DAMMEN: Grondige analyse toont geluk aan

Ik geloof dat het Botwinnik was, de onlangs op hoge leeftijd overleden oud-wereldkampioen der schakers, die er met enige regelmaat op wees hoe belangrijk het wel niet voor een speler kon zijn om zijn eigen partijen grondig te analyseren....

Hoe anders was dat vroeger! Tot mijn drieëntwintigste hield ik mij tijdens toernooien maar met één ding bezig, te weten of ik wel voldoende partijen won om mijn concurrenten vóór te blijven. De vraag daarentegen wat er in die partijen buiten het werkelijke verloop allemaal mogelijk was geweest, interesseerde mij niet of nauwelijks. Bovendien nam ik in die periode (1961-1973) aan zoveel wedstrijden deel dat er vrijwel geen tijd overbleef om zoiets als de ultieme waarheid inzake een bepaalde stelling boven water te krijgen.

Hoe ver mijn vroegere benadering van dammen als (louter) wedstrijdsport afstaat van de manier waarop ik mij vandaag de dag met het spel bezighoud, werd mij afgelopen week weer eens duidelijk. De redactie van een toonaangevende (dam-)uitgeverij had mij gevraagd een beknopte analyse te maken van een uit 1965 daterende partij. Die analyse diende summier en zakelijk te worden gehouden; zij mocht de lengte van één A4-tje onder geen beding overschrijden.

Het lukte mij nìet. De partij in kwestie, die ik nog nooit serieus had onderzocht, hield mij dagenlang gevangen. Met name met betrekking tot het late middenspel en het eindspel deed ik enkele opmerkelijke vondsten die - zo vond ik - bij publikatie domweg niet mochten sneuvelen. Mijn 'opdracht' heb ik dan ook teruggegeven; de analyse bied ik de (Volkskrant-)lezer bij deze aan.

Onderstaande partij werd (op slechts elf dagen na) dertig jaar geleden gespeeld in het kampioenschap van Noord-Holland. Mijn tegenstander: de Haarlemmer Wim de Jong, was op dat moment al vier maal Nederlands kampioen geweest. Zelf moest ik nog zestien worden, maar ik had al wèl een partij van de toenmalige wereldkampioen Sjtsjogoljev gewonnen.

W. de Jong - Sijbrands

(kamp. Noord-Holland 1965)

1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-29 20-25 6.39-34(!) 19-23 7.28x19 14x23 8.32-28(!) 23x32 9.37x28 16-21 10.41-37 11-16 11.37-32!

Dit is veel beter dan 11.38-32?! 21-26! 12.43-38 7-11! enz., dat in de loop der jaren heel wat slachtoffers heeft gemaakt.

11...7-11 12.35-30(!)

De Jong behandelt de opening buitengewoon energiek. Met zijn 6e, 8e en 12e zet berooft hij zwart konsekwent van de mogelijkheid 15-20-24x14 door te zetten. Het witte openingsspel in deze partij maakte destijds zoveel indruk op mij dat ik er een klein jaar later, in mijn allereerste ontmoeting met Andreiko, geen millimeter van zou afwijken!

12...10-14 13.44-39 5-10

Andreiko nam hier een opstelling in met 13...14-20 14.50-44 9-14. Na 15.31-27 22x31 16.36x27 3-9 17.42-37! 5-10 18.30-24! stond wit goed - voorlopig althans.

14.50-44 14-20 15.30-24 21-27 16.32x21 17x37 17.42x31 10-14 18.28x17 12x21 19.33-28 21-26 20.47-42! 26x37 21.42x31 14-19 22.40-35 19x30 23.35x24 16-21 24.48-42! 21-26 25.42-37

Met krachtige manoeuvres wordt zwart vrijwel alle tegenspel uit handen geslagen. In elk geval komt van de verhoopte actie tegen 24 niets terecht. En voor een constructieve omsingeling is de zwarte stand evenmin geschikt, zoals het partijverloop uitwijst:

25...11-17 26.45-40 8-12 27.38-32! 3-8 28.31-27! 9-14 29.43-38 6-11 30.27-21

Allerminst zwak - integendeel zelfs. Maar misschien was gewoon 30.38-33! 11-16 31.40-35! nog sterker geweest. Na bij voorbeeld 31...17-22 32.28x17 12x21 33.33-28 8-12 34.49-43! dreigt zwart regelrecht te worden overspeeld.

30...11-16 31.39-33?

Maar hiermee begeeft De Jong zich op een dwaalspoor. Na 31.40-35! 19x30 32.35x24 18-22 33.38-33 (of ook 33.38-32 22x33 34.39x28) had wit nog altijd voortreffelijk gestaan. De tekstzet stelt zwart onnodig in de gelegenheid de vijandelijke aanval af te breken.

31...16x27 32.32x21 14-19 33.44-39 19x30 34.29-23 18x29 35.33x35 13-18

Absoluut gedwongen in verband met de dreiging 36.28-22! en 37.38-33 +.

36.36-31 2-7

En hier diende een dam te worden opgeworpen tegen de dreiging 37.31-27! gevolgd door 38.28-22 +. Maar hoewel zwart zwaar moet verdedigen, lijkt er van winnend voordeel voor wit niet langer sprake.

37.35-30 8-13 38.30-24 20x29 39.34x23 18x29 40.39-33

De Jong is nog steeds op het volle pond uit. Met 40.40-34, 41.28-22, 42.38-33 en 43.33x2 had hij naar remise kunnen afwikkelen.

40...29-34! 41.40x29 25-30!

Zo blijft zwart nog net op de been. En na wits volgende zet(ten) blijkt er zowaar nog méér voor hem in te zitten...

42.49-44?

Een ernstige fout, als gevolg waarvan de partij een uiterst onlogische uitslag krijgt...

42...7-11!!

Zie diagram

Plotseling zijn de bordjes verhangen. Doordat 43.21-16? niet gaat, raakt wit verzeild in een vleugelopsluiting die hem, voornamelijk vanwege het feit dat zwart ook de andere bordrand controleert, noodlottig dreigt te worden. Zo zou er na 43.31-27 11-16 kunnen volgen 44.44-39 30-35! 45.39-34 15-20! 46.28-23 13-18! 47.23-19 17-22 48.19-14 (ook 48.37-31 en 49.29-23 enz. verliest) 22x42 49.14x25 16x27 50.38x47 35-40(!) 51.34x45 27-32 en zwart wint probleemloos.

Maar wit kan zich veel hardnekkiger verdedigen door in deze spelgang niet 44.44-39 maar 44.28-23(!) te doen. Op 44...15-20 volgt dan het offer 45.23-19! 13x24 46.29-23!, zodat zwart vermoedelijk het beste 44...4-9! speelt. Daarop zijn de volgende onderhoudende varianten mogelijk:

1) 45.33-28(?) 9-14 46.38-33 15-20 47.44-39 30-35 48.39-34 13-19! 49.37-32 26-31! 50.27x36 16x38 51.33x42 19-24 +.

2) 45.44-40(?) 13-18!! (veel nauwkeuriger dan 45...30-35?! 46.40-34 15-20 47.33-28 9-14 48.38-32! enz.) 46.37-31 (46.23-19? 30-34! +) 26x37 47.27-22 17x39 48.38-33 39x19 49.40-35 16x27 50.35x42 en zwart wint door in het resterende 3x2 eindspel zijn plusschijf terug te geven, bij voorbeeld 50...12-18 51.42-38 15-20! 52.38-32/33 20-24! 53.29x20 18-22/23 +.

3) 45.37-31! 26x37 46.33-28 17x26 47.27-21(!!) 16x27 48.29-24 30x19 49.23x3 27-31 (49...27-32 50.3x17 32x43 51.44-39! 43x34 52.28-23! en altijd 53.17-6 =) 50.3x17 37-41 51.28-22! en winst voor zwart wordt problematisch. Ter illustratie: 51...31-36 52.17-6 13-19 53.22-17 19-24 54.17-12 41-47 55.12-8 47x50 56.8-2 24-29 57.2-11! 50-45 58.11-16! met de niet te pareren dreiging 59.16-21 =.

43.21-16?

Wit kiest de weg van de minste weerstand. Zelfs het offer 43.29-24 30x19 44.21-16 13-18 45.16x7 12x1 46.31-27 had meer verdediging gegeven dan de tekstzet, die in een kansloos eindspel resulteert.

43...30-34! 44.16x9 34x43! 45.44-39 43x34 46.31-27 4x13 47.27-21 17-22

Dit wint inderdaad gemakkelijk door overmacht. Maar dertig jaar na dato blijkt dat zelfs 47...34-40! 48.21x12 13-18! 49.12x23 40-44 zou hebben gewonnen, en ik was aangenaam verrast te merken dat die winst met behulp van liefst drie(!) sierlijke motiefjes tot stand komt. Men zie: 1) 50.23-19 44-49 (ook 44-50-22 is toereikend) 51.33-28 49-44! 52.37-32 44x22 53.32-28 22x33 54.19-13 33-17! 55.13-9 17-22! 56.9-3/4 22-17/36 +.

2) 50.23-18 44-50 51.33-29 50-45 52.29-23 45-34!! (want zwart moet schijf 15 tot elke prijs laten staan) en nu:

2.1) 53.23-19 34x12 54.19-13 12-3 55.37-32 26-31 56.32-28 31-36 57.28-22 36-41 58.22-17 3x26 59.13-9 26-3! 60.9-4 41-47! en altijd 61...3-9!! en 62...47-36 +.

2.2) 53.37-32 26-31 54.32-28 (zo wint wit een tempo ten opzichte van de vorige variant; maar:) 54...31-36! (alleen zo) 55.23-19 (met 28 lopen is kansloos na 36-41-46) 34x12 56.28-23 12x29 57.19-13 29-12 58.13-9 12-3! 59.9-4 3-21! en altijd 60...21-27 +.

48.21-16 34-40 49.16-11 40-44 50.11-7 44-49

En vooral niet 50...44-50?? 51.37-31! enz.

51.7-1 22-27 52.1-34 49-44

Wit geeft het op.

Een veelbewogen duel, waarin vrouwe Fortuna het zwartspelertje wel erg gunstig gezind was!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden