Dammen verdrijven Birmezen

Met grof geweld maakt het Birmese leger de weg vrij voor vier gigantische stuwdammen. Het zoveelste hoofdstuk in de langstdurende burgeroorlog ter wereld....

KAMP EU THU HTA De theeblaadjes zaten nog in de brandblaren op zijn gezicht toen ze hem vonden. Zijn dorpsgenoten denken dat de grote ketel gloeiend hete thee die de Birmese soldaten boven zijn hoofd leeggoten Mu Kay het leven heeft gekost. Maar het ligt meer voor de hand dat de 57-jarige verbouwer van betelnoten is doodgebloed, nadat hij van vlakbij door beide dijen was geschoten.

Zijn doodsstrijd was een marteling. De 150 soldaten die het afgelegen dorp hadden opgeschrikt, bleven twee dagen wachten bij zijn stervende lichaam. Toen gingen ze weg. Toen de dorpsbewoners tevoorschijn kwamen uit hun schuilplaatsen, groeven ze voor hem een ondiep graf. Daarna verlieten ze hun dorp voorgoed.

De gruwelijke dood van deze boer staat niet op zichzelf. Het grootste offensief van het Birmese leger van de afgelopen tien jaar heeft al menig plattelandsbewoner het leven gekost. Ruim een jaar geleden ging het van start – in het kader van de ‘plattelandsontwikkeling’, om de weg vrij te maken voor vier gigantische stuwdammen met waterkrachtcentrales.

Het is het zoveelste bloedige hoofdstuk in de langstdurende burgeroorlog ter wereld. De strijd duurt al bijna zestig jaar. Miljoenen burgers zijn naar Thailand gevlucht, een half miljoen zijn op drift geraakt in Birma zelf. Maar dit jongste offensief in de wildernis, ver van het oog van de wereld, komt voort uit de wens van de militaire machthebbers de natuurlijke rijkdommen in het oosten van Birma in handen te krijgen. Daartoe onderwerpen ze sommige dorpen en verwoesten ze andere; de inwoners worden gedood of verjaagd.

Met het goud, de edelgesteenten, het tropisch hardhout en de elektriciteit kunnen de militaire machthebbers hun zakken vullen. Het grootste project is de bouw van de vier dammen in de rivier de Salween om goedkope elektriciteit op te wekken, voornamelijk bestemd voor Thailand.

‘Het bewind gebruikt ontwikkelingsprojecten als excuus voor kaalslag’, zegt Mark Farmaner van de Britse actiegroep Burma Campaign. ‘De generaals noemen het ontwikkelingsprojecten, maar het zijn gewoon hun goudmijntjes. Ze investeren veel geld in die dammen en zo en de opbrengst gaat regelrecht naar de dictatuur.’

Volgens het Thais-Birmese Grensconsortium, dat werkt in de vluchtelingenkampen, heeft het leger het afgelopen jaar in het oosten van Birma 232 dorpen verwoest en 82 duizend burgers van huis en haard verdreven. Het is een van die ontwikkeling-gerelateerde conflicten die worden beschreven in een pas verschenen rapport van Christian Aid; daarin wordt voorspeld dat tussen nu en 2050 wereldwijd een miljard mensen uit hun huizen zullen worden verdreven omdat de klimaatsverandering de schade die oorlogen, natuurrampen en ontwikkelingsprojecten toch al aanrichten nog groter maakt.

Het Birmese leger bedient zich van weerzinwekkende tactieken om zijn gezag te doen gelden. Dorpsbewoners krijgen maar een paar dagen de tijd om te verhuizen naar ‘hervestigingsplaatsen’ in de bestandsgebieden, waar opstandige etnische minderheden vredesverdragen met de regering hebben getekend. Vaak worden ze gedwongen om zonder enige vorm van betaling wegen aan te leggen. Afgelegen dorpen die van geen enkel strategisch belang zijn worden gebombardeerd en platgebrand, de rijstvoorraden worden vernietigd. Landweggetjes worden bezaaid met mijnen.

Dorpelingen die een legerpatrouille tegen het lijf lopen in de ‘zwarte zones’ die in handen zijn van de Karen National Union (KNU), worden zonder pardon doodgeschoten. Of nog erger. ‘De soldaten martelen hen’, zegt Naw Ler Htoo van de Karen-organisatie die leerkrachten opleidt in de kampen. ‘Ze snijden hun oren af en steken hun ogen uit. Dan laten ze de lijken achter, om de andere dorpsbewoners de stuipen op het lijf te jagen.’

De 34-jarige Naw Phaw Phaw weet waar het over gaat. Haar man is drie jaar geleden gedood door een landmijn en zelf moest ze met haar twee kinderen vluchten doen haar dorpje in de Karen-staat in maart met de grond gelijk werd gemaakt. ‘Ze hebben alle tien de huizen en de drie rijstschuren platgebrand’, vertelt ze. ‘De KNU had ons gewaarschuwd dat het leger in de buurt was en toen zijn we snel weggegaan. Toen we terugkwamen was alles verwoest. We zijn nog een paar weken gebleven, maar het ging echt niet. Er was niets meer te eten. Toen zijn we maar weggegaan.’

Het aantal burgers dat zich schuilhoudt in de jungle en op het randje van de hongerdood verkeert wordt geschat op 95 duizend. In de vluchtelingenkampen in Thailand is de bevolking uitgegroeid tot 153 duizend. Vorige maand kwam Naw Phaw Phaw uitgehongerd kamp Ee Thu Hta binnengestrompeld. Dit kamp is een jaar geleden opgericht door de Karen-leiding, toen Thailand nieuwe vluchtelingen bij de grens tegenhield. Bamboehutten bieden onderdak aan drieduizend mensen. Het kamp ligt aan de Salween en de grens met Thailand. Op nog geen twee uur lopen liggen drie Birmese legerposten, zodat iedereen voortdurend in angst leeft.

In de loop der jaren zijn veel onderzoeken verricht naar de gevolgen van de dammenbouw in de Salween. Maar een reeks van contracten met Chinese en Thaise bedrijven heeft de zaak de afgelopen anderhalf jaar in een stroomversnelling gebracht. Zij betekenen het einde van de Salween als laatste vrij stromende grote rivier van Zuidoost-Azië.

De bijzonderheden van de projecten worden geheimgehouden. Maar volgens de pressiegroep Salween Watch zijn vorige maand de werkzaamheden begonnen aan een waterkrachtcentrale en een dam bij Tasang, in de Shan-staat. De Birmese regering en de Thaise stroomproducent MDX hadden een jaar eerder een contract getekend ter waarde van 4,4 miljard euro voor de bouw van deze 7110 megawatt centrale. Het grootste deel van de elektriciteit gaat straks naar Thailand, voor een nog aan te leggen Aziatisch netwerk.

Het overstromen van grote gebieden zal nog eens 73 duizend mensen van hun land verdrijven, plus nog tienduizend in Thailand. Volgens milieudeskundigen zal het ecosysteem van de Salween worden verwoest en zullen 235 diersoorten worden bedreigd. Maar de grootste angst is toch die om de bevolking. ‘Die damprojecten betekenen alleen maar meer dwangarbeid, zowel aan de wegen als aan bouwwerkzaamheden zelf’, zegt Nay Tha Blay van Karen Rivers Watch. ‘Maar de Karen hebben geen enkel profijt van die dammen. De enige die het geld opstrijkt is de junta, en de Thais kunnen de goedkope elektriciteit mooi verkopen aan de rest van Azië.’

De Birmese burgeroorlog begon niet lang na de onafhankelijkheid in 1948 en de moord op Aung San, leider van de strijd tegen de Britten en vader van Aung San Suu Kyi, nu de leidster van de democratische oppositie, die nog altijd huisarrest heeft. De etnische minderheden van Birma vechten al jarenlang voor hun zelfbeschikkingsrecht.

In de jaren zeventig begon het bewind in Rangoon een ‘vier afsnijdingen’-tactiek: de opstandelingen werden afgesneden van informatie, voorraden, rekruten en voedsel. Maar nadat de strijd tientallen jaren op een lager pitje was voortgezet, sloot de junta bestandsakkoorden met verscheidene etnische verzetsgroepen. Het National Bevrijdingsleger van de Karen, dat zijn hoofdstad verloor toen Manerplaw in 1995 onder de voet werd gelopen, is de belangrijkste verzetsgroep die nog steeds vecht tegen het regeringsleger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden