Dagboekschrijver die zichzelf niet spaarde

Al zijn nevenactiviteiten, onder meer als schrijver van het minst geheime dagboek van Nederland, hebben enigszins het zich ontnomen op het dichterschap van Hans Warren, die in de nacht van dinsdag op woensdag overleed....

IN 1975 verscheen de bundel 't Zelve anders, waarin Hans Warren (1921-2001) de gedichten uit zijn debuut Pastorale (1946) overnam en voorzag van ontnuchterend commentaar. De traditionele liefdeslyriek van een jongeman voor zijn aanbeden 'Sibylle' (de latere, eerste vrouw van Jan Wolkers) werd door de homoseksuele vijftiger die Hans Warren inmiddels geworden was, sceptisch bekeken.

Zo werd het verheven inzettende Herfstwandeling ('De herfst roept ons te dwalen door de heide') op de pagina ernaast gecorrigeerd: 'Idyllische wandeling/ van gelieven door de heide -/ er is geen stap van gezet,/ althans niet door ons samen.// Zo liegen dichters/ de waarheid/ en zijn vervelend bovendien,/ pronkend met paars en parels. (. . .) De vlinders en de berken/ waren echt, ook het schrijnen/ waar de bosmieren/ gebeten bleken te hebben.'

In 't Zelve anders laat Warren zichzelf een toontje lager zingen, zonder de jongen die hij was te verloochenen. Als fijnzinniger en intussen gelouterd poëet kijkt hij op zijn jeugdwerk terug. Zonder aanstellerij kon je ook heel goed gedichten schrijven, had hij ontdekt.

Sommige zijn van een verstilde tijdloosheid en tonen hem als een soort Zeeuwse Griek, die in een verraderlijk parlando (de gewone toon die alleen door hard werken bereikt kan worden) de schoonheid bezingt van natuur, jongens en kunst.

Warren werd op 21 oktober 1921 geboren in Borsele als zoon van een waterbouwkundig ingenieur. Al vroeg hield hij een natuurdagboek bij. De observaties over visarenden en tureluurs op de plek waar nu onze grootste kerncentrale staat, laten niet de hele Warren zien: voor de persoonlijker ervaringen en gedachten begon hij een geheim dagboek.

Sinds 1981 publiceerde Warren met grote regelmaat een deel van dat Geheim Dagboek, zodat iedereen heeft kunnen meelezen hoe deze vreemde eend in de Zeeuwse bijt zich langzaam bevrijdde van het ouderlijk huis, zich als dichter en criticus een plaats wist te veroveren, en zich los moest maken van het idee dat hij als gezonde Hollandse jongen een vrouw moest hebben.

Die ontwikkelingsgang maakt de lectuur van de eerste vijf delen van het Geheim Dagboek tot een intiem, verslavend en bijwijlen gênant avontuur. Warren gooit alles op straat. Zichzelf spaart hij daarbij nog het minst.

Zijn van meet af aan hopeloze huwelijk met Mabel wordt pas ontbonden nadat ze drie kinderen hebben gekregen en jarenlang crises hebben doorstaan. De openhartigheid waarmee Warren de Parijse jaren 1952-1957 beschrijft, vol woeste seks op Place Pigalle met Arabische efeben en mediterrane schandknapen, het schuldgevoel, het zelfbeklag ook, kortom zijn ongebruikelijke gebrek aan discretie maken die eerste dagboekdelen tot een uniek literair document.

In de latere delen, als Warren voorgoed is teruggekeerd naar Zeeland, komt hij in rustiger vaarwater. Het geworstel wordt gemekker, de indiscreties over derden beginnen in het oog te lopen, de lofzangen op lekkere restaurantjes, kostelijke schilderijen en beeldige beeldjes beginnen je de neus uit te komen.

We krijgen - eerlijk is eerlijk - een nogal onthutsend beeld van een criticus die zijn persoonlijke vriend- en vijandschappen heeft misbruikt in besprekingen van literatuur.

Zo is Warren vooral bekend geworden als de auteur van het minst geheime dagboek van Nederland en omstreken (tot dusver vijftien delen groot), als langst zittend literair criticus (jongstleden oktober was het vijftig jaar geleden dat zijn eerste kroniek in de Provinciale Zeeuwse Courant stond; een rubriek die een aanzienlijke invloed had doordat ook andere provinciale dagbladen die rubriek opnamen), als samensteller van bloemlezingen (hij actualiseerde Van Vrieslands beroemde Spiegel van de Nederlandse poëzie), als vertaler van De Sade en (met zijn partner Mario Molegraaf, of eigenlijk die meer met hém) van Kaváfis en Plato.

Die activiteiten hebben het zicht op de dichter Hans Warren enigszins ontnomen. Misschien dat daarin na zijn dood verandering komt. Zo'n twintig dichtbundels publiceerde Warren tussen 1946 en oktober 2001.

Er bevinden zich gedichten onder die zuiver en kwetsbaar zijn, ongekunstelde kunst die vertolkt wat Warren in 1986 samenvatte in Liefde: 'Een zeepbel is niet te verwerven/ ook liefde sterft aan de opperhuid./ Nakijken, dromen, derven/ maken de waarde uit.'

Dat zijn wereld de laatste jaren kleiner werd door zijn haperende gezondheid, bleek onlangs nog uit de dichtbundel Een stip op de wereldkaart die bij zijn tachtigste verjaardag verscheen. De meeste gedichten zijn geschreven naar aanleiding van kunstvoorwerpen uit zijn eigen verzameling.

Eén van de beste, Op een Bataks doodkistje, stond een kwart eeuw geleden al in de bundel Winter in Pompeï. De herneming in deze allerlaatste bundel, in het zicht van de dood geschreven en samengesteld, is echter alleszins gerechtvaardigd.

De regels krijgen een gevoeliger lading:

'Zó een gedicht schrijven. Een fascinerend huls/ met daarin een geheim dat niet te duiden is/ maar blijft trekken, ook al is de tovenaar/ voorgoed verdwenen met zijn riten en zijn doel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden