RECONSTRUCTIE

Dan klinkt er weer een knal, deze is nog harder

De hele vertrekhal van Zaventem is in witte mist gehuld. Even later volgt de klap in de metro. Een reconstructie van de aanslagen tijdens het spitsuur in Brussel. 'Ik zag mensen vanaf de roltrap naar beneden vallen.'

Brussel, dinsdagochtend bij het metrostation Maalbeek. Een paar tellen later zullen de omstanders zich om de liggende man bekommeren.Beeld Twitter

Het is iets voor achten in de ochtend als verslaggever Dennis Kranenburg van RTV Rijnmond met zijn vriendin bij een incheckbalie staat op vliegveld Zaventem. Ze gaan vandaag naar New York en ze staan achteraan in de rij. Er heeft net een vrouw tegen hem gezegd dat ze verkeerd staan. Dennis draait zich om. Hij wil iets tegen zijn vriendin zeggen.

Dan is er achter zijn rug een flits. Even daarvoor heeft een man iets in het Arabisch geroepen, zal een bagagemedewerker later verklaren. Er klinkt een enorme explosie, op dertig, veertig meter afstand. Gegil. Mensen duiken ineen.

'Wegwezen, wegwezen', roept zijn vriendin.

Maar Dennis voelt zich wonderlijk kalm. Het is niet slim om nu naar buiten te lopen, denkt hij. Wie weet loop je de daders tegemoet en is er nog iemand met een bom.

'Joh', zegt hij tegen zijn vriendin. 'Laten we nou even rustig blijven en niet blind gaan rennen. Even onze kop erbij houden.'

Dan klinkt er opnieuw een knal, vlak bij de Starbucks. Nog harder dan daarvoor. Platen van het plafond vallen naar beneden. Mensen duiken ineen. Sommigen raken bedolven onder de platen. Een stewardess zit beklemd in haar stoel.

'Máma', gilt een meisje. 'Máma. Mamáááááá.'

Mensen liggen over elkaar op de grond. Bewegingloos. Sommigen schreeuwen. Anderen beginnen te rennen. De hele vertrekhal is gehuld in een witte mist van stof. Er hangt een nare, penetrante geur. In de hal klinkt een doordringende piep.

In een reflex pakken Dennis en zijn vriendin hun koffers. Het enige waar hij aan denkt, is zijn vriendin. Als ze maar veilig is. Ze lopen. Rennen. Hotsend en botsend bewegen ze met hun koffers over de losliggende platen, over stoelen, over lichamen, over bagage.

'Ik zag een vrouw bij wie het bloed uit het hoofd kwam', zegt hij.

'O, wat erg', gilt zijn vriendin, al rennend. 'Kijk al die mensen.'

'Ik ben bang', zegt Dennis, 'dat ik ook doden heb gezien.'

Ze lopen een gang in, en nog een gang. Tot ze bij een deur komen. Daar staat een vrouw van het luchthavenpersoneel. 'Kom', roept ze tegen hen. 'Kom hierheen.'

Met tien, veertien man rennen ze de ruimte binnen. Even later barricaderen ze de deur met een grote kast. Mensen huilen. Ze zijn bang. Dennis en zijn vriendin weten op dat moment één ding: ze willen terug naar huis. Terug naar Nederland.

'Er is een incident'

luchthaven Zaventem

'Er is een incident', klinkt het door het vliegtuig van Delta. De Amsterdamse Daan Verhorst is zojuist geland. Vier dagen is hij weggeweest - om een begrafenis te bezoeken. 'Het zal toch niet', denkt hij als hij de boodschap van de gezagvoerder hoort. Snel daarna komt een nieuw bericht: 'Er is een explosie geweest.' Gevolgd door nog een bericht: 'Er zijn twee bommen afgegaan.'

Daan pakt zijn telefoon, net als de rest van de passagiers. Iedereen probeert te bellen, zoekt op internet naar meer informatie. Op Twitter ziet hij een foto van de gehavende vertrekhal. Door het raampje van het vliegtuig ziet hij geëvacueerde passagiers - degenen die op het punt stonden om te vertrekken, drommen buiten de vertrekhal samen. Wachtend op instructies.

Vluchten uit Zaventem.Beeld reuters

Glas in gezicht

Zaventem

In de hal staat ook taxichauffeur Wim Ortmans. Hij moet nog even een uitrijkaartje halen om zo weg te kunnen rijden met zijn klanten. Uit de automaat grijpt hij zijn bonnetje. Zijn pinpas zit er nog in als hij de klap hoort.

Vijf meter van hem gebeurt het. 'Ik zag mensen vanaf de roltrap naar beneden vallen', zegt Wim. 'Ze vielen over elkaar heen, over hun koffers heen.' Hij kijkt naar de grote glazen wand die door alle verdiepingen heen voor de liften zit. 'Die wand spatte gewoon uit elkaar', zegt hij. 'Mensen hadden glas in hun gezicht.'

Hij rent in paniek naar buiten. Vlak voor zijn voeten lopen twee kinderen van een jaar of zes. Ze huilen. Hij pakt ze bij hun arm en sleurt ze mee. Buiten zien ze hun moeder.

'Thank you', zegt de vrouw. 'Thank you.'

Slachtoffer in de armen

Zaventem

Bagagemedewerker Alphonse Youla loopt langs de ravage in de vertrekhal. Een slachtoffer hangt slap in zijn armen. Zijn felgroene broek raakt steeds verder besmeurd met bloed.

Al sinds vier uur vanochtend is Alphonse aan het werk op Zaventem. Hij stond vlak bij de plek van de explosies. En nu draagt hij het ene na het andere lichaam naar buiten.

Hij ziet zeker vijf doden. Zijn handen zitten onder het bloed. In totaal draagt hij zes of zeven mensen weg. Sommigen bewegen niet meer, of missen een lichaamsdeel. Hij helpt twee politieagenten die zwaar verminkte benen hebben.

Geklop op de deur

Zaventem

Door de vertrekhal klinkt een geëmotioneerde stem over de luidsprekers, aldus een getuige. 'We are experiencing an attack', zegt de stem in verschillende talen.

In de ruimte waar Dennis en zijn vriendin verstopt zitten, is het rustig. De mensen zeggen niet zo veel. Ze weten niet goed wat er daarbuiten gebeurt. Dan klinkt er geklop op de deur.

Het wordt doodstil. Ze weten niet wie er staat.

Opnieuw klinkt geklop. 'Ben je alleen?', roept iemand vanuit de kamer. 'Ja', klinkt het.

Dennis pakt een stoel en heft hem boven zijn hoofd. Hij gaat achter de deur staan, klaar om te slaan. Dan wordt de deur op een kier gezet. Het is veilig. Het is een veiligheidsmedewerker.

Ze lopen naar buiten, langs een zwartgeblakerde koffiebar. Uit het plafond komt een straal water. Op de vloer vermengt het water zich met bloed.

Ze passeren mensen die gereanimeerd worden. Iemand draait het hoofd van zijn vriendin de andere kant op. 'Kijk maar niet', zegt ze.

Ze worden naar een beveiligde ruimte gebracht, naast de start- en landingsbaan.

Een gewonde man wordt weggedragen op luchthaven Zaventam.Beeld reuters

'Uw aandacht alstublieft'

Metrostation Maalbeek

Het is rond negenen als Evan Lamos met de metro op weg is naar zijn werk voor mediabedrijf Euractiv. De metro heeft net het station Kunst-Wet verlaten.

Opeens voelt hij een klap van lucht. Alsof hij vlak voor een enorme ventilator staat. Zijn oren ploppen. De metro stopt. Het licht gaat uit en het geluid van de motor verdwijnt.

Een paar minuten lang hoort Evan een mechanische stem over de intercom melden dat er een technische storing is. 'Uw aandacht als-tublieft', zegt de kille stem. 'Er heeft zojuist een incident plaatsgevonden op deze lijn. We proberen het probleem op dit moment op te lossen. Dank voor uw geduld.'

De Brusselse metro stopt wel vaker plotseling, maar deze keer vertrouwt Lamos het niet. Na een paar minuten komt er uit een ander deel van de metro een medewerker aangelopen met een ladder. Als een van de deuren wordt geopend, dwarrelt rook naar binnen. Een voor een verlaten de passagiers het treinstel via de trap.

Met zijn smartphone filmt Lamos het tafereel. Hij is communicatiemedewerker. Een kind huilt hartverscheurend. Gillend.

Via het spoor lopen de passagiers in de richting van het station. Dat er in de metro voor die van hen een bom is ontploft, weten ze niet. Ze proberen adem te halen door hun kleding, om de rook niet in hun longen te krijgen. Toch hoesten ze.

Bij station Arts-Loi klimmen ze naar boven. Het leger en de politie komen hun tegemoet.

'Mag ik mijn ogen openen?'

Maalbeek

Buiten, aan de andere kant van de lijn, staat Orry van de Wauwer, een medewerker van een politieke partij. Hij werkt boven metrostation Maalbeek. Hij is al aan het werk als er een harde knal komt. Het hele gebouw trilt.

Eerst ziet hij de lichtgewonden uit de metrolijn naar boven komen. 'Mensen zaten onder het bloed', zegt hij.

Maar dan komen de zwaarder gewonden naar buiten. Sommigen worden door medepassagiers naar boven gesleept. Een deel van de mensen slepen ze naar binnen. Maar een ander deel is er zo slecht aan toe, dat ze hen niet verplaatsen. Mensen liggen op de stoep.

'Ik zag een man wiens haar volledig weg was', zegt Orry. 'Zijn gezicht en kleren waren volledig verschroeid.'

De man heeft brandwonden. Hij zit daar en zegt niets. Ineengedoken van de pijn. 'Hij kon nergens meer op reageren', zegt Orry.

De brandweer en de politie zijn snel ter plekke. Maar het zal volgens Orry een half uur duren voordat de ambulances komen.

Verderop ziet hij een vrouw. Het is een moeder met hoofdletsel. Haar haren zijn bijeengeplakt door het bloed en haar gezicht zit onder het stof. Naast haar loopt een jongetje van vijf. Ongedeerd.

'Mag ik mijn ogen opendoen?', vraagt het jongetje. 'Mag ik mijn ogen opendoen?'

'Nee', zegt zijn moeder.

Orry neemt de moeder en het jongetje mee naar een ruimte waar geen gewonden zijn. Pas daar mag hij zijn ogen weer openen. Hij heeft niets gezien van het oorlogstafereel.

Een beveiliger helpt een gewonde vrouw bij metrostation Maalbeek.Beeld AFP

Uitrijkaartje

Zaventem

Die middag haalt taxichauffeur Wim Ortmans een briefje tevoorschijn dat hij net voor de eerste explosie in zijn zak stopte. Het is het uitrijkaartje voor zijn taxi. Ortmans kijkt naar de tijd. Het is het moment waarop alles begon: 7 uur en 59 minuten.

'Godverdorie', denkt Wim Ortmans. 'Ik ben er nog.'

Deze reconstructie is gebaseerd op gesprekken met ooggetuigen en op een interview in De Standaard met Alphonse Youla.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden