Vijf vragen Nicky Verstappen

Daar is-ie weer, de roep om een dna-databank. Maar hoe haalbaar is dat eigenlijk?

Het lijkt de oplossing: het dna van iedereen registreren, zodat daders sneller kunnen worden opgespoord. Maar is dat logistiek haalbaar bij 17 miljoen mensen en hoe is de privacy gewaarborgd? 

Peter R. de Vries met de familie van Nicky Verstappen tijdens de persconferentie Foto EPA

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Hoe groot is de kans dat Jos B. écht degene is wiens dna is achtergebleven op de plaats delict?

Dat is zo goed als zeker. De bewijskracht is in deze zaak ‘astronomisch hoog’, zegt dna-verwantschapsdeskundige Charissa van Kooten van het Nederlands Forensisch Instituut. Niet alleen had het NFI beschikking over een ‘uitgebreid profiel’ van de vermoedelijke dader – over de details kan het instituut met het oog op het onderzoek nog niets zeggen – ook van B. zelf heeft men een zeer goed dna-profiel. Ironisch: toen B. verdween om, naar men aanneemt, het onderzoek te ontlopen, werd zoals in alle vermissingszaken een dna-profiel van hem opgesteld. Zijn dna onttrok men uit lichaamscellen van hem die waren achtergebleven in zaken zoals tandenborstels en kammen.

Wat lezen experts precies af in het dna?

Het dna is een codeboek dat in al onze cellen zit, van in totaal zo’n 3 miljard letters lang – een kleine duizend bijbels aan tekst. Behalve informatie over ons lichaam staat er vooral ook veel wartaal in. Zoals eindeloze slierten genetische ‘woord’-herhalingen, alsof de plaat blijft hangen: GAT GAT GAT GAT GAT, en ga zo maar door. De lengte van die herhalingen is uniek per persoon. Forensisch experts kijken daarom hoe lang een aantal van die herhalingen zijn. In het geval van Jos B. heeft men de herhalingen op 23 plaatsen gemeten.

Ze kunnen tegenwoordig toch ook aan het dna zien wat voor kleur haar en ogen de dader heeft?

Ja en nee. Het kan, maar de betrouwbaarheid is niet heel groot, al is het alleen al omdat iemand zijn haar kan verven. In de zaak Verstappen heeft men in een eerdere fase van het onderzoek wel gekeken naar de vermoedelijke geboortestreek van de verdachte, een andere eigenschap die men in dna kan teruglezen. West-Europa, kwam uit dat deel van het onderzoek. Daar liet men het bij: ‘De oog- en haarkleur testen zou weinig informatie toevoegen en toch ook weer sporenmateriaal kosten’, schetst Van Kooten.

De Puttense moordzaak, de Utrechtse serieverkrachter, Marianne Vaatstra, en nu Nicky Verstappen. Tijd voor een landelijke dna-databank?

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een dna-profiel maken is tegenwoordig goedkoop en snel, maar om bij 17 miljoen mensen het dna af te nemen en er dna-profielen aan te onttrekken, zou alleen al technisch en organisatorisch een herculisch karwei zijn. Los nog van de mens- en computerkracht die vervolgens nodig is om de profielen te beheren en ze bij misdaden allemaal door te neuzen. ‘Er zouden ongetwijfeld meer matches komen’, aldus Van Kooten. ‘Maar uiteindelijk wil je donoren die potentieel bij de delicten zijn betrokken.’ Door alleen mensen te inventariseren die al zijn veroordeeld wegens een misdrijf, wordt de vijver waaruit men vist op een slimme manier kleiner. Op dit moment zitten in die databank zo’n 250 duizend dna-profielen.

En het idee van minister Grapperhaus dan, om in bepaalde omstandigheden een dna-test in een kleinere kring van mogelijke verdachten verplicht te stellen?

Inderdaad: B., die de dna-test ontweek, was zeer waarschijnlijk eerder in beeld gekomen als er zo’n verplichting was geweest. Aan de andere kant: ook nu is hij tegen de lamp gelopen, juist omdat het verdacht was dat hij de test voortdurend leek te ontlopen.

Het idee van Grapperhaus is omstreden. Wie eenmaal de beschikking heeft over iemands dna, kan daaruit in theorie ook allerlei gevoelige informatie onttrekken, zoals de kans op ziekten, informatie over de ouders, en curiosa zoals iemands aanleg om vreemd te gaan. Dat mag (en kan) het NFI nu niet, maar de praktijk leert dat vertrouwelijke informatie ook wel eens uitlekt – denk aan het ziekenhuisdossier van televisiepersoonlijkheid Barbie.

Bovendien kan een dna-verplichting een glijdende schaal zijn. Dat was te zien in de VS, waar van steeds lichtere vergrijpen dna wordt bewaard en ook steeds meer informatie uit het dna mag worden gehaald. Ook in Nederland hangt dat in de lucht. Zo bewaart men van veroordeelden behalve het dna-profiel (de herhaalstukken) ook het ruwe celmateriaal, ‘met het oog op eventuele toekomstige nieuwe technieken’, in woorden van Van Kooten. Justitie heeft een goedbedoelde, maar voortdurende drang om de mogelijkheden op te willen rekken, vinden critici, en die neiging dient te worden ingetoomd.

Overigens wordt het dna van de deelnemers aan het Limburgse verwantschapsonderzoek wél vernietigd.

Aanvulling: B. werd aanvankelijk door de politie en ook door de Volkskrant met zijn volledige achternaam aangeduid, zoals bijvoorbeeld in bovenstaand artikel. De reden daarvoor was dat hij door zijn familie als vermist was opgegeven. Nu B. niet langer vermist is en enkel nog als verdachte geldt, schakelen zowel de politie als de Volkskrant vanaf 27 augustus 2018 terug op de gebruikelijke initialenregel die geldt voor verdachten die nog niet veroordeeld zijn, en schrijven we dus Jos B.

Foto vkgraphics

Om de privacy van de verdachte en zijn familie te beschermen meldt De Volkskrant normaal gesproken nooit de volledige achternaam. In dit geval is daarvan afgeweken omdat de verdachte tegelijkertijd vermist is. Om hem op te sporen worden zijn naam en foto overal verspreid, waardoor bescherming van zijn privacy zinloos is geworden. 

In het onderzoek naar de moord op Nicky Verstappen is een match met het dna van een 55-jarige man, maakt het OM bekend tijdens een persconferentie. De man is officieel aangemerkt als verdachte, maar het is onduidelijk waar de man momenteel verblijft.

Deelnemer aan het grootste dna-verwantschapsonderzoek dat ooit in Nederland heeft plaatsgevonden: ‘Iedereen wil dat de dader gepakt wordt. Hij moet gestraft worden, of hij nou een familielid van me is of niet.’

Toon me je dna en ik zeg hoe je eruitziet. Die kant gaat het op, aldus Ate Kloosterman, een van de grondleggers van het forensisch dna-onderzoek in Nederland. De Volkskrant sprak hem onlangs over de stand van zaken.

De ‘vijandige houding’ van dorpsgenoten werd het gezin te veel: in Heibloem sprak juist veel te snel bijna niemand meer over Nicky. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.