CV-regeling: Nederland kan zijn plek in de marge weer innemen

Maandag werd bekend dat de cv-regeling voor films niet wordt verlengd. In elk geval wordt in het regeerakkoord van CDA, VVD en D66 met geen woord gerept over continuering van de maatregel, die eind dit jaar afloopt....

De belastingmaatregel, die particulieren in staat stelt onder gunstige omstandigheden in films te investeren, is een ideaal uit het paarse verleden. Niet de staatssecretaris van Cultuur, maar de ministeries van Economische Zaken en Financiën legden de basis van het stimuleringsbeleid. Als filmmakers een goed doortimmerd plan konden afleveren, met een duidelijke omschrijving van hun commerciële intenties, dan konden zij in aanmerking komen voor een zogeheten cv-productie. De paarse grondleggers telden luidop de zegeningen: de budgetten van Nederlandse films konden eindelijk het low budget-karakter ontstijgen, investeerders werd een interessante aftrekpost geboden met daar bovenop een grote kans op extra rendement, en de producenten leerden met deze wijze van financieren dat denken in doelgroepen niet per definitie vies is.

De stimuleringsmaatregel sloeg in als een bom. Binnen twee jaar werden 43 films (deels) gefinancierd via een cv, samen goed voor ruim 200 miljoen euro. Een succes fou. En wat voor onmogelijk werd gehouden: het Nederlandse publiek kwam massaal naar de bioscopen voor Nederlandse films.

Toch ontstond over het initiatief al snel grote onzekerheid, omdat het belastingstelsel in 2000 werd herzien. Reparaties volgden en er kwamen spraakverwarringen tussen de diverse ministeries.

Binnen de filmwereld kantelde de euforie stemming naar cynisme - vooral nadat bleek dat de politiek tot driemaal toe vele maanden nodig had om een nieuw wettelijk kader voor de maatregel te smeden. In die maanden diende de filmwereld in de wachtkamer zitting te nemen.

Naar verloop van tijd was er zoveel aan de cv-maatregel gerommeld, dat gebruik ervan net zo'n helletocht werd als het krijgen van subsidie. De tijden van snel geproduceerde, grote en succesvolle films als The Discovery of Heaven, Volle Maan, Minoes, Nynke en Ja Zuster, Nee Zuster waren toen al voorbij.

De beslissing de maatregel na de eerste termijn meteen te kielhalen, zal niet losstaan van het slechte imago van de regeling toen. In het eerste jaar werd de rekbaarheid van de nieuwe wetgeving, volgens een klassiek patroon, flink uitgetest door zakkenvullers en beunhazen. De flop rondom de Ocean Warrior, 'de duurste Nederlandse film aller tijden', is daar het meest prominente voorbeeld van.

Toch is het onredelijk en onverstandig juist op die missers de nadruk te leggen. Want zodoende wordt voorbij gegaan aan de toegenomen belangstelling van het publiek voor de Nederlandse film, die alleen is uit te leggen als het eerste wapenfeit van het filmstimuleringsbeleid. Na vijf jaar leek het ideale moment aangebroken de maatregel goed te evalueren. Met de politiek, de filmmakers, de fiscaal juristen, en met het filmfonds, wiens taak het is de scheiding tussen artistiek en commercieel kraakhelder te houden.

Te vrezen valt dat het niet meer hoeft, die discussie. Nederland, het land waar de filmsubsidies niet eens toereikend zijn voor drie behoorlijke producties per jaar, kan zijn plek in de marge weer innemen. Misschien is er nog ergens een beginnend filmmaker te vinden die, tegen lowbudget-tarieven vanzelfsprekend, een politiek drama in elkaar wil knutselen. Haagse mores, met grote rollen voor onbenullige politici die het eigen beleid niet begrijpen, valse beloftes maken en - aan het slot een onvervalste anti-climax - hun eigen falen wegmoffelen door het gewoon nergens meer over te hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden