REPORTAGEDAKLOZEN IN ROME

Daklozen in Rome zijn wanhoop nabij: ‘Een analfabeet vroeg me: waarom is het zo leeg in de stad?’

Vrijwilligers van de katholieke liefdadigheidsinstelling Sant’Egidio delen ontbijtpakketten uit bij de Santa Maria in Trastevere.Beeld Francesca Leonardi

In het verlaten Rome zijn de duizenden daklozen extra zichtbaar geworden. Er is niemand om bij te bedelen en ook opvangplekken sluiten hun deuren. Ze strijden om de laatste beetjes hulp van vrijwilligers die nog naar buiten durven.

Dat hij zes jaar geleden uit huis werd gezet door zijn familie, daarover hoor je de 73-jarige Alessandro niet klagen. Dat lag immers aan zijn eigen, stomme fouten. Ook zal hij niet snel mopperen over hoe hij sindsdien een verlaten caravan deelt met andere daklozen, en dat hij voor al zijn maaltijden afhankelijk is van liefdadigheid. Nee, het is allemaal zijn eigen schuld.

Wat hij alleen wel vervelend vindt, is dat de politie hem sinds vorige week zo’n drie keer per dag aanhoudt om te vragen waarom hij niet thuiszit. En dat hij dan drie keer per dag moet antwoorden: ‘Ik heb geen huis.’

‘Misschien denkt niet iedereen er dagelijks over na, maar ook hun leven is enorm veranderd vanwege het coronavirus’, zegt pastoor Marco Gnavi wijzend naar de lange rij daklozen voor zijn kerk de Santa Maria in Trastevere, een van de oudste kerken van Rome. ‘Er was hier laatst een man, een analfabeet, die naar mij toekwam en vroeg: don Marco, waarom is het zo leeg in de stad? Die arme drommel had geen idee wat er gebeurd was, omdat niemand het hem had verteld.’

Een onverwacht bijeffect van de coronacrisis is dat de duizenden doorgaans onzichtbare bewoners van de Europese steden opeens extra zichtbaar zijn geworden, vanwege het simpele feit dat zij de enige overgebleven mensen buiten zijn. Kijk naar Rome, waar dit gewoonlijk stampvolle toeristenplein vanochtend het exclusieve domein is van een honderdtal daklozen, wachtend op liefdadigheid.

Beeld Francesca Leonardi

Het is een vreemde rij. Niet alleen omdat er angstvallig veel gesnuif en gekuch uit opstijgt – de temperatuur zakt ’s nachts naar 2 graden Celsius in Rome – maar vooral omdat de gesprekken erin zo afwijken van al die andere gesprekken elders in de stad. Hier klinkt niet de vraag: hoeveel besmettingen zijn er vandaag bijgekomen? Maar: hoe blijf je op de hoogte van het virus als je geen tv hebt om het nieuws te volgen? Als je de krant van gisteren vooral gebruikt als extra isolatielaag onder je kleren?

Verlaten fontein

Hier speelt de vraag: hoe blijf je thuis als je geen huis hebt? Hoe hamster je eten zonder een euro op zak? En hoe was je je handen als je geen wasbak hebt?

Door, zoals Singh Parminder, voor het uitpakken van je voedselpakket even richting de verlaten fontein te lopen waar Donato Bramante en Gian Lorenzo Bernini zo’n vijfhonderd jaar geleden hun ziel en zaligheid instopten, voorover te bukken, en je armen tot aan je ellebogen onder te dompelen.

Parminder (37) kwam ooit vanuit India naar Rome om geld te verdienen voor zijn familie, maar dat plan mislukte toen het in zijn rug schoot. Nu woont hij, op goede dagen althans, in een slaapzaal naast het centraal station en struint hij overdag door een verlaten stad op zoek naar eten.

‘Vandaag kan ik hier terecht voor ontbijt, vanmiddag delen ze broodjes uit in de buurt van de Santa Maria Maggiore, maar voor vanavond weet ik het nog niet’, zegt hij.

Ontbijtpakketten

‘Het leven van daklozen is in twee weken tijd nog lastiger geworden dan het al was’, zegt Zeger Polhuijs, een priesterstudent in Rome betrokken bij de katholieke liefdadigheidsinstelling Sant’Egidio. ‘Een paar weken geleden konden veel daklozen nog bij een bevriende koffiebar aankloppen voor een overgebleven croissant, of zich een uurtje opwarmen in een bibliotheek, maar al die plekken zijn nu gesloten.’

Omdat tegelijkertijd hun toch al geringe inkomsten tot nul zijn gereduceerd – bedelen heeft weinig zin als er niemand op straat is – delen Polhuijs en zijn collega’s bij Sant’Egidio momenteel drie avonden per week maaltijden uit in hun mensa, brengen ze op dinsdagavonden voedselpakketten naar de daklozen rondom het Vaticaan en staan ze drie ochtenden per week hier, bij de Santa Maria in Trastevere, om samen met de parochianen ontbijtpakketten te verspreiden. Zie het als een soort omgekeerd hamsteren: in tijden van crisis wordt hier geen eten verzameld, maar juist uitgedeeld.

Beeld Francesca Leonardi

Iedere dakloze heeft vanochtend de keuze uit koffie, thee of chocolademelk en daarnaast een paar stukjes brood met jam, een bakje sla, mandarijnen, een gekookt ei, vruchtensap en een stukje zoete cake, gebakken in de oven van een buurtgenoot die graag op haar eigen manier wilde helpen.

Sant’Egidio draait momenteel overuren, zegt Polhuijs, zoals ongetwijfeld talloze andere liefdadigheidsinstellingen in heel Europa overuren draaien. Het probleem is alleen: het is nog steeds niet genoeg. Deze week verscheen in de Volkskrant bijvoorbeeld een noodoproep van Cornel Vader, voorzitter van de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg. Hij schreef: ‘Onze systemen melden een permanente bezetting van 107 procent, terwijl we aan de deur nog elke avond ‘nee’ moeten verkopen.’

Harde strijd

In heel Europa hebben voedselbanken het moeilijk omdat supermarkten, vanwege het vele hamsteren, minder restpartijen hebben. Overal sloten gebruikelijke opvangplekken bovendien hun deuren, omdat de meeste vrijwilligers liever binnenblijven. Op de slaapzalen die nog wel draaien, staan momenteel minder bedden om de nieuwe afstandsregels te respecteren.

Dat betekent dat er in Rome, al openden zoveel extra kerken ’s nachts hun deuren, veel te weinig plek is voor de achtduizend geregistreerde daklozen, laat staan voor de nog eens tienduizenden niet geregistreerde, waaronder veel uitgeprocedeerde asielzoekers.

Beeld Francesca Leonardi

Het gevolg: ver onder de ondergrens vindt sinds een aantal dagen een harde strijd plaats om de laatste beetjes hulp. Deze week hield de politie in Rome bijvoorbeeld een Ghanees-Nigeriaanse familie staande met drie kleine kinderen, tussen de 3 en 8 jaar, die al drie dagen en nachten op rij op straat zwierven, omdat geen enkele opvangplek, geen enkele kerk en geen enkele hulporganisatie ruimte overhad.

En wat te denken van de zesduizend Roma en Sinti die in krottenwijken wonen, of onder bruggen naast de Tiber, zegt Carlo Stasolla, voorzitter van de vereniging ‘21 luglio’, die opkomt voor de belangen van Roma en Sinti. ‘Je hoort vaak dat dit virus democratisch is, omdat iedereen er even ziek van wordt. Maar dat is niet zo. De situatie in de kampen is de laatste twee weken extreem verslechterd. Als dit nog twee weken doorgaat, halen we het niet. Dan ben ik echt bang dat er aanvallen op supermarkten komen. Dat mag natuurlijk niet, maar ik snap het wel. Als je kinderen verhongeren, heb je verder toch niets meer te verliezen.’

Beschaving

Als het echt waar is dat de mate van beschaving kan worden afgelezen aan hoe een maatschappij omgaat met haar zwaksten, dan staat het er momenteel niet best voor in Europa. ‘Te veel mensen denken alleen aan zichzelf, en dat is jammer, want juist dit soort tijden vragen om medemenselijkheid’, zegt don Marco Gnavi van de Santa Maria in Trastevere. ‘Als de huizen gesloten blijven, is juist het belangrijk je geest te openen. Daarom roep ik iedereen op ook de zwakkeren te helpen, al is het maar door ten minste een keer per dag een gedachte aan ze te besteden.’

Bijvoorbeeld aan Alessandro, de 73-jarige man die zes jaar geleden door zijn familie het huis uit werd gezet en sindsdien een caravan deelt boven op een heuvel in Rome. Terwijl hij don Marco vraagt om nog een extra kopje thee, sjort hij aan zijn afzakkende broek die duidelijk uit overvloediger jaren stamt, toen hijzelf nog wat dikker was, en zijn riem nog wat gaatjes overhad.

Beeld Francesca Leonardi

‘Ik ben niet bang voor het virus’, zegt hij. ‘Ik ben 73 jaar, dus vroeg of laat moet het toch een keertje gebeuren. Alleen die honger elke dag. Eerst ging het nog wel, maar nu worden we ’s ochtends wakker en is onze enige gedachte: waar kunnen we eten? Lukt het ons daar te komen? En wat gaan we daarna eten?’

Woord bij daad voegend loopt hij weg. Ter hoogte van de fontein gemaakt door Bramante en Bernini, daar waar zijn lotgenoot Singh Parminder zijn handen wast, zakt door het gewicht van zijn riem zijn broek nog wat verder naar beneden, zodat hij zijn tocht noodgedwongen vervolgt met zijn handen op zijn heupen, op naar de volgende kerk, op naar de volgende maaltijd, op naar de volgende dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden