Daar had je flipper

Ooit stonden ze in elk cafetaria, maar met het verdwijnen daarvan verdween ook de flipperkast. De liefhebbers bleven. Voor hen is er nu een boek.

Flipperen was vroeger iets voor in een cafetaria, een bijna verdwenen kruising tussen een café en een snackbar. Dat kon Times Square zijn, een duister etablissement in de Santpoorterstraat in Haarlem.


Bij Times Square zaten mannen zwijgend glazen bier te drinken en te roken. Op de tafels lagen tapijtjes en stonden aluminium asbakken en in de hoek, achterin rechts, stond een jukebox. En er was links achterin dus die flipperkast, een kleurrijk en luidruchtig apparaat dat de jongens uit de buurt - alleen de jongens - naar zich toe zoog.


Vier spelletjes voor een gulden. Vijf ballen per spel en als het eindcijfer hetzelfde was als dat van de speler volgde een vrij spel. Wie geluk had werd beloond met een extra bal en uit de jukebox kwam Atlantis van Donovan, Hair van Zen en Hey Jude van The Beatles. Wie veel geld had, of net zijn zakgeld had gekregen, bestelde een kroket. Toen de flipperkast verdween uit Times Square, hield het grotendeels op.


Anderen gingen door, met het wonderlijke en niet altijd even makkelijk te begrijpen fanatisme van de bovengemiddeld strenggelovige. Jim Jansen bijvoorbeeld begon als 8-jarig jongetje met flipperen en hield er nooit meer mee op.


'We waren op vakantie op Texel en mijn vader en ik zaten te vissen in de Veerhaven, dat is waar de boot aankomt. Het was in 1979. Dat vissen vond ik niet veel aan. Verderop was een café, daar ben ik heengegaan. Van mijn vader kreeg ik kwartjes. Vijf kwartjes!'


Het was begonnen. 'Die lichten, die geluiden: er gebeurde iets magisch.' Typerend: Jansen weet nog op welke kast hij destijds speelde, een Charlie's Angels van Gottlieb.


Mede naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de Nederlandse Flippervereniging (elfhonderd leden) schreef Jansen een boek over flipperen in Nederland, No Balls, No Glory - Twintig jaar pinball in de polder. Het is een ode aan het flipperen, een eerbetoon aan mannen en een enkele vrouw, 'aan mensen die een groot deel van hun leven wijden aan het flipperen.'


Zonder enige ironie: 'Ik wil het erfgoed van het flipperen veilig stellen.'


Ook is het boek een introductie in een voor buitenstaanders onbegrijpelijke wereld. Bijvoorbeeld: 'Deze kast heeft het gevoel van een campy jaren vijftig sci-fi film en doet denken aan cultfilms als Plan 9 from Outer Space en Invaders from Mars. Heerlijk over de top. De schoten zijn eenvoudig qua ontwerp, maar hebben stuk voor stuk een heerlijke feel.' Jasper van Eden uit Harderwijk in No Balls, No Glory!


Jim Jansen (41) is hoofdredacteur van Folia Magazine, het blad van de Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam. Zijn verhaal is grofweg hetzelfde als dat van veel andere flipperaars. Alleen de locaties verschillen, en de flipperkasten.


In het begin van de jaren negentig begon voor hem de volgende fase, na de ontdekking op Texel, in de Amsterdamse Sleep-Inn. Weer gebeurde er iets dat hij magisch noemt: 'Ik zag een nieuwe kast, The Addams Family. Dit kan niet, dacht ik, dit kan niet. Ik heb er twaalf uur achter elkaar op gespeeld.' Een terugweg was er niet meer: 'Vanaf dat moment flipperde ik elke woensdag en zaterdag, met vier vrienden. Wie verloor, moest bier halen.'


Vaak zijn flipperkasten gebaseerd op films of tv-series, zoals de The Addams Family, Star Trek, Lord of the Rings of The Simpsons. The Addams Family, de favoriete kast van Jansen, bevat twaalf subspelletjes. Elke kast heeft zijn eigen wetten en geheimen en, volgens Jansen, zijn eigen humor. 'Een flipperkast moet er goed uitzien en het spel moet de spelers prikkelen. En je moet ermee kunnen lachen.'


In Nederland staan in het openbaar nog zo'n 900 flipperkasten, op ongeveer 700 plaatsen. Uit de amusementshallen zijn ze verdwenen. Uitbaters van cafés en coffeeshops zetten vaak wel een kast neer, ondanks de geringe winst, de omvang van de kast en het relatief dure onderhoud.


Grote Amerikaanse fabrikanten zijn failliet gegaan, maar Stern Pinball en Jersey Jack Pinball hebben het overleefd en kleinere producenten in Spanje en Duitsland brengen regelmatig nieuwe kasten op de markt. Zo populair als in de hoogtijdagen, de jaren negentig, is flipperen niet meer, maar de wereldwijde crisis lijkt overwonnen. 'We zitten op een keerpunt.'


De flipperwereld is een domein voor mannen (vooral van mannen tussen de 35 en 50) die hun eerste kast ontdekten op de camping of in een snackbar en vroeg of laat besluiten er een aan te schaffen (vanaf 300 euro voor een tweedehands, tussen 5.000 en 6.000 nieuw). Het is simpel: 'De een koopt een motor, een ander alles van de The Rolling Stones en weer een ander een flipperkast.'


Hoewel het voor hem veel meer is dan een spel, is Jansen in staat tot relativeren. 'Het is geen gokken, flipperen. Je geld ben je altijd kwijt. Het hoogst haalbare is dat je Grand Champion wordt, dat jouw score de hoogst is op een kast. Maar ook daar word je geen beter mens door.'


Dat is de nuchtere, kritische kijk. Jansen vertelt ook dat hij tijdens een vakantie in Venezuela in de grauwe olieplaats Maracaibo midden in de nacht ergens twaalf flipperkasten zag staan. 'De volgende dag ben ik teruggegaan.'


Vlot strooit hij met anekdotes. 'In Thailand haalde ik ooit de multiball. Alle stoppen in het café sloegen door, letterlijk.'


Voor de verjaardagspartijtjes van zijn kinderen organiseert hij geen speurtocht, maar een flippertoernooitje. Met zijn vrouw Claudine, een Zwitserse, gaat hij zonder de kinderen twee keer per jaar naar Parijs. Parijs is de ultieme flipperstad, vandaar.


Zijn vrouw flippert ook. In 2003 werd ze Nederlands kampioen. 'Ik was heel trots.' Als ze op vakantie gaan, moet er een flipperkast in de buurt zijn. 'Een vakantie zonder flipperen is geen vakantie.'


Jim Jansen en Danny Schwarz: No Balls, No Glory - Twintig jaar pinball in de polder. Uitgeverij Twee oren Amsterdam, 20 euro, ISBN 978 90 8197 8705


René Timmer

(44, Ommen, werkt op accountantskantoor)

De eerste keer:


'Het begon in de jaren tachtig, in een amusementshal in Hoogeveen. Ik was 14 of 15. Hee, dat is gaaf, dacht ik. Er stonden diverse kasten. De F14 Tom Cat en de Black Night sprongen eruit, die heb ik later zelf gekocht.


'Wat de voornaamste aantrekkingskracht is? Dat wisselt. Eerst was ik een speler met een kleine fascinatie voor de techniek. Van het spelen ben ik via de techniek naar het verzamelen gegaan.'


De verzameling:


'Ik heb een stuk of vijftig kasten. Ze staan in vier bedrijfsunits, die heb ik opgesplitst. Het onderste deel verhuur ik, boven staan de kasten. Met de opbrengst van de huur kan ik het geheel financieren.


'Als verzamelaar heb ik te maken met een complex van factoren: tijd, ruimte en geld. Ja, ook tijd. Soms komen er twintig, dertig mensen spelen. Dat betekent schoonmaken, en sleutelen. Het is de kunst om een flipperkast te vinden die de tand des tijds heeft doorstaan. Er moeten niet veel kasten meer bijkomen. Nog een stuk of tien, denk ik. Maar dat heb ik weleens eerder gezegd.


Thuis:


'Mijn vrouw vindt het allemaal prima. Financieel krijg ik het net rond, dat scheelt. Ach, iedereen heeft een hobby. Een ander verzamelt postzegels, ik flipperkasten.'


Egbert van Vulpen (39, Castricum, ambtenaar)

De eerste keer:


'Ik ben begonnen op de pc, met een computerspelletje. Tristan Pinball, heette het. Dat was in het begin van de jaren negentig. Ik ben laat begonnen met flipperen, in de kroeg. Vaak hoor je van mensen dat ze het op de camping hebben ontdekt, maar wij kampeerden nooit, dus ik was laat. Ik flipperde tijdens het uitgaan.'


De verzameling:


'Op een dag ontdekte ik dat flipperkasten te koop zijn. Mijn moeder zag een advertentie in het lokale sufferdje waarin een kast werd aangeboden, een Fire Power uit de jaren tachtig. Dat was hier drie straten achter. Ik heb er 400 gulden voor betaald en er járen op gespeeld. Toen ie op was heb ik 'm verwerkt tot muurdecoratie, ik wilde 'm niet wegdoen.


'Geleidelijk werden het er steeds meer. Ik heb nu veertien kasten. Ze staan in Alkmaar, in de Koog. Dat is een steunpunt van de Nederlandse Flippervereniging. Ik heb er nog eentje thuis staan om af en toe wat te kunnen spelen. Dat hoeft geen blijver te zijn, ik wissel ze af. Ik heb het met een kast in de huiskamer geprobeerd, maar dat was niks. De meeste huiskamers zijn niet gemaakt voor flipperkasten.'


Thuis:


'Voordat mijn vrouw en ik een relatie kregen, kende ze mijn hobby al. Dat scheelt. Op onze trouwreceptie stond een flipperkast klaar voor de gasten. Verder heeft ze niet veel met flipperen.'


Taco Wouters

(34, Sittard, milieudeskundige)

De eerste keer:


'Dat was bij mijn oom en tante in Doetinchem, in de kelder, stond een kast. Ik woonde in het diepe zuiden en twee keer per jaar logeerde ik in Doetinchem. Toen ik eenmaal die flipperkast had ontdekt, ging ik heel vaak die kelder in. Daar begon het. Later werden het de kroegen en de cafetaria's.


'Een vriend van mijn broer had thuis kasten staan. Er ging een wereld voor me open. Ik ontdekte het wedstrijdflipperen, en het verenigingsleven. Ik bleek redelijk goed te zijn. In 2006 won ik voor de eerste keer de Dutch Pinball Open. Ik ken de verhaallijn van alle kasten. Voor verrassingen kan ik niet meer komen te staan. Ik denk dat ik ooit wereldkampioen kan worden.'


De verzameling:


'Jarenlang had ik geen kast. Ik was een uitzondering, een echte kroegspeler. Mijn eerste kast was een Johnny Mnemonic. Inmiddels heb ik er tien. Zes staan er hier in de garage. Ik kan kasten zelf reviseren. Dat is handig, want het loopt nogal in de papieren als je elke keer een monteur moet laten komen.'


Thuis:


'Mijn vriendin vindt het niks. Ze vindt het leuk voor mij, maar ze zal niet snel een spelletje meespelen als vrienden bij ons langs komen om te flipperen.'


Bas Vis (47, Vinkeveen, accountant bij ING)

De eerste keer:


'Eind jaren zeventig in snackbar Het Huuske in Zeelst, dat is een dorp bij Veldhoven. Met mijn maten van de lagere school stond ik achter de kast. Ik vind het nog steeds het leukst om met vrienden te flipperen. Ik heb thuis ook geen kast staan.


'Ik kan aardig flipperen. Op een schaal van een tot en met tien haal ik een zeven. Ik ben een goedwillende amateur. Flipperen is vooral een spel van controle. Een speler moet in alle omstandigheden op alle kasten in staat zijn een bal stil te leggen. En het gaat om kastenkennis. In een Addams Family zitten twaalf spelletjes. Goede spelers weten precies hoeveel punten die spelletjes kunnen opleveren. Van zulke fanatieke spelers zijn er in Nederland maar een stuk of tien. Taco Wouters is er een van.'


De verzameling:


'Ik heb zes kasten. Ze staan bij bevriende leden. Niet iedereen heeft de middelen om een flipperkast aan te schaffen. Er komen er vast nog wel een paar bij, maar ik ben niet actief op zoek. Ik verkoop er nooit een, daar heb ik geen behoefte aan.'


Thuis:


'Ik ben nogal actief in het verenigingsleven en ik ben betrokken bij de maandelijkse regionale toernooien. Ik ben al 25 jaar getrouwd en mijn vrouw en ik hebben nooit ergens woorden over, behalve over het flipperen. Dat is ons enige diepgaande meningsverschil. Ik vind het een leuk tijdverdrijf, zij een totaal uit de hand gelopen hobby die alle vrije tijd opeet.'


De Nederlandse Flipper Vereniging (NFV) is met elfhonderd leden de grootste flippervereniging ter wereld. Jim Jansen is de pr-man van de vereniging. Jaarlijks worden twee grote toernooien georganiseerd, het Dutch Pinball Open en de Dutch Pinball Master. Daarnaast heeft de NFV in Ederveen een clubhuis met 130 flipperkasten en krijgen de leden vier keer per jaar het blad De Spinner.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden