DAMMEN: Eerste klasse B is geen onderbond

Een nìet-ingewijde zou het misschien niet zo gauw verwachten, maar die fantastische partij Roozenburg-Scholma die ik hier vorige week besprak, werd niet in de Hoofdklasse maar in de Eerste Klasse B gespeeld....

Sinds ik voor het Amersfoorts Damgenootschap uitkom (1991), heb ik jaarlijks steeds één remise moeten toestaan. En hoewel ik elke keer in principe natuurlijk een honderd procent-score nastreef, kan ik met mijn traditionele 21 uit 11 ook heel goed leven.

Maar tradities houden - zoals bekend - niet altijd stand. Dit seizoen ben ik (terwijl de laatste wedstrijd nog gespeeld moet worden) al twee punten kwijtgeraakt! En het verontrustende is dat dat gebeurde in partijen tegen zeer jonge en - bijgevolg - relatief onbekende spelers. Wat heet: Erwin van Hierden (DES/Lunteren) en Martin Dolfing (Het Noorden, Groningen) zijn dermate jong dat ze - naar ik vrijwel zeker meen te weten - zelfs samen nog niet boven de vijfendertig komen!

Nu was - voor zover ik tenminste heb kunnen constateren - op mijn remise met Dolfing in het geheel niets aan te merken: op de momenten dat het er werkelijk om ging, deed mijn jeugdige tegenstander steeds 'gewoon' de beste zet! Maar de partij met Van Hierden viel bepaald niet onder het hoofdstuk 'correcte puntendelingen'. Een kritische beschouwing leert namelijk dat ik in dit veelbewogen duel zelfs tot driemaal toe de winst verzuimde...

Sijbrands-Van Hierden

(Clubcompetitie 1994/'95)

1.33-28 17-21 2.39-33 21-26 3.44-39 11-17 4.50-44 7-11 5.31-27 1-7 6.28-23 19x28 7.32x23 18x29 8.34x23 20-24 9.40-34 24-29 10.33x24 14-19 11.23x14 9x40 12.45x34 4-9 13.39-33 10-14 14.35-30 13-19 15.44-40 8-13 16.30-25 2-8 17.34-30 5-10 18.40-35 17-22 19.27x18 12x23 20.30-24 19x30 21.25x34 14-19 22.36-31 10-14 23.34-30 7-12 24.31-27 12-18 25.43-39 11-17 26.49-43 8-12 27.37-32 15-20 28.33-28

Weliswaar heeft wit de beoogde omsingeling van het zwarte centrum niet kunnen doorzetten (wat impliciet een compliment aan het adres van Van Hierden inhoudt!), maar de gesloten klassieke stelling die ervoor in de plaats komt, bevat eveneens diverse spanningselementen.

28...20-24 29.41-37 17-21 30.38-33 12-17 31.42-38 17-22 32.28x17 21x12 33.33-28 14-20 34.38-33 6-11 35.47-42 11-17 36.42-38 20-25 37.46-41 25x34 38.39x30 17-21?

(...) Ook na 38...9-14 39.43-39! zou wit waarschijnlijk goede kansen hebben gekregen. Maar met eerst 38...3-8!, dat 39.43-39 onaantrekkelijk maakt in verband met het (schijn)offer 39...16-21! en 40...18-22, had zwart het gelijk kunnen houden.

De tekstzet stelt wit in de gelegenheid een kansrijke Ghestem-doorstoot te plaatsen:

39.28-22!?

Hiermee probeert wit op een explosieve en snelle ontknoping aan te sturen. Het eerste gedeelte van die wens zal in vervulling gaan, het tweede nìet... Overigens kwam ook gewoon 39.43-39 sterk in aanmerking.

39...23-29 40.37-31!

Dit was waarop ik gehoopt had. Daarbij speculeerde ik erop dat mijn tegenstander, die in deze fase met nauwelijks minder ernstige tijdnood te kampen had dan ik, zich op dit moment nìet zou realiseren dat zwart na 40...26x39(!) 41.43x14 21x43 42.30x17 18x27 43.48x39 9x20 44.17-12 27-31! 45.12-7 31-36 46.41-37 16-21 47.7-1 21-27 48.1-29 27-32! 49.37x28 36-41 50.29x15 wel degelijk op veld 46 kan promoveren en daarmee een 4x2 dammeneindspel op het bord kan brengen dat sterk naar remise tendeert.

40...26x17(?) 41.27-22! 17x39 42.43x14 9x20 43.30x26

Wit staat een vol stuk voor, de strijd lijkt gestreden. Maar in werkelijkheid bevinden we ons nog niet eens op tweederde van het gevecht...

43...20-24 44.48-43 3-9 45.43-39 18-23 46.41-37 9-13 47.37-32?

Met de vlag vrijwel op vallen mist wit hier voor de eerste maal de winst. Correct was een opstelling met 47.37-31! (47...13-18) en 48.38-32! - zwart loopt dan gewoon vast.

47...13-18! 48.32-27

Er is niet beter.

48...23-28! 49.38-33 18-22 50.27x18 28-32

De klokcontrole is gehaald. Het ontstane 5x3 eindspel, dat spoedig tot een 4x2 zal worden gereduceerd, is moeilijk op zijn exacte waarde te schatten.

51.18-12 32-37 52.12-7 37-42 53.7-1 42-48 54.1-34 48-37 55.34-29 37-48 56.29x15 48x25!

Op 56...48x34? doet wit 57.15-4! en 58.4-27!, waarna zwart kansloos is. Datzelfde 57.15-4? zou nu falen op de remise-forcing 57...16-21!! 58.26x17 25-20 59.33-28 20-14 60.28-22 14-3 61.17-11 3-17 =.

57.15-10(!)

Zonder vrees voor 57...25-20??, waarop wit behalve 58.33-28? (58...20-3! =) óók 58.10-37! + kan doen.

Overigens had ik tijdens de partij het gevoel (maar ook niet veel meer dan dat) dat zwart op dit moment nog steeds remise moest kunnen maken door zijn dam op de diagonaal 36/4 te posteren. Daar echter onmiddellijk 57...25-9? faalt op 58.10-4! (58...9-36?? 59.33-29! +), is zijn volgende zet onbetwist de sterkste:

57...25-3! 58.10-32

(...)

58...3-17(?)

Maar hierna staat zwart, wel twee zetten lang, definitief verloren. Aangewezen was 58...3-9! Wit kampt dan met het probleem dat hij voortdurend met de afruil van de beide dammen rekening moet houden. Daardoor is niet alleen 59.33-29?? uitgeschakeld (59...9-27! =), maar zou het bij voorbeeld ook na 59.35-30? 9-22! op slag remise zijn: er volgt òf 60.33-29 22-27! =, òf 60.32-28 22-13! 61.30-25 en nu eerst 61...16-21! en dan pas 62...13-24 =.

59.32-28!

Weliswaar gedwongen (59.33-29? 17-22! 60.32-46 22-50 61.46-32 50-22 enz. met herhaling van zetten), maar tevens sterk.

59...17-6 60.35-30

Idem.

60...6-1 61.30-25?

In zekere zin de zwaarste fout van de partij. Zonder dat er van tijdnood sprake is (al staat die er wèl weer aan te komen), geeft wit voor de tweede maal de winst uit handen. Pas nadat ik mijn 61e zet gedaan had, besefte ik dat ik 61.28-22! had moeten spelen. 61...1-6 62.33-28 6-1 63.22-27 enz. is dan geen bezwaar, en op alle andere zetten maakt wit met 62.22-27! het laatste remisegevaar onschadelijk. Zwart kan de strijd nog even rekken door met zijn dam de lange diagonaal te bezetten (61...1-23 62.22-27 23-41), maar uiteindelijk gaat wit probleemloos winnen.

61...1-18!

Van Hierden grijpt zijn laatste kans. Als ik mij niet vergis, is het vanaf dit moment weer ('definitief') remise!

62.28-41 18-22! 63.33-29 22-44 64.41-32 44-22 65.25-20

De enige manier om zetherhaling uit de weg te gaan. Maar nu staan wits schijven als het ware op het verkeerde been.

65...22-9! 66.20-15 9-18! 67.29-24 18-13! 68.32-19 13-9! 69.15-10

Als wit met zijn dam op de diagonaal 46/5 blijft, herhaalt zwart met 69...9-13 enz. de zetten. En na 69.19-8/2 9-22! kan de afruil van 26 uitsluitend met 70.8-19 22-9! enz. worden tegengaan.

Na de tekstzet kan zwart een 3x1 eindspel op het bord brengen door eerst 69...16-21! 70.26x17 en daarna pas 70...9-4! 71.10-5 4-15 = te doen. Maar in de tweede tijdnoodfase (mijn vlag stond inmiddels weer op vallen) gaat er aan weerskanten het één en ander mis:

69...9-4?? 70.10-5??

Verschrikkelijk: Beide spelers overzien dat wit met 70.19-37! in één zet kan winnen!

Na de tekstzet had ik nog de euvele moed te hopen op 70...4-15?? 71.19-37 +. (Pas op dat moment drong het vreselijke besef tot mij door dat die dam ook al een zet eerder naar datzelfde veld had gekund...) Maar in de herkansing doet Van Hierden het wèl goed:

70...16-21!

Alsnog.

71.26x17 4-15!

Remise.

Een passend resultaat: wie zoveel kansen onbenut laat, verdient niet beter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.