DAMMEN: Dramatische partij markant figuur

In de rubriek van 19 december beloofde ik terug te zullen komen op een partij van Theo Tielrooij, de markante IJmuidenaar die onlangs op..

64-jarige leeftijd overleed. Het ging om de partij die Tielrooij op de slotdag van de halve finales 1974 speelde tegen wijlen Freek Gordijn.

Bij winst in dat duel zou Tielrooij zich voor de tweede maal geplaatst hebben voor de eindronden van ons nationaal kampioenschap, waaraan hij ook in 1973 had deelgenomen. Tielrooij kwam inderdaad gewonnen te staan, huizenhoog zelfs. Maar een levensgrote fout op de 43e zet stelde Gordijn in de gelegenheid met remise te ontsnappen.

Hieronder een bespreking van deze kolkende en - voor Tielrooij en zijn aanhangers - bepaald dramatisch verlopen partij, die ook vanuit openings-theoretisch oogpunt interessant is.

Tielrooij-Gordijn (halve finales NK 1974)

1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10

In de eerste helft van de jaren zeventig stond de theorievorming inzake de Keller-variant nog in de kinderschoenen. Doorgaans reageerden de zwartspelers op 9.30-24 met 9...21-27, een in onze dagen vrijwel uitgestorven voortzetting, terwijl soms ook het agressieve 9...23-28 werd gedaan. Met 9...5-10 daarentegen, tegenwoordig de meest gespeelde zet, was anno 1974 in slechts vier partijen ervaring opgedaan. En 10.33-28 enz., de 2x2 ruil waarmee Tielrooij van zwarts laatste zet tracht te profiteren, was tot februari 1974 überhaupt nog nooit voorgekomen!

10.33-28 22x33 11.39x19 14x23 12.37-32

Als scherper geldt 12...38-32; maar dat zou pas in augustus 1974 in een partij tussen Jannes van der Wal en Eddie Drost, de broer van de latere Nederlandse kampioen Frank Drost, voor het eerst worden gespeeld.

Het bezwaar van de tekstzet is dat zwart zich al meteen los kan werken met het schijnoffertje 12...21-27 13.32x21 11-16. Maar ook na het door Gordijn gekozen vervolg blijven dergelijke bevrijdingspogingen tot de mogelijkheden behoren:

12...11-16 13.36-31 7-11 14.31-27 9-14?

Maar hiermee begeeft Gordijn zich op (te) glad ijs. Aangewezen was 14...23-28! 15.32x23 21x32 16.38x27 17-21 17.26x17 11x31, zoals onder

meer gespeeld werd in de (door de zwartspeler gewonnen!) partij Vatoetin-Voronitsj, Wit-Russisch kampioenschap 1996. De tactische rechtvaardiging voor die decorwisseling schuilt in een damzetje dat Peter Schellekens in het open toernooi van Brunssum 1994 uitvoerde tegen de Belg Wollaert: 18.41-36?? 31-37! 19.42x31 12-17! en 21...13-18 +.

Met de tekstzet laat zwart de laatste gelegenheid voorbijgaan om zich

van de rechter vleugelopsluiting te ontdoen. En die opsluiting zal, juist door de combinatie met de vijandelijke Roozenburg-opstelling aan de andere bordrand, niets minder dan een strategische catastrofe tot gevolg hebben!

15.44-39 3-9 16.38-33 20-25 17.42-38 14-20 18.47-42 9-14 19.42-37 14-19 20.40-35 19x30 21.35x24 10-14 22.45-40 14-19 23.40-35 19x30 24.35x24 4-9

Zie diagram 1

25.48-42?

Een grove onnauwkeurigheid die evenwel zonder gevolgen zal blijven. Wit h...d 25.37-31! moeten spelen. Vanuit die stelling, die zestien jaar later via een andere zettenreeks (12.38-32 9-14 13.40-35 11-16 14.37-31 7-11 15.31-27 enz. enz.) in de competitiepartij Karregat-M. Vissers op het bord zou komen, had er namelijk kunnen volgen 25...9-14 (25...2-7?? 26.33-28! met dodelijke tempodwang) 26.41-37!, waarna zwart twee serieuze mogelijkheden heeft:

1) 26...14-19 (na 26...23-28 27.33x22 17x28 28.26x17 11x22 29.32x23 13-19 (29...6-11? 30.27-21!! gevolgd door 31.46-41 en 32.49-44 +) 30.24x13 8x28 31.38-32 enz. ziet zwart de geofferde schijf niet meer terug) 27.27-22! 18x36 28.29x9! 20x40 29.39-34 40x29 30.33x13 8x19 31.37-31! 36x27 32.9-4 met een ruimschoots winnende dam-voor-twee-stukken. Eén enkel voorbeeldje: 32...25-30 33.4x36 30-35 34.49-44 19-24 35.32-27! 21x32 36.38x27 en zwart staat machteloos tegen dreigingen als 37.44-40! gevolgd door 38.27-21 +.

2) 26...2-7 27.46-41! (in de zoëven genoemde partij Karregat-Vissers 1990 wikkelde wit te vroeg af met 27.33-28? 14-19 28.27-22 18x36 29.29x9 20x40 30.39-34 40x29 31.28-22 17x28 32.32x14, hetgeen hem na 32...36-41!, 33...41x32! en 34...11x31 op een wel erg grote materiële

achterstand kwam te staan) en nu een laatste splitsing:

2.1) 27...14-19 28.41-36 19x30 29.27-22 en zowel na 29...18x27 30.29x9 als na 29...17x28 30.33x22 18x27 31.29x9 kan zwart het opgeven.

2.2) 27...18-22 28.27x7 14x3 29.29x18 20x40 30.18-13! 8x19 31.39-34 40x29 32.33x13 en opnieuw is zwart totaal overspeeld.

Met andere woorden: vanuit de eerste diagramstand kon wit vrijwel geforceerd winnen. Het gespeelde 25.48-42? stelt zwart echter in de gelegenheid te ontsnappen met remise, en mogelijk zelfs meer dan dat...

25...9-14?

Maar Gordijn ziet het evenmin. Met 25...25-30!! 26.34x3 23x34 27.39x30 13-19 28.24x22 17x48 29.26x17 11x31 30.36x27 48x35 kon zwart

afwikkelen naar een makro-eindspel (7x6) waarin hij een volle schijf méér zou hebben gehad!

Na de foutieve tekstzet is voor wit alles weer in orde:

26.41-36! 2-7 27.46-41!

Zie diagram 2

Tielrooij koestert terecht geen vrees voor 27...14-19 28.49-44! (het

laatste tempo!) 19x30 29.27-22! enz. +, noch voor het enige alternatief dat zwart rest: 27...18-22 28.27x9 14x3 29.29x18 20x40 30.18-13!

De thematische tegenstoot, bekend van zulke uiteenlopende partijen als Dallinga-Koppelaar (clubcompetitie 1972), Dibman-Van den Borst (Minsk 1983) en Karregat-W. Poot (clubcompetitie 1993/1994). In dit laatste geval ging het zelfs om (vrijwel) dezelfde positie: het enige

verschil was dat 36 op 31 stond en 42 nog op 47!

30...8x19 31.39-34 40x29 32.33x13 21-27 33.32x21 16x27

Mèt een witte schijf op 31 is de zwarte stand doorgaans rijp voor onmiddellijke capitulatie. Onder de gegeven omstandigheden kan hij nog doorspartelen, al is het duidelijk dat aan de uitslag niet veel te veranderen valt.

34.37-32!

Dit is inderdaad veel sterker dan meteen 34.13-8? 17-21! enz.

34...11-16 35.32x21 16x27 36.38-33 25-30 37.13-8

Nu pas.

37...30-35 38.8-2 6-11 39.49-44 15-20 40.33-29 17-22 41.26-21!

Berooft zwart van het laatste restje tegenspel.

41...27x16 42.2-24! 20-25 43.29-23??

Maar deze regelrechte blunder verknoeit alles. Met het simpele 43.24-15! zou Tielrooij zijn finaleplaats veilig hebben gesteld.

43...3-8! 44.24x2 11-17 45.2x11 16x7 46.43-39 25-30! 47.42-38 17-21 48.41-37 7-11 49.38-33 30-34 50.39x30 35x24

Remise.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden