‘Dag schatje’, staat er, maar de man praat gewoon door over marktargumenten

De man naast me is een multitasker. Tot nu toe heb ik steeds gedacht dat multitasken een modieus verschijnsel is, waaraan alleen jongeren en vrouwen hun tijd verspillen....

Handig.

In deze laatste maand van het jaar daalt traditioneel de stilte over me neer. Alle dingen gezegd, doelen gehaald, doelen niet gehaald, zaken gewonnen en verloren, illusies gehalveerd, volgend jaar is er weer een jaar.

Mijn adem strijkt neer, mijn hart draait zich een paar keer om als een oude hond in een mand en gaat slapen. Er komt geen woord meer uit.

Maar de man naast me praat alsof hij het hele jaar nog moet volmaken, de wereld redden vóór de Kerst. Hij heeft het over de wereldeconomie. ‘De gedachte wint ook in Nederland veld’, zegt hij, ‘dat toename van de wereldhandel goed is voor de bestrijding van armoede.’

Nu begint zijn jaszak zachtjes te zoemen en hij beweegt zijn hand in de richting van het geluid. ‘Maar dat is nog maar helemaal de vraag’, zegt hij, ‘er zijn tal van onderzoeken waaruit blijkt dat je meer opschiet met democratisering dan met welvaartsverbetering.’

Hij haalt zijn mobiele telefoon uit zijn zak en terwijl hij doorpraat over de twee miljard mensen die onder de armoedegrens leven, houdt hij de telefoon schuin en bekijkt het bericht. ‘Dag schatje’, staat er. De man wil op dit bericht vast even in stille afzondering reageren. Dus ik kijk de andere kant op.

Maar nee hoor, hij praat gewoon door over marktargumenten en het Europese landbouwbeleid en als ik mijn hoofd nieuwsgierig weer terugdraai, zie ik nog net hoe hij met de duim van zijn linkerhand een bericht intikt. ‘Ha lieffie.’

Nu begin ik geïnteresseerd te raken in wat er komen gaat.

Eigenlijk verwacht ik dat de huiselijke sfeer ieder moment de beroepssfeer zal overstemmen. Dat zie je wel vaker. Denk aan de ziekenhuisseries op de televisie, als hardwerkende chirurgen te horen krijgen dat hun moeder verward op straat is aangetroffen of dat hun puberzoon is gearresteerd wegens het roken van hasj op het schoolplein.

De chirurg laat dan zonder verdere omhaal haar werk vallen en rent naar huis. Familie gaat voor: moraalfilosofen van naam noemen het een krachtige morele intuïtie, waartegen theoretisch weinig valt in te brengen. Het hemd is nader dan de rok.

Maar deze man is anders. Die blijft gewoon in zijn professionele rol en praat kritisch verder over de nieuwe afhankelijkheidsrelaties die ontstaan door wereldwijde handel. Die roepen namelijk, zegt hij, bedenkelijke politieke afhankelijkheden in het leven.

Intussen schrijft hij met zijn linkerhand: ‘Waar ben je?’ Het antwoord luidt: ‘Al thuis. Wanneer kom je?’ Hij: ‘Ik zit hier nog even met iemand te praten.’ De ander, zonder twijfel een vrouw: ‘Toe nou!’ Hij verbaasd terug: ‘???’ De ander: ‘I need you.’

Ik zou niet beledigd zijn als hij nu afscheid van mij nam. De politieke afhankelijkheidsrelaties kunnen wel wachten. We lossen alles toch niet meer op voor Kerstmis en ik wil eigenlijk ook wel naar bed. Maar hij praat door. En ik denk aan die televisieseries waarin professionals stug en onverzettelijk doorwerken, wat er ook om ze heen gebeurt. Zelfs een politieman die een moord onderzoekt, moet onveranderlijk achter zo’n professional door de gangen hollen. ‘Heeft u echt geen schoten gehoord?’ Nee, gromt de professional ongeïnteresseerd en hij beent gezaghebbend verder door de gangen. Nee, geen tijd om naar schoten te luisteren. Wel iets anders aan het hoofd dan moord. Er moet een blindedarm geopereerd en een factuur verstuurd. Drukdrukdruk.

De man naast me werkt ook verder, terwijl hij intussen met zijn linkerduim seint: ‘Liefje toch. Ik kom zo bij je!’

Het is zijn beroep om na te denken over de manier waarop de samenleving reageert op de bewegingen van het kapitaal en hij maakt zich er zorgen over dat de politiek zich meer en meer laat sturen door de economische belangen. Dat afhankelijkheden vooral nog worden bepaald door grote, internationale handelscontracten.

I need you – het berichtje op zijn mobiele telefoon doet me denken aan de vraag ‘who needs us in society?’ van de socioloog Richard Sennett. Volgens Sennett is het niet goed als mensen minder nodig worden in de samenleving. Want het gevoel van eigenwaarde is afhankelijk van de vraag of anderen op ons kunnen vertrouwen – en de vraag of anderen op ons kunnen vertrouwen hangt weer samen met de vraag of ze ons nodig hebben, en bereid zijn een beroep op ons te doen. ‘Om betrouwbaar te zijn, moeten we ons nodig voelen; om ons nodig te voelen, moet de ander behoeftig zijn.’

Over de vereconomisering van het leven kun je al met al twee dingen zeggen. Je kunt zeggen dat het mooi is als een ander je nodig heeft in zijn huis of in zijn leven – maar dat dat niet de problemen oplost van een gemeenschap waarin mensen steeds minder nodig worden als persoon. Je kunt ook precies het omgekeerde zeggen: dat het vervelend is als mensen in een gemeenschap steeds minder nodig zijn – maar dat die mensen tegelijk toch wel vreselijk nodig kunnen zijn in huis of familie of bridgetoernooi. Welk van de twee uitspraken je kiest, hangt waarschijnlijk nog het meest van je stemming af.

En van de tijd van het jaar.

Ik zit in mijn cocon van stilte naast de man, die verder praat over de effecten van wereldwijde handel, en kijk met bewondering naar hem. Verderop rumoeren andere gesprekken, het is al laat, de wereld buiten is nauwelijks meer te ontcijferen in al haar complexe afhankelijkheidsrelaties, maar ergens in een slaapkamer verderop in de stad ligt een vrouw op deze man te wachten, omdat ze hem nodig heeft. Dat is hoe dan ook ontroerend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden