Dan liever een kunstbaan

Eigen verantwoordelijkheid, is het motto van het kabinet-Balkenende...

Met een omzet van 800 duizend euro per jaar is Het Goed in Deventer de grootste kringloopwinkel van Nederland. Er werken zeventig mensen, waarvan 29 op een gesubsidieerde arbeidsplaats: ze halen bij particulieren overtollige huisraad en kleren op, sorteren de handel, repareren een deel van de goederen en bieden ze in de winkel ter verkoop aan. Maar omdat de kabinetten Balkenende stevig hebben gesneden in de budgetten die voor gesubsidieerde arbeid beschikbaar zijn, worden ook de gemeentelijke subsidies aan Het Goed binnenkort fors verlaagd.

Het gevolg is dat de komende twee jaar 19 werknemers moeten worden ontslagen. Dat hoeft niet per se te betekenen dat ze ook allemaal werkloos zullen worden, want de gemeente Deventer heeft aangekondigd zich tot het uiterste te zullen inspannen om hen elders een nieuwe betrekking te bezorgen. De tien anderen houden hun baan voorlopig nog wel. Maar voor de periode na 2006 kan de gemeente hen geen garanties geven, omdat het lokale subsidiebeleid dan mogelijk opnieuw door de molen gaat.

Zulke problemen spelen niet alleen in Deventer. Bij de 120 bedrijven die zijn aangesloten bij Branchevereniging van Kringloopwinkels (BKN) werken zo'n 1800 mensen. Een derde deel daarvan zit op een gesubsidieerde arbeidsplaats. Hoeveel er daarvan precies zullen verdwijnen is onbekend, want elke gemeente voert sinds kort zijn eigen subsidiebeleid. Maar dat het er veel zullen zijn staat wel vast.

Henny van den Belt (38) werkte zes

jaar als schilder. Maar zijn knie ging er aan, door het voetballen. En daarna zijn ellebogen, door het werk. Van zijn baas mocht hij blijven, maar dat zag hij zelf niet zitten. Want de steiger kon hij niet meer op. 'En als je als jonge gast alleen het luxe-werk op de begane grond doet, wordt dat door je collega's niet op prijs gesteld'.

Dus werd hij, min of meer op eigen verzoek, ontslagen en ging op zoek naar ander werk. Maar dat bleek met zijn 'beperking' niet makkelijk. Hij kwam in de bijstand terecht. Maar 'aan de deur lopen' zag hij niet zitten. Bij het arbeidsbureau volgde hij een cursus. 'Dan kijken ze waar je nog geschikt voor bent. Koerierswerk, een beetje lopen, rijden, zitten en tillen, dat bleek het beste voor mij.' Maar helaas, hij werd nergens aangenomen. En zo kwam hij eind jaren tachtig al in de banenpool van de gemeente terecht. 'Bij het zwembadonderhoud. Een beetje schoffelen en bladeren vegen.'

Midden jaren negentig begon hij een eigen bedrijf in autocleaning, maar dat liep mis en dus moest hij andermaal aankloppen bij de sociale dienst. Zijn zus werkte in die dagen bij Het Goed, de Deventer kringloopwinkel, en dacht dat dat ook voor hem de ideale baan zou zijn.

'Om de sfeer te proeven' ging hij er een tijdje als vrijwilliger aan de slag en toen er chauffeur vertrok, kwam hij in aanmerking voor die, gesubsidieerde, baan.

Ook zijn vrouw kreeg in die dagen een Melkertbaan, bij de kinderopvang. En omdat hen allebei was verzekerd, dat ze nu niet meer ontslagen konden worden, kochten ze een huis. Maar nu vreest Van den Belt binnenkort te worden ontslagen. En dan kan hij zijn hypotheek niet meer betalen. 'We zitten hier allemaal in de onzekerheid. De regering wil bezuinigen. Misschien is dat wel nodig, maar waarom moeten wij daar de dupe van zijn? Je hebt het toch over mensen die hebben aangetoond dat ze niet aan de deur willen lopen.'

Gesubsidieerd werk is al heel lang een vast bestanddeel van het arbeidsmarktbeleid van de overheid. Maar onder regie van Ad Melkert, minister van Sociale Zaken in het eerste paarse kabinet, nam het stelsel van gesubsidieerde arbeid voor het eerst een grote vlucht. Melkert creëerde hiervoor een potje waarmee in de tweede helft van de jaren negentig zo'n 45 duizend mensen aan een 'Melkert-baan' werden geholpen. Tijdens het tweede paarse kabinet kwamen daar nog eens tienduizend zogeheten 'in-en doorstroombanen' bij.

Met dit beleid streefden de twee paarse kabinetten verschillende doelstellingen na. Het creëren van werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt, de reïntegratie van langdurig werklozen en verbetering van de dienstverlening in bij de overheid en collectieve sector.

De Melkert-banen waren in een aantal opzichten een groot succes. Tegen zeer geringe kosten voor het rijk (en de belastingbetaler) werden bij gemeenten, in het onderwijs en bij zorg-en welzijnsinstellingen tal van functies vervuld die anders onbezet gebleven waren: stadswachten, conciërges conducteurs op de tram, bibliotheek-en klassenassistenten.

Ook daalde eind jaren negentig het aantal bijstandsgerechtigden snel. Volgens een recente brief van staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer was dat voor meer dan 50 procent te danken aan het reïntegratie en subsidiebeleid dat Melkert op poten zette. Het destijds nog zeer gunstige economische tij zorgde voor de rest.

Navis Hodzics (48) vluchtte in 1992 met vrouw en kinderen uit Bosnië voor het oorlogsgeweld. Hij kwam in een asielzoekerscentrum in de buurt van Deventer terecht, kreeg een verblijfsvergunning, volgde een cursus Nederlands en liet zich naturaliseren.

Zijn oudste zoon werkt bij Philips in Nijmegen. De jongste van 21 is bezig met een opleiding als automonteur. 'Die twee komen wel op hun pootjes terecht.' Maar voor hemzelf en zijn vrouw, worden het moeilijke tijden. Zij werkt bij een chipsfabrikant. 'Maar daar gaan al geruchten over een reorganisatie volgend jaar'. En ook zijn eigen baan staat op het spel. Als hij hem kwijt raakt, is dat 'een ramp'. Niet alleen voor hemzelf, maar ook voor zijn familie in Bosnië. 'Die denken dat wij rijk zijn omdat we in Nederland wonen.' Daarom dragen hij en zijn vrouw elk maand een deel van hun inkomsten af aan de familie 'thuis'.

Hodzics (48) wil dolgraag werken voor zijn geld, maar is realistisch over zijn kansen op de arbeidsmarkt. In Bosnië werkte hij veertien jaar als machinebankwerker, maar zijn diploma wordt in Nederland niet erkend.

Ook zijn gestel speelt hem parten. Zijn rug is 'kapot' en hij heeft altijd al last gehad van hoge bloeddruk en migraine.

'Maar dat is door de oorlog veel erger geworden'. Niettemin, zegt hij trots, 'heb ik afgelopen vier jaar hooguit vier dagen verzuimd'.

Behalve een succes, waren de Melkertbanen ook van meet af aan omstreden. Vooral bij de rechtse partijen in de Tweede Kamer. Het CDA, dat toen nog in de oppositie zat, had het vaak schamperend over 'kunstbanen'. En hoewel de VVD zelf onderdeel van de paarse coalitie was, sloten de liberalen zich daar vaak bij aan. Beide partijen betoogden destijds al dat de Melkert-banen geen lang leven beschoren zou zijn.

En zo geschiedde inderdaad nadat CDA en VVD vorig jaar, toen nog samen met de LPF, het eerste kabinet Balkenende vormden. Van de ruim 1900 miljoen euro die jaarlijks voor gesubsidieerde arbeid beschikbaar was, werd 680 miljoen geschrapt. Om de gevolgen van dit beleid enigszins te verzachten, werden tijdens het najaarsoverleg van 2002 tussen de sociale partners en de regering afspraken gemaakt om tenminste tienduizend mensen met een gesubsidieerde werk een 'reguliere' baan te bezorgen.

Daarvoor werd een nieuwe, tijdelijke, subsidieregeling in het leven geroepen. Werkgevers die bereid waren om een gesubsidieerde arbeidsplaats 'te witten', konden op deze regeling een beroep doen om de 'gewitte' werknemer bij te scholen en het wegvallen van de loonsubsidie te compenseren.

Maar die regeling loopt op 31 december af en heeft slechts een schamel effect gehad. Want volgens de jongste gegevens kwamen er bij Sociale Zaken slechts 3000 aanvragen binnen om gesubsidieerde arbeidsplaatsen om te zetten in regulier werk. Daarvan hebben er nog maar 2000 het goedkeuringstempel van het ministerie gekregen.

Johannes de Jong (62) werkte tot

twaalf jaar geleden als matroos/stuurman bij een schipper op de binnenvaart. Toen die zijn schip verkocht, kwam De Jong in Deventer aan de wal en zag zich daar, op zijn vijftigste, genoodzaakt bij de sociale dienst aan te kloppen. Na drie jaar kwam hij bij 'Deventer Werkt' terecht, het toenmalige reïntegratiebedrijf van de gemeente, maar zijn kans op een nieuwe baan werd klein geacht omdat hij behalve die opleiding voor de binnenvaart van veertig jaar eerder, alleen zijn lagere school had afgemaakt.

Van de gemeente mocht hij, na een paar jaar bijstand, bij Het Goed beginnen. Hij werkte op de shovel en de heftruck bij de containers waarin het grove vuil wordt weggewerkt. 'Ik dacht: een vaste baan. Hier zit ik wel goed tot mijn pensioen.' Maar nu staat die baan toch weer op het spel. Volgens de AbvaKabo, waarvan hij lid, kan hij misschien in de VUT-regeling terecht. Voor zijn collega's die vaak een gezin moeten onderhouden is allemaal veel erger. 'Ze halen hier het vuil op, maar ze worden als vuil aan de kant gezet'.

vervolg op pagina 14

'Dat beetje trots wordt me weer afgepakt'

Vervolg van pagina 13

De ingrijpende reorganisatie van het gesubsidieerde banenbestel wordt door staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken doorgaans verdedigd met een verwijzing naar het geringe aantal mensen dat er onder het paarse stelsel in slaagde door te stromen naar een 'echte', ongesubsidieerde, baan.

Dat was inderdaad een zwakke stee van Melkerts beleid. Het bevatte maar weinig prikkels om de doorstroming te bevorderen. De werkgever die net een stadswacht of conducteur had opgeleid, had er weinig belang bij zo iemand snel weer te zien vertrekken. En de werknemers waren na jaren werkloosheid meestal al lang blij met een vaste baan. Dat kan hen trouwens ook moeilijk worden verweten, want zij kregen zonder uitzondering een arbeidscontract voor 'onbepaalde tijd'.

In het nieuwe stelsel van Rutte zijn die 'doorstroomprikkels er wel. Niet in de laatste plaats dank zij de nieuwe bijstandwet die begin volgend jaar ingaat. Een gemeente krijgt er onder dit nieuwe regime belang bij zoveel mogelijk mensen aan een baan te helpen. Want als het aantal bijstandsgerechtigden stijgt of daalt, merkt de wethouder van Financiën dat onmiddellijk in de gemeentekas. Naar verwachting zal dit leiden tot verhoogde inspanningen om zoveel mogelijk mensen met trainingen, scholingen en werkervaringstrajecten uit de bijstand te houden.

Olga Vinkenburg (37) kreeg haar

eerste kind toen ze zeventien was. Haar tweede van achttien zit in een gezinsvervangend tehuis. Haar jongste van zeven verzorgt ze als alleenstaande moeder zelf. Met behulp van de thuiszorg en het maatschappelijk werk, dat wel. Want ze is 'zwaar, heel zwaar depressief geweest', met alle ellende voor haar gezinsleven vandien.

Dat gebeurde trouwens terwijl ze al bij Het Goed werkte, maar haar collega's hebben haar fantastisch opgevangen. Niettemin is ze gedeeltelijk in de WAO beland. Ze werkt nu nog 20 uur als sorteerster van textiel, speelgoed en schoenen en mag een enkele maal de verkoopbare kleding in de winkelrekken hangen. Vinkenburg heeft weinig zicht op de politieke, bestuurlijke en sociale verhoudingen die haar lot bepalen. Maar dat het voor haar moeilijk zal zijn om iets anders te vinden, dat weet ze wel.

Als ze er uitvliegt, is dat voor haar geen nieuwe ervaring. Eerst zat ze bij de banenpool van de gemeente, maar die werd opgeheven. Daarna volgde een baantje op een WIW-contract (Wet Werk en Inkomen), maar ook daar kwam na een paar jaar een einde aan. Toen ze zeven jaar geleden bij Het Goed werd aangenomen, was ze dolgelukkig. 'Eindelijk een vaste baan.' Nu is ze bang dat haar problemen (depressie, dwangmatig handelen) terug zullen komen.

'Dat is eigenlijk het ergste. Werk is zo vreselijk belangrijk. Dat beetje trots wat ik de afgelopen jaren met steun van het maatschappelijk werk heb opgebouwd, wordt me weer afgepakt.'

Dat er meer wordt gedaan om mensen aan het werk te krijgen is mooi, ook voor de werklozen zelf, maar het systeem van Rutte heeft ook een weinig besproken schaduwkant. Want het gevaar is niet denkbeeldig dat gemeenten, zeker nu de werkloosheid weer stijgt, zich vooral zullen concentreren op mensen met de grootste kans op succes. Dat zijn in het algemeen de beter opgeleiden, mensen die gezond van lijf en leden zijn en die vooral niet langdurig in de bijstand of de WAO hebben gezeten. Want die nemen werkgevers, zo leert de ervaring, maar zelden aan.

Onder Melkert kregen zulke mensen 'met een vlekje' vaak voor het eerst de kans zich in een vaste baan te ontplooien. Maar als de voortekenen niet bedriegen komen velen van hen de komende jaren 'tussen de wal en schip terecht'. Dat vreest althans Louw Tiemens, de interim-directeur van de Deventer kringloopwinkel, die deze dagen een deel van zijn medewerkers uit moet leggen, dat zij hun baan gaan verliezen.Tiemens kan zich best voorstellen dat de huidige coalitie de gesubsidieerde arbeid op andere leest wil schoeien. Maar hij vindt onbegrijpelijk dat de werkelijkheid daarbij uit het oog wordt verloren. Sallcon, het reïntegratiebedrijf van de gemeente Deventer, vertelt Tiemens, heeft voor alle gesubsidieerde werknemers van Het Goed vastgesteld wat ze, uitgaand van hun huidige minimumloon (met opslag), feitelijk bijdragen aan de productie van het bedrijf.

'Gemiddeld kwam dat uit op 38 procent. Dat zegt toch genoeg. Met zo'n uitgangspositie hebben velen van hen, zelfs op een bloeiende arbeidsmarkt, geen schijn van kans.' Maar zulke argumenten spelen geen rol in het beleid van Rutte. Mensen die niet kunnen voldoen aan diens 'doorstroomideaal', hebben gewoon pech gehad.

Ilona Klein Ovink (35) zat op de

huishoudschool en volgde daarna een verkorte beroepsopleiding in civiele techniek en dienstverlening. 'Wat dat is? Schoonmaken, boodschappen doen, keukenwerkzaamheden.'

Daarna werkte ze een tijdje in de kantine van Albert Heijn in Kampen, maar haar jaarcontract werd niet verlengd. Vervolgens kwam ze bij de Edah achter de kassa. Maar ook daar vloog ze na een jaar weer uit. Ze raakte langdurig werkloos, scheidde van haar man en verhuisde terug Deventer waar ze vandaan kwam. Zeven jaar geleden, op 23 december 1996, dat weet ze nog precies kreeg ze een baan bij Het Goed als caissière. Aanvankelijk weer op een jaarcontract, maar dat werd later een Melkert-baan.

Omdat ze haar dochtertje van vijf ook nog moet verzorgen, werkt ze parttime (26 uur per week). Dankzij de huursubsidie ('Maar gaat die ook niet omlaag?') en een klein beetje alimentatie van haar man, kan ze net rondkomen. Zij weet dat de Melkert-banen onder vuur liggen, omdat er te weinig mensen doorstromen naar regulier werk. 'Maar daar werd hier ook helemaal niet over gepraat. Het werd niet gestimuleerd. En bovendien: de tijd gaat snel. Je verzorgt je kind, je werkt, je hebt fijne collega's en een vaste baan.'

Daarom heeft ook zij tot voor kort nooit naar iets anders uitgekeken. Maar nu is ze daar wel mee bezig. Deze zomer volgde ze een cursus bij Sallcon, het geïntegratiebedrijf van de gemeente. 'Dan leer je solliciteren en je eigen mogelijkheden en beperkingen worden besproken.' Voor haar kwam daar uit dat ze kansen heeft als caissière, en, met een aanvullende opleiding, misschien zelfs als hoofdcaissière in een winkel. Ze is nu een vaste klant van het arbeidsbureau en heeft al vijf maal op een baan geschreven.

'Maar ja, in het ene geval krijgt je te horen, dat er ook een interne sollicitatieprocedure was en in het andere staat er zelfs al op het bord dat er meiden van 18 tot 23 jaar worden gevraagd.' Nu wacht ze op een reactie van de C1000 en een kledingzaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden