Dada met rom bom erin geramd

Theo van Doesburg had een grote voorliefde voor dit soort absolute uitspraken. Als hij proza schreef, stampten ze de een na de ander als marcherende dada-soldaatjes over het papier: 'Van elk ''ja'' ziet Dada gelijktijdig het ''neen''....

Van onze verslaggever

Michel Maas

DEN HAAG

'DADAIST kan men niet worden, slechts zijn.'

Rrrrr-om

BOM

Zonder kabaal was een boodschap als die van de modernist Van Doesburg (1883-1931) of zijn alter-ego, de dadaïst I.K. Bonset, in de jaren twintig niet te slijten. De hamer moest erbij om de nieuwe tomeloze vrijheid van de ècht moderne kunst, 'waarin genie en waanzin aan elkaâr gelijk zijn', er bij de 'clubfauteuil-bourgeois, kunstcriticus, artist, konijnenfokker, hottentot - van wien al niet' in te rammen.

Van Doesburg schreef zijn brochure WAT is DADA? dat voor 25 cts onder het volk werd verspreid, hij organiseerde een grote Dada-tournee, die hem en getrouwen als Kurt Schwitters en Tristan Tzara in 1923 naar alle uithoeken van Nederland voerden.

Zijn tijdschrift De Stijl bestond toen al zes jaar en had hem internationale roem bezorgd. In 1922 had hij zelfs als gastdocent aan het befaamde instituut Bauhaus in Weimar een Stijl-cursus mogen geven. Hij kreeg er geen vaste plaats als leermeester aangeboden, wat hem ernstig teleurgesteld moet hebben. Want 'de autodidact', zoals Van Doesburg zich graag betitelde, vond zichzelf nogal geweldig.

Dat is tenminste de indruk die de teksten ademen, waarvan een selectie wordt getoond in het Letterkundig Museum in Den Haag. Exemplaren van De Stijl, manifesten, handschriften van gedichten die hij schreef onder zijn dadaïstisch pseudoniem I.K. Bonset. WoOrD-BeeLD-iNgEn heet de kleine tentoonstelling die een keuze toont uit Van Doesburgs nalatenschap, die het museum onlangs in bruikleen heeft gekregen.

De nadruk van de tentoonstelling ligt op tekst. Dus wordt maar heel terloops vermeld dat Van Doesburg in 1926 de ciné-dancing van de Aubette te Straatsburg heeft ontworpen, en zijn eigen huis in Meudon bij Parijs. Amper een woord ook over de schilderkunst van de man die op negentienjarige leeftijd schreef: 'Als het leven mij aanraakt dan gevoel ik de behoefte deze aanraking, door middel van verf of woorden, terug te geven.'

Pas in 1912 kwam de stroom essays, over kunst, literatuur, architectuur, op gang. Een stroom die in 1917 uitmondt in de oprichting van zijn tijdschrift De Stijl ('bijdrage tot de ontwikkeling van een nieuw schoonheidsbewustzijn'), waaraan behalve hijzelf ook Mondriaan, Bart van der Leck en J.J.P. Oud meewerkten. Pionierswerk - zelfs het woord 'modern' was nog modern.

De expositie begint met een handgeschreven fragment van Het puistje (of: Sprookje XXIV), uit 1908: 'Er waren eens drie mannen. De een noemde zich Vrijheid, de tweede Gelijkheid en de derde Broederschap. Die wilden de wereld verbeteren.' Daarnaast liggen handschriften uit de serie Soldatengedichten van I.K. Bonset (...Bij den dom/ met den trom/ bij den zwarten dom/ met den hollen trom/ Rrrr-om/ Marcheeren!/ geweren!/ DE zwarte soldaten!/ De schuine geweren/ Rrr-om/ BOM). Verzen om hard voorgedragen te horen worden. Zoals de klankbeelden van Bonset - gedichten als typografische kunstwerken - vooral ontworpen om gezien te worden.

De advertentie voor Bonsets eigen tijdschrift ligt er: Mécano, 'Internationaal tijdschrift voor geestelijke Hygiëne en néo-dadaïsme', de introductie van Van Doesburgs andere alter ego Aldo Camini in 1921 ('een sedert kort overleden, totaal onbekenden schilder-schrijver') en diens Caminoscopie (''n antiphylosofische levensbeschouwing zonder draad of systeem'). Ook liggen er bijdragen aan Het Getij, waaraan hij van 1918 tot '22 meewerkte - hoewel hij de redacteuren daar 'kleine, muffe, eerzuchtige, talentloze prullen' vond, sinds ze ooit geopperd hadden een van zijn gedichten voor de helft te willen plaatsen.

De handschriften in Den Haag verraden weinig. Behalve misschien dat ook Van Doesburg zelf, hoezeer hij toch zijn best deed, nooit helemáál ontsnappen kon aan traditie en verleden. Of dat het hem moeite kostte, al wilde hij dat zelf niet weten.

Of is het gezichtsbedrog, als hij aan het slot van het gedicht Enorme Padde (ik groet u kleine blinde eeuwigheid/ en drink met vasten kaken het groene bloed van god) de 'g' van 'god' nog net een slagje groter schrijft dan die van 'groene'. Bíína een hoofdletter.

Woordbeeldingen. Letterkundig Museum, Den Haag. T/m 30 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden