Dagboek

Didu

Theodor Herzl zoekt medestanders voor zijn grote droom: een Joodse staat in Palestina.

Karlsbad, 22 juli 1896

Vanochtend ontbeet ik in Posthofgarten. Niet ver van ons zette koning Ferdinand van Bulgarije zich met zijn gevolg aan tafel. Ik zag hoe men hem op mij attendeerde. Daarop stuurde hij Fürth op ons af, die vooraf had gezegd dat het twijfelachtig was of de koning mij zou willen zien. Fürth zei dat de koning me later in de tuin wilde spreken.


We letten nu scherp op of de koning van tafel ging. Zodra het moment daar was, gingen Newlinski, Fürth en ik hem achterna. Hij stond op me te wachten achter een struik. Al op tien schreden afstand nam ik mijn hoed af, hij kwam me twee passen tegemoet. Ceremonieel kwam er verder niets aan te pas. Hij gaf me een hand, en ik begon meteen het Joodse vraagstuk uiteen te zetten. We wandelden door de tuin, terwijl de anderen zich op eerbiedige afstand hielden en een enkele passererende badgast zich aan ons vergaapte. Eénmaal begon de prins te stampvoeten, toen twee passanten bleven staan om ons gesprek af te luisteren, en hij schermde met zijn paraplu alsof hij er op los wilde slaan. 'Het is een schande hoe je hier wordt lastig gevallen', zei hij, 'en de christenen zijn nog erger dan de Joden.'


Ik legde hem kort en goed mijn plannen uit. Hij reageerde meteen enthousiast: 'Een prachtig idee. Zo heb ik nog niemand over de Joodse kwestie horen praten.'


Theodor Herzl (1860-1904), Weense journalist en grondlegger van de zionistische beweging. Ingekort fragment uit zijn Tagebücher, editie 1922.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.