Cyclus

Tjinder Singh draagt voor de gelegenheid een donker krijtstreeppak, met daaronder een rood overhemd met lefkraag. Zijn zwarte haar is in een dikke pony gekamd, die rijmt met de jaren zestig-diashow die achter hem wordt geprojecteerd....

Ariejan Korteweg

Werktuiglijk houden zijn handen een groot plastic glas vast, met daarin een bruinige vloeistof, mogelijk cola. Uit dat glas neemt hij slokjes, zo muizig dat na een week de bodem nog niet in zicht zou zijn. Met zijn vrije hand wrijft hij in de ogen, plukt aan zijn keel, of grijpt naar zijn nek. Op zeker moment steekt hij zelfs beide handen in de kontzakken van zijn broek.

Of hij deze staat van onthechtheid op eigen kracht heeft bereikt of de hulp heeft ingeroepen van ongewone middelen, is niet te zeggen. Maar dat Tjinder Singh er met zijn hoofd niet bij is, staat vast.

Elders op te krappe podium is het een drukte van belang. De hals van de slaggitaar schampt de schouder van de sologitarist, die moet uitkijken dat hij op zijn beurt met zijn gitaar Singh niet van het podium duwt. Geregeld wringt zich een roadie tussen koebel en reuzenbongo door om verse gitaren aan te reiken, die door Singh onbewogen worden omgegord.

Het is sowieso nogal een snarenspul op het podium. Drie gitaren, twee sitars en een bas zijn uitgerukt. Wat uit de boxen komt, houdt daar slechts zijdelings verband mee. Blazers, een kinderkoor, bliebjes en pruttels uit de synthesizer, straatgeluiden - het is allemaal te voren op band gezet. Singh vindt het wel best. Hij poetst in het linkeroog, heft de blik ten hemel en zingt weer zo'n Indiaas lied. Het klinkt als 'ik wil nog wel een koekje, ik lust er nog wel twee'.

Na een klein uur vindt Cornershop het welletjes. Een enkeling roept uit macht der gewoonte om een toegift. Als de toeschouwers met hun gedachten al weer bij heel andere zaken zijn, schuifelt Singh onverwacht alsnog het podium op. Voor het eerst richt hij zich tot zijn publiek: 'We komen terug over vijf minuten. Intussen zal ik een paar grappen vertellen.' Daar komt niets van terecht. Singh zwijgt en richt de blik op iets wat niemand anders kan zien.

Vier jaar geleden bracht Cornershop de cd When I was Born for the 7th Time uit en was op slag de trots van hip Londen. Indiase popmuziek, vermengd met funk, beat, raga's en wat niet al, het was nog nooit vertoond. Nu speelt de band in de kleine zaal van Paradiso, Amsterdam.

Ook bandjes hebben hun levenscyclus: voor Cornershop zit het er bijna op en dat is geen prettig gezicht. Telkens als Tjinder Singh zijn ogen ten hemel slaat, denkt hij aan het buurtwinkeltje van zijn ouders.

Op weg naar huis verzorgen wij onze eigen toegift. We zingen It's Good to Be on the Road Back Home Again, met lengte het mooiste Indiase countrynummer aller tijden. Geschreven door Singh.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden