Cunningham zwoer: nooit meer Ierland

John Cunningham ontsnapte in 1996 uit de Ierse gevangenis en vestigde zich in Nederland, waar hij handelde in drugs en wapens....

De aanhouding van John Cunningham, maart vorig jaar in Weteringbrug, vormde de opmaat van een periode waarin door de Ierse pers wordt gespeculeerd over een Ierse onderwereldoorlog in safe haven Nederland. In april werden in een flat in Scheveningen de verminkte lijken gevonden van drie jonge Ieren. In juni werd in Osdorp een Ierse heroïnehandelaar doodgeschoten.

Al eerder bleek Nederland populair als wijkplaats voor wetsovertreders van het Ierse eiland. In de jaren zeventig voor leden van de IRA; in de tweede helft van de jaren negentig voor criminelen die wilden ontkomen aan een Iers opsporingsoffensief na de moord op een misdaadjournaliste.

Weteringbrug, de roofmoord in Scheveningen en de uit de hand gelopen drugsincasso in Osdorp blijken geen direct verband te hebben. Wat overbleef was de vraag hoe buitenlandse criminelen zich kennelijk ongestoord in Nederland kunnen vestigen.

Gelouterd overvaller Cunningham (49) veroverde zijn criminele faam vooral door zijn betrokkenheid bij de ontvoering van bankiersvrouw Jennifer Guinness in 1986. Hij werd veroordeeld tot zeventien jaar cel. In september 1996 ontsnapte hij en verdween spoorloos. Ierland verzuimde een internationaal opsporingsverzoek uit te vaardigen. Geen land kijkt dan uit naar een kleine, tanige Ier met grijs haar.

Cunningham vluchtte in hetzelfde jaar naar Nederland. Hij beschikte over twee Britse paspoorten, echte persoonsbewijzen van echte Britten, maar voorzien van de foto van Cunningham.

In Nederland ontweek hij zorgvuldig registratie bij officiële instanties. Twee contacten bleken goud waard. Amsterdammer Peter L., een horeca-ondernemer, hielp hem aan auto's op andere naam en contacten in de drugshandel. Een bemiddelaar in onroerend goed, H. Scharrighuizen, bezorgde hem twee huurwoningen: een appartement in Amstelveen dat volgens de politie werd gebruikt als bergplaats voor drugs en wapens en een woonhuis met klein zwembad in Weteringbrug.

Echtgenote Mary kwam met hun veertienjarige dochter naar Nederland. Om, zoals zij later zou verklaren, een dwaalspoor voor de Ierse politie op te zetten, liet zij zich door Scharrighuizen inschrijven in een woning in Heemstede. Zij kreeg een betrekking aangeboden ten kantore van de bemiddelaar, volgens justitie een 'vermoedelijk valse werkbetrekking', om haar aan een verblijfsvergunning te helpen. Zijn hulp aan de familie wordt de bemiddelaar overigens niet strafrechtelijk verweten.

Cunningham, volgens velen zeer vriendelijk in de omgang, bouwde een tweede leven op dat hem naar schatting minstens vijftienduizend gulden per maand kostte, inclusief de internationale school en een paard voor zijn dochter.

Twee bijzonderheden leidden tot een onderzoek van de Amsterdamse recherche. In 1998 werd in het Ierse Castleblaney, vlak bij de Noord-Ierse grens, een partij shoarmabroodjes in beslag genomen met daarin 800 kilo cannabis, vijftien machinegeweren en tien pistolen.

De Noord-Ierse vredesonderhandelingen liepen door de vondst zelfs een deukje op.

De broodjes werden herleid naar Amsterdammer Peter L. Diens naam dook ook op bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) in Nederland. Hij bleek in 89 transacties bijna elf miljoen gulden aan Ierse ponden te hebben gewisseld bij een Amsterdams wisselkantoor. Een kennis van hem, de nog voortvluchtige Kees van E., bleek ruim vier miljoen gulden in dezelfde valuta te hebben gewisseld. Samen waren zij volgens de politie verantwoordelijk voor 60 procent van in Nederland gewisselde Ierse ponden in 1999.

Al snel werd intensief contact vastgesteld van Peter L. met een nog onbekende John. Toen diens foto werd doorgeseind naar de Ierse politie, ging daar een gehuil van vreugde op. John Cunningham was teruggevonden.

De Nederlandse Militaire Inlichtingendienst kraakte de communicatiecode van Cunningham en zijn Ierse contacten. Toen de verdachte dacht te worden gevolgd, bleek zijn kennis van politietactieken. 'Ik krijg een slecht gevoel. Ze werken in groepjes van vijf, zes. Eentje laat je vallen en de ander pikt je op. Zo op die manier, weet je?'

Cunningham leek een lijndienst te runnen tussen Nederland en Ierland voor xtc, hasj en zware wapens. Gedurende het onderzoek kreeg hij steeds meer last van inbeslagnemingen die hij niet kon verklaren.

Over de telefoontap: 'Zoiets kan gebeuren, maar Jezus Christus, zo vaak kan je niet in je ballen getrapt worden.'

Het Openbaar Ministerie vroeg woensdag voor Cunningham tien jaar celstraf en een geldboete. De verdediging wil vrijspraak. Inmiddels heeft Ierland gevraagd om uitlevering van Cunningham. Ondanks zijn eed nooit meer naar het eiland terug te keren, wacht hem daar, door zijn eerdere ontsnapping, waarschijnlijk nog eens zeven jaar cel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.