Dagboek

Een Victoriaanse dame bezoekt een Osmaanse pasja.


Constantinopel, 9 juli 1881


Onze parttime vakantie liep uit op een cricketwedstrijd en een bezoek aan een Turkse buitenplaats. We vertrokken in onze stoomsloep, met de Griekse gezant en diens twee dochters. Aan hem dankten we de toestemming het paleis van Ibrahim Pasha te mogen bezoeken. We meerden af in Beikos, waar zes ezeltjes klaar stonden voor de kinderen. Ibrahim Pasha had twee rijtuigen en twee ossewagens gestuurd en we kozen de laatste. We werden flink door elkaar gerammeld, maar het was flauw van ons geweest als we het rijtuig hadden genomen.


Het huis staat bovenop een hoge heuvel en het is ruim en uitstekend onderhouden. In Engeland zie je niets dat properder is, en je weet dat properheid in deze contreien niet ruim voorhanden is. We bewonderden de volières en het fraaie theehuis, vanwaar je een schitterend uitzicht hebt.


Binnen werd ons een sorbet en koekjes aangeboden, en meer verwachtten we ook niet. Maar toen kregen we te horen dat de thee klaar stond. We zetten ons aan een tafel vol sandwiches, thee en ijs, met een reusachtige taart in het midden. Nadat we gegeten en gedronken hadden, kregen we allemaal een boeket en de kinderen een potvaren. Daarna reden we terug naar de aanlegsteiger. Net als de gastheer in Duizend-en-een-nacht had Ibrahim Pasha zichzelf niet vertoond.


Hariot Lady Dufferin (1844-1936), echtgenote van de Britse ambassadeur Lord Dufferin. Fragment uit My Russian and Turkish Diaries, 1917.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden