Daar komen de schutters

TERECHT HANGT de Amsterdamse historicus Paul Knevel zijn dissertatie over de Hollandse schutterijen op aan het zo bekende genre van de schuttersstukken....

Bijzondere aandacht krijgt Rembrandt's Nachtwacht, een schilderij dat waarschijnlijk tot in alle eeuwigheid de uitstraling van de schutterijen heeft weten vast te leggen. Maar wat zijn al die schutters in het donker op de openbare weg eigenlijk aan het doen? Het schilderij is zeker geen uitbeelding van een reguliere nachtwacht waartoe de meeste schutterijen in de Hollandse steden zich verplicht hadden. Politie ontbrak nog in hoge mate, zodat men bij oproer en bedreigingen van buitenaf een beroep moest doen op de landsoverheid, die soldaten kon sturen.

Maar voor de dagelijkse en vooral nachtelijke veiligheid was er geen adequate voorziening. Daarin voorzagen nu graag de schutters, die in ieder geval als voordeel hadden dat ze uit het eigen midden kwamen. En zijzelf vonden hierin een aantrekkelijke gelegenheid om zich militant te presenteren, waardoor ze zich tevens van hun middeleeuwse imago van pretverenigingen konden distantiëren.

Maar dit bleek theorie. De werkelijkheid van de nachtwaken bleek te bestaan uit eindeloze verveling en vermoeidheid. Zulk dienstbetoon was dan ook al gauw weinig populair. Verreweg de meeste schutters hadden overdag een betrekking. De paar keren per maand dat ze 's nachts moesten opdraven ontaardden veelvuldig in geslemp en gedobbel in de wachthuizen, waardoor de burgerij zich eerder ergerde aan de overlast dan genoot van de bescherming.

Een stuk als dat van Rembrandt moest allereerst dat beschadigde imago weer bijpleisteren, niet alleen door een vendel in vol en fraai ornaat tijdens de nachtelijke dienst te tonen, maar ook door elke schutter een demonstratie te laten geven van een onderdeel van de wapenbehandeling. Zo zien we hoe de diverse rangen gekleed gaan, hoe men de verschillende wapens moest voeren en bedienen, en welke posities men zoal kon aannemen.

Knevel heeft een bijzonder complete studie geschreven, die in elk onderdeel getuigt van een fabelachtige kennis van zaken. Geen ogenblik voelt men zich als lezer op glad ijs, aangezien de auteur zijn interpretaties en visies stevig gegrondvest heeft in rijk archiefmateriaal. Daarbij staat hij ver boven zijn stof, waardoor hij de lezer met vaste hand kan rondleiden.

In het bijzonder is hij erin geslaagd duidelijk te maken hoe serieus deze gilden waren voor het zelfbewustzijn van de stedelijke samenleving, en omgekeerd: hoe vruchtbaar zo'n invalshoek is voor de bestudering van stadsgeschiedenis. Daarmee overtreft zijn studie verre de vaak wat oubollige publikaties over het zoveelste schuttersgilde, waardoor nogal snel het beeld ontstaat van wat loze franje in de marge van het bestaan van zich vervelende nouveaux riches.

Waar komen die schutters vandaan en wat beoogden zij? Gilden van bewapende burgers zijn officieel erkend geweest vanaf het midden van de veertiende eeuw tot aan de invoering van de militiewet van 1903. Aanvankelijk stond de oefening in de wapenen centraal, voortgekomen uit het streven naar een grotere autonomie van de Vlaamse steden. In de meeste steden vormen zich verschillende gilden, te onderscheiden naar het gebruik van de handboog (patroon Sint Sebastiaan) of de voetboog (patroon Sint Joris).

In de stad groeien zij snel uit tot speel- en beschavingsinstituten, terwijl de meer militante kant van de organisaties vervaagt. Steeds hameren de reglementen op het juiste gedrag en de wederzijdse verplichtingen aan elkaar. In een dergelijk kader worden schietwedstrijden gehouden, overdadige maaltijden aangericht, in vol ornaat begrafenissen bezocht, religieuze taken vervuld en wordt zelfs toneel gespeeld.

Maar de beginjaren van de Opstand in het Noorden bevorderen weer een verschuiving van al dat competitieve en ceremoniële naar het meer militante optreden, waarmee het allemaal begonnen was. Omstreeks 1580 ondergaan de schuttersgilden een militaire reorganisatie tot burgervendels, geheel naar het model van de legers te velde. En zij worden nu in de eerste plaats een stedelijke ordedienst, die ook naar buiten afschrikwekkend probeert over te komen.

Dat lukte allemaal maar ten dele, zoals al bleek uit de nachtwacht. Het bedwingen van onlusten onder de eigen bevolking lag helemaal moeilijk, vanwege de onvermijdelijke betrokkenheid en ook de ongeoefendheid in de confrontatie met opstandige massa's. Wanneer in 1616 in Delft zo'n oproer uitbreekt, schieten de schutterijen ernstig tekort. Door de nieuwe indelingen per wijk zwerft menige schutter doelloos door de stad, zonder te weten waar hij zich moet melden. Anderen laten zich al voor hun huis door de menigte ontwapenen. Zij die wel in actie kunnen komen, blijken geen munitie te hebben of niet te weten hoe een musket werkt. En degenen die uiteindelijk wel een schot lossen, vuren veel te hoog, zodat niemand wordt geraakt.

Knevel besteedt nogal weinig aandacht aan de typische mannencultuur in de schutterijen. Niet zelden vond men er een toevluchtsoord om alle benauwenissen van huwelijk, gezin en maatschappij te compenseren met ruwe praat en stoer gedrag. Dat blijkt vooral uit de gedetailleerde reglementen, die eerder het karakter van politieverordeningen hebben. Daaruit geeft Knevel wel de nodige voorbeelden. Vloeken, schelden, overmatig drankgebruik, vechtpartijen en vooral 'onder de gordel spreken' zijn kennelijk voortdurend aan de orde. Via de verering van de heilige Sebastiaan zou deze macho-cultuur nog een nieuwe bloei meemaken in homoseksuele kringen.

Voor een cultureel-antropologisch hoofdstuk over schutterijen en mannengedrag biedt Knevel's studie in ieder geval alle entrees. Op zichzelf maakt het boek nu al een wat overvolle indruk, waarbij de lezer zich zou kunnen afvragen of alle feiten wel steeds wetenswaardigheden mogen heten. Maar het is niet de minste kwaliteit van een dissertatie, wanneer deze ondanks zo'n dicht feitennet telkens weer de verbeeldingskracht weet te prikkelen.

Herman Pleij

Paul Knevel: Burgers in het geweer - De schutterijen in Holland, 1550-1700.

Verloren; ¿ 70,-.

ISBN 90 70403 36 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.