Daar gaat de man met het toverlantaarnhoofd

De zon schijnt niet; het is koud in Parijs en het regent. De verkleumde doodgravers, in hun stijve zwarte pakken, staan onder een luifel bij de hoofdingang van het Cimetière Montparnasse....

Van onze verslaggever

Paul Depondt

PARIJS

Op een paar meter van het kantoortje nabij de avenue de l'Ouest rust Man Ray voor eeuwig onder een sobere zerk, sinds enkele jaren in het gezelschap van zijn vrouw Juliet - 'together again'. Man Ray stierf in 1976; zijn vrouw in 1991, na een verbeten strijd om het atelier in de rue de Férou en het oeuvre van haar man van de ondergang te redden.

Het beroemde atelier, vlakbij de Saint Sulpice, moest verdwijnen voor nieuwbouw. De schilderijen, de foto's en de rariteitenverzameling van Man Ray verhuisden naar Juliet's appartement in de rue d'Assas.

Na de dood van Juliet schonken de erven een gedeelte van Man Ray's werk, waaronder duizenden negatieven, aan de Franse Staat 'om de erfenis te regelen'. Een ander deel, meer dan vijfhonderd nummers, wordt eind maart bij het veilingshuis Sotheby's in Londen verkocht.

Voor de laatste keer was de collectie van Man Ray's weduwe nog eens in haar geheel in de Parijse galerie Verneuil te zien. Een gedeelte reist deze week naar Tokio en New York. Het is een verbluffende verzameling van ruim dertig schilderijen, tientallen tekeningen en foto's, surrealistische objecten en geestige trouvailles. Zijn vrouw Juliet wilde van het atelier een Man Ray-museum maken; nu is slechts een gedeelte van de verzameling in bezit van het Musée National d'Art Moderne in het Centre Pompidou.

Een paar jaar geleden hielden Joke Tjalsma, Tom de Ket en Dirk Groeneveld onder de titel Kijkdagen in De Balie in Amsterdam een veiling van 'artikelen' die voortkwamen uit de nalatenschap en het gedachtengoed van Man Ray en zijn vriendin Lee Miller. Het publiek kreeg tijdens de theatervoorstelling de regels te horen: eerst kijken, later kopen, zoals nu in Parijs. De colli trokken voorbij.

De uitnodiging van de Parijse kijkdagen van de grote Man Ray-veiling, die mij deed denken aan de uitverkoop in De Balie - 'vijf oneliners voor tienduizend gulden', heeft de vorm van een schilderspalet. Ook dat palet, zelfs zijn schildersdoos, is te koop. De uitnodigingskaart is een afbeelding van Man Ray's beroemde Palettable, een klein tafeltje in de vorm van een schilderspalet.

Alles wat hij maakte, had de allure van een commedia dell'arte. In de galerie in de rue de Verneuil staan en hangen, onder een gelijkaardig glazen puntdak als in de beroemde ateliergarage van Man Ray, tientallen en tientallen geestige en vrolijke 'hebbedingetjes': de houten poppetjes van zijn foto's met Kamasutra-standjes, de blauwgeverfde baguette, de fles waarin hij de steel van een hamer had geperst - La Manche dans la Manche, de behaarde vioolstok en de meest bekende foto van Man Ray, Le violon d'Ingres met de blote rug van Kiki de Montparnasse - Man Ray's vriendin in de jaren twintig.

De roaring twenties komen er tot leven. Aan de wanden hangen tientallen bekende en beroemde gezichten: Pablo Picasso, Juan Gris, Paul Morand, Gertrude Stein, Erik Satie, Jean Cocteau, James Joyce, Igor Stravinsky en Man Ray's grote vriend Marcel Duchamp. De mooiste foto's zijn de portretten van zijn vriendinnen Kiki de Montparnasse, een van de beruchtste Parijse 'cocottes', van de beminnelijke Lee Miller en van Juliet Browner, waarmee Man Ray in 1944 in Beverly Hills in het huwelijk trad.

Hij schilderde in Hollywood in 1949, toen hij bijna zestig was, Céleste est à l'est de l'ouest, het portret van Juliet als Spaanse danseres. Het schilderij komt op de veiling. Maar behalve werk van Man Ray veilt Sotheby's ook schilderijtjes van Kiki de Montparnasse, naïeve tafereeltjes die Juliet al die jaren heeft bewaard.

Man Ray heeft de vrolijke jaren van de opstandige avant-garde ('le trouble moderne') met zijn eenvoudige Kodak vastgelegd. Man Ray was een bevoorrechte getuige - hij kende veel mensen - maar hij was ook een eigengereide outsider, een buitenstaander. Hij ondertekende geen manifesten, liep niet mee in optochten, verkondigde geen hoogdravende theorieën en bleef buiten de surrealistische broederschap of de Parijse Dadaclubs. Op één van zijn tekeningen, die zesduizend gulden moet opbrengen, schreef Man Ray: 'unconcerned but not indifferent' - het staat ook op zijn grafzerk op het Cimetière Montparnasse.

Pronkstuk van de verkoop is het beroemde Le Beau Temps, een groot en fonkelend schilderij uit 1939. Het is een autobiografisch werk, volgens Man Ray 'het hoogtepunt van mijn surrealistische periode'. Op het schilderij herken je Man Ray's buitenverblijf, zijn vroegere schilderijen, zijn rayografieën, afschuwelijke monsters, het biljart en een kubistisch geschilderde figuur met een toverlantaarnhoofd. Dat bizarre hoofd herinnert aan een uitspraak van André Breton uit 1937: 'Maar hier komt Man Ray. Hier komt de man met het toverlantaarnhoofd.' Het doek, zegt Sotheby's, moet ruim twee miljoen gulden opbrengen.

Man Ray was un type rapide, altijd bedrijvig en rusteloos. Zijn atelier - 'the cemetery', zoals hij zei - was een volgepropt rariteitenkabinet. De kasten waren volgestouwd met de meest uiteenlopende dingen, klokken, brillen, potten en pannen, vlinders en insekten. Op de schappen lagen spiegeltjes, maskers, flesjes en pijpen.

Hij was een verwoed verzamelaar van de meest uiteenlopende voorwerpen, 'dingetjes' waarmee hij zijn bekende visual oneliners assembleerde: een sigarenkistje met een sleutelgat (Le voyeur, achtduizend gulden), strijkijzers met of zonder pinnen (vanaf veertienduizend), beschilderde maskers, schaakborden en metronomen - zijn bekende Perpetual motif voor twintigduizend gulden, een metronoom met oog, het oog van Lee Miller.

Man Ray verdiende zijn geld met het maken van foto's, onder meer voor Harper's Bazaar. Voor zijn foto's worden, sinds zijn overlijden in 1976, hoge bedragen betaald. De bekende foto van een vrouwengezicht en een Afrikaans masker is door het veilingshuis Christie's in New York - concurrent van Sotheby's - verkocht voor de recordprijs van 354.500 dollar. Voor een andere foto van Man Ray, het drieluik Yesterday, Tomorrow, Today, is 222.500 dollar neergeteld.

Het sombere schilderij van de rue de Férou, eigendom van een privé-verzamelaar, komt niet op de veiling. Het geheimzinnige tafereel, schichtige man met ingepakte naaimachine op handkar in een duistere en verlaten straat, weerspiegelt de tragedie van het Man Ray-atelier. Het werk versnippert en elke snipper wordt een collector's item, een Man Ray-relikwie.

De poëzie van de verzameling, van het geheel, verdwijnt. Man Ray hield van de schok van onverwachte ontmoetingen, zoals van 'de toevallige ontmoeting van een paraplu en een naaimachine op een ontleedtafel', zijn lievelingszin uit het zesde gezang van Les chants de Maldoror van Isidore Ducasse, comte de Lautréamont. Zijn atelier was niet alleen een curiositeitenkabinet maar vooral een werkplaats waar hij, met alles wat hij maar vond, bizarre en raadselachtige poèmes-objets vervaardigde.

Sommigen zien in zijn oeuvre niets anders dan een samenraapsel van oppervlakkige erotische zinspelingen en hocus pocus-achtige vondsten. Een anonieme criticus beweerde zelfs dat Duchamp meer deed dan een schaduw werpen over het werk van zijn vriend. 'Hij zette hem volledig in het duister.'

Op het Cimetière Montparnasse echter liggen tientallen steentjes op de rand van zijn graf. Zijn het bewonderaars? Op zijn zerk staat een ietwat verschrompeld bloempje.

De opbrengst van de verkoop van Man Ray's nalatenschap, op 22 en 23 maart in Londen, wordt door Sotheby's voorzichtig geraamd op een bedrag van rond de zeven miljoen gulden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden