Dafne Schippers is de nieuwe Fanny Blankers-Koen

En ineens was ze daar uit het niets met twee keer goud op het EK atletiek:

Beeld Robin de Puy

Ineens kwamen de tranen, op die kille en vochtige augustusavond in Zürich, tijdens het Wilhelmus.

Je liep na de huldiging direct naar je trainer, Bart Bennema, en zei: het is de laatste keer dat je dat ziet.

'Bart zat me eerst een beetje te dollen. Zo van: dat dit uitgerekend jou als koele kikker overkomt. Als reactie zei ik dat het me niet meer zou gebeuren. Het overviel me wel. Het waren superlange dagen geweest, ik had zes races gelopen. Nu kon ik de emoties toelaten, ik had twee keer goud. Met dat doel was ik naar Zürich gekomen. En als dat dan lukt... Het waren tranen van blijdschap, niet van frustratie. Daar hoef je je niet voor te schamen.'

Je trainer zei ook dat hij niet dacht dat het de laatste keer zou zijn.

'Ik hoop het! Dat betekent meer mooie prestaties.'

Beeld foto Robin de Puy

Bart zegt: het is een stoere meid met een klein hartje.

'Dat zijn zijn woorden. Maar het kan wel kloppen, inderdaad.'

Kenners van de atletiekwereld zagen het al aankomen, maar voor niet-ingewijden was het toch een behoorlijke verrassing: zo'n jonge Nederlandse meid die tijdens de Europese kampioenschappen in Zwitserland op de 100 en 200 meter sprint zo vanuit de startblokken met overmacht naar goud en het flitslicht van de roem snelde. Dafne Schippers (22), geboren te Utrecht, is de nieuwe Fanny Blankers-Koen, 'onze Usain Bolt' - de kwalificatie is van sportbestuurder Joop Alberda. Voordien was ze vooral een topper op de wat minder tot de verbeelding sprekende zevenkamp.

De afspraak is bij haar ouders in de wijk Oog in Al in Utrecht. Daar verblijft ze het liefst als ze niet aan het trainen is op het sportcentrum Papendal in Arnhem. Haar appartement in de stad is piepklein. Haar teint is lichtbruin. Ze is net terug uit Zuid-Afrika, waar ze ruim drie weken in Stellenbosch in trainingskamp zat. Maar deze morgen heeft ze de eerste uren in de sportschool er al weer opzitten, gewichtheffen. 'Ik moet niet overdrijven, hoor. Sterkte mag niet leiden tot meer gewicht. Maar ik zie die bodybuilders wel kijken: is het niet wat veel en zwaar voor zo'n meisje?'

Er is dat filmpje over jonge sporters. Dafne Schippers is 15 en zegt tegen de camera: '24 augustus 2016 is mijn moment en ga ik voor goud op de Olympische Spelen. Dus hou mij maar in de gaten.' 'Dat achtervolgt me wel, ja. Ik moest dat zeggen van de makers van het filmpje. Ik had het niet zelf bedacht. Ik dacht er toen nog helemaal niet over na.'

Maar de gedrevenheid klopt toch? Je trainer moet je vaak afremmen. Er zijn verhalen over spikes die over de baan stuiteren, medailles met een andere kleur dan goud die teleurgesteld in de sporttas worden gesmeten.

'Dat soort dingen overkomt me nu niet meer. Dat heb ik moeten afleren. Het staat gewoon niet professioneel. Ik kan nog steeds wel boos zijn na een nederlaag, ja. Maar dat uit ik op een plek waar niemand het ziet. En ik geef alleen maar mezelf de schuld, nooit de tegenstanders, het weer, of wat dan ook. Maar het moet er wel uit. Het is ook waarom ik goed presteer. Ik wil winnen. Dat zit in nu eenmaal in mij.'

Je maakt zelfs je eigen drankjes op toernooien.

'Ja. Met diëtisten kwam ik er niet uit. Ik kwam niet op mijn juiste gewicht, ik haalde niet de gewenste vetpercentages. Sindsdien doe ik het zelf. Ik heb een cursus sportvoeding gedaan, en er veel boeken over gelezen. Dat werkt goed. Minder koolhydraten, meer eiwitten. Dan heb ik minder dips op een dag.'

Ze groeide op in Overvecht, in een sportief gezin, met een oudere broer en zus die beiden voetbalden op verenigingen. Dafne was op trapveldjes in de buurt te vinden of nam deel aan schooltoernooitjes. Haar medespelers wisten dat ze de bal op haar altijd diep moesten geven. Die pikte ze dankzij haar grote snelheid snel op en ze roste hem vaak meteen het doel in. 'Ik heb een hard schot, ja.'

In clubverband was er eerst tennis, maar in die sport vlogen de ballen slechts het net in of belandden ver buiten de lijnen. Tijdens een sponsorloop viel omstanders haar snelle tred op. Ze meldde zich bij atletiekvereniging Hellas, dacht een eerste training bij te wonen, het bleek een wedstrijdje te zijn en ze werd meteen tweede. Ze dacht: dit is leuk. Een beker motiveert.

'Het moet voor mijn broer en zus wel vervelend zijn geweest, ineens ging veel aandacht naar mij. Ze kregen pas laat door op welk niveau ik bezig was. Maar nu vinden ze het superleuk, ze leven erg mee. Mijn ouders hebben me nooit gepusht. Ik wilde het altijd zelf, trainen in de vakantie, op feestdagen, in de regen, in hogere groepen. Ze zeiden soms wel: moet dat nu, zo? Maar ze hielden me niet tegen.'

Er was één moment waarop haar carrière in gevaar kwam: ze was 15, een fysiotherapeut probeerde haar van nature stijve rug los te maken door die extreem op te rekken. Het leidde tot maandenlange gevoelloosheid in de benen. Op een haar na had ze een hernia te pakken. Een orthomanueel arts heeft het probleem nog kunnen verhelpen; het kon omdat ze nog jong was. De stijfheid van haar rug wordt nu gezien als een fundament voor haar snelheid - hoe stijver de veer, hoe minder energie er verloren gaat.

CV Dafne Schippers

15 juni 1992 Geboren in Utrecht.

2001 Lid van atletiekvereniging Hellas.

2004-2009 Havo

2010-2012 Pabo

2010 Nederlands kampioen 60 meter indoor.

2010 Wereldkampioen meerkamp junioren.

2011 Europees kampioen meerkamp junioren.

2011, 2012, 2013 KNAU Atleet van het jaar.

2012 Deelname Olympische Spelen in Londen, op meerkamp (11de) en estafette 4 x100 meter (6de).

2013 Brons op WK zevenkamp.

2014 Goud op 100 en 200 meter tijdens EK in Zürich.

2014 Europees atlete van het jaar

2014 Nominatie wereldatlete van het jaar.

Dafne Schippers tijdens de 200 meter sprint tijdens de IAAF Continental Cup in Marrakech.Beeld ANP

Je liep in Zürich je persoonlijk record, 22.03 op de 200 meter, niemand sprintte dit seizoen harder. Je vader zei tegen je moeder op de tribune: de klok is kapot. Had jij het verwacht?

'Ik had het zelf pas laat in de gaten. Ik was alleen maar superblij dat ik had gewonnen. Toen ik 22.03 op het bord zag, dacht ik: dit kan niet. Het was 13 graden. Normaal gesproken lopen sprinters bij dat soort temperaturen niet eens. Veel te koud. Het regende een beetje, de baan was nat, er was iets tegenwind geloof ik, het waren niet bepaald ideale omstandigheden.'

Hoe verklaar je die tijd?

Ik denk dat het er al die tijd al in zat. Ik had al jaren het idee dat ik de 200 veel harder kon lopen. Maar als je 'm in de meerkamp doet, ben je al moe.'

Als je met zo veel overmacht wint als jij deed, waar denk je dan aan, op die laatste meters?

'Ontspannen blijven. Je passen blijven maken. Voelen waar de tegenstanders zitten.

Ik heb een paar keer meegemaakt dat ik op het rechte eind compleet stuk ging. Dat mag me niet nog een keer overkomen. De euforie komt pas als je over de streep bent.'

Was het de race van je leven?

'Ik hoop het niet. Natuurlijk heb ik genoten, maar ik ben ook die fanatieke topsporter die altijd meer wil. Ik heb nog jaren te gaan. Atleten zijn op hun top als ze 27, 28 jaar zijn.'

Vooral je start kan beter.

'Op de training lukt het wel. Maar op de wedstrijden komt het er nog niet uit. Ik ben lang, dus sowieso wat later weg dan die kleine sprintstertjes. Je kunt nooit de pasjes maken van iemand met korte benen. Je moet jezelf in het begin de tijd gunnen, niet te snel te hard willen gaan. Ik let nog te veel op de anderen. Zeker op de 100, waar je met z'n allen naast elkaar start.'

Je maakt vooraf altijd zo'n ontspannen indruk. Of is dat schijn?

'Nee, dat ben ik echt. Ik moet soms zelfs een gezonde spanning bij mezelf opwekken. Maar het is ook gewoon genieten. Tachtigduizend man in een stadion! Velen vinden dat eng. Daar heb ik geen last van. Hoe meer publiek, hoe leuker. Ik krijg er zin van te laten zien wat ik kan.'

De druk zal nu alleen maar groter worden. Jij bent nu de blonde Europese atlete die de hegemonie van de Afro-Amerikaansen en de Jamaicaansen gaat doorbreken.

'Ik heb nooit last van druk. Iedereen verwachtte inderdaad dat ik het dit jaar wel even zou gaan doen, maar Ik ervaar dat al vanaf mijn juniorentijd, toen was ik op de meerkamp ook favoriet tijdens de WK en EK. Ik heb er geen recept voor, maar ik kan er mee omgaan. Ik zal nooit blokkeren.'

Er is een leven voor en na Zürich. Betrekkelijke anonimiteit is ingewisseld voor herkenning op straat, een stortvloed aan aanvragen voor interviews en deelname aan radio- en tvprogramma's. Een sportmanagementsbureau maakt voortaan een ruwe selectie, samen beslissen ze waar ze op ingaan. Ze gaat niet vanuit Arnhem naar Groningen om een winkel te openen. Ze ging wel naar Umberto Tan en zijn RTL Late Night.

'Ik had in 2013 brons gewonnen op de WK-meerkamp in Moskou. Ik was de eerste Nederlandse die op dat onderdeel een medaille haalde. Iedereen waarschuwde me: denk erom wat er allemaal op je afkomt. Ik dacht: kom maar op. Maar het viel gewoon tegen. Maar dit keer was het overweldigend. Gelijk na de race al stond ik anderhalf uur de pers te woord. Daarna was de huldiging, en toen weer anderhalf uur interviews. Ik denk dat ik de afgelopen maanden heel wat volwassener ben geworden, ik kan beter mijn verhaal doen. Maar ik moet oppassen: het mag niet ten koste gaan van waar je het om te doen is: beter presteren. Het kan me opbreken. Ik mag niet mijn rusttijden eraan opofferen.'

Beeld Robin de Puy

Sinds Zürich gaat het over De Keus: kiest Dafne Schippers voor de zevenkamp of gaat ze voluit voor de sprint?

Is het een keus tussen het hoofd en het hart?

'Mijn hoofd en hart liggen bij allebei. Waarom zou ik het niet kunnen combineren?'

Op Olympisch niveau, in 2016, in Rio de Janeiro, kan dat toch niet?

'Als je voor de medailles gaat, wordt het moeilijk, ja. Je bent gewoon moe tijdens een meerkamp. Dan is sprinten erbij wel veel gevraagd.'

Je trainer vermoedt dat zodra je de start helemaal onder de knie hebt, je voor de sprint zal gaan.

'Zegt hij dat? Het kan. Ik sluit niks uit.'

Lonkt het geld ook? Hogere startpremies, lucratieve sponsorcontracten?

'Ik heb het nooit voor het geld gedaan. Dan had ik al veel eerder voor de sprint gekozen. Ik volg mijn gevoel. Wat vind ik leuk, waar heb ik plezier in?'

Op de zevenkamp lijken de deelnemers aardiger voor elkaar.

'Het is socialer, ja. Dat ligt me beter, ik hou wel van wat gezelligheid. Zo'n sfeertje na de afsluitende 800 meter, dat is echt bijzonder. Met z'n allen ga je hartstikke dood. Je ligt uitgeput op de baan, je helpt elkaar overeind en dan maak je met z'n allen een ererondje door het stadion. Je ervaart een enorm saamhorigheidsgevoel. Geen misverstand, hoor: het blijft topsport. Iedereen wil de ander verslaan.'

De sprint is meer glamour. Buitenissige kapsels. Grotere ego's. Diva's. Is dat wel iets voor jou?

'Ik hou me niet zo bezig met de tegenstanders. In de callroom, de plek waar je je verzamelt vlak voor de race, is er nauwelijks contact. Ik zorg dat ik wat te doen heb. Mijn nummer opspelden, mijn schoenen aandoen. Het is echt ieder voor zich. Na de race feliciteer je de ander, en dat is het dan. Het is onderling minder warm.'

Een beetje intimidatie hoort er ook bij.

'Er worden wel pogingen ondernomen, ja. Je aanstaren bijvoorbeeld, je maar blijven aanstaren. Ik lach gewoon een keer terug. Er worden spelletjes gespeeld. Wie als eerste het stadion in loopt, bijvoorbeeld. Of bij de warming-up meteen een startblok opeisen. Expres even in de baan van de ander gaan lopen. Je krijgt me er niet gek mee. In de ontspanning zit mijn beste concentratie. Ik vind het vooral grappig.'

Je stapt ook gewoon op de diva's af om je voor te stellen.

'Dat was in New York tijdens een Nike-event. Ik nam de lift van het hotel, ik was doodmoe na een lange vlucht, en Shelly-Ann Fraser-Pryce, de Olympisch kampioene, stond er ook. Ik herkende haar niet, ze had een pet op en een jas aan. Later zei mijn vader: ze keek je verwachtingsvol aan, weet je wel wie dat was? Het laatste wat ik wil is dat ze me als arrogant zien. Ik ben snel naar haar toegegaan, zo van: hé, hoe gaat het? Het ijs was meteen gebroken.'

Denk je er wel eens aan hoe je leven er over tien jaar uitziet?

'Nee, niet echt. Ik ben gestopt met de pabo, maar ik vind het nog steeds leuk om met kinderen te werken. Misschien dat ik de studie nog wel eens oppik.'

Je vader zei: als er een vriendje komt, dan moet hij er rekening houden dat sport nog jaren op één zal staan.

'Sport is mijn leven. Mijn werk. Mijn hobby. Mijn alles. Maar het is niet aan de orde: er is geen vriend. Dat is ook wel lastig, in mijn positie. Ik ga amper uit. Op Papendal kom je ook niet veel nieuwe mensen tegen.'

Is dat een schaduwzijde van het bestaan dat je nu lijdt?

'Ik ben pas 22. Ik ben er ook niet echt mee bezig. Maar het gaat vast nog wel eens gebeuren. Dat zou heel leuk zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden