Dag na de aardbeving: 'Het echte probleem zit in de mentale opdoffer

CHRISTCHURCH - Drie emmertjes water halen. Met de fiets aan de hand loop ik naar de buren, honderd meter verderop. Die hebben een bron in de tuin waarvan we gretig gebruik maken. Even later loop ik terug naar huis, twee klotsende emmers aan het stuur en een grote emmer op de bagagedrager.

Christchurch. Beeld ap

Leven in een rampgebied: het is, mits iedereen in je omgeving ongedeerd is gebleven, best te doen. Probleem is dat de alledaagse dingen zo veel tijd kosten, dat je er makkelijk de hele dag zoet mee kunt zijn. Het tochtje naar de buren maak ik wel tien keer op een dag. En dan hebben wij nog de luxe van een bron om de hoek - 80 procent van Christchurch zit sinds de aardbeving van dinsdag zonder water.

Tankwagens
De meeste inwoners moeten zich daarvoor vervoegen bij een van de punten in de stad waar grote tankwagens met drinkwater staan opgesteld. En wie de straat op gaat, krijgt meteen te maken met de grote puzzel die het leven plots geworden is. Je weg zoeken van A naar B is door de vele onbegaanbare wegen een hachelijk avontuur. Eten en drinken kopen is helemaal ingewikkeld: het buurtwinkeltje daarginds heeft nog melk in de aanbieding, de snackbar verkoopt zakken chips, en verder is het vooral een kwestie van niet kieskeurig wezen.

Maar dit zijn stuk voor stuk problemen die, zo kort na de ramp, nog niet echt nijpend zijn. De meesten kunnen wel een tijdje vooruit met de voorraad eten en drinken die iedere Nieuw-Zeelander op overheidsadvies aanhoudt.

Opdoffer
De echte moeilijkheid schuilt deze dagen in de mentale opdoffer die ons allemaal vol heeft geraakt. We waren net opgekrabbeld van de aardbeving van een halfjaar geleden, waarvan de naschokken juist leken te luwen. Dat het patroon zich nu weer zal herhalen, is een nauwelijks te verwerken vooruitzicht.

Het was, in september, ook wat me het meest verbaasde nadat ik voor het eerst van mijn leven een zware aardbeving had meegemaakt. Die naschokken. Natuurlijk, je hoort er weleens van, maar waar lees je dat je er soms honderd per dag op je krijgt afgevuurd, dat ze enorm heftig kunnen zijn en dat het maanden en maanden kan duren voordat ze wegebben? Ze zijn vooral zo vermoeiend omdat je je elke keer weer onverwachts schrap moet zetten: duiken we onder de tafel of blijven we zitten? Onze oudste zoon zei: 'Als ze je nou een spoorboekje zouden geven, zo van: de naschokken komen zo en zo laat, dan zou het al naar zijn. Maar dat je nooit weet wanneer ze komen, dat vind ik eigenlijk het ergste van alles.'

Prettig idee
Toen we net naar Nieuw-Zeeland waren verhuisd, ruim anderhalf jaar geleden, merkten we meteen hoe structureel de bevolking in de media aandacht voor het natuurgeweld krijgt bijgebracht. We vonden het een prettig idee dat de kinderen op school worden gedrild. De slogan drop, cover and hold zit er al bij de kleuters ingebakken: duik onder iets stevigs en houd je eraan vast. Onze jongste zoon, die dinsdag in de schoolbibliotheek zat toen de eerste klap kwam, zag om zich heen de lampen van het plafond naar beneden komen. Hij wist precies wat hem te doen stond.

Toch was het een tegenvaller dat we de praktische vertaling van die slogan al zo snel nodig bleken te hebben. Maar het kost ons tot nu toe weinig moeite om de zaken in proportie te blijven zien. We hebben een dak boven ons hoofd, we hebben te eten en uit het stopcontact komt stroom. Zolang de bron bij de buren niet droog staat, maken we ons geen zorgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden