Dader of slachtoffer: dat is de hoofdvraag

Santosh Roop Lal kwam naar Nederland voor een beter leven, maar werd de huisslavin van de Indiase familie S. Onder druk werkte ze mee aan de fatale mishandeling van een 2-jarige peuter. Nu dreigt ze uitgezet te worden.

'Ach, zie het arme kind weer rennen', zeiden de Hagenaars uit de Corpernicusstraat geregeld tegen elkaar als ze Santosh weer eens voorbij zagen komen. 'Het is toch wel zielig', bespraken ze als ze de tiener met haar lange donkere haren en armoedige kleding zagen sjouwen met tassen.

'En zou ze zelf niet naar school moeten?', vroegen ze zich af als ze zagen hoe Santosh de andere twee kinderen van Indiase gezin S. 's ochtends naar school bracht.

Maar verder dan deze opmerkingen ging de bemoeienis van de buren niet. Want van wat zich werkelijk afspeelde achter die doodgewone voordeur van de Haagse bovenwoning, hadden ze geen idee. 'We zeiden tegen elkaar: Santosh is hier vast illegaal. Als we het melden aan de politie veroorzaken we juist meer problemen voor haar', zegt een buurvrouw achteraf.

Santosh Roop Lal staat te boek als de eerste 'huisslavin' van Nederland. Tussen 1999 en 2006 werd de Indiase als huishoudster uitgebuit. Meerdere malen hebben rechters vastgesteld dat ze een slachtoffer is van mensenhandel - een etiket dat voordien alleen voorbehouden was aan geëxploiteerde prostituees.

Toch dreigt ze binnenkort te worden uitgezet. En dat terwijl Santosh als slachtoffer in deze uitzonderlijke zaak de zogenoemde B9-status zou moeten krijgen, zegt haar advocaat Bas Martens. Oftewel, ze zou een uitkering moeten ontvangen en in aanmerking moeten komen voor een verblijfsvergunning.

Onzin, redeneert de Immigratie- en Nationalisatiedienst (IND) namens staatssecretaris Teeven (Justitie), die status krijgt ze niet. Want, vindt de IND, ze is bovenal een crimineel. Op dit moment zit ze de laatste maanden uit van haar straf in vrouwengevangenis Nieuwersluis. Daar doet ze - tijdens het zaterdagse bezoekuur - haar verhaal (zie kader).

De uiteindelijke beslissing over haar lot is aan de rechter, binnenkort zal deze over de nu 26-jarige vrouw oordelen. Het is de eerste keer in Nederland dat een vreemdelingenrechter zich buigt over dit dilemma. Want hoe behandel je een mensenhandelslachtoffer dat onder druk - samen met anderen - een misdrijf heeft begaan? Een misdrijf waardoor Mehak, een meisje van nog geen 2 jaar oud, op gruwelijke wijze stierf.

Het verhaal van Nederlands eerste huisslavin begint op Eerste Kerstdag 1999, de dag dat Santosh 13 jaar wordt. Op die dag komt ze aan in Nederland. Het enige wat ze van haar nieuwe thuis weet, is dat het haar kans is op een beter bestaan. De familie die haar naar Nederland haalt, kent ze via haar ouders. Het stel heeft beloofd dat ze naar school mag als ze haar werk goed doet. Haar 'werk' is - denkt ze dan nog - oppassen op de dochter (5) en de zoon (2) van Prithvi en Renu S. In India behoort dit stel tot de hoogste kaste, in Nederland heeft de vader Prithvi een goede baan bij ABN Amro. Santosh zelf behoort tot de laagste kaste, ze is een dochter van een analfabete alcoholist. Ze kan, net als haar vader, nauwelijks lezen. Sinds haar 11de werkt ze al.

'In het begin vond ik het heel leuk in Nederland', vertelt ze. 'Mijn bazin, Renu, was heel aardig. En ik mocht voor het eerst in een echt bed slapen.' Na enkele maanden verandert dit. In het bed mag ze niet meer slapen. 'Voortaan slaap je op een matje', beveelt Renu haar. En als Santosh iets verkeerd doet, wordt ze geslagen en geschopt - de littekens op haar lijf herinneren daar nu nog aan. 'Ik moest Renu elke dag helpen met aankleden. Soms moest ik ook haar schoenen aan haar voeten doen, zodat ze mij beter kon schoppen.'

pikorde

Haar dagen beginnen om 5 uur in de ochtend. Verslapen is geen optie. Wordt ze te laat wakker, dan krijgt ze een klap in het gezicht. Wat volgt, is een strak programma dat zich dagelijks herhaalt. Ze moet het ontbijt maken, de huistempel schoonmaken en haar baas wekken. Zijn kleren klaarleggen. En zijn ontbijt serveren. Vervolgens geeft ze hem de lunch mee en vertrekt hij naar zijn werk. Dan zijn de twee kinderen en de vrouw des huizes aan de beurt. Zelfs het toilet wordt door de leden van de familie S. niet doorgespoeld. 'Als ze klaar waren op de wc, kwam ik om door te trekken.'

De situatie in het huis wordt nog complexer als het gezin een Indiaas stel naar Nederland haalt. In 2004 trekt dat echtpaar van begin twintig bij hen in, samen met hun dan vijf maanden oude dochtertje Mehak. Ze zijn verre familie van het gezin S. 'Maar ze stonden in de Indiase hiërarchie lager dan Renu en haar man. Ik stond onderaan in de pikorde', zegt Santosh. Ook hun bevelen moet de huishoudster opvolgen.

Met de buren heeft ze al die jaren nauwelijks contact. Alleen als ze 'hoi' zeggen, zegt Santosh 'hoi' terug. Andere woorden begrijpt ze niet. En als het gezin S. op vakantie gaat naar India, blijft Santosh alleen in Den Haag. Achter een gesloten voordeur. Familie van het gezin controleert zo nu en dan of ze er nog is. Maar aan vluchten denkt ze dan überhaupt nog niet. 'Renu had me in het begin verteld dat de Nederlandse politie erger is dan de Indiase. Thuis mishandelen agenten je, hier zou het hele korps me ook nog eens verkrachten.'

Het zal ruim zes jaar duren voordat ze ontdekt dat dit een leugen is.

De ommekeer wordt ingezet op zaterdag 28 januari 2006. Die dag heeft de zoon van het gezin een schaaktoernooi. De jongen - die dan een jaar of negen is - moet winnen, vindt moeder Renu. Wint hij niet, dan gaat hij huilen.

Een bedreiging voor het schaaksucces van haar zoon is, volgens Renu, de kleine Mehak. Zij is ervan overtuigd dat deze peuter, die dan inmiddels 22 maanden oud is, behekst is. Dit idee heeft zich in Renu's hoofd vastgezet nadat Mehaks moeder haar vertelde dat ze tijdens haar zwangerschap een slang doodde. Volgens Renu huist er sindsdien een kwade geest in het meisje.

Als Renu's zoon de eerste ronde van het schaaktoernooi verliest, gaat de telefoon in het huis van de familie S. Behalve Mehak en haar ouders, is ook Santosh aanwezig. Om 13.25 uur neemt de huishoudster de telefoon op. Mehak moet worden vastgebonden, eist Renu. Het kleine meisje moet klappen krijgen, vervolgt ze door de telefoon. Want dat, denkt ze, is de enige manier om de kwade geest die het schaakspel van haar zoon verpest, te overwinnen.

Santosh geeft de bevelen door aan Mehaks ouders. Even later hoort ze de peuter hard huilen.

Het is het eerste telefoontje van een reeks: want ook de tweede en de derde ronde verliest de zoon van Renu.

Over wat er die middag precies gebeurt, lopen de verklaringen uiteen. Duidelijk is wel dat Santosh Mehak nog geen uur later zwetend aantreft. Het meisje beweegt nauwelijks meer. Op haar lippen zit bloed en ze huilt zachtjes.

Het zal dan nog meer dan twee uur duren voordat de mishandelingen stoppen. Om 16:54 uur wordt Renu gebeld door Santosh. Het gaat slecht met Mehak, zegt ze haar. Het kindje heeft er lange tijd - strak vastgebonden met een sjaal - als een bolletje bijgelegen. Ze is geslagen met een tak, op haar mond is sambal gesmeerd en ze heeft klappen gekregen met de vuist. Haar ogen zijn dof en ze haalt moeilijk adem. Haar ouders mogen van Renu naar het ziekenhuis. Maar nog voordat ze daar aankomen, is hun dochter al gestorven.

Eenmaal daar constateren de artsen dat Mehaks botten al vele malen eerder gebroken zijn, zaterdag 28 januari was niet de eerste keer.

gevoelloos

'Ik was destijds gevoelloos', zegt Santosh nu over die bewuste dag. De stevige, jonge vrouw met een open vriendelijk gezicht zit in de bezoekersruimte van de vrouwengevangenis Nieuwersluis. Het meisje van toen is niet meer te vergelijken met nu, wil ze maar zeggen. 'Ik heb me lange tijd schuldig gevoeld en vond dat ik boete moest doen.'

In de gevangenis, die ze aanvankelijk ervoer als een 'heerlijke plek' vol vrijheden, heeft ze zich ontwikkeld van een meisje met een 'aanpassingsstoornis' tot een levendige vrouw. Haar ogen glinsteren als ze het over haar vriendje heeft. Of als ze praat over de vrienden die ze maakte in Nieuwersluis. Zo is ze bevriend geraakt met Lucia de Berk, de verpleegkundige die daar jarenlang ten onrechte vastzat wegens meervoudige moord. 'En over vijf jaar hoop ik getrouwd te zijn en drie kinderen te hebben. Ik wil werken, het maakt me niet uit waar. Ik wil onafhankelijk zijn.'

Na Mehaks dood hield ook Santosh haar mond. Het enige wat ze van Renu tegen de politie mocht zeggen was dat het meisje van de trap was gevallen. Een verhaal dat niet strookte met de verwondingen van het kind. 'Ik heb aanvankelijk gelogen tegen de politie en de rechter-commissaris', geeft Santosh toe. 'Maar ik ontdekte toen wel dat de Nederlandse politie heel aardig is.' Hierdoor nestelde zich een gedachte in Santosh' hoofd die ze nooit eerder voor mogelijk had gehouden. 'Ik besloot te vluchten. Een paar weken na het gesprek met de politie ben ik vertrokken. Met 20 euro, een strippenkaart en het visitekaartje van de 'aardige agent'.'

Uiteindelijk is zij de eerste van de betrokkenen die de politie vertelt over het lot van Mehak. 'Ik was doodsbang dat ik anders het land uitgezet zou worden. Want als ze me naar India sturen, zou de familie van Renu me te pakken krijgen.'

Het gevolg: in hoger beroep wordt ze veroordeeld voor het medeplegen van doodslag. De ouders van Mehak krijgen celstraffen tot acht jaar. En ook het echtpaar S. wordt bestraft, maar nog voordat zij de celstraf kunnen uitzitten, zijn ze al het land uit gevlucht. Terug naar India. Pas als ze ooit weer voet op Nederlandse bodem zetten, zal hun arrestatie volgen.

Santosh zit in de eindfase van haar vijfjarige celstraf - tussen de eerste strafzaak en het hoger beroep was ze enkele jaren vrij en woonde ze zo nu en dan bij Lucia de Berk. Volgens de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad is Santosh een mensenhandelslachtoffer, dat door jarenlange onderdrukking gedragsproblemen had en onvoldoende normbesef. Hierdoor is ze licht verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, maar nog altijd strafbaar: ze had de woede van haar onderdrukkers moeten trotseren en een poging moeten wagen het leven van deze peuter te redden, is het oordeel van het gerechtshof.

Mede op basis van de verklaringen van Mehaks ouders concluderen de rechters dat zij een belangrijke rol als bemiddelaar heeft gespeeld. Bovendien heeft ze de stok aangegeven waarmee Mehak is geslagen en zelf ook meegedaan aan de mishandelingen, staat in het arrest te lezen.

Santosh ontkent die actieve rol. En komt nu, na al die jaren, tot de conclusie dat ze zich niet meer schuldig hoeft te voelen. 'Ik kon toen niet anders', zegt ze. 'Ik heb alleen de bevelen doorgegeven.'

De laatste weken heeft ze steeds vaker last van herinneringen. 'Als ik terugmoet naar India, maakt de familie S. mijn leven tot een hel', zegt Santosh. 'Ze hebben connecties in de hoogste kringen en ook bij de politie.' Zo regelden Renu en haar man in 1999 vliegensvlug een vals paspoort voor haar. En ze herinnert zich ook een verhaal over een huishoudster in India die door de familie beschuldigd werd van diefstal; binnen de kortste keren zat de vrouw vast.

'Ik heb weer last van nachtmerries', vertelt Santosh, 'ik probeer te vluchten uit het huis, maar kan niet wegrennen. Of ik droom dat ik een klap krijg, omdat ik me verslaap.'

De kwestie of Santosh in de eerste plaats dader is of slachtoffer, is de hoofdvraag in een reeks juridische procedures over haar zaak.

De rechters in haar strafproces hebben erkend dat zij werd uitgebuit door het Indiase stel. In deze ondergeschikte positie was zij medeschuldig aan de dood van een 22 maanden oude peuter. Er was volgens de rechters echter geen sprake van psychische overmacht. Wat er is gebeurd met het meisje is te ernstig, Santosh had de woede van haar uitbuiters moeten trotseren in een poging het kind te redden, oordeelden zij.

Haar advocaat Bas Martens betoogt dat Santosh destijds niet bij machte was om de bevelen van haar baas te negeren. Ook Corinne Dettmeijer, de nationaal rapporteur mensenhandel vindt dat er te weinig rekening is gehouden met de situatie waarin Santosh zich bevond. Als je wordt uitgebuit en in de positie wordt gedwongen om een misdaad te plegen, moet daar rekening mee worden gehouden, stelt ze in een artikel op haar site. Ook in de vreemdelingenzaak zou de nadruk wat haar betreft moeten liggen op het slachtofferschap.

Als erkend slachtoffer van mensenhandel, vroeg advocaat Martens in 2008 een verblijfsvergunning en een B9-status voor haar aan. Maar de IND verklaarde haar in maart 2008 ongewenst. Zij is veroordeeld voor een ernstig misdrijf dus vormt zij een gevaar voor de openbare orde, was de redenering van de toenmalige staatssecretaris Albayrak (PvdA, justitie).

De voorzieningenrechter was het hier niet mee eens. In juli 2008 heft deze de ongewenstverklaring voorlopig op in een tussenvonnis, omdat hij vindt dat de IND er rekening mee moet houden dat ze mensenhandelslachtoffer is. In juni 2011 doet advocaat Martens bij de vreemdelingenrechter een volgende poging om een verblijfsvergunning en een B9-status voor haar te bemachtigen. Niet alleen omdat zij slachtoffer is. Ook omdat zij, door haar getuigenis, bij terugkeer naar India moet vrezen voor de familie die haar als slaaf heeft behandeld.

De IND blijft bij het standpunt dat Santosh, omdat ze is veroordeeld, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. 'Dat de rechter haar erkent als slachtoffer van mensenhandel, verandert daar niets aan. Net als de rechter ziet de IND onvoldoende direct verband tussen de mishandeling van het kind en deze uitbuitingssituatie', aldus een woordvoerder. Komende maand wordt de uitspraak verwacht. Verliest Santosh, dan overweegt Martens de gang naar de Raad van State en het Europees Hof.

'Santosh had uitbuiters moeten trotseren'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden