Dagboek

Een Russisch schoolmeisje bekijkt de Sovjetburgers met kritische blik.

Moskou, 30 juli 1934

Moskou ontving ons onverwacht slecht. Vanaf het ogenblik dat ik het perron op stapte, begon de mij al bekende melancholie op te komen. Toen we het station binnenliepen werden we tegengehouden vanwege onze omvangrijke bagage en we zouden de staat een boete hebben moeten betalen, als er niet toevallig net op tijd een kruier verschenen was, die ons zonder problemen naar het stationsplein bracht.

Mama en ik lachten alleen naar elkaar om dat winstbejag van zowel de staat als van de kruiers. Ik voelde me beledigd en verdrietig vanwege mijn vaderland en omdat ik in zo'n land moest leven.

We stonden bij het station toen er van het perron een verschrikkelijke rauwe stem van een dronkaard kwam. Het was een jonge kerel met een verschrikkelijk mismaakt en ondergekwijld gezicht. Hij vloekte als een ketter en probeerde zich los te rukken uit de handen van een politieagent, die klein was, bij hem vergeleken. Met zijn dronken kop trok hij zijn hemd uit en zwaaide met zijn gezonde gespierde armen. 'Kijk, dit zijn sovjetburgers', dacht ik.

Vanuit een klein restaurant kwamen dronkemansliederen en de klanken van de foxtrot. En ik dacht aan degenen die hele dagen werken voor een stuk brood, vuil en haveloos, met grove, maar sympathieke gezichten.

Nina Loegovskaja (1918-1993); ingekort fragment uit Ik wil leven - Het geheime dagboek van een Russisch meisje tijdens het Stalin-bewind. Vertaling Anne Pries; uitg. Archipel, 2004.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden