Dagen van stilstand

Bij geldgebrek doen alsof de werkelijkheid aan je voorbijgaat, dat schiet niet op, ondervond Peter Middendorp. Erotisch dansen in een homokroeg levert in elk geval méér op....

Ik had tegen haar gezegd: 'Kom vanavond maar niet langs, want het schiet helemaal niet op met het interview voor het omroepblad.' Niet lang daarna gebruikte mijn vriendin haar sleutel en probeerde ze via de voordeur binnen te komen. Ik verloor mijn geduld, wierp m'n toetsenbord met kracht van me af en bleef ergens achter haken. Toen we een paar uur later achter een heel dikke duim van de Eerste Hulp terug naar huis liepen, zei ze: 'Met zo'n duim kan ik je vannacht maar beter niet alleen laten.'

De volgende ochtend kropen we samen over de vloerbedekking om de letters te verzamelen; pas daarna wilde ze eindelijk weg. Ik probeerde de toetsen terug in het bord te krijgen, meer dan een vruchteloos proppen was het eigenlijk niet, toen de bel ging. Op de stoep stond een man in een krap winterjack. Hij zei dat hij van de gemeente was en graag even binnen wilde komen. Daarna lachte hij een rij scherpe tandjes bloot.

Uit de keuken nam ik koffie mee en een verpakking lieve paaskuikenkoekjes, die ik van mijn moeder had gekregen. De man keek een beetje ongemakkelijk om zich heen. Op een plateautje boven de kast verspreidden een paar sporttassen een indringende wietlucht. Om toch nog wat inkomsten te hebben, had ik mijn huis ter beschikking gesteld aan Lucas, de vriend die het in de tussenhandel had gezocht. Na een tijdje hielden je ogen wel op met tranen, maar gasten sloeg de lucht weleens op de borst.

Hij kuchte omstandig, ging zitten en begon te praten. Ik had niet genoeg betaald. Sterker: ik had helemaal niets betaald. Ik had op geen enkel schrijven van de gemeente gereageerd, oproepen en aanmaningen genegeerd en ook had ik een keer de deur niet opengedaan terwijl hij duidelijk een schim had zien wegschieten. Nu had de gemeente besloten dat de maat vol was. Hij pakte een koekje, hield dat voor zijn mond en zei: 'Daarom hebben ze mij ingeschakeld.'

'Maar', zei ik, 'maar dan bent u gewoon een déurwaarder.'

'Ja', zei hij. 'Dat had je niet verwacht, hè?' Hij lachte een droog en toonloos lachje. Daarna beet hij met zijn scherpe tandjes het kopje van een kuiken.

Perforeren

Intussen heb ik mij het geluk van perforeren eigen gemaakt. Ik heb een mooie perforator van lichtblauwe kunststof en als ik de brievenbus hoor klepperen, haal ik die met plezier te voorschijn. Ik heb drie groene mappen en twee rode van de V & D gehaald, die leuk staan bij het interieur, zeker als je groen en rood een beetje afwisselt. Als er bezoek is, moet ik me inhouden om niet te vragen: 'Wie wil er mijn administratie zien?'

Maar er waren ook dagen dat er niet tegen de wereld op te perforeren viel. Het geluk van een boekhouding zit erin dat je het geperforeerde tegen derden kunt gebruiken, liefst bevoegde instanties. Dat je tegen een onredelijke figuur aan de telefoon kunt zeggen dat hij mooi kan praten, maar dat jij achter het vijfde tabblad een formulier hebt waar echt een ander verhaal opstaat. Met onbetaalde rekeningen gaat dat niet.

Het waren dagen van stilstand, want zonder geld kom je maar moeilijk een stapje verder. Nu wist ik met de verstandige mensen wel dat geen geld hebben zich tot armoede verhoudt als trek tot honger. Er waren geen mondjes te voeden en ook hoefde niemand nieuwe schoenen of op schoolreis. Maar ik begon wel te begrijpen wat ze bedoelden met de opmerking dat het eerste miljoen het moeilijkst was om te verdienen.

Ik had zonodig heel lang aan iets artistiekerigs moeten werken waar je niets mee verdiende. Toen dat af was, zat ik op een stoel om me heen te kijken. Om een opdracht aan te nemen, moest je iets kunnen investeren. Het bedrag dat je na weken kreeg overgemaakt, stond in het beste geval gelijk aan wat je had moeten lenen om de tussentijd mee door te komen. Na een paar maanden kwam ook mijn hoofd tot stilstand. Ik ging ervan uit dat de gedachten wel weer eens terug zouden komen, al kon je niet uitsluiten dat ze intussen andere hoofden hadden opgezocht.

Langzaam werd de werkelijkheid een toestand, zoals een favoriete schrijver dat graag zei, die op een afstandje aan je voorbij gleed. Zolang ik me stilhield, liet die mij misschien ook wel met rust. Een maand of acht ging dat goed. Daarna begon de buitenwereld zich steeds heviger voor mij te interesseren. De telefoon ging doorlopend, steeds meer post viel op de mat, en nu had de bemoeizuchtige werkelijkheid de vorm aangenomen van een man in een krap winterjack.

Geoliede Gazelle

Hij stond op, keek naar mijn toetsenbord en naar mijn ingezwachtelde duim - ik had er trouwens ook een mitella bij gekregen, maar die hoefde ik alleen te dragen als ik buiten een eindje ging lopen. Ik hobbelde achter hem aan naar de deur en vroeg hoeveel tijd er gewoonlijk zat tussen de eerste waarschuwing en de dag dat ze daadwerkelijk de boel kwamen leeghalen. Hij draaide zich om en lachte meewarig: 'Ik denk dat je dinsdag voor twaalf uur echt even langs wilt komen.'

Ik liep terug naar de kamer om me op de situatie te beraden. Ik had een schuld van 600 euro. Ik had een toetsenbord dat aan vervanging toe was. Ik had een zere duim, een vriendin met wie het niet zo goed ging en een interview voor een vierkant omroepblad dat helemaal niet opschoot. Het was geen situatie om jaloers op te worden, maar het was er ook niet een om van bij de pakken te gaan neerzitten. Ik zocht mijn laatste 40 euro bij elkaar, sloeg de mitella om de schouder en ging de deur uit.

Onder wandelaars en fietsers was mijn straat heel populair. Hij stond links en rechts vol met oude en scheefgezakte huisjes, die 'schippershuisjes' werden genoemd omdat ze zo klein waren als een kajuit. Voor de geïnteresseerde fietser of wandelaar bood de straat een aardig inkijkje in het armoedige leven van de negentiende eeuw. Als je door de straat liep, keken ze je heel zachtaardig aan, alsof je niet ook liever op een geoliede Ga zel le naar een etage met dubbele beglazing wilde rijden, maar aan zoiets als re-enactment liep te doen.

Aan het begin van de middag kon je Lucas meestal in De Groeiwinkel vinden, die was gevestigd in een langwerpig pand aan de rand van het centrum. Tegen de rechterwand stonden kweekbenodigdheden als ventilatoren en sproeisystemen opgesteld. Aan de linkerzijde zaten altijd wel wat lijzige mannen aan de bar over hun bijverdiensten te praten. De bediende gebruikte de hele lengte van de winkel om er met grote snelheid in op en neer te lopen. Als hij de werkdag met een joint begon, had hij geen last van adhd, maar dan klopte de kassa vaak niet meer.

'Ja. Drie k', zei Lucas. Hij klapte zijn mobiel dicht en keek naar mijn mitella: 'Dat ziet er niet goed uit.'

'Volleybal zeker', zei een man aan de bar. 'Dat ie dan zo dubbelklapt en alle banden scheuren.'

'Ja', zei ik zacht. Opeens had ik het met mezelf te doen. Na een trucje van een handige spits was er in mijn rechterknie geen band meer heel. Na een onschuldig stoeipartijtje op de stoep van een café was er van de verbindende gewrichten in de rechterschouder ook niet veel meer over. En de ribben aan de rechterkant waren bijna allemaal gebroken toen ik tijdens de laatste vakantie, om indruk te maken op een vrouw, vanaf de hoge zo dicht mogelijk langs de kant wilde duiken en alleen met mijn linkerhelft in het water was terechtgekomen. Ik was nog helemaal niet oud, maar de tijd kwam dichterbij dat ik alleen nog vanaf de linkerkant te benaderen was.

Gordijnen dicht

'Wat denk je, Lucas', zei ik, 'gaat er nog iets weg? Het zou me goed uitkomen als ik voor dinsdag 600 euro zou verdienen.'

'Ja', zei Lucas, 'dat weet je nooit van tevoren. Er komt nog wel wat bij, geloof ik. Je weet hoe dat gaat.'

Ja, ik wist wel hoe dat ging. Op onvoorspelbare momenten parkeerden twee glimmende personenauto's met de bumpers tegen mijn raam. Dan stapten er boos kijkende figuren uit van allerlei slag en allooi, die een paar keer met tassen en dozen mijn huisje in- en uit liepen. Soms moest er wat gewogen worden en gingen voor een paar minuten de gordijnen dicht. Mij leek dit allemaal nogal opvallend gedrag, maar de geïnteresseerde wandelaar zag kennelijk niet wat er voor zijn ogen gebeurde.

'Weet je wat grappig is', zei Lucas, 'die lui zijn bijna allemaal lid van de schietvereniging. De hele dag kunnen ze dan hun pistool dragen, want als ze worden aangehouden, zeg gen ze gewoon dat ze onderweg zijn naar de schietbaan.'

Ik keek hem aan en bevestigde dat dat inderdaad heel grappig was. Vooral omdat al die figuren precies wisten uit welk scheefgezakt huisje je zomaar gratis tassen vol wiet kon komen halen, omdat daar een halfzachte verslaggever van een omroepblad woonde die alleen nog maar zijn linkerhand kon gebruiken.

'Ik moet nodig een interview afmaken', zei ik. 'En ik moet dinsdag toch echt even wat geld naar het gemeentehuis gaan brengen. Het zou me dus echt enorm veel rust geven als ik wist dat er nog iets wegging deze week.'

'Geen zorgen', zei Lucas, 'er gaat altijd wel íets weg.' Hij nam zijn telefoon van de bar en liep naar de deur. Buiten zag ik hem een bekeuring van zijn voorruit halen en weggooien, voordat hij wegreed.

Scanners

Het was al halverwege de middag toen ik de computerwinkel binnenkwam; een filiaal uit een keten waarvan ze op de televisie beweerden dat je het echt nergens goedkoper kon krijgen. Overal schoten verkopers op gladde schoenen over de vloerbedekking. Maar het was niet de bedoeling om ze aan te schieten of anderszins lastig te vallen, het was de bedoeling om in de rij bij de kassa te gaan staan.

Er waren een heleboel gezinnen in de winkel. De mannen stonden voor me, de zoontjes hadden zich bij hen gevoegd, de vrouwen hielden zich op in de buurt van de buitendeur. Samen hadden de mannen hele gesprekken over scanners, videokaarten en de mogelijkheden de programmatuur tussen vader en zoon te verdelen, zodat het gemodder van de één het werk van de ander niet zou kunnen bederven.

Na een half uur was ik aan de beurt. Ik vroeg: 'Hebt u ook toetsenborden?'

Misschien hadden ze de verkoper op de cursus verteld dat mensen die het meest aan toetsenborden uitgaven, zich aan mijn dracht lieten herkennen.

Ik zag er helemaal niet koopkrachtig uit, toch begon hij over nieuwe en dure borden, eventueel verkrijgbaar in een specifieke vorm en voorzien van polskussentjes, zodat je geen last van rsi kon krijgen. 'Of hebt u liever een draadloze?'

'Geeft u mij maar het allergoedkoopste model', zei ik. 'Heeft u die ook?'

De verkoper wendde zich zuchtend van me af. In de draai wees hij nog even op een stapel grijze Aldi-doosjes ergens onder een grijpstelling in de hoek van de winkel, waar ik er zelf eentje van af mocht pakken, voordat ik mij weer achter aan de rij voor de kassa mocht aansluiten.

Thuis belde ik eerst mijn vriendin. Ik zei dat ze vanavond maar beter niet kon langskomen, omdat ik het erg druk had met het interview met de omroepster. Ze kon trouwens ook een presentatrice of een interviewster zijn, dat wist ik niet, want toen ik het haar vroeg, had ze geantwoord: 'Wéét jij dat dan niet?'

Mijn vriendin zei dat ze er geen begrip voor had - 's nachts werkte ik toch niet? 'Nee', zei ik, 'maar ik moet morgen wel heel vroeg op.' Daarna hingen we op en kwam ik eindelijk aan werken toe.

Het interview was een beetje in het water gevallen. De voorbereiding had vooral bestaan uit het herstellen van kleding. Ik had een zwart overhemd met een scheur in de mouw en een zwarte broek met een losse zak. En ik had alleen wit garen. Mijn vriendin, dat moest ik haar wel nageven, kwam toen op het idee om het garen met mascara in te smeren.

Het regende hard onderweg naar het interview, maar de mascara hechtte beter aan het garen dan aan haar wimpers.

Over veel boeiende informatie voor het artikel beschikte ik niet. Bovendien viel het typen met links erg tegen. Vooral de muis bedienen vergde veel oefening. Het moest een uur of negen zijn toen er een auto op de stoep parkeerde. Ik hoorde wat vrolijk gefluit en even later kwam Lucas de kamer binnengelopen. Op de flank van zijn sporttasje stond de naam van een lokale volleybalvereniging geschreven. Hij vroeg: 'Lukt het een beetje?'

'Nou', zei ik, 'de eerste regel heb ik al.' Dat klopte ook. Het moest een full quote verslag worden en hij luidde: 'Ik ben een verwend nest.' Eigenlijk had ze gezegd: 'Soms vinden mensen mij weleens een beetje een verwend nest', maar ik had besloten dat het wel wat korter kon.

Lucas keek naar het toetsenbord in de vensterbank en toen naar het nieuwe onder mijn linkerhand. 'Wat kost dat nou?'

Ik noemde het bedrag.

Uit zijn achterzak kwam een groot pak geld, met groene briefjes aan de buitenkant en grijze en rode in het midden. 'Kijk', zei hij, 'kun je vanavond weer een lekker pilsje kopen.'

'Ja', zei ik, 'bedankt.' Het was een vriendelijk gebaar van hem, toch had ik niet het gevoel dat ik er financieel op vooruitging. 'Heb je trouwens al iets gehoord', vroeg ik. 'Gaat er nog iets weg?'

'Zou zomaar kunnen.' Hij wipte het tasje op het plateautje en liep naar de gang. 'Die kleine gaat in ieder geval.'

Zorgelozer

De telefoon ging, maar ik nam niet op. Er bestonden succesvollere werkdagen, toch vond ik dat ik wel een glaasje had verdiend. Het was niet de eerste keer dat ik een periode nauwelijks over geld beschikte. Toch was alles vroeger wat zorgelozer geweest. We dronken tot het geld op was en dwaalden wat door de stad. Eén keer kwamen we langs een homodanscafé. 'Laten we erotisch gaan dansen op de dansvloer', zei Lucas toen. 'Misschien dat we dan wat drankjes krijgen aangeboden.' 'Ja', zei ik. 'Laten we dat gaan doen.'

Binnen kwamen we erachter dat erotisch dansen nog helemaal niet meeviel. Sowieso was dansen niet gemakkelijk, om een erotisch tintje aan de bewegingen mee te geven, leek voor ons niet weggelegd. Ik werd erg verlegen op de dansvloer, want Lucas maakte het echt te bont met zijn heupen. 'Misschien moet je nog iets aan de verbeelding overlaten, Lucas', zei ik. 'Dit kan echt niet zo.'

Al vlug kwam er een banketbakker met ons meedansen. Hij bleek een paar vestigingen te bezitten in de stad. Als we voortaan aan een banketbakkerij voorbijliepen, zei hij tussen twee liedjes door, moesten we maar eens naar de gevel kijken - grote kans dat zijn naam erop stond. Daarna wees hij op een lege kruk. 'Ik zat daar', zei hij. 'Zullen we wat gaan drinken?'

Onderweg naar de bar zei Lucas dat het plan werkte en dat we nu niet kinderachtig moesten doen. Het beste was dat we tegen de banketbakker zouden zeggen dat we misschien wel homoseksueel waren, maar misschien ook niet, dat we dus nog erg twijfelden, maar met het juiste zetje in de rug waarschijnlijk wel tot een goede keuze zouden kunnen komen. 'Daar worden ze ontzettend geil van', zei hij.

Excuses

De telefoon ging en ik nam nog steeds niet op. Ik dacht eraan hoe de banketbakker er tegen de ochtend had bijgezeten. Hij zat te knorren op een leunstoel, met allemaal lege flessen om zich heen, en ik stond voor hem en bood voor de zoveelste keer mijn excuses aan. Lucas had nergens last van. 'Bedankt voor de drankjes', zei hij. 'De volgende keer als we langs een bakkerij lopen, zullen we beslist even op de gevel kijken.'

Veel liever dan het gepraat van een onwillige omroepster zou ik zulke verhalen opschrijven. Als mensen daar ook nog zoveel geld voor wilden geven dat ik mijn rekeningen kon betalen, had ik het goed voor elkaar. Het werd dus steeds belangrijker om morgen vroeg op te staan en eindelijk dat interview eens af te maken. Wie weet kon ik dan een nieuwe opdracht krijgen en ging de boel wel lopen. Ik duwde de kurk in de fles terug. Nog één keer ging de telefoon. Even later hoorde ik gemorrel aan de voordeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden