'Cunningham vraagt je te kijken als een dier'

Veel kunstenaars zijn geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: danser-choreograaf Boris Charmatz (1973) over dansvernieuwer Merce Cunningham (1919-2009)...

Door Annette Embrechts

Eigenlijk verveelde Boris Charmatz zich stierlijk tijdens de eerste voorstellingen die hij zag van Merce Cunningham, uit diens grote oeuvre (180 choreografieën in ruim zestig jaar tijd). ‘Ik wilde weg, vond de bewegingen niet interessant en het gebrek aan spanningsboog saai. Ik was zelfs boos over het gereserveerde karakter en zo veel loze inspanning.’ Maar thuis bleef het werk naijlen. De basale poses, de heldere lijnen, de pure aandacht voor alledaagse motoriek. ‘Details van simpele bewegingen sprongen telkens op mijn netvlies.’

Als kenner van avant-garde kunst – naast dans studeerde Charmatz ook kunstgeschiedenis in Parijs – wist hij dat bij belangrijke werken het langetermijneffect meer telt dan kortstondige bevrediging: ‘Ik werd een liefhebber, een fan. Niet als adept van een grootmeester, maar van een oeuvre dat voortdurend in dienst staat van het experiment.’

Vooral het niet-lineaire en hiërarchieloze karakter van Cunninghams werk intrigeert hem. ‘Alles is even belangrijk: de opgetrokken knie in een hoepel rechts op het podium of het lichte huppeltje links. Geen kijkpunt op het podium regeert over een ander. Volgspots kent zijn oeuvre niet. Hij vraagt mij te kijken als een dier, zonder oordeel of voorkeur. Hoe moeilijk dat ook is, het heeft mijn blik en geest verruimd.’

Van zijn ouders, beiden leraar en actief in mensenrechten, derde wereld en moderne muziek, kreeg Charmatz de lijvige biografie Merce Cunningham: Fifty Years (1999) van David Vaughan, met daarin talloze foto’s uit het leven en werk van de grote dansvernieuwer. Van snapshots uit Cunninghams jeugd tot uitjes met het gezelschap, van scènefoto’s uit voorstellingen tot portretten van de choreograaf en zijn jarenlange geestverwant en levenspartner, componist John Cage. ‘Het is waarlijk een dansbijbel. Er is haast geen choreograaf die zo veel jaren werk heeft gemaakt.’

In een flits kreeg Charmatz een idee: hij zou alle poses op de meer dan 300 foto’s live op toneel laten vertolken, exact in de chronologische volgorde van het boek. Als een gedanst flip-book. De dansers nemen zwijgend na elkaar alle posities in van de afgebeelde foto’s, zoals de bekende hink-stap-sprong uit Cunninghams bewegingstaal en de solo waarin Cunningham een stoel op zijn rug torst. Maar ook de jongensachtige houding uit zijn jeugd wordt belichaamd en de vette lach van Cage – geluidloos. Charmatz zelf draait links voor op het podium de pagina’s van het boek om, niet toevallig de plek waar Cunningham tot aan zijn dood vorig jaar gewoon was te zitten in de studio.

Dit project, getiteld 50 years of dance, heeft Charmatz inmiddels met diverse tableaus uitgevoerd. Eind maart nog tijdens het Cover-project voor kleine kring in de Theaterschool in Amsterdam, met studenten van de dansacademie. In Frankrijk eerder ook met vrienden en amateurs. Nu, tijdens het Holland Festival, brengt hij 50 years of dance met oud-dansers van de Merce Cunningham Dance Company. Ze figureren zelf op de foto’s en blazen die driedimensionaal leven in, volgens de voor een podium vreemde logica van een fotoboek.

Charmatz: ‘Kort voor zijn dood heb ik het idee nog aan hem kunnen voorleggen. Cunningham vond het prima. Ik kreeg snel toestemming. Het resultaat heeft hij jammer genoeg nooit gezien. Maar de voorstelling past bij zijn geest. Hij liet zijn werk ook door toevalsprocedures bepalen. Nu dicteert een boek de spanningsboog. Het is eigenlijk een echt meta-Cunningham stuk. Alles wat je ziet is ontworpen door Cunningham, gezien door de ogen van David Vaughan.’

In de voorstelling is de typische Cunningham motoriek te herkennen: eenvoudige bewegingen zonder opvallende dynamiek. Lopen, huppelen, springen; Cunningham bracht deze alledaagse bewegingen in de jaren vijftig als eerste naar het podium, als autonoom kunstwerk. Het vaststellen van de bewegingsvolgorde liet hij over aan dobbelstenen of de I Ching. Daarbij vermeed Cunningham ook maar de geringste metafoor: dans is dans en niets anders dan dans. Muziek, dans en decor kwamen vaak pas samen op de première. Componist, choreograaf en decorontwerper waren even belangrijk. Ook zijn gezelschap, dat nog steeds bestaat, kent geen hiërarchie. Het telt evenveel vrouwen als mannen.

Charmatz herkent dit verzet tegen virtuositeit. Hoewel opgeleid tussen ballerina’s aan de prestigieuze L’École de danse de l’Opéra de Paris, gaat het de conceptueel ingestelde Fransman eerder om het rauwe danserslichaam dan de virtuoze balletbody. In de performances van Charmatz overheerst de on-erotische uitstraling van bijvoorbeeld naakte onderlichamen, hard klappend op een zeven meter hoge steiger of een kluwen traag over elkaar kruipende lijven in een lage vijverbak in de vorm van een kruis. Niet voor niets wordt hij in Frankrijk gerekend tot de beweging van de non-danse.

‘Ook bij mijn voorstellingen merk ik vaak dat toeschouwers geïrriteerd raken, net zoals ik bij het werk van Cunningham. Ik kan dat indenken. Ik bied geen theatrale spanning maar thematische sessies. Mijn performances neigen meer naar beeldende kunst dan naar dansvoorstellingen.’ Vaak vallen ze pas later op hun plek, in het licht van Charmatz’ commentaar op de dansgeschiedenis of door zijn vragen over archivering en partituren in dans.

Zijn jongste project sluit daarbij aan. Als artistiek leider van het Musée de la Danse in Rennes, Bretagne, brengt Charmatz experts samen om gedachten uit te wisselen over een dansmuseum. Geen concreet stenen gebouw met exposities van foto’s, films, kostuums, installaties en recensies uit het verleden. Maar een virtuele ‘ideeëncollectie’. ‘Dans is een levende kunst. Als je een dag te vroeg of te laat komt, mis je het. De geschiedenis huist in de lichamen van alle dansers. Die kun je niet aan de muur hangen. Dat is de zwakte maar ook de kracht van dans. Het dwingt ons een nieuwe betekenis te zoeken van het fenomeen dansmuseum.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden