ReportageDaklozen in Europa

Daklozen tellen in Parijs: ‘Waar slaapt u vannacht?’

Om in kaart te brengen wat daklozen nodig hebben, gaan vrijwilligers in Parijs gewapend met enquêteformulieren en zaklampen de straat op. Correspondent Daan Kool loopt mee.

In de Franse hoofdstad werden dit jaar 3.552 daklozen geteld. Beeld Joris Van Gennip
In de Franse hoofdstad werden dit jaar 3.552 daklozen geteld.Beeld Joris Van Gennip

‘Lastig, heel lastig’, fluistert Gwenaëlle Gontier terwijl ze knikt naar een man die in het schijnsel van de straatverlichting een sandwich zit te eten. Normaal gesproken niets alarmerends, maar zijn bagage (twee volgestouwde plastic tassen) en het tijdstip (bijna middernacht) brengen de 38-jarige onderwijzeres aan het twijfelen.

‘Wat denken jullie? Misschien zit hij wel gewoon rustig zijn broodje te eten en gaat hij daarna naar huis.’

Gontier is een van de 1.700 vrijwilligers die meedoen aan de Nuit de la Solidarité, een daklozentelling in Parijs. Tijdens een twee uur durende cursus heeft ze geleerd dat je geen slapende daklozen moet wakker maken, niet zomaar tentjes moet openritsen en daklozen nooit moet tutoyeren. Maar waaraan zie je of een potentiële dakloze daadwerkelijk dakloos is?

Ze besluit het even aan te kijken. ‘We komen hier straks weer langs. Als hij er dan nog zit, spreken we hem aan.’

In zekere zin horen daklozen bij Parijs. Van verlopen oudere clochards die in al dan niet beschonken toestand om kleingeld vragen, kijkt geen Parijzenaar op. Iedere wijk, elke straathoek haast, heeft zijn eigen buurtzwerver. De stad heeft relatief veel voorzieningen voor daklozen en trekt hen dan ook als een magneet aan, vanuit heel Frankrijk en ver daarbuiten.

Maar het aantal ‘SDF’ (sans domicile fixe, ‘zonder vaste woning’) is de afgelopen decennia zienderogen toegenomen. ‘Hele families in tentjes of onder viaducten, dat zag je vroeger niet’, zegt Gontier.

Zaklampen

In navolging van New York introduceerde Parijs twee jaar geleden een jaarlijkse daklozentelling. Gewapend met enquêteformulieren en zaklampen en gehuld in lichtblauwe hesjes trekken vierhonderd equipes – elk bestaande uit drie à vier vrijwilligers en een professionele begeleider – door de nachtelijke straten. Ook in parken, parkeergarages en metrostations wordt geteld, zij het niet door vrijwilligers.

Het totale aantal getelde daklozen – dit jaar 3.552, ietsje minder dan vorig jaar – zegt niet zo veel; willekeurige factoren als het weer kunnen de telling beïnvloeden. De gemeente hoopt vooral de specifieke noden van de personnes en situation de rue in kaart te brengen. In één opzicht is het project in elk geval een succes: er meldden zich zoveel vrijwilligers aan dat de gemeente mensen moest teleurstellen.

‘Hebben we deze straat nou al gehad?’ Groepsleider en sociaal werker Fany Piesseau (49) tuurt naar het kaartje van ‘haar’ gebied, een relatief arme buurt in het noordoosten van de stad. Om doublures te voorkomen moeten de tellers zich nauwgezet aan de voorgeschreven route houden.

Piesseau was aanvankelijk sceptisch. Mensen tellen alsof het tuinvogels betreft, dat klonk bedenkelijk. Maar toen ze zag dat de gemeente de uitkomsten van de eerste telling gebruikte voor concrete beleidsmaatregelen, zoals meer opvanglocaties voor vrouwen, ging ze overstag.

Voor de dichte rolluiken van een beautysalon zit een man met een thermomuts en twee jassen over elkaar op een betonnen paaltje. Als Gontier hem vraagt waar hij de nacht gaat doorbrengen, kijkt hij haar glazig aan. ‘English?’ De man knikt. Hij komt uit Bangladesh en is via Italië in Frankrijk beland, vertelt hij in gebroken Engels. Het tentenkamp waar hij verbleef, is drie dagen geleden door de politie ontruimd. Sindsdien zwerft hij door de stad.

‘Weet u waar u zich kunt wassen?’, vraagt Gontier in het Frans. Ze wrijft haar handen over elkaar, alsof ze zich wast. ‘Wash?’

Ongedocumenteerde asielzoekers

Hoeveel ongedocumenteerde asielzoekers er onder de Parijse daklozen zijn, blijft onbekend. De enquêtes worden anoniem afgenomen; naar afkomst wordt niet gevraagd. De leeftijd en het geslacht van de ondervraagde daklozen wordt wel genoteerd. De eerste telling bracht aan het licht dat het aantal vrouwen op straat veel hoger is dan voordien werd aangenomen. Waar Insee (Institut national de la statistique et des études économiques) uitging van 2 procent, bleek in werkelijkheid 12 procent van de daklozenpopulatie uit vrouwen te bestaan.

Veel hulporganisaties vinden dat de gemeente Parijs lang te weinig deed voor ‘de vergetenen van de Republiek’. Inmiddels is er aan goede bedoelingen – en een wirwar aan ‘actieplannen’, ‘structuren’ en ‘speerpunten’ – geen gebrek. Toch is het aantal mensen op straat niet teruggedrongen. ‘We doen van alles, en kennelijk toch niet genoeg’, zegt Piesseau.

Waar hij behoefte aan heeft? De 38-jarige Stéphane moet er lang over nadenken. Sinds oktober is hij dakloos. In de opvang waar hij belandde, werd al na één nacht zijn rugzak gejat. Sindsdien woont hij in een eenpersoonstentje op een smalle modderstrook, omringd door verfomfaaide plastic tassen, platgetrapte bierblikken en natgeregende slaapzakken. Voor de tent ligt een crackpijpje.

Stéphane heeft af en toe moeite om aan voldoende eten te komen, vertelt hij schoorvoetend. Nadat hij drie keer beleefd heeft afgeslagen, neemt hij het verpakte madeleine-cakeje aan dat Gontier hem aanbiedt.

Verder heeft hij niets te klagen. Nee, geen last van jongeren in de buurt. En hij slaapt ook prima (‘daar heb ik wat voor, mevrouw’). Of hij verder nog iets zou willen? Tja, een huis, zegt Stéphane lachend. En beetje geld zou ook niet verkeerd zijn. ‘Maar dit is de straat, hè. Hier heb je niet veel te willen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden