'Dadelijk begint de mensenjacht' Serviërs verlaten Sarajevo

Met een triomfantelijk gebaar laat de nieuwe Moslim-burgemeester Muhamed Kozadra de Servische driekleur in de sneeuw voor het zo goed als verlaten gemeentehuis vallen....

BART RIJS

Van onze correspondent

Bart Rijs

VOGOSCA

Vrijdag begon de politie van de Bosnische federatie te patrouilleren in Vogosca, een Servisch voorstadje ten noorden van Sarajevo. Vogosca is het eerste van vijf voorstadjes waar het gezag volgens het vredesakkoord de komende week moet worden overgedragen aan de Bosnische federatie. Het succes van de overdracht in dit voorstadje, denken NAVO-militairen, kan bepalend zijn voor het handhaven van het multi-etnische karakter van Sarajevo.

Maar de Bosnische politiemannen die in de ochtendschemer in Vogosca aankwamen, troffen een spookstadje aan. In de zo goed als verlaten straten hing een doordringende brandlucht; een paar winkels, in brand gestoken door vertrekkende Serviërs, smeulden nog na. Negentig procent van de 17 duizend Servische inwoners is vertrokken. Een oude Serviër, die geen vervoer had kunnen vinden, zeulde zijn spullen op een kinderwagentje door de enkeldiepe sneeuw.

'Dit is het resultaat van cynische manipulatie door Karadzic en zijn kliek,' oordeelt Chris Janowski van het VN-Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen. 'De propaganda op de Servische televisie heeft paniek gezaaid.'

Begin deze week kondigden de Servische autoriteiten aan dat de inwoners van Vogosca met bussen en vrachtwagens zouden worden geëvacueerd. Toen het beloofde vervoer wegens de hevige sneeuwval en gebrek aan benzine uitbleef, verzamelde zich een hysterische menigte voor het gemeentehuis. Ieder vluchtte voor zich, de Servische autoriteiten het eerst. Op de wegen naar de Servische Republiek reden gammele vrachtwagens met huisraad en barstensvol geladen autootjes, allen met nummerplaten uit 'Servisch Sarajevo'. De bakker vluchtte, de brandweer vluchtte, de politie vluchtte. Uiteindelijk bleef alleen de Servische burgemeester over in een leeg gemeentehuis, waar bureaus inderhaast waren opengerukt en papieren door de gangen waaiden.

In zijn kantoor liggen de vlugschriften in het cyrillisch waarmee de Hoge Vertegenwoordiger Carl Bildt de Servische bevolking van Vogosca hoopte te bewegen tot blijven. Het pamflet begint met een regel uit een bekend Servisch gedicht: 'Blijf hier: onder een vreemde lucht zal de zon nooit zo warm op u schijnen als nu.' Maar vrijdag lopen er meer NAVO-soldaten en agenten van de VN-politie dan Serviërs door het voorstadje van Sarajevo. 'Misschien durven veel Serviërs gewoon nog niet tevoorschijn te komen,' hoopt Martin Moylan, een Ierse sergeant van de VN-politie.

De overgebleven Serviërs, vooral ouderen en zwakkeren, willen maar één ding: weg.

Hoewel de Bosnische politie - waarin ook Serviërs werken - zich model gedraagt, vrezen ze vergelding voor het beleg van Sarajevo. De Serviërs nemen sigaretten aan van de Bosnische agenten en schudden de hand van bekenden van vóór de oorlog; maar helemaal vertrouwen doen ze hen niet.

'We voelen ons niet vrij, want we kunnen geen wapen meer in handen nemen,' legt Ranko Karadzic uit. Lichtelijk aangeschoten door de pruimenjenever kijkt hij hoe zijn huisraad op een vrachtwagentje wordt geladen. 'Serviërs zonder wapen houden op Serviërs te zijn.'

Een tiental mensen dromt samen op de trap van het gemeentehuis. Sommigen hebben een paar plastic tassen met bezittingen bij zich. Ze zijn bang dat ze niet meer weg kunnen, dat de Servische autoriteiten geen bussen meer zullen sturen nu de Bosnische politie bezit heeft genomen van het voorstadje. De wanhoop staat op hun gezichten geschreven. Als Hoge Vertegenwoordiger Bildt poolshoogte komt nemen, bestormen ze de Zweed. Bildt herhaalt wat op zijn vlugschrift stond: 'Of u blijft of gaat, is uw eigen beslissing. Wij zorgen ervoor dat de wegen open zijn, maar vervoer kunnen we u niet bieden.' Als Bildt weer in zijn gepantserde wagen stapt, blijven de Serviërs verslagen achter, hun laatste hoop op vervoer vervlogen.

De gretige wijze waarop de nieuwe Bosnische burgemeester de Servische opschriften van het gemeentehuis trekt, wakkert hun angst verder aan. 'Erg onverstandig,' zegt ook een boze internationale hulpverlener over het optreden van de Bosniërs. 'Als ze willen laten zien wie hier de baas is, zullen de paar Serviërs die nog twijfelen ook weggaan. Ik geloof dat de Bosnische regering niet meer zo is geïnteresseerd in multinationale karakter van Sarajevo. Ze willen hoogstens dat een kleine minderheid van brave Serviërs blijft, dat is goed voor het internationale imago.'

Tranen biggelen over de wangen van Vidoje Crnagorac als hij zijn vertrekkende buurman omhelst. Hij blijft alleen achter tussen de flats: de deuren klapperen, de ruiten zijn ingegooid. Hij is bang - zijn naambordje heeft-ie uit voorzorg van zijn deur gehaald - maar hij weet nog niet zeker of hij weg zal gaan. Hij is op zoek geweest naar een woning in de Servische Republiek maar kon niets anders vinden dan ruïnes van Moslim-huizen die tijdens de etnische zuiveringen in brand waren gestoken.

'Het is erger dan angst,' zegt hij. 'Je kan aan niets anders meer denken. Het blijft maar door je hoofd malen. Mijn broers zijn weg, mijn vrienden, mijn collega's. Maar ik heb twee kleine kinderen, het sneeuwt, het vriest en ik kan nergens naar toe.' Dat hij een oude vriend in het uniform van een Bosnische politie zag heeft hem een beetje gerustgesteld. 'Maar het blijft malen. Ik weet hoe de Moslims hier behandeld zijn toen zíj in de minderheid waren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden