D66 AL 39 JAAR EEN BELOFTE

Hans Gruijters was in 1966 eigenaar van twee kroegen in Amsterdam en lid van de gemeenteraad voor de VVD. Om ook overdag wat om handen te hebben, was Gruijters chef van de redactie buitenland van het Algemeen Handelsblad....

De diagnose luidde dat het verzuilde systeem volkomen was vastgelopen en dat de kiezer door de politiek als ongewenste pottenkijker werd buitengesloten. Er moest een brede, pragmatische volkspartij komen die een antwoord moest geven op de echte problemen van de tijd, te weten het democratisch tekort, maar ook de bedreiging van het leefmilieu. Vervolgens diende de nieuwe club de meerderheid te veroveren - dat was Gruijters' idee.

Gruijters en Van Mierlo richtten D66 (toen: d'66) op, dat het politieke bestel tot ontploffing moest brengen. Gruijters, terugblikkend in 1987: 'Het was een onbescheiden initiatief. Ik was ervan overtuigd dat D66, al dan niet met de PvdA, die brede, programmatische partij kon worden.'

Uit opinie-onderzoek bleek - in 1967 al - dat tweederde van de bevolking nauwelijks verschil zag tussen de grote partijen. Driekwart meende dat Kamerleden weinig begrip hadden voor wat er onder het volk leefde. Conclusie van Gruijters en Van Mierlo: het einde van de verzuiling was gekomen. Katholieken, protestanten en arbeiders hadden geen eigen partijen meer nodig. Om het kartel van de gevestigde politiek open te breken, was een beweging van buiten noodzakelijk. Een districtenstelsel, een gekozen minister-president en een gekozen burgemeester waren de breekijzers om de politiek terug te geven aan de kiezers.

Keerpunt

Aanvankelijk leek het opblazen van het bestel heel aardig te lukken. Tussen 1963 en 1972 werden KVP en CHU gehalveerd. De PvdA verloor in 1967 negen zetels, waarna de jongelui van Nieuw Links korte metten maakte met de oude garde. D66 kwam meteen met zeven zetels in de Kamer, en groeide in 1971 naar elf. De samenwerking tussen D66, PvdA en PPR kreeg gestalte in het programma Keerpunt '72, compleet met een schaduwkabinet-Den Uyl.

En toen ging het mis. De verkiezingen van 1972 leverden bij lange na geen meerderheid op, de progressieve drie bleven steken op 55 zetels. Pijnlijker nog was de nederlaag van D66 zelf; van elf naar zes zetels. Comfortabel op het regeringspluche gezeten vond de PvdA van Den Uyl bij nader inzien D66 en de PPR te onbeduidend om een fusie aan te gaan tot Progressieve Volkspartij.

Missie mislukt, partij overbodig. Gruijters: 'Toen, in 1975, was ik er van overtuigd dat we met D66 niet meer iets nieuws konden doen. Het begon op een vierde stroming te lijken en daar hadden we in Nederland toch weinig behoefte aan. De zelfverzekerdheid waarmee ik in 1966 begon, was weg.' Een meerderheid van de congresgangers stemde in 1975 voor opheffing van de partij. Maar - net als dinsdag in de Eerste Kamer - dat was niet genoeg. Statutair kon D66 alleen door een tweederde meerderheid worden opgeheven.

D66 overleefde dus - als een gewone partij naast de andere partijen. Waar Gruijters zo bang voor was, gebeurde. D66 was een doel in zichzelf geworden. Het werd een partij waarin de mensen die het vervullen van een politieke betrekking ambieerden, de dienst gingen uitmaken.

Zo kwam het dat D66, de ontzuilde, moderne politieke beweging, die in 1966 het onbehagen van de nieuwe middenklasse zo perfect wist te verwoorden, al 39 jaar een belofte is.

Die belofte werd nooit ingelost. De grote kans deed zich voor in 1994. Het jaar daarvoor, op 27 februari 1993, had Elsevier een interessante enquête gepubliceerd. Wie moet er in 1994 minister-president worden, luidde de vraag aan de kiezers. Hans van Mierlo van D66, antwoordde 23,7 procent. Ruud Lubbers (CDA), meende 22,4 procent. Elco Brinkman (ook CDA), vond 13,9 procent. Wim Kok (PvdA) kwam met 12,3 procent niet verder dan een vierde plaats. De verkiezingen brachten een historische winst van 24 zetels voor D66. Een regering zonder D66 bleek bovendien niet mogelijk. Van Mierlo dwong het eerste kabinet zonder CDA sinds 1918 af.

Een historisch resultaat, maar er had meer ingezeten. Volgens diverse waarnemers, onder wie Pim Fortuyn, had Van Mierlo zelfs het premierschap kunnen opeisen. In elk geval had Van Mierlo de bestuurlijke vernieuwing (referendum, gekozen burgemeester, kiesstelsel) moeten veiligstellen - bijvoorbeeld door zelf minister van Binnenlandse Zaken te worden. Daar kwam Hans Dijkstal (VVD) te zitten, geen man die brandde van verlangen de Nederlandse staatsinrichting eens flink op de schop te nemen.

Het zelf afdwingen van een politieke vernieuwing zat er voor D66 sinds 1994 niet meer in. De partij is inmiddels alweer 18 van z'n 24 zetels kwijt. Het programma van D66 kwam pas weer in 2002, door toedoen van de Leefbaren en Pim Fortuyn, bovenaan op de politieke agenda te staan.

In 2003 pleegde D66 een vermetele daad: de Democraten schoven aan bij het rechtse blok van CDA en VVD en maakten zo het tweede kabinet Balkenende mogelijk. In de ogen van de Partij van de Arbeid was dat onvergeeflijk. Door de sociaal-democraten worden de Democraten immers al 39 jaar lang beschouwd als een stelletje politieke winkeldieven die stemmen jatten van kiezers die 'eigenlijk' van de PvdA zijn. Ed van Thijn tekende dinsdagavond voor de rol van Judas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden