RECONSTRUCTIE

Dagboek van het MH17-onderzoeksteam: veel weten, weinig kunnen zeggen

Het onderzoek naar de toedracht van de MH17-ramp was allesbehalve regulier politiewerk. De Volkskrant sprak afgelopen maanden met drie hoofdrolspelers. Zij geven een bijzondere inkijk.

Russische rebellenstrijders lopen langs een brokstuk van het Malaysia Airlines toestel dat op 17 juli 2014 werd neergehaald. Beeld epa

'Wij hebben bewezen wat iedereen al twee jaar denkt te weten', zegt Wilbert Paulissen, hoofd van de Landelijke Recherche.

'Dat is de tragiek van dit onderzoek: je kunt het bijna niet goed doen', voegt onderzoeksleider Gerrit Thiry toe.

'Ik denk dat heel wat mensen teleurgesteld zullen zijn', vervolgt Fred Westerbeke, hoofdofficier van het Landelijk Parket. 'We hebben verteld wat ze al wisten. Met een belangrijk verschil: we kunnen onze conclusies in een strafzaak bewijzen. Hier is geen speld meer tussen te krijgen.'

Al meer dan twee jaar doet een internationaal team van rechercheurs, forensisch specialisten en officieren van justitie onderzoek naar de toedracht van de ramp met vlucht MH17. Vandaag presenteerden ze de eerste resultaten: het lijdt volgens het onderzoeksteam geen twijfel dat vlucht MH17 is neergehaald met een BUK-raket afkomstig uit Rusland, die is afgevuurd vanuit gebied dat onder controle stond van pro-Russische separatisten.

Tekst loopt door onder graphic.

Klik op de afbeelding voor een vergroting. Beeld de Volkskrant

'Iedereen zal zeggen: heb je daar nu twee jaar aan moeten werken?', constateert Paulissen. 'Maar het antwoordt luidt: ja.'

Westerbeke: 'Je moet je realiseren dat het onderzoek naar de Lockerbieramp uit 1988 nog steeds loopt. Daar werken nog altijd vijf mensen aan. De daders zijn berecht, maar er zijn nog steeds veel onduidelijkheden.'

En, voegen ze alle drie toe: we zijn nog niet klaar. Uiteindelijk zullen ze de zaak oplossen. Zullen de daders met naam en toenaam worden genoemd - op zo'n manier dat ze in een rechtszaal kunnen worden berecht. En zullen de nabestaanden tot in detail weten wat er aan de ramp voorafging.

Hoe lang dat gaat duren? Niemand die het weet. Thiry: 'Het kan snel gaan, het kan lang duren. Regimes komen, regimes gaan. Regeringleiders komen, regeringleiders gaan. De geschiedenis leert dat de tijd in ons voordeel werkt. Uiteindelijk zullen de verantwoordelijken worden benoemd, en berecht. Kijk naar Charles Taylor, Slobodan Milosevic. Daar geloof ik in. Absoluut.'

'Het is bijna niet uit te leggen, maar het is geen onwil' (+)

'We gaan de zaak oplossen', zegt Fred Westerbeke, hoofdofficier van het Landelijk Parket. 'Maar er is een verschil tussen oplossen, vervolgen en naar de gevangenis sturen.'

Afgelopen maanden sprak de Volkskrant drie hoofdrolspelers. Ze deden hun verhaal: want dit onderzoek is als geen enkel ander onderzoek. Zo vertelt onderzoeksleider Gerrit Thiry van de Landelijke Recherche hoe 'MH17 hem ruim twee jaar geleden bij de strot pakte en niet meer losliet'. Drie dagen na de ramp kreeg de vijftiger - een rustige verschijning die normaliter zijn pijlen richt op zware criminelen - een telefoontje met de vraag of hij vanuit de politie het strafrechtelijke onderzoek wilde leiden. En omdat Thiry nooit 'nee' zegt, antwoordde hij 'ja'. Niet wetende dat hij vanaf dat moment bijna constant zou werken.

Nu, bijna twee jaar later, laten gedachten over de slachtoffers hem niet meer los. Zelf heeft hij geen contact met nabestaanden. Professionele distantie. Maar geregeld denkt hij aan de foto's die de inzittenden van het toestel maakten vlak voordat de raket met een snelheid van 3000 kilometer per uur hun vliegtuig raakte. De politie bekeek ze allemaal. Misschien dat iemand net een foto heeft gemaakt waarop de raket is te zien, was de gedachte.

Onnozel, geeft Thiry achteraf toe. Met zo'n snelheid is het onmogelijk een raket te ontwaren. Wat hij wel zag: beelden van vrolijke reizigers. 'Verrek', dacht hij bij sommige foto's, 'misschien was dit de eerste reis van dit slachtoffer, een gewone man die op vakantie ging op 17 juli 2014.' Niet wetende dat bijna 10 kilometer onder hem de Oost-Oekraïense rebellen de dagen ervoor zware verliezen hadden geleden en zich juist die dag opnieuw bewapenden. En niet wetende dat één van deze rebellen op het knopje zou drukken van een raketinstallatie, waardoor 54 seconden later het lot van 298 reizigers was bezegeld.

Op verschillende momenten vertelden Thiry, Fred Westerbeke en Wilbert Paulissen over hun ervaringen: over de belangrijke momenten in het onderzoek, de argusogen die vanuit de hele wereld over hun schouders meekijken en het groeiende gevoel van onbehagen onder de nabestaanden: zullen de daders ooit worden berecht? Voor zover het kon, deden ze hun verhaal, want nog altijd kan het onderzoeksteam niet alles delen wat het weet.

4 december 2014: Maleisisch ongemak

Een Oekraïense duim gaat de lucht in. Fred Westerbeke ziet het gebeuren aan de andere kant van de drukbezette vergaderzaal. Het is gelukt, denkt de hoofdofficier. Hij haalt opgelucht adem.

Het is 4 december 2014 en vertegenwoordigers van alle getroffen landen zijn bijeen om te vergaderen over het verloop van het strafrechtelijk onderzoek. Zo ook de vijf landen van het Joint Investigation Team (JIT): Australië, Oekraïne, België, Maleisië en Nederland. Het belangrijkste onderwerp in de moderne witte toren van Eurojust in Den Haag: de positie van Maleisië.

De ramp met toestel MH17 is nu ruim vier maanden geleden. Meteen na 17 juli 2014 constateerde Westerbeke samen het Team Internationale Misdrijven (TIM) dat er een rol voor hen was weggelegd. Want, hield de toenmalige teamleider de hoofdofficier voor: je kunt beter in een vroeg stadium actie ondernemen, dan in een laat stadium constateren dat je de boot hebt gemist.

De officieren van het TIM hebben dat al eerder gezien. Rampen waarbij onder de vlag van de Verenigde Naties waarheidsmissies werden gestart, zonder daarbij te denken aan de strafrechtelijke consequenties. 'In zulke onderzoeken wordt met geheimhouding gewerkt, en kunnen resultaten niet in een strafrechtelijke procedure worden gebruikt. Dan staan justitie en de nabestaanden met lege handen', zegt Westerbeke.

Om die reden stapte twee dagen na de ramp de eerste officier van justitie in het vliegtuig naar Kiev. Een cruciale stap.

Gerrit Thiry. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Want in de Oekraïense hoofdstad vonden de landen die het ergst waren getroffen elkaar, en besloten ze samen op te trekken in het strafrechtelijk onderzoek. De Belgen waren - uiteraard - al bekend voor de Nederlanders, en andersom. Met de Oekraïners hadden ze al ervaring opgedaan in onder meer cybercrime-zaken. En met de Australiërs was er 'gewoon een klik. We lijken op elkaar: what you see is what you get', zegt Westerbeke.

Maar met Maleisië verliep de relatie in het begin stroef. De Oosterse omgangsvormen - het uitwisselen van cadeaus en beleefdheden voordat je tot de kern komt - vragen gewenning. Het ministerie van Buitenlandse Zaken en de ambassadeur in Kuala Lumpur moeten zelfs te hulp schieten. 'Ik heb geleerd niet te snel te denken: over een uur heb ik een andere afspraak, laten we tot zaken komen', zegt Westerbeke.

Maar dat was niet het grootste probleem.

Als Oekraïne naar Maleisië keek, zag het een Aziatische bondgenoot van Rusland. Een land dat vlak na de ramp een overeenkomst sloot met de rebellen om de zwarte doos te bemachtigen. En een land waarmee je misschien niet te veel gevoelige informatie wilt delen. Over getuigen bijvoorbeeld.

En als Maleisië naar Oekraïne keek, zag het een land dat onvoldoende begrip had voor de verliezen die het had geleden. Niet alleen waren er 43 dode Maleisiërs te betreuren, ook staatsbedrijf Malaysia Airlines had een toestel verloren. Het tweede in korte tijd bovendien.

En dus heeft Westerbeke - als coördinerend hoofdofficier - de hele ochtend in de wandelgangen van Eurojust gesprekken gevoerd. In de hoop de dreigende impasse te doorbreken, en Maleisië voortaan als volledig lid te benoemen. 'Als we nou een tussenweg kiezen', stelt hij tijdens de lunch via een tolk aan zijn Oekraïense evenknie voor. 'Laten we Maleisië geleidelijk toegang geven tot het dossier zodat het vertrouwen kan groeien.' Wat Westerbeke - een nuchtere, directe Zwollenaar - betreft zou Maleisië met name verantwoordelijk worden voor een deel van het forensisch onderzoek. 'Dan ontstaat er een natuurlijke verdeling waardoor we niet in elkaars vaarwater zitten, maar wel als één club kunnen opereren', houdt hij de Oekraïner voor. Die knikt, en belooft het direct te bespreken met zijn baas in Kiev.

Even later - als de officiële vergadering is hervat - ziet hij dat zijn Oekraïense collega een smsje krijgt en diens duim omhoog gaat: het JIT kan definitief aan de slag.

20 juli 2015: 100 duizend sms'jes

'Ik heb goed en slecht nieuws', zegt onderzoeksleider Gerrit Thiry aan de telefoon tegen zijn baas, Wilbert Paulissen.

'Wat is het goede nieuws?'

'We hebben de tekst voor de getuigenoproep per sms af. Het slechte nieuws is dat het niet in één berichtje past. Het worden twee sms'jes per telefoon. Je moet dus geen 50 duizend, maar 100 duizend sms'jes betalen.'

'Laten we dat maar doen', antwoordt Paulissen. De baas van de Landelijke Recherche is een ervaren Brabantse politieleider, onverstoorbaar, eentje die zich niet snel van de wijs laat brengen.

Het is 20 juli 2015. Een paar maanden eerder, op 30 maart, heeft het JIT-team iets opmerkelijks gedaan, een stap die besproken moest worden op het hoogste niveau: de premier.

In een uitgebreide getuigenoproep heeft justitie een deel van haar onderzoeksmateriaal aan de wereld getoond. Ze hebben veel meer informatie prijsgegeven dan de Nederlandse politie gewend is te doen, en zelfs getuigenbescherming aangeboden aan degenen die gevaar denken te lopen als ze hun verhaal doen. Voor het eerst zijn ze naar buiten getreden met materiaal dat op Russische betrokkenheid wijst, iets waarover ze eerder hun mond hielden. Want, vond het team tot dan toe: we kijken ook serieus naar andere scenario's en willen pas met vingers wijzen als we daar voldoende reden toe hebben.

In Zwolle zaten politiemensen die Russisch en Oekraïens spreken klaar bij de telefoon. Maar de verwachte golf van gerinkel bleef uit.

Wilbert Paulissen tijdens de persconferentie op 7 maart. Beeld anp

Daarom kiezen Thiry en zijn team nu voor een directe benadering: op basis van de gegevens van telefoonmasten weten ze precies wie er op 17 juli 2014 in de omgeving van Grabovo waren, het dorp waar het vliegtuig neerstortte, en wie in de buurt waren van de route die de mobiele raketinstallatie waarschijnlijk heeft afgelegd. Het zijn 50 duizend mensen, en die krijgen allemaal een sms.

Het is een ongebruikelijke stap. Maar, zo heeft Paulissen zijn medewerkers sinds juli 2014 geregeld voorgehouden, 'als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan'. Je moet creatief zijn binnen de grenzen van de wet, vindt hij. In dit onderzoek is immers alles anders.

Onderzoekt de politie normaal gesproken pistolen, messen en AK47's, deze keer hebben ze tientallen militaire wapensystemen onder de loep genomen. Al het oorlogsmaterieel dat zich in de buurt van de rampplek bevond moest immers worden bekeken - om zich ervan te verzekeren dat echt alleen een BUK-raket de oorzaak kan zijn van het neerhalen van toestel MH17.

En ook het forensisch onderzoek kent ditmaal vele beperkingen: een politielint trekken om het plaats delict is immers geen optie. Het team van Thiry moet zelfs bijna 10 maanden, tot juni 2015, wachten voordat ze mogen afreizen naar het gebied van de separatisten. Ze kunnen pas vertrekken als het repatriëringsteam klaar is. Want, vinden alle betrokkenen: het terughalen van de lichamen en hun bezittingen van de slachtoffers heeft prioriteit. Die missies mogen niet in gevaar worden gebracht door het team dat daders zoekt in een vijandig oorlogsgebied.

Gedegen forensisch onderzoek op het plaats delict is tegen die tijd al niet meer mogelijk. De JIT-onderzoekers mogen van de rebellen alleen grondmonsters nemen en zendmastonderzoek doen, om de locatie van de mobieltjes van 'veronderstelde betrokkenen' aan de hand van GSM-masten zo nauwkeurig mogelijk te bepalen.

En houdt justitie normaal gesproken gedurende het onderzoek angstvallig geheim wie ze afluistert in de hoop dat verdachten zichzelf telefonisch belasten, ditmaal publiceerde de Oekraïense geheime dienst al kort na de ramp de eerste tapgesprekken waarin rebellen praten over de BUK. 'Dat zouden wij vanuit tactisch oogpunt nooit hebben gedaan', zegt Paulissen.

'Maar', zegt Thiry, 'we hebben ook 'geluk' gehad in dit onderzoek.' Als de veiligheidsdienst de telefoons van de separatisten niet had afgeluisterd en opgenomen, zou het 'een godsonmogelijke taak zijn geworden deze zaak op te lossen'. Niet dat het team de getapte telefoongesprekken meteen voor waar aannam - degenen die deze op internet plaatsten hadden immers ook belangen om de vinger naar de separatisten te wijzen.

Maar, zegt de onderzoeksleider nu: die tapgesprekken waren echt. 'We hebben alle relevante tapgesprekken gecontroleerd of ze wel plaats hebben kunnen vinden en of er niet is gemanipuleerd.'

Nu nog getuigen. Al snel na het versturen van de sms in de zomer van 2015 komen de eerste reacties binnen. Uiteindelijk zal het team zo'n tweehonderd getuigen spreken. Sommigen met cruciale verhalen. Westerbeke: 'Dat waren wauw-momenten.' Details wil het team hier niet over kwijt. Om niemand onnodig in gevaar te brengen.

7 maart 2016: onrust onder nabestaanden

'We gaan vanavond naar een bijeenkomst waardoor we langzaam gewend raken aan de gedachte dat het niks gaat worden met het MH17-onderzoek', klinkt het vanuit de autoradio van Wilbert Paulissen. Een nabestaande is aan het woord: hij is teleurgesteld in het strafrechtelijk onderzoek tot dusver. Het vertrouwen dat de daders ooit worden vervolgd, begint af te brokkelen. Wees eerlijk als je de beloftes niet kunt waarmaken, zegt de nabestaande op de radio. Het is 7 maart 2016, ruim anderhalf jaar na de ramp, en Paulissen is op weg naar juist die bijeenkomst.

Oei, denkt hij. Samen met hoofdofficier Westerbeke zal hij aan families van slachtoffers vertellen over de vorderingen van zijn onderzoek. 'Hoe overtuig ik de nabestaanden dat ons onderzoek écht wel iets gaat opleveren?', denkt hij. 'Dat zijn team maar voor één ding op aarde is: de waarheid boven tafel te halen.'

Hij begrijpt de scepsis onder nabestaanden. Het is ruim anderhalf jaar later, en in de media zijn al verschillende partijen opgestaan die precies claimen te weten hoe het zit met de MH17-ramp. Zo concludeerden de Russen in oktober 2015 dat écht een straaljager van het Oekraïense leger de oorzaak moest zijn geweest. En onderzoekscollectief Bellingcat identificeerde een groep van twintig rebellen, met namen en foto's, die verantwoordelijk zouden zijn voor de ramp.

Fred Westerbeke tijdens de persconferentie op 7 maart. Beeld anp

Maar bij politie en justitie zit 'stilte in het DNA': pas als het onderzoek - dat soms jaren kan duren - is afgerond, presenteer je de resultaten voor de rechter. Niet eerder, en nergens anders. Doe je het eerder, dan kan het een onderzoek schaden. Het is doorgaans beter, vindt Paulissen, om verdachten in onwetendheid te laten over wat justitie weet.

Maar in dit geval moeten ze wel. Sterker nog: Paulissen vindt dat de radiostilte al veel te lang heeft geduurd, en veel te veel ruimte heeft geboden aan sceptici en complotdenkers. Binnen zijn team groeit daarover irritatie, met name over Kamerleden die zich van alles laten influisteren door 'onbetrouwbare bronnen' en die over de rug van de nabestaanden een statement lijken te willen maken.

Toch weet de politiebaas dat hij de nabestaanden en de pers mogelijk deze avond in maart, in het zalencentrum in Bunnik, zal teleurstellen. Want veel details kan hij nog altijd niet geven. Zijn doel: vertrouwen winnen. 'Zodat ze niet denken: die man vertelt maar verhalen.'

Heeft het gewerkt? De kritiek lijkt te verstommen, maar drie maanden later krijgt zijn collega Westerbeke een telefoontje van de voorzitter van de nabestaandenvereniging. We richten een eigen waarheidscommissie op, hoort Westerbeke aan de andere kant van de lijn. 'Ik begrijp het', antwoordt de hoofdofficier. Maar hij voelt teleurstelling, en denkt: 'als jullie eens wisten wat we allemaal al hebben en wat we allemaal doen.'

5 juli 2016: nog één poging in Rusland

De tijd begint te dringen. Het is 5 juli 2016, en over nog geen drie maanden wil het Openbaar Ministerie met de eerste onderzoeksresultaten naar buiten treden. Gerrit Thiry zit in het vliegtuig naar Moskou. Hij is niet alleen. Een zware delegatie vergezelt hem: de zaaksofficier reist met hem mee, net als Fred Westerbeke en Herman Bolhaar, de topman van het OM.

'Wat wordt onze strategie?', vraagt Westerbeke aan de andere aanwezigen. Het OM wil op 28 september naar buiten komen met de eerste resultaten van het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17. Tot dusver klonk vanuit Rusland de kritiek dat het internationale onderzoeksteam, dat onder leiding staat van Nederland, geen oog heeft voor het materiaal van de Russen. Op een persconferentie in maart stelde een Russische journalist voor het oog van alle camera's hierover zelfs een serieuze vraag. Westerbeke kon zijn irritatie met moeite onderdrukken, maar, vindt hij: 'ik moest verstandig reageren. Het heeft geen zin de relatie met Rusland op de spits te drijven.'

Het team hoopt nog altijd op materiaal van de Russen. De onderzoekers willen nabestaanden laten zien dat ze er echt alles aan hebben gedaan het los te krijgen. Want, vinden alle betrokkenen, voor deze zaak moet je alles uit de kast halen. Zo hebben collega's van Thiry - degenen die belast waren met het terughalen van de lichamen - vorig voorjaar nog 5 miljoen euro uitgegeven aan de laatste repatriëringmissie en het daarop volgende forensisch onderzoek, in de hoop de laatste twee slachtoffers te kunnen identificeren. Maar helaas, hun resten werden niet meer gevonden in de grasvelden rondom Grabovo in het oosten van Oekraïne.

OM-topman Herman Bolhaar in september 2015. Beeld anp

Het belangrijkste dat de justitiedelegatie deze twee bezoeksdagen in Moskou hoopt los te krijgen zijn de ruwe databeelden van de primaire radar. Het zijn beelden waarop alles wat op de rampdag in de lucht vloog als een 'stipje' is te zien.

Niet dat het materiaal cruciaal is voor de conclusies die ze 28 september presenteren. Maar het kan wel de laatste twijfel wegnemen. Tot nu toe hebben de Russen alleen een videocompilatie van de beelden verstrekt. Dat betekent dat de beelden in ieder geval moeten hebben bestaan, zegt Thiry.

Dat ze weg zijn, zoals de Russen al een tijdje zeggen, kan er bij hem niet in. Deze ervaren rechercheur weet: die dingen kunnen gebeuren. Zo raakte in Nederland ook weleens een cruciaal fotorolletje kwijt, of was er net een storing in het 'afluistercentrum' op het moment dat een staatssecretaris met een verdachte belde. Maar toch, vindt Thiry, 'erg waarschijnlijk is het niet'. De afgelopen twee jaar stuitte zijn team al een paar keer eerder op gemanipuleerd bewijsmateriaal 'vanuit een hoofdstad ten oosten van Oekraïne'. Foto's die niet konden kloppen, gerommel met satellietafbeeldingen en een website over gevechtsvliegers waarvan de tekst over vlieghoogtes opeens was veranderd.

Gerommel in de marge, vindt het team. Maar wel een herinnering dat niks in dit strafrechtelijk onderzoek zomaar voor waar mag worden aangenomen.

Zodra de justitiedelegatie in Moskou landt, zullen ze hun gastheren voor de laatste keer duidelijk maken dat áls ze nog materiaal hebben: nu het moment is om dat te overhandigen. Zodat de Russen later nooit kunnen zeggen dat de Nederlanders er niet open voor stonden. 'We gaan er met open vizier in', zeggen de aanwezigen tegen elkaar.

Maar niemand heeft hooggespannen verwachtingen.

28 september 2016: Stipjes in de lucht

'Ik herinner me de eerste keer dat ik naar Oekraïne vloog. Ik zat achterin het toestel. En ineens dacht ik: die mensen hebben hier ook zo gezeten. Wat is er in godsnaam met ze gebeurd. Bij een vliegreis heb je eerst de euforie van het opstijgen voor zo'n lange reis. Maar als je twee, drie uur onderweg bent, heb je nauwelijks meer door dat je in een vliegtuig zit. Iedereen doet gewoon z'n ding.'

'En dan opeens is de hele cockpit weg. In een fractie van een seconde is alles voorbij. Stel dat er een beeld geweest was van wat er in dat vliegtuig gebeurde op dát moment. Hoe zag dat er dan uit?'

Er gaat geen dag voorbij dat de baas van de Landelijke Recherche er niet aan denkt. Elke keer als Wilbert Paulissen een vliegtuig in de lucht ziet. 'Een stipje op 10 kilometer hoogte. Een stipje waarin honderden mensen zitten. Een stipje dat in één keer kan worden weggevaagd als iemand op een knopje drukt.'

Het is 28 september: straks gaat hij naar Nieuwegein om de nabestaanden te ontmoeten, samen met Fred Westerbeke. Vrijdag werd hij nog verrast. toen de Russen opeens bekendmaakten dat ze toch het ruwe radarmateriaal zouden overhandigen. Dat de beelden opeens waren 'teruggevonden'. Maandag kwam daar nog eens het nieuws bovenop dat de Russen op basis van hun beelden een andere conclusie trekken dan het Joint Investigation Team, een conclusie die de Russische separatisten vrijpleit.

Alhoewel: verrast wil hij het niet noemen. Net als de rest van het team had hij er rekening mee gehouden dat de Russen met een stunt zouden komen, met een eigen 'mediaoffensief'. Eentje die toevallig in tegenspraak zou zijn met de nog te publiceren conclusies van het JIT.

Voor het verhaal van Paulissen en Westerbeke maakt het niet meer uit. Mede dankzij materiaal dat de Amerikanen de MIVD en de landelijk officier terrorismebestrijding ter inzage hebben gegeven, weten ze alles wat nodig is om te bewijzen hoe de ramp met vlucht MH17 kon gebeuren. Dat is wat ze de nabestaanden zullen vertellen: we zijn eruit.

Nu alleen de namen van de daders nog. En wat zij wisten van het 'stipje in de lucht' op het moment dat een van hen op 17 juli 2014 om 16:20 uur op een knop moest drukken.


Gerrit Thiry richt normaliter zijn pijlen op zware criminelen. Zo was hij betrokken bij het Andes-onderzoek naar Danny K. en Dick V. En stond hij - voordat hij onderzoeksleider werd van het MH17-team - op het punt om het Koper-onderzoek te starten, om de duistere wereld van een moorduitzendbureau te ontrafelen dat in verband wordt gebracht met liquidaties op bestelling. Hij wordt omschreven als een vasthouder, een pietje precies met een helikopterblik, een van de besten in zijn vak. Als voormalig liaison-officier heeft Thiry internationale ervaring. Hij kreeg zelfs in het onderzoek naar de moord op journalist Sander Thoenes in 1999 in Indonesië de namen van de hoofdverdachten boven water. Maar dat was een totaal andere zaak - al was het maar omdat hij daar leiding gaf aan slechts één persoon: zichzelf. Ditmaal zijn kort na de ramp al honderd politiemensen actief. Het team zal uitgroeien tot meer dan 250 man. Inmiddels is dat aantal teruggebracht.

Fred Westerbeke had als hoofdofficier kort voor de ramp met vlucht MH17 de overstap gemaakt van het Rotterdams naar het Landelijk Parket. In die functie werd hij onder meer verantwoordelijk voor het TIM, het Team Internationale Misdrijven. Een groep officieren van justitie en andere deskundigen en rechercheurs van de Landelijke Eenheid die gespecialiseerd zijn in de vervolging van oorlogsmisdadigers. Het kan gaan om Nederlanders die bijvoorbeeld grondstoffen voor chemische wapens verkopen aan een verkeerd regime, maar ook om mensen die bij brandhaarden elders in de wereld een kwalijke rol hebben gespeeld en naar Nederland zijn gevlucht. Westerbeke - een nuchtere, directe Zwollenaar - is eindverantwoordelijke voor het strafrechtelijk onderzoek. Het eerste jaar na de ramp waren 10 officieren van justitie met het onderzoek belast, nu zijn er nog drie met het onderzoek bezig.

Wilbert Paulissen is baas van de Landelijke Recherche, het onderdeel van de Landelijke Eenheid dat zich richt op zware criminaliteit. Denk aan de bestrijding van terrorisme, drugshandelaren en cybercrime. Ook het politieteam dat zich bezighoudt met internationale misdrijven valt onder zijn verantwoordelijkheid. Hij was eindverantwoordelijke van het team van Gerrit Thiry, en reisde afgelopen jaren meerdere keren naar Kiev om de Nederlandse politiemensen daar te ondersteunen en te motiveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden