Cum laude op het zijspoor

De Rotterdams bedrijfseconoom drs Graeme Rutjes is reserve-verdediger bij RSC Anderlecht, maar loyaliteit staat te hoog in zijn vaandel om in opstand te komen....

'LEKKER jongetje, lekker.'

'Hebbie Josip! Hebbie'

'Kom op Grae, kom op, schieten, uit de draai verdomme.'

'Ik zeg vóór de zestien. Vóór de zestien! Wat zeg ik nou? Vóór de zestien. Verdomme.'

De ochtendrust in de Brusselse wijk Anderlecht wordt wreed verstoord en de aanwijzingen van de nieuwe èn oude trainer zijn tot in het statige paleis van Belgisch beste hoorbaar. Ook de zon doet zijn best de ochtend te doen slagen. RSC Anderlecht leeft op een vulkaan, maar vandaag lacht het leven de spelers fijntjes toe.

Het paars-zwarte trainingsjack drukt vervaarlijk op de buik van Jan Boskamp, de Rotterdammer die vloekt met de chique van Anderlecht maar toch ook weer niet. Boskamp is in vijfentwintig Belgische jaren hoorbaar Rotterdammer gebleven en schuwt gespierde taal nog steeds niet.

Grae is Graeme Rutjes, een andere Rotterdammer in dienst van Anderlecht, een ander mens ook en aanzienlijk slanker. Hij vraagt en krijgt na een uur verlof om de schietoefeningen te beëindigen. Rutjes is 35 jaar en al op leeftijd dus, voor een voetballer. Niet de stramheid na een wedstrijd verwondert hem het meest, en zo vaak speelt hij dit seizoen trouwens niet mee, maar de plotseling versterkte kracht van herinneringen.

'Nu pas geniet ik intens van alle mooie momenten. Laatst dacht ik terug aan Malta - Nederland, die wedstrijd waarin Van Basten vijf maal scoorde. Ik was reserve, maar vond alles even mooi. Marco was lekker ontspannen en in topvorm en hij speelde op zijn best. En ik zat daar op de bank, middenin de winter maar lekker in het zonnetje, een beetje naar te kijken. Paf, weer een doelpunt.

'Een dag later in Nederland regende het. Dat weet ik nog, maar vraag me niet waarom ik dat heb onthouden. Terug naar KV Mechelen, trainingen, een wedstrijd, en Malta was al weer vergeten. Maar nu, veel later, denk ik: dat was toch wel erg geinig daar, met Marco in het zonnetje.'

Het besef is nu pas tot hem doorgedrongen: 'Je bent het sneller kwijt dan dat je vast kan houden.' De dolle dagen na de Europa Cup-triomf over Ajax, in 1988, schieten hem plotseling te binnen.

'Dat ging maar door. Eerst in Straatsburg, later op de Grote Markt in Mechelen. Zuipen en drinken, van feest naar feest en in het weekeinde moesten we ook nog tegen Anderlecht spelen. Het werd 3-0, voor ons. Mooi was dat. Maar het echte genieten, dat begint nu pas.

'Alles gaat zoals het gaat en meestal begrijp je pas later waarom het zó ging, en niet anders. Het leven overvalt je soms en als voetballer besef je pas later wat je hebt meegemaakt. In 1990 hadden we op het WK een groep vol talent, maar het ging mis. Dat overkwam ons gewoon en ik kan nog steeds geen schuldige daarvoor aanwijzen.

'Ik vermoed dat we met z'n allen op elkaar hebben gewacht. Eerst wachten op het moment dat er weer een speler moest afvallen, toen wachten op Gullit, Rijkaard en Van Basten. En toen de Milanezen er eenmaal waren, dachten wij: ah, de leiders zijn gearriveeerd, nu kan het echt beginnen. En zij op hun beurt dachten na een zwaar seizoen in een panklaar elftal te stappen. De afstemming klopte niet.

'Dus later werd er gezegd: als dit, of als dat, dan was het vast beter gegaan. Maar het ging zoals het ging, klaar. Jammer, maar geen ramp. Als ik eerder full-prof was geworden, was ik misschien een betere voetballer geworden. Maar in dat geval zou ik mijn studie niet hebben afgemaakt. Zo is er altijd een maar.'

LANGE TIJD leefde hij in twee werelden, als profvoetballer en student economie. Bij KV Mechelen heette hij al gauw de professor, want voetballers studeren nu eenmaal zelden, en in de collegezaal was hij de voetballer. Maar nooit heeft hij spijt gehad van de combinatie, al was het studeren zwaar en waren de dagen soms lang. Hij had het geluk dat hij voor de invoering van de twee fasen-structuur startte, dat schonk hem extra studietijd.

'Het was vanzelfsprekend dat ik ging studeren na het atheneum. Pas in 1985 ben ik full-prof geworden, bij KV Mechelen. Ik ben er trots op dat ik ben afgestudeerd. Niet vanwege die titel of zo, en zo zwaar heb ik het nu ook niet gehad, maar omdat ik bewezen heb dat ik op een bepaalde manier kan denken. Een bevestiging dat je de hele wereld aan kan is het niet.'

En bovendien leerde hij zijn vrouw kennen op de Erasmus Universiteit. 'En ik ben héél gelukkig getrouwd. Ons leven is rimpelloos. De drie kinderen zijn gezond, alle familieleden zijn gezond en we hebben een goede vriendenkring. Er moet voor worden gevochten, maar dat is het meer dan waard.

'Over voetbal praten we thuis zelden. Soms vertel ik wat, dat ik er eentje een rotschop heb gegeven bijvoorbeeld. Dan zegt zij niet dat het goed is wat ik heb gedaan, of slecht, maar dan vraagt ze waarom ik dat heb gedaan.'

Rutjes bekwaamde zich in commerciële beleidsvorming en wordt in België voortdurend genoemd als toekomstig trainer of manager. Dat is geen gewaagde voorspelling, temeer daar hij het hoogste Belgische trainersdiploma in bezit heeft en twee clubs hem al een aanbieding deden. Hij was een van de vier cursisten die met lof slaagde.

Achteloos, maar met een glimlachje: 'Zeg maar cum laude.'

Hij was ingedeeld in een groep met oud-profs als Franky Vercauteren, Filip De Wilde en Leo Vanderelst en zat in dezelfde klas als Jan Ceulemans. 'En Ceulemans was al trainer op dat moment. Kaje, vroegen we dan, wat doe jij nou in de rust bij een 1-0 achterstand? Ach, zei hij, dan zeg ik: jongens, en nou een scheppie er bovenop.

Ik begon niet aan de cursus met de bedoeling om trainer te worden. Antwoord op vragen wilde ik hebben. Wat houdt trainen eigenlijk in? Waarom heb ik dat al die jaren gedaan? Waarom doe ik altijd een warming-up?

'Boskamp wijst wel eens een speler aan die de warming-up moet verzorgen. Preko, zegt hij dan, Preko is een Ghanees, vandaag mag jij het doen. Nou, dan lopen we wat, we draaien wat, een paar sprintjes, Preko kijkt eens om zich heen, zo, klaar, de training kan beginnen. Maar ook achter een warming-up moet een gedachte zitten, er moet een progressieve opbouw zijn.

'Ik vond dat interessant om te leren. Maar ik vond het net zo leuk om een wedstrijd lang te analyseren hoe de verdediging van Standard Luik speelt. Het belangrijkste wist ik al: het moet klikken tussen een trainer en een spelersgroep. En hij moet geluk hebben. De Bilde miste tegen Charleroi bij een 0-0 stand een strafschop. We verliezen en Neumann wordt ontslagen. Maar als De Bilde. . . Dat is een fascinerende gedachte.'

Verwonderen doet hij zich nog slechts zelden. Hij kent de wereld van het voetbal door en door en in alle geledingen bovendien. Rutjes kwam uit voor een kleine club, Excelsior, een groeiende club, KV Mechelen, een topclub, Anderlecht, en speelde twaalf interlands. Hij beschikt bovendien, dank zij de universitaire studie, over een goed ontwikkeld analytisch vermogen.

Maar hoe dan te verklaren dat hij er in Brussel toch nog maar een seizoen aan heeft vastgeknoopt? Rutjes zou vertrekken bij Anderlecht, dat was beter voor beide partijen vond ook de club, maar één wedstrijd bracht manager Verschueren op andere gedachten.

'Ik moest weg en wilde weg. Het was mooi geweest en ik had al wat interessante contacten met bedrijven. Zondagmiddag speelde ik tegen Standard Luik, dat ging goed, maar niet heel goed, en op donderdag moest ik bij Verschueren komen. Jij moet blijven, zei hij, maar ik was tevreden met een zijspoor. Hij bleef zeuren en deed er alles aan om me over te halen. Ach, dacht ik, dat ene jaartje, dat kan er ook nog wel bij.'

Om vervolgens van de nieuwe trainer Herbert Neumann te moeten horen dat hij alleen nog maar in noodgevallen zou worden opgeroepen. Rutjes, de sobere verdediger met de universitaire titel, protesteerde niet: 'Ik ben een loyaal mens.'

Op een donderdag, nog geen maand oud was het seizoen, werd hij gebeld door een journalist. 'Ik zat lekker op mijn terras. Wat ik er van vond dat Neumann was ontslagen. De volgende dag bracht Verschueren ons op de hoogte. Verrast was niemand: zoiets zie je aankomen.

'Anderlecht moet alles winnen en als dat niet lukt, gebeurt er wat. Dan staan de gezichten op onweer. Anderlecht haalt de beste spelers, betaalt de spelers ook het meest, dus verliezen wordt niet getolereerd.

'We verloren van Aalst, Charleroi en Ferencvaros, wèg Neumann. Hij had bovendien voorzichtig vraagtekens geplaatst bij de kwaliteit van de spelersgroep. De leiding kwam onmiddellijk naar beneden. Dat mag bij Anderlecht nooit worden gezegd.

'Hij is anders dan Boskamp, die heeft de wind er onder en is nog steeds de Rotterdamse jongen van 25 jaar geleden. Neumann is meer een trainer van de details. Hij wilde dat de spelers begrepen waarom ze iets deden. Waarom er bij een één tegen één-situatie geen blinde tackle uitgegooid mag worden. Hele simpele dingen, maar het werd niet begrepen.

'Neumann begon bij D, dacht dat dat kon bij een topclub, maar merkte gaandeweg dat de spelers A, B en C nog niet beheersten. En dat pleit niet voor de kwaliteiten van Anderlecht.'

Er volgde toch weer een moment van verwondering, want Anderlecht haalde Raymond Goethals binnen, de onverstaanbare zeventiger met het eeuwige leven. Met ogen vol pret: 'Tja, Goethals. Hij ziet het goed hoor, maar ik moest steeds denken aan al die sketches op de Belgische televisie waarin hij wordt geïmiteerd. Goethals is een karikatuur van zichzelf geworden.'

Het was Anderlecht zelf dat zich door het slijk haalde tegen Ferencvaros in de voorronde van de Champions League. 'Thuis kwamen we er niet doorheen. Iedereen rende maar wat kanten op en twintig minuten voor tijd lopen we tegen een counter op, 0-1. In Hongarije wisten we dat we zouden scoren, we scoren ook, het wordt 1-1, nog niks aan de hand, maar we missen twee open kansen en het blijft 1-1, uitgeschakeld.

'En dan doet het extra zeer als er wordt geloot. Geen poule met Hajduk Split, Steaua Boekarest en Benfica, zoals vorig seizoen, maar Ajax, Grasshoppers en Real Madrid. Maar als heel Europa voetbalt, zitten de spelers van Anderlecht volgende week thuis. En wat is nou Ferencvaros?'

Ajax kan volgens Rutjes gerust zijn als het woensdag in Boedapest voor de eerste maal tegen de Hongaarse kampioen speelt. 'Het is een matige ploeg met twee goede spelers, Lisztes en Nyilas. Die jongen die tegen Grasshoppers twee maal scoorde, Vincze, is maar een gewone counterspits. Ferencvaros speelt in een laag tempo, zonder veel raffinement.'

Maar ach, zó groot was de verrassing ook weer niet dat Anderlecht naast deelname aan de Champions League greep. 'Alle clubs in België lijden aan een algehele vervlakking. Er zijn steeds minder spelers die in het veld het verschil bepalen. Ik zie steeds minder flitsen. Anderlecht heeft er nog maar één die het kan, De Bilde. De rest loopt om hem heen. En Club Brugge heeft een goed elftal, maar géén flits.

'Voor Nederland geldt hetzelfde, maar daar wordt tenminste nog met open vizier gespeeld. Naïef, vinden ze dat hier, maar liever naïef dan niets. Toen Waregem hier speelde werden negen man voor het hok gezet. Het werd 2-0 voor Anderlecht en Waregem was daar zeer tevreden mee. Dat is België.'

MAAR RUTJES voelt zich er thuis en hij kan zich door de televisie voldoende laven aan het Nederlandse voetbal. Met genoegen hoorde hij Van Gaal na de wedstrijd tegen Real Madrid vertellen dat Ajax slecht had gespeeld. 'Zo'n belangrijke wedstrijd winnen en dan zeggen dat er slecht is gespeeld, dat heeft in België nooit iemand gedaan.

'Louis heeft zijn eigen stijl. Hier zouden ze hem onmiddellijk een dikke nek noemen. Hij maakt toch een wat hautaine indruk hè. En precies zeggen waar het op staat, dat zijn ze hier niet gewend. Maar hij weet dat de spelersgroep van Ajax daar mee om kan gaan.

'Ajax heeft hem de vrije hand gegeven en dat heeft goed uitgepakt. Hij mag zijn gang gaan en dat is ongewoon. Het Ajax-bestuur volgt hem op afstand, maar bij andere clubs, ook Anderlecht, wordt er voortdurend over de schouder van de trainer meegekeken.'

Rutjes leerde Van Gaal jaren geleden kennen toen ze samen zitting hadden in de Centrale Spelers Raad, de Rotterdammer als speler van Excelsior, de Amsterdammer als Spartaan. Als bevlogen Titaantjes klommen ze in de jaren tachtig in Zeist tegen de bergen op die de KNVB opwierp. Hun paden kruisten zich sindsdien onregelmatig.

Van de kant van Rutjes is er grote bewondering voor de prestaties van Van Gaal, ook die op het organisatorische vlak. 'Hij heeft de tweede groep, zo noem ik het maar, stil gekregen en daarin slaagt slechts een enkele trainer. Ik mor niet als ik buiten de groep van zestien val, zo zit ik niet in elkaar, maar anderen klagen wel. En dan is er meteen heibel. Grote stukken in de kranten, onrust, zo gaat dat dan.

'Ik herinner me dat Overmars kort na een interland een wedstrijd in het tweede elftal moest spelen. Want het ging even niet zo lekker. Televisie erbij, want dat was wat. Wat vind je daar nou van, werd gevraagd. Nou, ik zit in een wat mindere periode en dus speel ik in het tweede, zei Overmars. Hij had ook kunnen zeggen dat het belachelijk was.

'Van den Brom, Van Vossen, Silooy, precies hetzelfde. Ze hadden Ajax, Van Gaal en daarmee indirect zichzelf kunnen afbranden, maar ze hielden hun mond. Natuurlijk was er onvrede, maar er kwam niks van naar buiten.

'Ajax is een bundeling van talent, maar boven alles een systeem waarin de een van de ander precies weet wat er moet worden gedaan. De minder goede spelers hebben een minder belangrijke rol en dat werk doen ze goed.

'De tragiek van ieder voetbalelftal is dat er altijd zal worden gerefereerd aan het verleden. Het Nederlands elftal wordt nog steeds vergeleken met de EK-ploeg uit 1988. En alles wat er na het winnen van de Europa Cup met PSV is gebeurd, wordt als teleurstellend ervaren. Maar wie weet nog dat PSV in dat succesjaar niet één wedstrijd kon winnen van Bordeaux, Real Madrid en Benfica?

'Ajax is in en heel Nederland huilt mee met de wolven in het bos. Maar Ajax zal hetzelfde overkomen als alle andere succesvolle clubs. Als de prestaties minder worden, gaat het treintje rijden. Dat is nog even tegen te houden, maar onherroepelijk gaat het mis.'

In het clubhuis van Anderlecht, Time Out, snijdt Jan Boskamp een biefstukje aan. Buiten start Graeme Rutjes zijn Mercedes. Hij ziet een wolkenloze hemel boven het Constant VandenStock-stadion en kondigt aan vanmiddag iets leuks te gaan doen op zijn terras, wat weet hij nog niet, maar vermaken zal hij zich zeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.