelijk schrijven op leven en dood. In de Nederlandse literatuur klinken toch vooral stemmetjes - dit is nu eens echt een stém. Ik realiseer me dat er lezers zullen zijn die het schokkend vinden, maar dit is een waarheid die onder ogen moet worden gezien. Door het schrijven grip krijgen op het leven - het is bijna heroïsch om dat te volbrengen.'

Molegraaf realiseert zich terdege dat hij niet geheel los zal raken van het verleden. Zoals anderen met hun doden in het reine kunnen komen, simpelweg omdat ze van hun doden niets meer horen, zal in Zeeland de stem van over het graf blijven klinken.

Na de dood van Warren kwam het onvermijdelijke moment waarop de nalatenschap moest worden geregeld. Er was een samenlevingscontract en een testament: de gehele nalatenschap, zowel de literaire als de kunstcollectie, blijft intact, Molegraaf heeft daarover het beheer.

'Ik heb niet alleen mijn partner verloren, maar ook mijn collega. We hadden ieder zo onze eigen bezigheden maar werkten veel samen, gaven elkaar voortdurend respons. Nee, ik heb nooit geleden onder mijn positie als 'de vriend van'. Ik heb me nooit gefnuikt gevoeld, in geen enkel opzicht. Hans is mij altijd dankbaar geweest voor mijn bijdragen, ondersteuning en bewondering.'

Hans Warren en Mario Molegraaf - een tikkeltje merkwaardig, geïsoleerd duo dat in een zelf gebouwd wereldje wegdook. Een beetje zonderling ook, er gingen weken voorbij zonder enig contact met de buitenwereld. Elke dag intensief werken, totdat 's avonds om vijf over half twaalf het wekkertje afging. Op dat tijdstip was het klokje toevallig ooit gezet, maar dan was het ook mooi geweest. Meestal zaten ze op dat uur al boven het werk wat weg te dommelen. 'Wij waren met zoveel tentakels aan elkaar gebonden, daar was geen ontkomen aan. Elkaars wederhelft in letterlijke zin, in leven en werk. Vandaar dat die dood zo verschrikkelijk is geweest, omdat je een deel van jezelf verliest. Ja, het was vanzelfsprekend dat ik tot zijn dood bij hem zou blijven, daar ben ik altijd van uitgegaan.'

In zijn dagboeken toont Warren zich regelmatig onzeker over zijn eigen plaats in de Nederlandse literatuur. Zal ik niet vergeten worden, zoals Vestdijk? Ben ik wel een goed dichter? Molegraaf heeft altijd een rotsvast vertrouwen in zijn kwaliteiten gehad. 'Jij bent de grootste dichter van het land!', heeft hij hem meermalen toegevoegd.

'Dat vind ik ook echt, ik acht zijn werk hoog. Ik wil niet pochen, maar ik heb er ook wel een beetje verstand van, ik ben niet voor niets vertaler van Kavafis en Plato, ik weet wat er te koop is. Van Hans' Verzamelde Gedichten ben ik zeer onder de indruk, er zijn er niet veel die dat evenaren. Hans had weinig zelfvertrouwen, maar ik heb hem altijd gesteund. Ik denk dat een deel van zijn succes ook aan mij te danken is. Andersom heb ik van hem meer geleerd dan op welke school of universiteit dan ook - over kunst, literatuur, natuur, vogels, eten. Daar profiteer ik de rest van mijn leven van. Ik heb het gevoel dat hij een beetje in mij voortleeft. Daarom is het moeilijk om door te gaan met een eigen leven, dat lijkt bijna verraad.'

Toch gaat het leven onherroepelijk door, zeker als je nog maar 42 bent. Hij schrijft inmiddels zelf stukjes over poëzie voor de Provinciale Zeeuwse Courant, en laatst nog een groot stuk over de tentoonstelling Die griechische Klassik in Bonn. Als iemand hem zou vragen literair criticus te worden, zou hij dat doen. 'In alle bescheidenheid weet ik zeker dat ik het kan. En heel wat beter dan al die sullige stukjesschrijvers die nu de boekenbijlagen vullen.'

Het afgelopen jaar stelde hij 75 stukken uit de particuliere kunstcollectie ter beschikking van een tentoonstelling in het Afrika Museum in Berg en Dal. De Kunsthal in Rotterdam heeft belangstelling voor een grote overzichtsexpositie in 2005, niet alleen van de kunstcollectie, ook van de literaire nalatenschap, de natuurtekeningen en de schilderijen die Warren in de jaren veertig maakte. De nalatenschap zal uiteindelijk in zijn geheel naar de Zeeuwse Bibliotheek gaan.

Maar eerst moet het huis worden opgeruimd. Van bijkeuken tot zolderkamer: overal krantenknipsels, tijdschriften, schelpen, brieven, boeken, boeddhabeelden, maskers en nog duizend dingen meer. Warren was een verwoed verzamelaar, maar allesbehalve een geordend man.

' Ik ben nu vooral bezig met het bestrijden van de muizen en de ratten. Ik heb laatst wel alvast de cahiers met de ongepubliceerde dagboeken in een kluis laten opbergen, want die moeten goed beschermd worden. Elke la die je hier opentrekt, elke kastdeur die je opendoet, alles ademt Hans' geest. Er is geen ontkomen aan, dit is zijn tempel. En toch zal ik het hier op den duur moeten opbreken, anders zou ik echt een zonderling worden. Ik kan niet eindigen als de enige bewoner van het Hans Warren Museum.'

Na de presentatie van Geheim Dagboek 2001 in oktober, viel Mario Molegraaf in een gat. Het werk was gedaan, het wachten was op de reacties. Die waren er genoeg, vooral van lezers, en gelukkig allemaal positief - ze zagen in hem dus niet die gevoelloze bruut die hij dacht te zijn. Gek genoeg bleven recensies in de kranten tot op heden uit. 'Elk flutromannetje wordt tegenwoordig besproken, maar aan dit boek, waar je niet omheen kunt, gaat men voorbij.'

Begin november kreeg zijn leven een vrij spectaculaire ommekeer. Onverwacht werd hij door Iris uitgenodigd voor een etentje. Zij was een van de mensen die af en toe met Warren correspondeerde, Mario en zij hadden elkaar enkele malen vluchtig ontmoet. Het etentje werd gevolgd door een nieuwe afspraak en toen, onder het openmaken van Zeeuwse oesters, hebben ze elkaar gevonden. Iris - vrouw van 50 met een topfunctie in het bedrijfsleven - is nu zijn nieuwe liefde, sterker nog: de vrouw van zijn leven.

'Ik ben 23 jaar met Hans geweest, maar ik ben niet homoseksueel. Dat zal voor veel mensen vreemd overkomen, maar ik heb destijds voor Háns gekozen, en toevallig was hij een man. Ik heb veel plezier beleefd aan alles wat daarbij hoort, en ik heb er geen moment spijt van, maar ik ben nu een andere kant opgegaan. Een kant waarin ik geen enkele ervaring had, maar waar ik mezelf erg prettig en evenwichtig bij voel. Ik vind het plezierig dat Iris Hans heeft gekend, zijn boeken staan bij haar in de kast, zijn brieven heeft ze in een map opgeborgen.'

Hij vertelt dat hij al die jaren trouw is geweest aan Hans, dat hij daaraan erg hecht. Geen enkele andere seksuele ervaring dus, totdat Iris kwam. 'Het moment waarop wij voor het eerst hier samen sliepen, in het bed van Hans en mij, dat was heel bijzonder.'

Hoe het verder zal gaan met Mario en Iris, weinigen zullen het weten, want er is geen Geheim Dagboek meer. Tot vorig jaar werd alles wat hij zei, alles wat hij deed, door zijn vriend genoteerd, en het belangrijkste kwam uiteindelijk in een boek terecht. Zijn leven zal zich voortaan in beslotenheid afspelen, hoewel hij het niet kan laten af en toe wat op te schrijven. 'Ik hou het een beetje bij, het zou toch treurig zijn als alle mooie momenten verloren dreigen te gaan. Tot op zekere hoogte voel ik me bijna verplicht verantwoording af te leggen. Ik zal nooit een dagboekschrijver worden, maar ik ben die koorts om alles vast te leggen wel gaan begrijpen.'

Op 19 december 2001, de dag waarop Hans Warren in het ziekenhuis van Goes sterft, schrijft Mario in de epiloog van Geheim Dagboek 2001: 'Lieve Hans, je was het enige op de wereld dat echt voor me telde. Dank voor alles, voor alles. Vergeef me het vele, het vele dat ik verkeerd heb gedaan. Ik kon het niet beter. Alleen verder moeten is niet erg, maar zonder jou verder moeten is verschrikkelijk. Ik zal alles doen voor ons werk en voor onze verzameling, beloofd is beloofd. Je lijk laat ik thuisbrengen. ''Zo lang het duurt een eeuwigheid gelukkig'', schrijf je in een gedicht. Laat ik me verbeelden dat het je laatste woorden zijn geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden