Daler wordt in de Tour niet op waarde geschat

De afdaling geldt bij de Tour de France niet als het echte werk. Ten onrechte. Er zou een trui voor de beste daler moeten komen.

Vandaag begint de honderdste Tour de France op Corsica. Miljoenen wielerliefhebbers over de hele wereld zullen weer genieten van de strijd om de gele trui (eerste in het algemeen klassement), de groene trui (beste sprinter) en de bolletjestrui (beste klimmer). Terwijl de renners net zoveel kilometers dalen als klimmen, is er voor de renners die goed naar beneden kunnen geen trui te verdienen.


Dalen is het ondergeschoven kindje. Dat is altijd zo geweest. In de geschiedenisboeken staat: In 1905 werd met de Ballon d'Alsace de eerste berg in de Tour de France beklommen. Nergens wordt vermeld dat in 1905 de renners voor het eerst van een berg afdaalden. De stichter van de Tour de France, Henri Desgrange, wilde complete winnaars van zijn wedstrijd: zij moesten kunnen tijdrijden, sprinten en klimmen. Waarom noemt de Tourbaas, net als velen na hem, alleen deze disciplines? Waarom staat dalen niet in dat rijtje?


Desgrange maakt het nog bonter. In 1933 voerde hij het bergklassement in omdat hij vond dat klimmers werden benadeeld. De voorsprong die klimmers op de top hadden, werd in de afdaling geregeld weer ingeleverd. Zij moesten beschermd worden. Daarom diende er een speciale bergprijs te komen. Maar waarom? Het is net of dalen niet bij het wielrennen hoort. En dat is niet terecht. Het blijkt dat afdalingen zeer bepalend zijn geweest in de historie van de Ronde van Frankrijk.


Om bij de Tour van 1933 te blijven: Vicente Trueba was de eerste winnaar van het bergklassement. Geen renner kon bergop bij 'de vlo' in het wiel blijven. Maar zo goed als de Spanjaard kon klimmen, zo slecht was hij in dalen. In 1933 had hij op de Galibier 12 minuten en 50 seconden voorsprong op zijn directe concurrenten. Na de afdaling waren daar nog slechts enkele minuten van over en op de streep geen seconde meer. Trueba heeft nooit een etappe of een gele trui gewonnen.


Ook daarna zijn afdalingen cruciaal geweest. Lucien Aimar, Gino Bartali en Gastone Nencini wonnen de Tour (mede) doordat zij in de afdalingen het verschil maakten. Frédéric Vichot, Rini Wagtmans en Thor Hushovd zegevierden in etappes door hun uitstekende daalcapaciteiten. Thor Hushovd deed dat in 2011 in de rit naar Lourdes. De Noor reed in de afzink van de Col d'Aubisque als maximale snelheid 112 kilometer per uur. De cameraman die de afdaling filmde zei later op de Franse televisie dat hij zoiets nog nooit had meegemaakt. Lionel Marie, de ploegleider van de Noor, bekende dat hij in elke bocht zijn zenuwen nauwelijks de baas was. Hushovd zei na afloop: 'I didn't take any too large risks.'


En toch wordt dalen maar niet als volwaardige discipline gezien. Renners die goed naar beneden konden, zijn zelfs vaak beschimpt. Prima dalers als Eddy Merckx, Ferdi Kübler, maar ook Bram Tankink (de beste daler van de Rabobankploeg) zijn voor dwaas, gek of idioot uitgemaakt. Twee van de beste dalers ooit kregen zelfs bijnamen met een negatieve ondertoon: Rini Wagtmans werd in Frankrijk le fou descendeur (de maffe afdaler) genoemd en Gastone Nencini stond in Italië bekend als quel discesista pazzo (die dwaze daler).


Het gedrag van snelle dalers is weleens verklaard 'doordat bij hen het deel van de hersenen dat aangeeft dat iets gevaarlijk is, niet goed werkt of waarschijnlijk kleiner is dan bij andere renners'. Maar dit soort theorieën en al die beschuldigingen zijn onzin. Met snelle dalers is niets mis. Ten eerste blijkt dat zij, zeker in vergelijking met mindere dalers, zelden of nooit vallen. Bovendien kunnen ze na de afzink zeer goed beargumenteren hoe en waarom ze zo hard hebben gedaald.


Veel wielerliefhebbers menen dat daalprestaties niet of moeilijk zijn te meten omdat de beste dalers in de bergen juist achter in het peloton zitten. Maar daalprestaties zijn net zo goed te registreren als klimprestaties. In Parijs-Nice is eens de daaltijd van renners van de Mont Faron gemeten. Op de top en aan de voet van de col werd de tijd opgenomen (snelste: Lucien Aimar). Zeker met de huidige techniek moet dat bij elke col te doen zijn. Net zoals op Alpe d'Huez de klimtijden van de renners worden gemeten, zo kunnen ook de daaltijden van de renners van bijvoorbeeld de Tourmalet worden bepaald. Ook een daaltijdrit zou - als het parcours veilig genoeg is - overwogen kunnen worden.


Dalen is het meest onderschatte onderdeel van de wielersport. Renners die er goed in waren of zijn hebben de afgelopen eeuw nauwelijks erkenning gekregen. Het zou de directie van de Tour de France sieren de beste daler met een trui te belonen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden