Damien Heerst

In Tate Modern in Londen is vanaf morgen een groot overzicht van Damien Hirst te zien. Rutger Pontzen bespreekt de hoogte- en dieptepunten uit zijn oeuvre.

Zelf geloofde Hirst lange tijd niet in een overzichtstentoonstelling. Maar de directeur van Tate Gallery, Sir Nicolas Serota, wist Hirst uiteindelijk toch over te halen: Damien Hirsts eerste overzichtstentoonstelling, met zo'n zeventig werken, opent morgen in Tate Modern. Het is onderdeel van een uitgebreid cultureel programma rond de Olympische Spelen in Londen dit jaar. Hirst is als kunstenaar inmiddels ook tot olympische hoogte gestegen, afgaande op de prijzen voor zijn werk en zijn onaantastbare positie. Hirst was in 2009 de eerste kunstenaar bovenaan de top-100 van invloedrijkste kunstfiguren, de Art Review Power 100. De reikwijdte van zijn kunstenaarschap in tien hoofdstukken.


Damien Hirst. T/m 9 september in Tate Modern, Londen. Toegang 14 pond (16,80 euro), online te reserveren: tate.org.uk


1) Haai

Het blijft toch de merkwaardigste en mooiste titel ooit aan een kunstwerk gegeven: The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living. Kortweg: Haai op sterk water. De vier meter lange tijgerhaai in een robuuste vitrine gevuld met groenkleurige formaldehyde is een ongekend sterk beeld en een blijvertje in de kunstgeschiedenis (als het niet verschrompelt). En dat voor een beginwerk, want het betekende de doorbraak van Hirst als kunstenaar in 1992. En van zijn imago als non-conformist en agressieveling. Leven en Dood, daar ging het om. Vanaf dat jaar liet hij koeien doormidden zagen, die hij ook op sterk water etaleerde. Het hele bestiarium werd later nog uitgebreid met vissen, schapen, zebra's, een eenhoorn en 'gouden kalf'. Eerder was hij met vliegen bezig geweest: zijn beste werk (ook volgens de kunstenaar zelf) A Thousand Years. Een glazen vitrine waarin duizenden vliegen zich eerst te goed doen aan een bloederige koeienkop, alvorens zich tegen een blauwe elektrocuteerlamp te pletter te vliegen. De Haai werd in opdracht van verzamelaar en reclameman Charles Saatchi voor 60 duizend euro gemaakt. In 2005 verkocht Saatchi de vis voor 9 miljoen euro aan de Amerikaanse hedgefondsmanager en privéverzamelaar Steven A. Cohen, die het in bruikleen afstond aan het Metropolitan Museum of Art in New York. Overigens is de oorspronkelijke, sterk verrimpelde haai vervangen door een nieuw exemplaar.


2) Freeze

Betekende De Haai de artistieke doorbraak van Hirst, de tentoonstelling Freeze drie jaar eerder, in 1988, was de doorbraak van Hirst als mediagenieke tentoonstellingsmaker en aanvoerder van de Young British Artists, de YBA's. Freeze, georganiseerd in een verlaten depot in de Docklands, de Londense haven, was een initiatief van Hirst en enkele collegastudenten van de Goldsmiths College of Art. Onder hen ook: Sarah Lucas, Gary Hume, Mat Colli-shaw en Angus Fairhurst. Door de media-aandacht en de latere aankopen van Saatchi werden ze allen in een klap beroemd. En berucht. Want YBA werd een synoniem voor agressief, opruiend en anti-Thatcher. De tentoonstelling zorgde ervoor dat Brit Art, ondanks alle bezuinigingen van het rechtsconservatieve Thatcherkabinet, weer een smoel kreeg, voor het eerst sinds de Roaring Sixties. Overigens prachtig, maar waarschijnlijk apocrief, is het verhaal dat Hirst persoonlijk Tate Gallerydirecteur Sir Nicolas Serota, achterop de fiets (of was het toch een brommer) naar de expositie loodste. Zeven jaar na Freeze werden de Britse kunstenaars in Amerika gelanceerd. Saatchi organiseerde daar de tentoonstelling Brilliant!. De Britse invasie, vergelijkbaar met die van The Beatles in 1964, werd een succes. Door Freeze kun je zeggen dat Hirst aanvankelijk eerder organisatietalent had, dan artistieke aanleg.


3) Veiling

Wie groot durft te denken, is tot grote dingen in staat. Het had een uitspraak van Hirst kunnen zijn. Lef en visie, daar ontbreekt het hem niet aan. Zoals de veiling van zijn werk bij Sotheby's in Londen in 2008. Hirst bracht 223 werken, rechtstreeks uit zijn eigen atelier, onder de hamer. Weer bleek hij over organisatorische gaven te beschikken: hij introduceerde met de veiling een nieuw verkoopmodel voor kunstenaars. Zonder dat er een galeriehouder (toch goed voor 50 procent van de verkoopprijs) aan te pas kwam. Een gedurfde onderneming ook vanwege het grote financiële risico. Zo veel werk van een kunstenaar tegelijk op de markt brengen zou een inflatie van de prijs kunnen betekenen. Kwam bij dat op de ochtend van de eerste veilingsdag, 15 september 2008, bekend werd dat de Amerikaanse Lehman Brothers bank failliet was gegaan. Hirst bekende later dat hij wel even moest slikken toen hij het nieuws van Lehman die ochtend hoorde: 'I was fucking terrified'. Maar de veiling werd een succes: Hirst verkocht voor ruim 140 miljoen euro. Even groot was Hirsts idee om al zijn Spot Paintings (schilderijen met, jawel, gekleurde stippen) in een keer te tonen. Het gebeurde in alle elf vestigingen van zijn galeriehouder Larry Gagosian. Wereldwijd werden meer dan driehonderd van deze schilderijen geëxposeerd - naast de met 'spots' bedrukte bekers, stropdassen, manchetknopen, wandklokken en T-shirts natuurlijk. Foto Reuters


4) Frank

Blijkt maar weer dat Hirst net zozeer kunstenaar is als entrepreneur. Sterker, de twee beroepen zijn bij hem onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mede dankzij zijn steun en toeverlaat, Frank Dunphy (foto), heeft hij een financieel imperium opgezet. De Ier Dunphy was vroeger manager van acrobaten, goochelaars en artiesten. Coco the Clown, The Nitwits en Julie Mendez and Her Performing Python behoorden tot zijn stal. De invloed van Dunphy op Hirst, die zonder vader opgroeide, is groot. Hij leerde Hirst dat de prijs van kunst is 'wat de volgende koper er voor wil betalen', en begeleidde de kunstenaar in de periode dat 'big money' overging in 'mad money'. Natuurlijk is Hirst ook schatplichtig aan Andy Warhol (geld is 'as important as love') en Jeff Koons. Maar inmiddels is hij die twee illustere voorgangers voorbij gestreefd. Zijn werk wordt wel getypeerd als het product van 'Damien Hirst Inc.'. Hetzelfde geldt voor zijn businessmodel. Voor de crisis werkten er 160 man in zijn bedrijf. Naar verluidt heeft hij de laatste jaren eenderde van zijn personeel moeten ontslaan. Overigens deed Dunphy, de mastermind achter de succesvolle Sotheby's veiling, twee jaar geleden al een stapje terug in het bedrijf van Hirst en ging hij vorig jaar met pensioen. Het maakt voor het bedrijf Hirst niets uit: maximale winst blijft een doel.


5) Eten

Je vraagt je natuurlijk af waarom een beeldend kunstenaar eraan begint: het in 1997 geopende restaurant The Pharmacy in de Londense wijk Notting Hill. En hoewel Hirst het zelf nooit heeft willen toegeven, was het zijn enige echte mislukking. Niet alleen schijnt het eten er uitzonderlijk duur te zijn geweest (ook voor Londense begrippen), Hirst kreeg ook een aanklacht aan de broek van de Royal Pharmaceutical Society. De naam zou verwarrend zijn voor diegenen die echt naar een apotheker op zoek waren. Neemt niet weg dat het, mede dankzij die rel, een kortstondige hype werd in het uitgaanscircuit. Je moest er zijn geweest. Alleen al voor de spectaculaire inrichting en aankleding. In 2004, na de sluiting, werd het interieur verkocht voor 14 miljoen euro, driemaal de geschatte waarde. Een paar martiniglazen kostte al 6.000 euro.


6) Schedel

Zoals er bij Hirst weinig verschil is tussen de zakenman en de kunstenaar, zo is er ook weinig verschil tussen zijn werk als kunst of investering - in dit geval ook nog eens een slechte investering: de schedel van een onbekende 35-jarige man uit 1800, ingelegd met 8.601 diamanten. Oud-museumdirecteur en schrijver Rudi Fuchs schijnt Hirst op het idee te hebben gebracht het kunstwerk in het Rijksmuseum te exposeren (hier was de schedel voor het eerst te zien). Fuchs' overweging: tussen de Vanitas-schilderijen uit de 17de eeuw zou de van edelstenen schitterende schedel goed passen. Een mooie, ahistorische opvatting. Of het werkte, valt te betwisten. Het glinsterende kleinood, als een Swarovskikristal in het donker uitgelicht door spotjes, zal weinig bezoekers hebben doen laten nadenken over de dood. Meer over geld. Begrijpelijk. Hirst had de schedel door een juwelier in de Londense Bond Street met diamanten laten inleggen voor 17 miljoen euro, in de hoop dat hij het voor het dubbele zou verkopen. Toen dat niet lukte, kocht een investeringsgroep het voor 65 miljoen euro op. Daarin bleek achteraf, naast zijn galeriehouder Larry Gagosian, ook Hirst te zitten. For the Love of God, zoals het kunstwerk heet, ligt nu in de immense Turbine Hall van Tate Modern. Foto AFP


7) Kasteel

Goed verdienende kunstenaars gaan megalomane trekjes vertonen. Ook al behoren ze tot de recalcitrante Brit Artclub. Tracey Emin kocht voor 5 miljoen euro een studio in Londen om er een museum voor haar eigen werk van te maken. Jake Chapman, ook een YBA, bewoont voor 4 miljoen euro een 'Victorian mansion'. Hirst is geen uitzondering. In tegendeel. Nu is het in de hiërarchische Britse standenmaatschappij regel dat een beetje adel in een afgelegen kasteel woont, te midden van een Engelse tuin en uitgestrekte bossen, liefst op een heuvel. En omdat dat de code is, woont tegenwoordig ook alle Britse nouveau riche in een kasteel of op zijn minst in een Edwardian countryhouse. Hirst is zelf van bescheiden, working class afkomst. Geboren in Leeds, zijn moeder werkte als bloemist, maar omdat Hirst het alfamannetje op de Britse kunstrots is, kocht hij zeven jaar geleden in Gloucestershire het 19de-eeuwse, neogotische buitenverblijf Toddington Manor (foto). Een 'huis' van ruim 3 miljoen euro met driehonderd kamers, landerijen en veel open natuur. Daar moet (als de crisis over is) een museum verrijzen voor zijn MurderMe-collectie van ruim duizend kunstwerken en curiosa. Maar het kan ook zijn dat het project iets te hoog gegrepen is.


8) Imago

Imago is in de kunstwereld net zo belangrijk als ergens anders. Met als risico dat het werk er ondergeschikt aan raakt. Hirst en zijn collega's van de YBA's zijn inmiddels celebrities geworden. Met alle onderscheidende parafernalia en karaktereigenschappen. Velen zullen zich herinneren hoe bij de opening van de Tate Modern in Londen in 2000, door Queen Elisabeth II, een dronken Tracey Emin rechtstreeks in de BBC-uitzending verslag deed. Of Sarah Lucas die altijd in een kapotte spijkerbroek liep en een streng, misprijzend gezicht trok. Hirst zelf heeft inmiddels ook zijn stiel gevonden: een bril met donker, dik montuur, waardoor hij als een insect naar de wereld kijkt. En aan haast elke vinger zware zilveren ringen, waarvan enkele opzichtig met een doodskop. Komt bij dat hij zijn accent uit Leeds in ere houdt. En in gesprekken altijd wat onderuit zittend het woord voert. Fotosessies worden het liefst in een enscenering van grimassen afgewerkt. Waarbij hij als het even kan een schedel uit de kast haalt en die op zijn hoofd zet. Wat zijn werk de laatste tijd aan kwaliteit tekortkomt, wordt met een repertoire van gekke bekken gecompenseerd.


9) Schilderen

Was The Pharmacy een mislukking, Hirsts schilderijen uit 2008 waren een ramp. Hoe dat kwam? Kunstenaars, ook de meest tegendraadse en controversiële, willen graag ergens bij horen. En een historische goedkeuring voor hun werk krijgen. Al presenteren ze zichzelf aanvankelijk als 'anders' of als kwajongen, er komt een tijd dat het conformisme hen parten gaat spelen. Denk aan Picasso, die na zijn revolutionaire kubismeperiode in 1919 plots salonfähig werd en klassieke schilderijen begon te maken. Hirst kreeg in 2008 dezelfde opwelling. Na ruim vijftien jaar verzagen van koeien en schapen begon hij eigenhandig te schilderen. Donkerblauwe doeken waarop hij in wit asbakken, schedels en messen en haaientanden penseelde. Zeg maar de bekende riedel van onderwerpen, maar dan in de trant van Francis Bacon, zijn grote held, voorbeeld en drinkmaatje. Althans, Hirst zelf vond dat hij met dat werk in de traditie van Bacon stond. Ten onrechte. Nooit zulke nietszeggende, gemakzuchtige rotzooi gezien (zo, dat is er uit). Hirst wilde blijkbaar een kunstenaar worden die hij niet was. Een schilder. Omdat de schilderkunst nu eenmaal bovenaan in de pikorde der kunsten staat. En omdat hij onderdeel van de Britse schildertraditie wilde zijn, waartoe naast Bacon ook William Turner en Lucian Freud behoren. Godlof ontbreken die schilderijen nu in Tate Modern. Blijkbaar is Hirst toch tot inkeer gekomen.


10) Kritiek

Je kunt het werk van Hirst niets vinden, maar dan moet je ook toegeven dat de kritiek op Hirst van een nog lager gehalte is. Onlangs adviseerde de Britse kunstcriticus en tentoonstellingsmaker Julian Spalding iedereen die iets van Hirst bezit dit zo snel mogelijk te verkopen. Het zou binnenkort niets meer waard zijn. Hirsts koeien, haaien, vissen, vlinders en schedels waren de 'kleren van de keizer'. Spalding is een criticus van Hirst, zoals er velen zijn. Fanatieke bekvechters die met vlijmscherpe, maar laag bij de grondse opmerkingen het werk van Hirst fileren. Overigens komt die kritiek steeds op hetzelfde neer en steeds uit dezelfde, conservatieve hoek. Hirst zou geen ambachtelijke kwaliteit hebben, besteedt het werk uit aan assistenten, lanceert alleen goedkope ideetjes die al door anderen zijn bedacht en bedient alleen de 'rijken en ongeïnteresseerden', zoals Robert Hughes (foto) eens zei. De Australische kunstcriticus en beroepsmopperaar Hughes is misschien wel de felste criticaster van Hirst. Hij vond de titel van De Haai uit 1991 al pretentieus, het beeld vond hij eerder een still uit de film Jaws. Hij keek net zo graag naar een dode heilbot op de visafdeling van Harrods. Maar wat hem nog het meest stak, was dat de haai niet door Hirst zelf was gevangen, maar door een Australische visser.


Extra: Leven en dood

Hirsts werk gaat veelal over dood. Maar soms ook over leven. Echt leven. In een van de zalen van Tate Modern vliegen exotische vlinders rond. Ze doen zich tegoed aan stukjes appel en banaan en gaan op je hoofd zitten. Bezoekers wordt dringend gevraagd niet te rennen. In de rest van het museum zijn suppoosten met schepnetjes actief om ontsnapte exemplaren te vangen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden