Cynisme over twee ballpoints en drie krijtjes

WIE ZICH BOOS maakt over de afbraak van het universitaire onderwijs in Nederland, kan worden aangeraden het boek van Agnes Sommer te lezen over haar ervaringen als universitair docent in Nairobi....

SJAAK VAN DER GEEST

Agnes Sommer is socioloog. Ze is ooit als student naar Kenya vertrokken om onderzoek te doen naar de relaties tussen bemiddelde blanke dames en jonge Masai krijgers. Als we haar mogen geloven, is van dat onderzoek niet veel terechtgekomen; wel veel participatie in de vorm van het roken van lokale hasj en het in praktijk brengen van het thema van haar onderzoeksplan.

Uit haar ervaringen is een boekje met reisnotities geboren onder de misleidende titel Houden van Afrikanen. Een boekje waar ik niet van kon houden; als antropolooog werd ik bevangen door plaatsvervangende schaamte. Afrikanen? Kan men van Afrikanen houden? Blijkbaar zijn ze allemaal hetzelfde. Sommige mensen houden van honden, anderen van katten, Sommer van Afrikanen.

De geforceerde en wrange humor die haar eerste boekje onverteerbaar maakte, keert terug in Retour Nairobi, maar haar cynisme is rijper geworden. Als docente aan een universiteit en echtgenote van een Rendille (lid van een nomadenstam) heeft ze zich recht van spreken verworven. Haar zwartgalligheid wortelt in alledaagse ervaringen, haar morbide grapjes zijn haar manier van overleven.

Niets werkt aan de Kenyatta Universiteit. Er zijn geen boeken, geen voorzieningen, geen docenten. 'Bij mijn entree op de Afdeling Sociologie heb ik van de secretaresse twee ballpoints en drie rose krijtjes gekregen. Daar schijn ik het twee jaar mee te moeten doen.'

De docenten trachten hun uitgebreide families in leven te houden door allerlei baantjes aan te nemen en hebben geen tijd om les te geven. Een staking komt dan ook uitstekend van pas. 'Meneer Meru heeft zijn tijd benut door extra uren te maken aan een goed betalende privé-universiteit, hij heeft een stuk land gekocht en er een huisje op gezet en nog wat andere baantjes en handeltjes afgewerkt. Bij elkaar heeft hij meer dan tien keer het universitaire salaris verdiend, vertelt hij grijnzend.'

De studenten zijn 'analfabeten'. Ze klagen niet over het peil van het onderwijs, noch over de afwezigheid van boeken in de bibliotheek, maar organiseren een gewelddadige staking vanwege de slechte kwaliteit van het eten, misschien wel het beste onderdeel van het universitaire programma. Als Sommer te lage punten uitdeelt, krijgt ze het niet mis te verstane 'advies' de cijfers omhoog te schroeven. 'Iedereen moet hier eten, en iedereen doet zijn best iemand anders op te eten. Je zou gek zijn als je jezelf zou opeten.'

Getrouwd zijn met een Redille betekent dat je moeder bent van vele kinderen, dochter van vele moeders en zus van vele broers. Sommer heeft het hele jaar door visite, vooral veel mannen die niets anders doen dan zitten en praten en zich laten bedienen. 'Rendille heren brengen hun dagen door met leuteren en miraa kauwen, want kamelen hoeden is jongenswerk en geiten worden door meisjes verzorgd. Vrouwen halen water en koken de maïs die ze van de voedselhulp krijgen en oma's zorgen voor de kleine kinderen. Voor de oudere mannen is er dus niet veel te doen en zo heeft de God van de Redille het ook bedoeld. De heren hoeven slechts op hun plaats te bijven zitten, en daar hebben ze geen enkele moeite mee.'

Sommer belandt in een ziekenhuis, wat weer ampel materiaal oplevert voor cynisch commentaar. Als ze ontwaakt uit de narcose, ontwaart ze een dame met een groene douchemuts, de anesthesiste, die haar dreigend sommeert contant te betalen. Wanneer ze haar Rendille zoon met hoge koorts bij de dokter brengt, kijkt deze niet eens naar het kind, maar hij gaat zijn medicijnvoorraad raadplegen. Dat blijkt een betere basis te zijn voor het stellen van een diagnose.

Het meest cynisch is Sommer over NGO's (niet-gouvermentele organisaties), waaraan goedbedoelende burgers en gelovigen in rijke landen hun geld schenken. Een gat in de markt. Het principe is eenvoudig: 'Gewoon een hulpbehoevende groep in het leven roepen, er projecten voor bedenken, en vervolgens subsidie aanvragen bij Europese en Amerikaanse instellingen. De internationale organisaties werken er grif aan mee, want ze zijn er vast van overtuigd dat lokale NGO's 'de mensen zelf' vertegenwoordigen.'

Corruptie, een lelijk woord voor 'jezelf trachten te redden', is een stijl van leven geworden. 'Ontwikkeling' in Kenya zit in de zak van één individu die het onder zijn gunstelingen verdeelt. Als de afdeling sociologie na lang touwtrekken 45 duizend shilling krijgt (Sommer vertelt niet hoeveel dat is) om het fotokopieerapparaat te repareren, wordt dat geld op onnavolgbare wijze gespendeerd.

Sommer reconstrueert de betalingen als volgt: 'Eerst moet het Hoofd Financiën worden bedankt met de standaard twintig procent kickback. Dat is 9000. Blijft over 36.000. Vervolgens wordt met de reparateur overeengekomen dat hij een rekening van 45.000 uitschrijft voor een reparatie van 20.000. Als beloning wordt hem 1000 voor 'een kopje thee' toegeschoven. Blijft over 15.000. Daarvan kun je gemakkelijke een flinke geit kopen voor de medewerkers van de Afdeling. Blijft over zo'n slordige 14.000. Geen wonder dat het Hoofd gelukkig is.'

Er zijn vele redenen om ook niet van Retour Nairobi te houden. Het is te cynisch (hoewel het volgens Sommer niet cynisch genoeg is) en als het cynisme achterwege blijft, wordt de tekst gewoon negatief en harteloos, soms zelfs grof. Ook de generalisaties zijn stuitend ('In Afrika komt men pas ter zake als iedereen dronken is'). Valt er niets beters over Afrika te melden? De clichématige berichten over corruptie, wreedheid en tribalisme zijn ongetwijfeld waar, maar eenzijdig en daarom unfair.

Wat het meest intrigeert in het boek is wat er niet in staat: hoe Sommer, met zoveel bittere ervaringen, zo verslingerd kan zijn aan dit land. Misschien dat haar cynisme echt tot 'rijpheid' komt als ze die ambivalentie in zichzelf tot een reisverhaal kan maken. Een Heart of Darkness anno 1995. Ze brengt met man en zoon een korte visite aan haar moeder in Nederland en vertrekt weer. 'Na vier maanden in de bijstand, zonder verblijfsvergunning en zonder vaste woon- of verblijfplaats, is het tijd om naar het volgende station te vertrekken: Uganda.'

Sjaak van der Geest

Agnes Sommer: Retour Nairobi.

Babylon-De Geus; ¿ 32,50.

ISBN 90 6222 287 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden