DAMMEN: Hekstelling met vier randschijven

Het is inmiddels meer dan een half jaar geleden dat ik, naar aanleiding van mijn partij tegen René Schaafsma uit de onderlinge competitie van het Amersfoorts Damgenootschap, aandacht schonk aan het speltype van een hekstelling gecombineerd met een opgedrongen randschijf op 15 (wit) of 36....

In de rubriek van 2 juli had ik mij nog uitsluitend beziggehouden met het combinatieve aspect van het bedoelde speltype. Dat wil zeggen: ik was benieuwd naar de vraag hoeveel praktische toepassingen er zouden bestaan.

Dat aantal toepassingen nu bleek zeer gering. Met behulp van Turbo Dambase, respectievelijk mijn eigen geheugen kwam ik namelijk niet verder dan zegge en schrijve twee (!!) voorbeelden, te weten Bizot - Weiss 1910 en een competitiepartij N. Imming - M. van Dijk 1961. Ik was dan ook erkentelijk voor het nieuwe praktijkvoorbeeld dat Tjeerd Harmsma mij deed toekomen. Al voegde Harmsma er zelf al aan toe - en terecht, zoals u merken zult - dat het hier wèl de 'simpelste vorm' van het slagmechanisme-in-kwestie betreft.

Zie diagram volgende kolom

Zo stond het in de partij tussen Harmsma en Geert van Aalten uit het Nederlands Jeugdkampioen-

(...)

schap 1976. Na 38...21-26! zou zwart positioneel gewonnen staan, bij voorbeeld 39.43-38* 26-31 40.38-32* 8-12 41.32-27 31x22 42.28x8 13x2 en wit moet offeren (Harmsma). Maar toen Van Aalten in plaats daarvan 38...8-12? speelde, was het juist Harmsma die combinatief aan het langste eind trok:

39.35-30!! 24x35 40.47-41! 36x47 41.28-23! 19x28 42.33x22 47x24 43.34-30 25x34 44.39x26 +.

Daarmee is het aantal praktische toepassingen dus op drie gekomen. Maar Harmsma's veronderstelling dat ik 'wel meer van dergelijke zetjes' zou krijgen, is tot dusver onjuist gebleken. Geen lezers? De lezers geen postzegels? Of zou dit type combinatie zich inderdaad hoogst zelden in werkelijkheid voordoen? Hoe dan ook - ik houd u op de hoogte van eventuele nieuwe ontwikkelingen op dit terrein.

Een mogelijke verklaring voor het geringe aantal combinatieve winsten in het bedoelde speltype zou kunnen zijn dat hekstellingpartijen met een randstuk op 15 sowieso weinig voorkomen: zelfs na raadpleging van 'TDAM' kom ik nog niet aan de dertig! Maar het zijn voor het merendeel wèl interessante en/of mooie partijen.

Daarvan twee voorbeelden. Het stellingsbeeld dat in de eerste partij door zwarts 25ste zet in het leven wordt geroepen: een hekstelling met liefst vier(!!) schijven op de lange diagonaal, biedt een wel zeer uitzonderlijke aanblik.

Adema-Scholma

(Fries kampioenschap 1975)

1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 20-25 5.31-26 16-21 6.32-28 21-27 7.36-31 27x36 8.26-21 17x26 9.28x6 18-22 10.37-32 12-17 11.41-37 7-11 12.32-28 11-16 13.37-32 15-20 14.42-37 10-15 15.37-31 26x37 16.32x41 19-24 17.41-37 8-12 18.48-42 14-19 19.46-41 9-14 20.38-32 22-27 21.32x21 17x26 22.37-32 12-17 23.41-37 17-21 24.43-38 2-8 25.49-43 4-10 26.28-22 3-9 27.32-28 8-12 28.22-17 13-18 29.17x8 18-22 30.28x17 21x3 31.37-32 26-31 32.32-28 9-13 33.38-32 3-8 34.32-27 31x22 35.28x17 8-12 36.17x8 13x2 37.43-38 16-21 38.42-37 21-26

(...)

Wit moet offeren. Het kan haast niet anders of Scholma moet 'ergens' in het vervolg de winst hebben laten liggen.

39.35-30 24x35 40.29-23 19x28 41.33x22 20-24 42.38-33 14-19 43.22-18 15-20 44.33-29 24x33 45.39x28 19-24 46.18-13 24-30 47.34-29 20-24 48.29x20 25x14 49.37-32 26-31 50.28-22 14-19 51.13x24 30x19 52.22-18 2-7 53.40-34 10-14 54.34-29 5-10

55.44-39 10-15 56.39-33 14-20 57.33-28 20-24 58.29x20 15x24 59.28-22 24-30 60.32-28 30-34 61.22-17 35-40 62.28-23 19x28 63.18-13 40-44 64.13-8 44-49 65.8-3 49-35 66.3-25 34-40 67.45x34 35-8 68.25-14 8x26 69.14x46 26-8 70.46-5 7-12 71.34-29 8-13 72.5-10 13-2

Remise.

Goichman-Andrejev

(Eerste Liga USSR 1986)

1.33-29 18-23 2.29x18 13x22 3.38-33 12-18 4.31-26 7-12 5.36-31 9-13 6.32-27 1-7 7.41-36 19-23 8.46-41 20-25 9.34-30 25x34 10.40x29 23x34 11.39x30 14-19 12.30-25 10-14 13.44-39 5-10 14.42-38 19-23 15.47-42 15-20 16.39-34 23-28 17.45-40 28x30 18.35x15 13-19 19.38-33 19-23 20.40-35 8-13 21.35-30 14-19 22.42-38 10-14 23.49-44 2-8 24.33-29 23x34 25.30x39 19-24 26.48-42 14-19 27.38-33 3-9 28.42-38 9-14 29.44-40 19-23 30.40-34

Zie diagram volgende kolom

Daar 30...13-19? niet gaat wegens 31.34-29! enz. met dam, terwijl op 30...24-30(?) sterk 31.33-29! zou volgen, lijkt wit zonder meer goed te staan. Maar Andrejev plaatst een prachtig (schijn)offer waardoor Goichman, die bovendien in ernstige tijdnood verkeert,

(...)

kennelijk uit zijn evenwicht wordt gebracht.

30...16-21(!!) 31.27x16 13-19(!) 32.25-20!

Inderdaad moet wit zo snel mogelijk afstand doen van het vergiftigde geschenk.

32...14x25 33.37-32 8-13 34.31-27! 22x31 35.26x37! 24-29 36.33x24 19x30 37.32-28 23x32 38.37x28 13-19 39.36-31 18-23 40.38-32?!

Misschien niet echt fout, maar na 40.31-26! 23x32 41.38x27 had wit vermoedelijk zelfs gewonnen gestaan!

40...12-18 41.43-38 7-12 42.16x7 12x1 43.31-27?

Met nog maar één minuut op de klok wordt Goichman het slachtoffer van een simpel damzetje. Weliswaar was 43.38-33? eveneens foutief geweest wegens 43...30-35! (dreigt 44...35-40! en 45...19-24 +) 44.50-44 4-10!! en 45...35-40! enz. met winst door overmacht, maar na 43.41-36! had wit nog steeds uitstekend spel gehad.

43...4-10! 44.15x4 6-11 45.4x22 19-24 46.28x19 17x46

Wit geeft het op.

Tot slot ben ik u nog de oplossing verschuldigd van het Teletekst-probleem van vorige week dinsdag. (In cijfers: tien zwarte schijven op 8, 12, 14, 16/19, 22, 24 en 29; tien witte schijven op 26/28, 31/33, 38/40 en 48.) Dat wil zeggen: deze uit 1933 daterende compositie kent maar liefst drie (!) winnende oplossingen, reden waarom ik vorige week zo vrij was van een 'mislukt' probleem te spreken. Behalve namelijk met het simpele 1.39-34 + kan wit ook op de volgende twee manieren winnen:

1) 1.26-21 17x37 2.32x41 22x31 3.28-23 19x28 4.33x2 31-36 (zwart heeft niet beter) 5.2x35! 36x47 6.38-33!! 29x38 7.39-33!! 38x29 8.48-42! 47x38/33 9.40-34 29x40 10.15x20/25 +.

Hoewel het mij natuurlijk niet ontging dat de slotstand onscherp was en dat de schijven op 14 en 16 lelijk 'figureerden', twijfelde ik er niet aan dat dìt de door de auteur beoogde oplossing moest zijn - daarvoor zijn de gebeurtenissen op het baanvak 47/29 gewoon tè geestig. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik het volgende scherm opriep en de 'echte' oplossing een geheel andere bleek te zijn:

2) 1.40-34 29x40 2.39-34 40x29 3.26-21 17x37 4.28x17 37x39 5.48-43 12x32 6.43x3 32x43 7.3x49 en wit wint het (scherpe!) eindspelletje, zowel na 7...19-24 8.49-38 24-30 9.38-43 30-35 10.43-49 enz. als na 7...19-23 8.49-38! 23-28 9.38-49 28-33 10.49-43 +.

Twee sluitende bij-oplossingen voor een probleem - zelfs voor een partijspeler als ik is dat domweg tè veel om nog met de mantel der liefde te bedekken. Maar het komt vermoedelijk slechts zelden voor dat de bij-oplossing (of - zoals in dit geval - één van de bij-oplossingen) haast even veel spectaculair slagwerk te zien geeft als de auteursoplossing!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden