Cultuuradvies neemt vooral musea, theater en dans onder vuur

De musea krijgen een draai om de oren. Het orkestenbestel blijft zoals het is. De wereldmuziek verdient nieuwe kansen. Filmproduktie heeft de hoogste prioriteit....

Van onze verslaggevers

AMSTERDAM/DEN HAAG

De verzelfstandiging van de musea heeft volgens de Raad voor Cultuur 'nog geen fundamentele verandering van denken teweeg gebracht'. In de beleidsplannen 'blijft het te vaak bij wensen en klachten die door de overheid opgelost moeten worden.' Over hun claim voor in totaal veertig miljoen gulden extra subsidie heeft de raad zich in zijn Advies Cultuurnota daarom niet uitgesproken.

De Raad voor Cultuur, die eind 1995 werd opgericht en de taken heeft overgenomen van de Raad voor de Kunst, heeft veel kritiek op de financiële aspecten van de bedrijfsvoering van de musea. Zo vragen de meeste musea structureel meer geld, maar kunnen ze in hun beleidsplannen niet aangeven op welke wijze zij deze middelen denken in te zetten.

Gelardeerd met zowel ongezouten kritiek op, als lof voor instellingen èn personen heeft de Raad voor Cultuur zijn visie op het cultuurbeleid voor de komende vier jaar gepresenteerd aan staatssecretaris Nuis. De raad noemt cultuureducatie, internationalisering, interculturaliteit en de informatisering als de belangrijkste pijlers van het toekomstig cultuurbeleid. Het subsidiestelsel van de overheid moet, aldus de raad, meer ruimte bieden aan veranderende opvattingen in de cultuur. Daartoe is het nodig 'de subsidieregelingen voor de culturele sector tegen het licht te houden, nog vóór de volgende cultuurnota'. Er moeten 'prikkels worden ingebouwd om meer kwaliteit te genereren en voldoende ruimte voor verandering'. Voor het uitdragen van Nederlandse kunst in het buitenland door zogenoemde 'cultuurmakelaars' moet een paar miljoen worden uitgetrokken.

Behalve de musea krijgen vooral enkele gevestigde theater- en dansgroepen zware kritiek te verduren. Zo stelt de raad grote vraagtekens bij het beleid van toneelgroep De Appel en bij het functioneren van Leonard Frank als artistiek leider van het Oosten. De raad heeft geen vertrouwen in de nieuwe artistiek leiders van De Appel die aantreden als Erik Vos er volgend jaar mee stopt. De raad vindt dat de groep vooral gewaardeerd wordt op grond van 'nostalgische redenen'.

Over de drie toneelvoorzieningen in Groningen, Arnhem en Eindhoven is de raad duidelijk: het Noord Nederlands Toneel en het Zuidelijk Toneel doen het goed tot uitstekend, Theater van het Oosten verkeert in een crisis. De raad twijfelt sterk aan de capaciteiten van Leonard Frank als artistiek leider van het Arnhemse gezelschap. 'Hij heeft grote verdiensten voor het Nederlandse toneel gehad. In het oosten aardt hij echter niet.'

De grote drie toneelgezelschappen komen ongeschonden uit het advies. Zowel bij Toneelgroep Amsterdam (TGA), Het Nationale Toneel als het RO Theater wordt handhaving van het huidige subsidieniveau geadviseerd, hoewel ze meer subsidie hadden gevraagd.

De subsidie aan de dansgroepen Reflex en Djazzex wordt stopgezet. De kritiek op Djazzex luidt dat het specifieke jazzidioom in de loop der tijd steeds minder herkenbaar is geworden. Ook Reflex, dat net zijn tienjarig jubileum viert, krijgt de wind van voren. De theatrale koers van de afgelopen jaren wordt niet als geslaagd beoordeeld.

Wat de muziek- en operasector betreft, stuurt de raad in hoofdlijnen aan op consolidering van de bestaande geldstromen. Grote gelukkigen in het muziek- en muziektheaterbestel zijn, in de opvatting van de raad, de Nationale Reisopera en Opera Zuid. Zij moeten meer opera's kunnen produceren. De Nederlandse Opera moet pas op de plaats maken; de Hoofdstad Operette verdient een verhoging voor leniging van de ergste noden.

Groot is de waardering voor het 'goed doortimmerde plan' van RASA in Utrecht om meer wereldmuziek te brengen, naast de activiteiten rond traditionele niet-Westerse muziek. De raad ziet er een kans in 'om de wereldmuziek als sector beter op de kaart te brengen'.

Op de orkesten valt volgens de raad niet meer te bezuinigen, 'zeker niet gezien de huidige stand van zaken in de politiek'.

De raad bemoeit zich in de podiumkunsten niet vaak met gebouwen, maar voor het centrum voor nieuwe muziek De IJsbreker in Amsterdam maakt hij een uitzondering. De raad vindt het jammer dat er opnieuw vertraging is opgetreden in de nieuwe huisvestingsplannen, en maant Nuis vast een bedrag opzij te leggen voor een nieuw centrum.

De popmuziek komt er redelijk goed af in het advies. Weliswaar wordt een subsidieverzoek voor een Rotterdams 'Popverzamelgebouw' - met podium, oefenruimte, studio en informatiewinkel - afgewezen, maar de Grote Prijs van Nederland (het landelijke concours van popgroepen) wordt positief beoordeeld als een 'niet weg te denken onderdeel van de Nederlandse popscene'. De subsidie aan de Stichting Popmuziek Nederland wordt gehandhaafd.

De Stichting Jazz en Geïmproviseerde Muziek in Nederland (SJIN), die het overgrote deel van de subsidie voor jazzmuziek verdeelt, krijgt van de raad het voordeel van de twijfel. De SJIN bevindt zich in een 'moeilijke periode van haar bestaan'. De verhouding met podia en muzikanten is het afgelopen jaar door beleidswijzigingen verslechterd. Daarbij prijst de raad het Nederlands Impresariaat (NI), dat met een eigen jazzserie buiten de SJIN om bijdraagt aan de zo gewenste groei van het aantal jazzconcerten. Volgens de raad roept dat de vraag op 'of het nog wel wenselijk is dat alle subsidie voor de jazz via de SJIN loopt'. De recente samenwerking van de SJIN met de stichting Gaudeamus en het Theater Netwerk Nederland beziet de raad met scepsis: 'Een hechte samenwerking met het NI ligt meer voor de hand.'

'Filmproduktie is voor de raad onvoorwaardelijk de hoogste prioriteit binnen het filmbeleid.' De raad adviseert de toelage aan het Nederlands Fonds voor de Film jaarlijks oplopend met één miljoen gulden tot het jaar 2000 te verhogen. Ook de filmfestivals delen in de geadviseerde verhoging van drie miljoen gulden van het filmbudget.

De raad haakt in op recente initiatieven om ook andere departementen dan OCW te betrekken bij de financiering van Nederlandse publieksfilms. Voorstellen van de nieuwe Stichting ter Bevordering van de Nederlandse Speelfilmindustrie om te komen tot marktstimulerende maatregelen, zoals fiscale regelingen, een 'matching fund' en een co-produktiefonds, worden door de raad toegejuicht. De raad gaat er zelfs vanuit dat deze 'futuristische' plannen doorgang vinden. Indien niet, dan zou dit 'de marginalisering van de Nederlandse film impliceren'.

Achtentwintig lettereninstellingen hebben de Raad voor Cultuur gevraagd om subsidie. Dat is vier maal zoveel als bij het vorige kunstenplan. De meeste verzoeken werden afgewezen. De raad bepleit een verruiming van het budget voor de literatuur met 1,2 miljoen gulden. Dat geld is vooral bestemd voor ondersteuning van de literaire auteurs en de literaire boekuitgaven. In de aanvragen valt een toenemende belangstelling voor kinder- en jeugdliteratuur, voor internationale literaire podiummanifestaties en 'leesbevordering' te constateren. De raad acht het zorgelijk dat het onderwijs nog zo weinig in die laatste activiteit participeert.

Het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, dat de laatste jaren zijn positie aanmerkelijk versterkt heeft door het succes van de Nederlandse literatuur in het buitenland, moet meer geld krijgen: voor het verbeteren van de kwaliteit van de vertalingen, voor het werk van auteurs in Nederland die (nog) geen Nederlands schrijven, voor een gedeeltelijke uitbreiding van het Schrijvershuis en voor vertaling van literaire non-fictie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden