DAMMEN: Dibman succesvol op twee fronten

Tot de kopstukken uit de voormalige Sovjet-Unie die een toonaangevende rol in de Nederlandse clubcompetitie spelen, behoort ook Alexander Dibman....

Zo droeg Dibman op de eerste competitiedag met zijn winst op Korsten in belangrijke mate bij aan de 12-8 zege van Informatica Drenthe op het Tilburgse TDV. En de twee partijen die hij voor het tweede team van landskampioen Hiltex speelde, zette Dibman - zij het met beduidend meer moeite dan zijn partij voor de Hoofdklasse! - eveneens in winst om.

Hieronder de zwaarbevochten, maar daarom niet minder stijlvolle overwinning die Dibman in de wedstrijd Mildam-Hiltex II (9-11) behaalde ten koste van Sjoerd Koopman, de broer van meervoudig NK-finaliste Iepie Poepjes-Koopman. Het was in diezelfde ontmoeting dat de vorige week besproken partij Schwarzman-J. Ramdien gespeeld werd. Die omstandigheid maakt de onmiskenbare gelijkenis tussen deze beide duels, althans waar het het eindspel betreft, er des te opmerkelijker op!

Dibman-Koopman (Clubcompetitie 1997/'98)

1.32-28 18-23 2.38-32 12-18 3.42-38 7-12 4.47-42 1-7 5.31-27 17-21 6.37-31 23-29 7.33x24 20x29 8.34x23 18x29 9.39-33 19-24 10.44-39

Hoewel hij hier al 10.31-26 kon doen, stuurt Dibman op de meest principiële vertakking van de Molimard-variant aan.

10...24-30 11.35x24 29x20 12.41-37 21-26 13.28-23!!?

Deze scherpe uitval, in 1971 door Korchov geïntroduceerd maar in onze dagen vooral bekend van partijen als Dibman-Gantwarg (1987) en Baljakin-Korenjevski (1988), had zich totnutoe uitsluitend voorgedaan in situaties waarin schijf 49 zich op veld 47 bevindt. In deze gloednieuwe zetting, waarbij wit een passief stuk naar de andere vleugel heeft weten over te hevelen, moet van 13.28-23 nog meer kracht uitgaan.

13...20-24 14.32-28 14-19 15.23x14 10x19

Zelfs met 49 op 47 zijn er nauwelijks praktijkvoorbeelden bekend waarin een constructief tegenspel met 14...13-19 of 13/14...13-18 werkelijk uit de verf komt. Het laat zich dan ook begrijpen dat Koopman onder de gegeven omstandigheden voor een zo solide mogelijk vervolg kiest.

16.37-32 26x37 17.42x31 12-18 18.46-41 7-12 19.41-37 5-10 20.40-34 10-14 21.45-40 18-23 22.50-45 12-18 23.49-44 14-20 24.31-26 9-14 25.37-31 3-9

Een weinig alledaagse, maar beslist niet onlogische zet: Koopman wil voorkomen dat hij, zoals na 25...4-9 26.34-29 enz. het geval was geweest, de controle over het randveld 15 kwijtraakt.

26.48-42 4-10 27.42-37 20-25 28.34-29(!)

De inleiding tot een aanvalsmanoeuvre die ons menige partij van oud-wereldkampioen Roozenburg in herinnering brengt.

28...23x34 29.40x20 15x24 30.27-21(!) 16x27 31.31x22 18x27 32.32x21 13-18 33.36-31 9-13 34.37-32 24-29 35.33x24 19x30 36.45-40 14-19 37.39-33 10-15 38.43-39 15-20 39.40-34 20-24 40.21-17(!) 11x22 41.28x17

Uit het feit dat Dibman de stand openbreekt, mogen we afleiden dat hij een spelgang als 40.31-27 11-16 41.21-17? 18-23! wantrouwt. Terecht, want wit had in dat geval in ernstige moeilijkheden verkeerd.

Daarmee dringt zich evenwel de vraag op of zwart zoeven niet beter 39...11-16 40.31-27 18-23?!! had kunnen spelen. Dat plan ziet er in eerste instantie veelbelovend uit. Immers: behalve op 41.21-17? 20-24! mag wit zich ook nauwelijks inlaten op 41.33-29? 13-18, bijvoorbeeld 42.27-22 (want op 42.38-33 wint 42...18-22! minstens een schijf) 18x27 43.29x18 8-12! 44.18x7 2x11 en wit moet offeren met 45.28-22 27x18 46.44-40 16x27 47.32x21, daar 45.34-29? even hardhandig als fraai verliest door 45...27-31! 46.26x37 16x27 47.32x21 30-34 48.29x40 19-23 49.28x19 20-24 50.19x30 25x41 51.21-16 11-17 52.16-11 41-47 53.11x22 47-29! 54.40-35 29-45! enz. En na de afwikkeling 41.44-40(?) 30-35! 42.33-29* enz. is het eveneens wit die voor een puntendeling moet vechten.

Toch dient de in de vorige alinea opgeworpen vraag ontkennend te worden beantwoord. Want op 39...11-16 40.31-27 18-23 (beter is 40...20-24) laat wit in werkelijkheid 41.28-22! volgen. En dan is het zwart die van de bedrieger plotseling een bedrogene blijkt te zijn geworden!

In verband met de verraderlijke damdreiging 42.32-28!! enz. moet hij namelijk berusten in het (zeer) ongunstige eindspel dat hetzij via 41...30-35 42.33-29 35-40 enz. op het bord komt, hetzij via 41...8-12 42.33-29! 12-18 43.22-17! 19-24 44.38-33 6-11 (ook 44...13-19 45.17-12 18x7 46.29x18 is slecht) 45.17x6 18-22 46.27x9 16x38 47.33x42 24x33 48.39x19 30x50 49.6-1.

41...18-23 42.26-21 2-7 43.21-16 8-12 44.17x8 13x2 45.31-27(?)

Met deze onnauwkeurige zet verspeelt wit vrijwel al zijn voordeel. Daarom verdiende 45.32-27(!) de voorkeur, al geloof ik dat zwart zich ook dan staande kan houden.

45...2-8!

Maar nu 46.27-22 min of meer is uitgeschakeld door de remise-combinatie 46...24-29! 47.33x11 6x37 =, staat wit in feite zelfs met lege handen.

46.27-21 6-11! 47.32-27 8-12!

Ondanks tijdnood verweert Koopman zich uitstekend. Voor de tweede maal binnen drie zetten pareert hij het dreigende binnenvallen op veld 22; men zie: 48.27-22? 12-18! 49.22x13 19x8 en altijd 50...8-12 en 51...11-17.

48.38-32!!?

Gespeeld met de bedoeling 48...11-17 49.44-40! 17x26 50.40-35! Maar hoe fraai deze offerwending ook moge ogen - wit wint er nìet mee. Want na 50...12-17! (maar onder geen beding 50...12-18? 51.33-28! enz.) 51.33-28 en nu bijvoorbeeld 51...7-12 52.27-22 24-29! (veiliger dan 52...26-31) 53.35x13 (anders 53...19-24) 29x40 54.22x11 40-45 55.28x19 25-30(!) en 56...45-50 maakt zwart moeiteloos remise.

Maar zelfs zwarts volgende zet is op zich nog heel goed speelbaar:

48...12-18 49.32-28 23x32 50.27x38 30-35?

Pas met deze passieve voortzetting, de laatste voor de klokcontrole, begaat Koopman de beslissende fout. Na het koelbloedige 50...19-23! 51.38-32 18-22! (52.21-17? 22-27! enz.) was er niets aan de hand geweest.

51.38-32! 51...24-30

Opnieuw onnodig passief. Nu had ook 51...7-12 52.16x7 12x1 53.21-17! verloren; men zie: 53...1-7 54.34-29! 24-30 55.44-40! 35x44 56.39x50 en altijd 57.17-12 +. Maar 51...18-23 had meer verdediging geboden. Alleen 52.32-27! 25-30 53.34x25 23-29 54.33-28 29-33 55.27-22 enz. (bijvoorbeeld 55...35-40 56.44x35 33x44 57.21-17) leidt dan tot het door wit gewenste doel.

52.32-28!

Binnen slechts twee luttele zetten heeft het spelbeeld een ware metamorfose ondergaan: plotseling is Dibman heer en meester op het middenbord!

52...7-12 53.16x7 12x1

Dit terugruiltje verliest kansloos. Daarom had zwart beter voor 52...18-23 53.28-22 23-28 54.21-17 7-12!? 55.16x18 28-32 kunnen kiezen, al moet wit met enig beleid een overmachtswinst kunnen realiseren.

54.33-29!

De genadeklap.

54...18-23 55.29x18 19-24 56.18-13 24-29 57.34x23 30-34 58.39x30 25x34

Evenals Johnny Ramdien in zijn partij tegen Schwarzman baant Koopman zich ten koste van twee schijven een weg naar de damlijn. Maar waar de eerste nog steeds een puntendeling in handen had, is Koopmans situatie uitzichtloos: zijn tegenactie komt precies een zet te laat!

59.13-9! 34-40 60.44-39 40-45 61.9-4!

Zo houdt Dibman zijn tegenstander van promotie af. Na nog één laatste stuiptrekking (61...35-40 62.21-17) gaf de zwartspeler zich dan ook gewonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden