Curator Turkse biënnale zet globalisering op de kaart

Veel Chinezen in Istanbul...

istanbul Waren het twee jaar geleden Nederlanders die Istanbul overspoelden voor de opening van de Istanbul Biënnale; dit keer zijn het de Chinezen.

Kwestie van curator: toen was dat de directeur van het van Abbemuseum Charles Esche. Nu is de Chinese freelance tentoonstellingsmaker Hou Hanru de grote man. Not only possible but also necessary; OPTIMISM in the age of global war is de omvangrijke titel van zijn evenzo grote project: vijf hoofdlocaties, twaalf nevenprojecten, een dagelijks verplaatsend openlucht-filmprogramma en een eindeloze reeks paneldiscussies, boekpresentaties en zo meer.

Wie Hou Hanru (1963, Ghuangzou) zegt, zegt globalisering en urbanisatie. Dat zijn de thema’s die de curator de afgelopen jaren op de kaart zette. Hij deed dat op de Guangzhou Triënnale, de Tirana Biënnale, de Biënnale van Venetie en in musea van Seoul tot Parijs.

Net als in elke andere metropool valt die thematiek in Istanbul op zijn plaats. Bovendien verbond Hou zijn stokpaardjes aan een onderwerp dat al langer de kunstwereld domineert: het modernisme en wat daar wel of niet van over is.

Als hoofdlocatie koos hij onder andere het Atatürk Cultural Centre, een inmiddels gesloten cultuurpaleis voor de gewone man op het grote Taksim-plein. En, nog ongebruikelijker, leegstaande winkelpanden in het IMC, een enorm jaren zestig-complex van kleine winkels, ooit opgezet om de textielhandel te bundelen.

De kunstenaars kiezen in hun werk (fotografie, video en opvallend veel ruimtelijke installaties) vaak voor de esthetische kant van het probleem óf de menselijke tragedie er achter. Aleksander Komarov (een Rus die in Rotterdam woont) maakte een prachtige film over glas-architectuur, de Armeense fotograaf Vahram Aghasyan legde de spookstad Mush vast, een nooit afgebouwde woonwijk die na de grote aardbeving in Gyumri opgezet werd. De betonnen woonpaleizen staan nu met hun voeten in het water.

De Biënnale van Istanbul wordt gefinancierd met veel privaat geld, maar overal klinkt kritiek op marktwerking en dat grote geld. Er is een documentaire over uitgebuite arbeidsters in Mexico, er is een onderzoek naar dorpen die door steden overwoekerd raken in de Chinese Pearl River Delta. Alleen AMO, de denktank van architectenbureau OMA van Rem Koolhaas, is neutraal gestemd. Zij presenteren grote wandposters die de stad Dubai afbeelden als ‘de laatste kans voor architecten’ om vanuit het niets opnieuw te beginnen. Dat klinkt, voor een architectenbureau, vooral opportunistisch.

Het optimisme uit de tentoonstellingstitel is vooral praktisch van aard. Enkele collectieven kiezen de weg van het activisme, zoals het modelabel Daspu van de Braziliaanse Davida-groep dat opkomt voor de rechten van prostituees, of architectenduo BowWow dat een braakliggend hellinkje in de wijk Karaköy gebruikte om een openbare bank voor de bewoners van Istanbul te maken met fantastisch uitzicht over de Bosporus.

In Dream House, een tentoonstelling die twee keer per week ’s nachts open is, laten kunstenaars zich van hun blije en dromerige kant zien. Er zijn performances, praatsessies en er is muziek. Het Koreaanse duo Young Hae Chang Industries toont een werk waarin de kunst tot opgeblazen humbug verklaard wordt. Iedereen kan een kunstenaar zijn, als hij daar zin in heeft – een subtiel verschil met Joseph Beuys ‘Ieder mens is een kunstenaar’. De jaren zestig en zeventig zijn terug in een nieuw jasje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden