Daar gaat ons geld

De commissie-Dijsselbloem is begonnen met het onderzoek naar de vernieuwingen in het onderwijs. De plannen werden bedacht op het ministerie....

Het is Kerst 1991. De gangen van het ministerie aan de Europaweg in Zoetermeer liggen bezaaid met meubilair. Blauwe stoeltjes uit ‘PO’ liggen nonchalant in de fluorescerend geel gelijnde gangen van ‘VO’. Een geel stoeltje staat verdwaald in de rode vleugel van ‘HO’. Stapels met dozen ontsieren het ‘Rode Plein’, waar minister Ritzen en staatssecretaris Wallage huizen. En ook het ‘gouden laantje’ ernaartoe – waar je moet zitten als je het als ambtenaar ver hebt geschopt – is tussen de paperassen en rondslingerende schilderijen van oud-ministers amper als zodanig te herkennen.

Weinig reorganisaties zijn zo letterlijk zichtbaar als deze, in de winter van 1991 op het ministerie van Onderwijs. Secretaris-generaal Rien Meijerink was het zat. Het departement was tot op het bot verkokerd, tot in de kleuren van de meubels aan toe. De vleugels in het spinachtige gebouw hadden niets met elkaar te maken. Primair (PO), voortgezet (VO) en hoger onderwijs (HO) zaten gescheiden in de haakvormige spinnenpoten, de politieke top zat in het grijze middenstuk.

‘Er hing een sfeer van: als jij van mij afblijft, blijf ik van jou af’, beschrijft Sander van den Eijnden, destijds directeur bij OCW, inmiddels directeur bij de organisatie voor internationale onderwijssamenwerking Nuffic. ‘Je kende elkaar eigenlijk niet.’

De ambtenaren leken in niets op elkaar. Werkte je in blauw, in de basisonderwijsvleugel, dan droeg je een trui. Deed je voortgezet onderwijs, in geel, dan liep je in een jasje. Hoger onderwijs, in de rode vleugel, zat strak in het pak. De salarissen waren navenant.

Of toch, één overeenkomst: ze stemden vrijwel allemaal PvdA – een overblijfsel uit de Van Kemenade-tijd (eind zeventig, begin jaren tachtig) toen het ministerie razendsnel groeide. De neiging om alles van bovenaf te sturen, en via circulaires bij de scholen te droppen, werd breed gedeeld.

In de winter van 1991 kreeg 80 procent van de ambtenaren een andere baan, met andere collega’s, een andere kamer in een andere vleugel. Er kwam een ‘collegiale bestuursraad’ waarin de secretaris-generaal, de hoogste ambtelijke baas, als primus inter pares met de directeuren-generaal uit de spinnenpoten ging samenwerken. Zodat ze klussen van elkaar konden overnemen en elkaar toch minimaal een paar keer per week tegen het lijf liepen. Rode stoeltjes tegen ‘gele’ muren.

De basisvorming – het nieuwe lesmodel op mavo, havo en vwo waarbij iedereen met dezelfde veertien vakken begint – was voorbereid en hoefde alleen maar te worden ingevoerd. Het was de tijd dat praten met scholen taboe was; de politiek wist hoe het moest. Het werd dan wel niet de middenschool van Van Kemenade, maar het nobele ideaal was hetzelfde: goed onderwijs zou iedereen gelijk maken – maakt niet uit uit welk milieu. Gelijke kansen, ongeacht je afkomst.

Schaal 11

Schaal 11
Het was de tijd van stevige bewindslieden die je als eenvoudig beleidsambtenaar uit schaal 11 niet even opzij duwde. ‘Met Ritzen had je niet vaak een echt gesprek’, zegt een ambtenaar uit die tijd. ‘Als je het niet met hem eens was, legde hij het je nog één keer uit.’

Schaal 11
Ook Jacques Wallage en Tineke Netelenbos waren mannetjesputters die je als ambtenaar liever niet voor de voeten liep. De dadendrang was enorm. ‘Nieuwe bewindslieden kwamen binnen met grootscheepse veranderplannen’, aldus Maarten Asscher, oud-directeur bij het ministerie. ‘De druk van het partijprogramma, het vooruitzicht van maximaal vier jaar bewind. Zeker bij het veel bekritiseerde OCW wilden ze niet de geschiedenis in als bewindslieden die alles bij het oude lieten.’

Schaal 11
De ambtelijke top zat dicht tegen de politiek aan. Secretaris-generaal Meijerink kende Wallage uit Groningen; hij was jarenlang gemeentesecretaris toen Wallage er wethouder was. Politieke benoemingen waren op het ministerie eerder regel dan uitzondering. Directeur-generaal Evert Steenbergen kwam jaren eerder zelfs rechtstreeks overgestapt uit de Eerste Kamer, waar hij senator was voor de PvdA.

Schaal 11
Veel topambtenaren waren oud-onderwijzers of onderwijskundigen met dezelfde idealen. De grote vernieuwingen – van basisvorming tot vmbo – waren politiek gedreven, dat wel. Maar de ambtelijke top werkte gretig mee. ‘Het waren elkaar versterkende processen’, zegt Jan van Dam, manager voor de sector OCW bij de Algemene Rekenkamer. ‘Het was een netwerkproces tussen politiek en onderwijskundigen, met een grote rol voor de wetenschap. Plannen werden ontworpen vanachter de tekentafel, zonder deugdelijke toetsing of ze ook echt konden worden uitgevoerd.’

Schaal 11
Nieuwe ambtenaren werden bij OCW geselecteerd op hun ijver om aan de ingezette koers mee te bouwen, zegt een topambtenaar van een aanpalend ministerie. Wie zich bij een sollicitatie kritisch uitliet, kwam er niet in. En alleen als je beleid maakte, was je iemand; invoering was van latere zorg.

Schaal 11
Hoewel de eilandencultuur, ‘clans’ volgens sommigen, al lang terug gaat, kapseisde de sfeer op het ministerie pas echt in 2000. Minister Loek Hermans van de VVD had Harm Bruins Slot aangesteld als nieuwe secretaris-generaal. De Apeldoornse CDA-burgemeester vond dat de cultuur op OCW drastisch moest veranderen. En hoe maak je dat punt? Door af te geven op het verleden.

Respect

Respect
Dus dat deed Bruins Slot. Het departement was niet goed en ook nooit goed geweest, concludeerde hij. Samen met zijn plaatsvervangend SG Diane Keizer hield hij niet op het te herhalen. ‘Dan trap je mensen op de ziel’, zegt Van den Eijnden. ‘Het respect verdween. Veel collega’s hebben twintig jaar hun ziel en zaligheid in dat ministerie gelegd. Er is ook veel goed gegaan.’

Respect
Bruins Slot gooide het roer drastisch om. Directeuren kregen coaches, externe adviseurs en psychologen lichtten de organisatie door, Gerard Cox werd ingehuurd voor de teamgeest, er kwamen cultuurtrainingen waarbij de ene directeur een kapstok moest spelen en de andere een jas – en dan goed samenwerken, zodat de jas niet van de kapstok valt.

Respect
Met klinkende namen als Sprong (2000), Van top 7 naar top 30 (2001), Kwaliteitsslag (2001), Rekenschap (2002) en Koers (2003) werd de ene na de andere reorganisatie aangekondigd – de vorige was nog niet afgelopen voor de volgende begon. Met de reorganisaties groeide het cynisme. ‘Sprong stond bekend als het project Plons’, herinnert Asscher zich, die er van 1998 tot en met 2003 werkte. ‘Medewerkers werden resistent tegen veranderingen. Dan doet 95 procent enkel nog voor de vorm mee; een verkleedpartij die uitsluitend voor en door de top wordt uitgevoerd. De problemen werden er eerder groter dan kleiner van.’

Respect
De kosten van externen verdrievoudigden in twee jaar van 14 naar 43 miljoen euro. Aan interim-managers alleen besteedde het ministerie 7,5 miljoen euro per jaar – geen ander departement kwam in de buurt.

Respect
Zoveel mensen van buiten die het per definitie beter weten; het verziekte de sfeer. ‘Soms had je het gevoel dat het ministerie werd bezet door een commando-eenheid’, zegt Asscher, ‘die vooral de opdracht had voor veel geld het onderling wantrouwen te maximaliseren.’ Internetredacteur Koert Vrijhof, kaderlid bij vakbond Abvakabo, weet het nog goed. ‘Dan zag je ze weer binnenkomen in hun zwarte pakken. Daar gáát ons geld. Zij kregen de leuke klussen.’

Respect
Wat voortdurend het gevoel gaf, zegt Van den Eijnden, dat je niet wordt vertrouwd. ‘Ze waren all over the place’, zegt een oud-ambtenaar die niet met zijn naam in de krant wil. ‘Kwaliteitsslagers noemden we ze, naar de naam van de reorganisatie. Talloze collega’s belandden op een zijspoor.’

Respect
Opvallend vaak valt de naam van ‘schaduw-SG’ Pim Pollen, interim-manager van CBE Consultants. ‘Hij had Bruins Slot aan een touwtje’, zegt vicevoorzitter Bert van de Geest van de Departementale Ondernemingsraad. ‘Stinkendrijk geworden.’ NRC Handelsblad rekende uit dat Pollen tussen 2001 en 2003 voor 5,5 miljoen euro aan contracten moet hebben binnengesleept. ‘Pim Pollen werd een goeroe’, zegt de anonieme oud-ambtenaar. ‘Het was 2002, de tijd van Pim Fortuyn. Wij hadden onze eigen Pim.’

Crises

Crises
De gevolgen van de onvrede bleven niet lang uit. De laatste maanden van Loek Hermans en de eerste van CDA-minister Maria van der Hoeven waren een aaneenschakeling van rampspoed.

Crises
Anonieme klokkenluiders gaven ruchtbaarheid aan een miljoenenfraude in het hbo. Kamerleden ontvingen brieven over wat later de ‘Jamby-affaire’ was gaan heten. Ambtenaren slingerden aantijgingen de wereld in over een graaicultuur in de top. En alsof het nog niet genoeg was, ging ook de politieke leiding rollend over straat. VVD-staatssecretaris Annette Nijs hoefde niet meer terug te komen na een platvloerse ruzie met Van der Hoeven.

Crises
Vooral de hbo-fraude en de Jamby-zaak sloegen op het ministerie in als een bom. Secretaris-generaal Bruins Slot reageerde hardhandig. De directeur Hoger Beroepsonderwijs werd op staande voet ontslagen. In de Jamby-affaire deed Bruins Slot zelfs aangifte tegen drie van zijn hoogste ambtenaren. Zij zouden Adam Curry een miljoen gulden hebben betaald voor niet geleverde diensten.

Crises
Het zero tolerance-beleid had een verwoestend effect. Het beetje motivatie dat er nog was, sijpelde het gebouw uit. Letterlijk: op het anders zo stramme departement pakte in drie jaar één op de drie topambtenaren zijn biezen. ‘Moet je voorstellen’, zegt Van den Eijnden, die toen zelf ook vertrok, ‘dat een collega die je vertrouwt, die net zo hard en even oprecht zijn werk doet als jij, voor de rechter wordt gesleept. Door je baas!’

Crises
De achterblijvers bekroop een gevoel van onveiligheid: niet durven zeggen wat je vindt, fouten maken mag niet, ervan leren is niet aan de orde. Met je water voor de dokter? Geen denken aan.

Crises
De angst is nog altijd niet weg. ‘Mensen zijn bang voor hun hachje’, zegt voormalig PvdA-staatssecretaris en adviseur Roel in ‘t Veld. ‘Alles wordt beoordeeld op het criterium: kan het mij schaden?’

Crises
Collega’s begonnen elkaar te wantrouwen. ‘Je spreekt met X, maar Y luistert even mee’, beschrijft In ‘t Veld. Er ontstond een sfeer van ‘ja zeggen en nee doen’, zoals Koos van der Steenhoven, de SG die Bruins Slot opvolgde, eind 2003 in zijn maidenspeech zou zeggen. Dat de rechter iedereen vrijsprak, de ontslagen directeur in ere werd hersteld en minister Van der Hoeven diep door de knieën ging om spijt te betuigen, deed daar niets aan af.

Crises
Er ontstond een indekcultuur, meer nog dan voorheen. Niet alleen om intern over alles wat je doet verantwoording af te leggen; óók de Tweede Kamer dook door de talloze affaires met een vergrootglas op het ministerie. ‘Als je maar een boel vergadert en een boel papier kunt laten zien, toon je dat het je aandacht heeft – zo’n sfeertje’, beschrijft een oud-ambtenaar. Incidenten werden bestreden met nieuw beleid: voor elk wissewasje een nieuwe maatregel. Niet in de laatste plaats door de hernieuwde bemoeienis vanuit de Kamer.

Crises
De circulaires aan scholen, waar het ministerie berucht om was, mochten verminderen; de interne bureaucratie won aan kracht. ‘Alles heeft een kaftje, van alles is een boekje’, beaamt een anonieme oud-ambtenaar. Hij herinnert zich een voorval op een school. ‘Ik geloof een leraar die niet met z’n vingers van een kind kon afblijven.’ De ambtelijke staf van de minister vergaderde er wekelijks over, met steeds een brave voortgangsrapportage. ‘Ik heb een keer geopperd naar die school te rijden en die leraar bij zijn lurven te grijpen. Maar nee, daar had je de interventieladder voor: hoor- en wederhoor. Voor je het wist, was je drie maanden verder.’

Bedotten

Bedotten
Eind 2003 haalde Koos van der Steenhoven alle kranten met een beschimpende eindejaarsspeech. De verantwoordelijkheden op het departement waren zoek, samenwerken, daar deed men niet aan, ambtenaren ‘bedotten’ de boel en hadden geen idee van de buitenwereld.

Bedotten
Maar de nieuwe, gereformeerde SG deed ook een belofte. Ambtenaren zouden onder zijn leiding weer baas worden over hun eigen situatie. Fouten maken mocht weer, ‘alleen niet twee keer dezelfde en niet met opzet’. Van der Steenhoven (voorheen organisatieadviseur bij Het Expertisecentrum) garandeerde dat bij de zesde reorganisatie in vijf jaar – ‘Apollo’, naar de god van kunst, wetenschap en genezing – géén ontslagen zouden vallen. Over vier jaar moest OCW het best functionerende departement zijn.

Bedotten
En? Heeft Van der Steenhoven zijn woorden vier jaar later waargemaakt?

Bedotten
Het was te ambitieus, geeft hij intern toe. Een mammoettanker die van koers moet veranderen, dat gaat langzaam. Toch krijgt de CDA-SG alom waardering. De weg omhoog is gevonden en dat is een prestatie, zegt oud-directeur Van den Eijnden. ‘Van der Steenhoven herstelt rust en vertrouwen. Hij wist niets van onderwijs, maar bestuurt het ministerie als een manager, een goeie.’ Of het zijn gereformeerde uitstraling is of iets anders: ‘Koos bedondert je niet’, zegt OR-man Van de Geest.

Bedotten
Om de angst in de organisatie tegen te gaan, is tot in de uithoeken van de buitendienst een integriteitsbeleid opgetuigd. Ambtenaren kunnen bij vertrouwenspersonen terecht, er is een ‘biechtstoel’ om zonder persoonlijke gevolgen dingen te openbaren die het daglicht niet kunnen verdragen.

Bedotten
Er wordt weer geluisterd naar de ondernemingsraad, het personeelsblad Punt mag weer schrijven wat het wil, een ‘rodeknopprocedure’ moet voorkomen dat alarmerende signalen in de lagere rangen blijven steken.

Bedotten
Ook organisatorisch heeft Van der Steenhoven het huis verbouwd. De SG heeft zich ontdaan van zijn primus inter pares-status en heeft weer de absolute leiding. ‘Themadirecties’ moeten dwars door de kokers heen praktische oplossingen bieden voor actuele problemen: drop-outs, onveiligheid op scholen, de introductie van de maatschappelijke stage.

Bedotten
‘Er is weer geld en aandacht voor het personeel’, volgens Van de Geest van de departementale ondernemingsraad. Ze hebben een ‘loopbaanscan’ die hun wensen en ambities in beeld brengt, een onafhankelijk matchingsbureau moet ervoor zorgen dat iedereen op de juiste plek belandt. Het ministerie wordt ‘opgeleukt’ met bedrijfsfitness, voedselcoaching en binnenkort misschien zelfs een crèche.

Bedotten
Het slechte imago blijft kleven, maar cijfers schetsen langzaam een ander beeld. In de Intermediair-index van aantrekkelijke werkgevers steeg OCW van plaats 80 naar 24. De ‘medewerkerstevredenheid’ steeg in twee jaar met 9 procent. Bijna zeven van de tien ambtenaren is tevreden over het ministerie (TNS-Nipo, 2006).

Bedotten
Kan de vlag uit? Allerminst. Betrokkenen waarschuwen voor te veel optimisme. Het departement balanceert op een dun lijntje. Er hoeft niet veel te gebeuren, willen medewerkers het broze vertrouwen in de top verliezen. ‘We zijn kwetsbaar’, verklaart Abvakabo-kaderlid Vrijhof. ‘Nog steeds is het voor veel collega’s: eerst zien en dan geloven.’

Bedotten
Want ook Van der Steenhoven is alweer bezig aan zijn tweede reorganisatie: ‘OCW verandert!’ En Balkenende-IV heeft het ministerie voorzien van drie hyperactieve bewindslieden met de nodige profileringsdrang.

Bedotten
Plasterk is er weinig, klagen ambtenaren al – vooral bezig met de PvdA en zijn imago: lintjes knippen, prijzen uitreiken, festivals en musea openen. Het trio gooit het stuur bovendien wéér om. Inspecteurs, net gewend scholen wat meer los te laten, moeten weer controleren, tot de vakantiebriefjes aan toe.

Bedotten
Maar de bedenkingen over de nieuw ingeslagen wegen blijven binnen. En dat is een goed teken. ‘Geen nieuws is goed nieuws’, zegt bondsvoorzitter Walter Dresscher van de AOb. ‘Laten we daar nu maar even van uitgaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden