Dakkapel uit het boekje

De huizenkoper heeft geen architect meer nodig, louter een catalogus. Wijs maar aan: model Rodenwoude, salon metertje extra, dakpannen met glazuur....

Aan het gouden randje van de nieuwbouwwijk van het landelijke Berkhout, nabij Hoorn, woont de familie Spiers. Het buurtje bestaat voor het grootste deel uit rijtjeshuizen en dubbele woningen, maar hier overheersen de vrijstaande huizen.

De familie Spiers koos niet voor een architect voor het huis op hun perceel van 511 vierkante meter. De familie liet het oog vallen op een ‘Rodenwoude’, een van de 28 modellen uit de brochure van bouwbedrijf Desaunois, ‘uw eigentijdse partner voor zorgeloos bouwen’.

Het huis, blinkend schoon en met glanzend nieuwe meubelen, heeft achter een ruim uitzicht over de weilanden. Daar is net begonnen met de aanleg van een groot park met een moerashoek en een speelweide. Vader Cor Spiers (58): ‘Dat wordt heel gezellig.’

De familie Spiers liet nooit eerder een woning bouwen. Toen het gezin met twee dochters van 15 en 19 jaar oud via een loting een bouwperceel in handen kreeg, was de keuze voor een cataloguswoning snel gemaakt. Spiers: ‘Als je bij een architect zit, is het toch wat moeilijker. Je hebt dan niets concreets in handen, hè. Bij zo'n bouwer vraag je gewoon een catalogus op. Daar adverteren ze mee. En dan leeft het al een beetje, met die plaatjes.’

Zijn echtgenote Sija Spiers (50) vond het laten bouwen van een huis ‘al werk genoeg’. Daar hoefde geen gesprek met een architect meer bij. ‘Gewoon uit de catalogus, huppakee! Niet iedereen wil zijn huis helemaal zelf bedenken.’

Van de zeven vrijstaande huizen uit het rijtje van Spiers zijn er vijf afkomstig uit de catalogus van een bouwbedrijf. Daarmee is de buurt een afspiegeling van de landelijke voorkeur voor bouwen uit een boekje. De schattingen lopen uiteen, maar wijzen wel dezelfde kant op: vandaag de dag wordt op meer dan de helft van de vrije kavels een cataloguswoning neergezet.

De bouwer van het huis van de familie Spiers, Bart Desaunois (45), tilt in zijn showroom in Zwaagdijk-Oost het dak op van een kleine houten versie van de woning. ‘Zo’n maquette toont even meer dan een bouwtekening’, vindt hij. ‘Het gaat erom dat de mensen makkelijk een keuze kunnen maken.’

In de showrooms zijn de bouwmogelijkheden tastbaar gemaakt voor klanten die nog nooit een huis hebben laten bouwen, laat staan ontwerpen. Bij Desaunois staan nagemetselde muurtjes, dakpanvariaties en houtwerk in alle soorten. Daar komt nog bij dat de gespecialiseerde bouwers meteen kunnen laten zien wat een huis gaat kosten.

Een basishuis komt bij Desaunois op 140 duizend tot 250 duizend euro inclusief btw, exclusief grond. Op het computerscherm kunnen kopers naar hartelust knippen en plakken aan hun woonhuis in wording. De euroteller loopt mee. Dakkapel van 2,5 meter in een pannendak? Dat is 5.500 euro extra.

‘Je krijgt meteen een goed overzicht van de kosten’, zegt mevrouw M. de Ridder, een dame op leeftijd uit Aalsmeer. Ook zij liet een Rodenwoude neerzetten. Het basisontwerp liet zij verfraaien met witte gevelbetimmering en groene houten luiken. ‘Je kon precies aangeven wat je extra wilde. En je wist meteen wat je dan kwijt bent. Heel prettig. Met een architect wordt het altijd duurder. Meestal wel, denk ik.’

In Julianadorp bij Den Helder bestelde de familie Bremer eveneens een Rodenwoude, door hen uitgevoerd in beige baksteen en met rode dakpannen. Vader Peter Bremer (49), technicus bij de onderzeebootdienst van de Koninklijke Marine: ‘Het was heel simpel. Dit kost het en dan heb je je sleutel. Ik kon geen verrassingen gebruiken, want ik had het vooruitzicht weer te gaan varen. Het is misschien de easy way, maar ik wist waar ik aan toe was, ook financieel.’

Ook Bremer (49) wilde geen ‘polonaise met een architect’ toen hij een bouwperceel wist te bemachtigen. ‘Bij een architect zit je te tekenen en dan voldoet zo’n plan weer niet aan de eisen van de gemeente en moet je weer terug naar de tekentafel. Dan blijkt de aannemer weer te duur, en zo gaat het maar door. Dat was mijn gevoel althans.’

De cataloguswoning begon zo’n vijftien jaar geleden met zijn opmars. Wat de architect kon, konden de aannemers ook, vonden zij. Veel van de bedrijven werken samen met een architect of hebben er inmiddels een in dienst genomen.

Desaunois: ‘De architect kijkt even mee, maar heel vaak heeft hij geen direct contact met de klant. Wij tekenen wat de klant wil. De architect boetseert het in elkaar. Dan zet hij bijvoorbeeld nog even een dakkapel op de goede plaats.’

Rijdend door de omgeving van Zwaagdijk wijst Desaunois de ene na de andere woning aan die uit zijn koker komt. De akkerbouwers uit de buurt zijn niet de moeilijkste klanten, vertelt hij. ‘Die zijn heel simpel. Hij zegt gewoon: Het huis van mijn broer is mooi. Doe mij maar hetzelfde.’

Hij wijst op twee huizen nabij Stede Broec. ‘Daar hebben we bij deze broers gelukkig nog wel wat aan kunnen doen. De een heeft twee goothoogtes en wat luxere kozijnen. De ander heeft één goothoogte, maar wel luxere pannen.’

Desaunois wordt niet moe te benadrukken dat de variatie in de gesystematiseerde bouw alleen maar groter zal worden. Ook komen er steeds nieuwe modellen bij. ‘Een stolpje is in. En een notariswoning is in. Dus dat worden de nieuwe modellen.

‘Elk huis is eenmalig’, benadrukt hij. ‘Al blijft de formule hetzelfde. Vijftien jaar geleden was het rechttoe, rechtaan. Mensen waren allang blij dat ze een huis konden laten bouwen. Nu hebben mensen meer wensen.’

De droom van de Nederlander is een vrijstaand huis op een eigen kavel, weet Desaunois inmiddels. ‘Het moet niet te veel kosten, maar wel uniek zijn. Je hebt ook geen tienduizenden euro’s nodig om een huis op te leuken. Een sierlijstje, wat mooi metselwerk, dat is allemaal niet zo duur. En je hebt wel meteen een huis met een eigen gezicht.’

In Hoogkarspel rijdt hij door een buurtje met wel tien van zijn huizen. ‘Iedereen heeft zijn eigen tokootje. Je kunt wel willen dat het rust uitstraalt, stedebouwkundig gezien, maar deze mensen geven wel heel veel geld uit om een eigen huis neer te zetten.

‘Ik heb het meegemaakt dat de stedebouwkundige in een wijk alles in grijze steen wilde hebben en met de dakgoot op dezelfde hoogte. We hebben ons best gedaan, maar het is daar zo sáái. ’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.