'Daar zat ik, berooid, alleen, met een baby'

De ruime meerderheid van de Nederlandse armen is vrouw. N. draaide op voor schulden toen haar man voorgoed vertrok. 'Ineens was ik wat ik nooit had willen zijn: een alleenstaande moeder.' Deel 5 uit een serie.

DOOR MARJON BOLWIJN

N. (45) is taxichauffeur in Tilburg. Ze verdient niet genoeg om van rond te komen. Daarom vult de sociale dienst haar inkomen aan tot bijstandsniveau. Met haar dochter van 12 heeft ze per week 80 euro te besteden. 'Alleen in materialistisch opzicht voel ik mij arm.'

De taxichauffeur is een paar maanden geleden gestopt met roken. Besparen was haar drijfveer. Rondkomen van 55 euro in de week was niet te doen. 'Daarvan kun je niet elke dag een gezonde maaltijd op tafel zetten.' Een boodschappenmand zónder vijf pakjes sigaretten scheelt haar honderd euro per maand, maar wie stopt met roken komt meestal kilo's aan. Zo ook N. en dat stelt haar voor een duivels dilemma. Ze past nog maar een fractie van haar kleding, maar het bespaarde geld is nodig voor dagelijks levensonderhoud. Als er iets overblijft, besteedt ze dat liever aan kleding voor haar puberende dochter. 'Je zou er bijna weer van gaan roken,' grapt ze.

Over elke uitgave wordt drie keer nagedacht. Inkopen bij de supermarkt doet N. één keer per week. 'Als je vaker gaat, ben je duurder uit door onweerstaanbare verleidingen.' Een beetje sparen kan door de bezuiniging op roken ook. Over twee jaar gaat haar dochter op schoolreis naar het buitenland. Kosten: 500 euro. 'Ik ben al begonnen met geld opzijleggen. In mijn situatie is het belangrijk ver vooruit te kijken.'

N. was 32 en hield een baby van drie maanden in haar armen toen haar echtgenoot haar verliet. Ze vond een handgeschreven briefje in de brievenbus met de mededeling dat hij nooit meer terug zou komen. 'We waren vier jaar samen. Ik leefde met hem op een roze wolk. Zijn vertrek kon ik niet plaatsen. Ineens was ik wat ik nooit had willen zijn: een alleenstaande moeder.'

Financieel hadden ze het goed. Ze runden een bouwbedrijf. N. werkte ook als baliemedewerker bij een sportschool. Haar contract werd niet verlengd toen bleek dat ze zwanger was. Na zijn vertrek maakte haar ex in korte tijd voor 40 duizend gulden schulden op naam van hun firma. Omdat ze in gemeenschap van goederen waren getrouwd en hij onvindbaar bleek, verhaalde de bank de schulden op N.. 'Alles stortte in: man weg, geen baan en een grote schuld. Daar zat ik, berooid, alleen, met een baby.'

N. vroeg bijstand aan. 'Omdat ik zijn schulden moest afbetalen, kwam ik in de schuldhulpverlening terecht. Drie jaar lang is beslag gelegd op het grootste deel van mijn uitkering. Drie jaar lang leefde ik met mijn jonge dochter van een paar tientjes per week. Luiers waren het grootste probleem, die zijn stervensduur. Het is niet netjes, maar ik zag geen andere mogelijkheid dan deze truc. Als er een aanbieding was bij een drogisterij, twee halen één betalen, kocht ik daar luiers. Die bracht ik naar huis en daarna ging ik met de kassabon naar een andere winkel. Daar pakte ik twee pakken luiers van hetzelfde merk en iets kleins en ging naar de kassa. Als de kassière vroeg of ik die luiers op de band wilde leggen, liet ik de bon van de eerste winkel zien en zei dat ik die daar had gekocht. Hoe moest ik het anders doen? De billen van mijn dochter zullen er niet onder lijden, zei ik tegen mezelf.'

N. houdt niet graag haar hand op. Haar 76-jarige moeder probeert haar vaak wat toe te stoppen, 'tot vervelens toe', maar die kans krijgt ze niet. Soms probeert haar moeder het in een supermarkt door haar portemonnee te trekken zodra de kassière de schade uitspreekt. 'Dan ga ik zonder gêne ruzie maken, want dat wil ik niet. Ik sta op mijn zelfstandigheid. Ik doe het alleen, wat er ook gebeurt.' Ze maakt één uitzondering: de Tilburgse kermis. 'Ons jaarlijkse uitje, dankzij mijn moeder, die de entree en attracties betaalt.'

Haar moeder draagt ze op handen. 'Ik was 11 toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik ging met mijn moeder mee. We hebben een jaar in een verbouwde schuur gewoond. We leefden van een kleine uitkering. In de winter kregen we de ruimte niet verwarmd met een oliekachel en sliepen we met sokken aan onder vijf dekens. De ijsbloemen stonden op de ramen. Ons meubilair bestond uit twee bedden, een kledingkast en vier plastic tuinstoelen. We hadden de leukste tijd samen. Die tuinstoelen klapten dubbel als we erop gingen zitten, de deur van de kast viel uit zijn voegen. We hadden er grote lol om. Na een jaar konden we in een woning. Mijn moeder had die ingericht met geld dat ze had verdiend met een zwart baantje als poetsvrouw. Ik keek mijn ogen uit, vol bewondering voor wat ze voor elkaar had gekregen. Toen heb ik leren waarderen wat je hebt als je van weinig moet rondkomen.'

Ze weet niet of het door die ervaring komt, maar op haar 19de stopte ze in het examenjaar van de meao met de opleiding en ging ze werken. 'Ik had geen geduld meer met leren, ik wilde geld zien en ging werken in een bloemenwinkel. Helaas, denk ik nu. Als ik had doorgeleerd had ik het nu waarschijnlijk beter gehad. '

Na acht jaar van uiteenlopende baantjes ontmoette ze de man van haar leven, trouwde en begon met hem een bedrijf. Vier jaar later zat de vrouw die al jong financieel onafhankelijk wilde zijn met een baby in de bijstand. Na een jaar moest ze van de sociale dienst gaan werken, anders zou ze haar uitkering verliezen. 'Ik was nog niet klaar met het verwerken van de scheiding, de schulden en het alleenstaand moederschap.' Na een paar weken stopte ze met het 'geldverspillende' reïntegratieproject van de gemeente en begon een opleiding tot taxichauffeur.

Sinds negen jaar werkt ze bij een taxibedrijf. Drie dagen per week, meer uren wil ze niet werken. Al voert de sociale dienst de druk op dat wel te doen. 'Ik snap dat de gemeente moet bezuinigen. Maar laten ze beginnen met mensen zonder kinderen of moeders die helemaal niet werken. Er heerst veel onbegrip voor alleenstaande ouders. Ze snappen niet hoeveel tijd en energie het kost om alles in je eentje te doen en dat je er zo veel mogelijk wilt zijn voor je kind. Een goede opvoeding, er voor mijn dochter zijn is voor mij belangrijker dan meer inkomsten. Als ik meer uren ga werken loop ik mezelf voorbij, dan heeft mijn kind niets aan mij. Voorlopig vind ik leven op bijstandsniveau prima. Over een paar jaar, als mijn dochter ouder is, ga ik wel meer werken.'

Begrip voor haar situatie vindt N. bij het Tilburgse vrouwencentrum Feniks, waar ze om de week met haar dochter een warme maaltijd eet. 'Daar ben ik met gelijkgestemden, alleenstaande moeders in de bijstand die het ook moeten zien te rooien. We geven elkaar tips over waar de goedkoopste aanbiedingen zijn, hoe je zo goedkoop mogelijk een verjaardag kunt vieren.'

N. en haar dochter kunnen zich minder veroorloven dan de meeste mensen om hen heen. 'Arm voel ik mij alleen in materialistische zin. We zijn gelukkig, hebben te eten en kleding aan ons lijf. Maar we kunnen ons veel niet permitteren. Geen vakantie, alleen noodzakelijke kleding, geen luxe-artikelen of uit eten. Geen pretpark of merkkleding, zegt mijn dochter. Als een vriendin vraagt of ik meega naar een restaurant, zeg ik dat ik dat niet kan betalen of ik verzin een smoes. Ze kan beter een rijke vriendin uitnodigen, want ik ben haar arme vriendinnetje.'

N.B.: Dit artikel is op verzoek van de geïnterviewde en na goedkeuring door de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in juni 2016.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden