D-mark voor Nederland belangrijker dan euro

Niemand twijfelt eraan dat Nederland meedoet aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). Maar willen we dat wel echt, vraagt Dirk-Jan van Baar zich af....

NEDERLAND geldt als het saaiste land van Europa bij alles wat met de vorming van een Economische en Monetaire Unie (EMU) heeft te maken. Als de EMU in 1998 echt van start gaat, staat het vast dat Nederland meedoet. Weliswaar is de Nederlandse staatsschuld nu nog te hoog, maar een kleine daling wordt al als stap in de goede richting beschouwd. Andere landen zullen meer moeite hebben om zich te kwalificeren.

In politiek Den Haag is de EMU onomstreden. Iedereen is het erover eens dat als Duitsland en Frankrijk tot een EMU overgaan, Nederland niet mag achterblijven. Hoewel Nederland zijn positie van de omgeving laat afhangen, weten de financiële markten exact wat zij aan Nederland hebben. Die solide reputatie resulteert in een harde gulden, een lage rente en een lage inflatie, en dat is goed voor de consument. Het monetaire beleid van De Nederlandsche Bank, in essentie de koppeling tussen de gulden en de D-Mark, is saai maar verstandig. Het zou dus ook zéér onverstandig zijn om daarvan af te stappen.

In de rest van Europa is de monetaire werkelijkheid minder saai. In het Italiaanse Verona werd ruim een week geleden zelfs een adembenemend theaterstuk opgevoerd. Alle lidstaten van de EU, of ze nu sterke of zwakke munten hebben, houden vast aan de invoeringsdatum van de EMU en de strenge toelatingscriteria, waaraan momenteel alleen Luxemburg voldoet.

Verder werkt men aan een variant op het oude Europese Monetaire Stelsel (EMS), dat in 1992/1993 uit elkaar is gespat, maar er straks voor moet zorgen dat de lidstaten die niet tot de EMU worden toegelaten wèl aansluiting behouden. Bij zoveel verbale euro-acrobatiek valt het brave Nederlandse standpunt in het niet. Toch is dat minder 'Europees' dan men doorgaans denkt.

Niemand twijfelt aan de Nederlandse bereidheid om de EMU tot stand te brengen. Maar ondertussen bestaan er wel twijfels over die EMU, of zij er voor 2000 zal komen, en of zij na invoering houdbaar is. Die onzekerheid, niet in Nederland maar in Europa, geeft het onwrikbare Nederlandse standpunt enige lucht. Dat is maar goed ook, want Nederland heeft zich door de ondertekening van het verdrag van Maastricht formeel reeds tot deelname aan de EMU verplicht.

Nu terugkrabbelen of zelfs maar aarzelen, zou schade toebrengen aan een solide reputatie. Die mag niet verloren gaan. Nederland is de enige EU-staat met een sterkere munt dan de D-Mark. De koppeling tussen gulden en D-Mark, uit vrije wil aangegaan, beperkt weliswaar de nationale beleidsruimte, maar geeft Nederland wel een andere positie dan alle andere EU-staten.

Het is fout om daaraan extra gewicht te ontlenen (in een aparte positie schuilt voor een klein land het gevaar van isolement), maar ondertussen is het Nederlandse monetaire beleid wel duitser dan dat van de Duitsers zelf.

Omdat het Nederlandse lot zo afhankelijk is gemaakt van wat de Duitsers doen, hangt het binnenlandse EMU-debat in de lucht. Dat is riskant, want de EMU is niet alleen een financieel-economische, maar vooral een politieke zaak.

Men wil de Europese eenwording via een muntunie een politieke impuls geven. Nu is Nederland van oudsher federaalgezind, dus dat klinkt geruststellend. Een club als D66, met Hans van Mierlo als minister van Buitenlandse Zaken, is daarover zelfs enthousiast. Van het CDA horen we in EMU-zaken niks, hoewel dit de grootste oppositiepartij is, met niet alleen een katholieke traditie, maar ook 'wortels' als soevereiniteit in eigen kring.

Het enige tegengeluid is van GroenLinks. Daar willen ze de EMU uitstellen, om voorrang te geven aan zulke onverenigbare zaken als uitbreiding van de EU, een communautair milieubeleid en beëindiging van de Britse 'opt-out' bij het Sociaal Protocol.

DE geluiden uit de regeringspartijen PvdA en VVD zijn belangrijker. Premier Kok sprak onlangs een voorkeur uit voor uitstel van de EMU boven versoepeling van de toetredingscriteria. Dat werd hem hoogst kwalijk genomen, want aan uitstel zijn onze politici nog niet toe.

Daarentegen komen de PvdA-kamerleden Wallage en Van der Ploeg met de meest relativerende teksten over de EMU-criteria, want monetaire discipline zou ten koste gaan van werkgelegenheid. Uit oktober 1992 herinner ik me Ad Melkert, toen nog geen banenscheppend minister, die een gloedvol betoog vóór de EMU afstak, en later in de koffiekamer de verwachting uitsprak dat die euromunt er niet zou komen.

In de VVD is zulk dubbelspel een welkome uitweg. Naast federale zijn daar nu ook eurosceptische klanken te horen. Niettemin zijn beide stromingen vóór de EMU. Het VVD-kamerlid Hoogervorst, die net als VVD-leider Bolkestein op de eurosceptische lijn zit, zegt hardop dat hij binnenkort een speculatieve aanval op de Belgische frank verwacht, omdat de staatsschuld van onze zuiderburen veel te hoog is.

Minister van Financiën Zalm heeft zich eveneens negatief uitgelaten over de EMU-deelname van België, nochtans onze tweede handelspartner waarmee onlangs een gezamenlijk Benelux-memorandum is gepresenteerd. Maar zonder België heeft een EMU voor Nederland geen zin.

Als Nederlands meest vooraanstaande euroscepticus moet Bolkestein eens uitleggen waarom hij wel onder strenge voorwaarden voor de EMU is, maar niet voor een EPU (Europese Politieke Unie). Want wie moet de financiële discipline bewaren als EMU-deelnemers hun schulden op elkaar gaan afschuiven?

Volgens André Szász, die als directeur Internationale Zaken van De Nederlandsche Bank direct betrokken was bij de onderhandelingen over het statuut voor de Europese Centrale Bank (ECB), is een EMU niet houdbaar zonder een EPU. Zoals het Verdrag van Maastricht nu in elkaar zit, ontbreekt het de Europese Unie aan machtsmiddelen om te kunnen optreden tegen landen die zich niet aan de monetaire discipline houden als de EMU eenmaal in werking is getreden.

Hoewel Szász, die als architect geldt van de koppeling van de gulden aan de D-Mark, persoonlijk overtuigd is van de noodzaak tot Europese eenwording, acht hij een mislukking van de EMU schadelijker dan er niet aan beginnen. Maar hij denkt dat er in ieder geval iets gaat worden geprobeerd. De EMU is geopolitiek gemotiveerd, en de EMU-criteria, waaraan nu zelfs Duitsland niet voldoet, moeten in dat licht worden bezien.

Als men weet dat de EMU van origine een Frans idee is, om inspraak te krijgen bij de Bundesbank, begrijpt men ook dat Nederland aan die inspraak niet zo'n behoefte heeft.

Het is nu dus vijf voor twaalf. De spanning neemt toe, en dan moeten de uitlatingen van politieke leiders op een goudschaaltje worden gewogen. Dat premier Kok onder zulke omstandigheden over uitstel van de EMU speculeert, is geen toeval. Natuurlijk, alle lidstaten verkondigen plechtig dat de EMU-criteria moeten worden gehandhaafd. Maar iedereen begrijpt ook dat de EMU er alleen maar komt als de criteria soepel worden uitgelegd.

Dat is een doorn in het oog van de Bundesbank, die nooit enthousiast is geweest over het idee de D-Mark te moeten opgeven. De Bundesbank heeft dan ook dringend behoefte aan medestanders voor de 'harde' lijn. En daar komen de Nederlanders om de hoek kijken. Zij moeten ervoor zorgen dat bondskanselier Kohl niet geïsoleerd komt te staan of verleid wordt om onder druk van de overige EU-staten de EMU-criteria te versoepelen.

Wie nu voor de 'harde' lijn pleit, zoals premier Kok, trapt op de rem van de monetaire eenwording. Ook de scepsis van minister Zalm over de EMU-deelname van België wordt dan begrijpelijker. Nederland volgt de politiek onafhankelijke Bundesbank. Die koers is niet automatisch die van bondskanselier Kohl, terwijl met de EMU slechts geclausuleerd kan worden ingestemd.

VOOR Nederland is een D-Markzone waarvan de Fransen wel deel uitmaken maar waarin zij géén inspraak hebben, te prefereren boven de EMU. We zullen de oprechtheid van Wim Kok, Gerrit Zalm en Wim Duisenberg niet in twijfel trekken. Maar wat Nederland zegt na te streven (de euro), is minder aantrekkelijk dan wat Nederland al heeft (de koppeling tussen de harde gulden en de harde D-Mark).

Er wordt, ook door het saaie Nederland, flink gehuicheld. Maar in Europese zaken is het zéér onverstandig iets anders te doen.

Dirk-Jan van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden