Culturele goudmijn in Leidse woestijn

In Leiden heerst al jaren een enorme bouwwoede. Nieuwe gebouwen schieten uit de grond, oude worden opgepoetst. Je krijgt steeds het gevoel: deze stad wil graag laten zien dat er van alles gebeurt....

De Leidse kunstmanifestatie 'Beeld en evenbeeld' past prima in die 'wederopbouw'-atmosfeer. Jan Rijsdam, chef kunst van het Leidsch Dagblad, schetst in de bijbehorende catalogus een treurig beeld van Leiden als culturele woestijn. Om er daarna opbeurend aan toe te voegen: Leiden zit op een culturele goudmijn, de tijd is aangebroken om die te gaan exploiteren.

'Beeld en evenbeeld' is dus niet zomaar een tentoonstelling. Het is een statement dat de Leidse kunst lééft. Vijfenveertig Leidse kunstenaars exposeren de komende maanden in maar liefst negen Leidse musea. Nu is een deel van hen te zien, later volgen er meer.

Stedelijk Museum de Lakenhal nam het initiatief. Directeur H. Bolten-Rempt noemt 'Beeld en evenbeeld' een eigentijdse variant op de tentoonstelling 'Dageraad van de moderne kunst' uit 1999. Dat klinkt wel mooi, maar is slechts ten dele te verdedigen. In die tentoonstelling werd gesteld dat Leidse kunstenaars in de periode 1900 en 1940 een voortrekkersrol in de Nederlandse kunst vervulden. En dát kan van deze manifestatie zeker niet worden gezegd.

Wel geeft de manifestatie een breed en aangenaam beeld van wat er nu zoal aan kunst in Leiden wordt geproduceerd. Er is van alles wat, twintigers, veertigers en zestigers door elkaar. De oude stijlen overheersen desalniettemin in deze eerste etappe. In de Lakenhal, waar de grootste verzameling is, word je zelfs verwelkomd door klodders op doek van kunstenaar Burckhardt Söll (1944): gedateerde vrije expressie.

In de galerie van het LUMC-ziekenhuis is een eerbetoon aan schilder Hakkaart (1941) te zien. In de jaren tachtig schilderde hij felrealistisch, en stapte daarna over op een soort Picasso-stijl. Ook niet origineel, maar dit werk straalt tenminste concentratie en overtuiging uit.

Het werk van de jonge Hanneke Francken (1976) dat vanaf vrijdag in het Centrum Beeldende Kunst in Leiden is te zien bewijst gelukkig dat figuratief tekenen ook tot verrassende beelden kan leiden. Metersgrote potloodtekeningen van naakte kinderen en pubers, omgeven door planten. Het lijken eerst paradijselijke taferelen, maar op Natural born killers (2001) grijpen ze naar insecten om op te eten. In Franckens paradijs is de mens gewoon een dier met overlevingsinstinct.

Ook de driedimensionale beelden zijn meer in oude dan in nieuwe stijl. Typisch voor de oudere generatie zijn de sculpturen van Frans de Wit (1942) in de Lakenhal. Grote brokken geperst scheepsstaal, roestig en kronkelig, gemaakt voor de openbare ruimte. Modernistische zwaarte, net als de minimale sculpturen van Pieter Geraedts (1940). Plastic zakken in een rij op de grond, of ronde plakken klei aan de muur.

Je bent dan blij dat de kunstgeschiedenis gewoon doorgaat. De jonge Fleur van den Berg (1972) maakte bijvoorbeeld Drink mijn bloed (2001). Een omgekeerd glazen hoofd en ernaast twee handen die balanceren op de gespreide vingers. Ze zijn gevuld met een donkerrode vloeistof.

Het beeld lijkt eerst een bevroren dodenmasker gevuld met bloed. Maar er hangt een wijngeur omheen, dat het lugubere beeld reduceert tot een campy drinkglas. Tegelijk is het beeld ook méér dan wrange humor. Het hoofd heeft een mooie kwetsbare uitdrukking. De titel Drink mijn bloed is in die zin een metafoor voor een ander in je op te nemen.

Eén van de charmes van de manifestatie is dat kunstenaars ook worden ondergebracht in de gespecialiseerde musea, zoals Museum Boerhaave en het Rijksmuseum voor Volkenkunde.

Op dit moment staan beelden van Jaques Turk (1946) in de ramen van het Rijksmuseum van Oudheden, om en om met klassieke beelden. Het zijn glimlachende jongelingen van papiermaché met uniforme uitdrukkingen, als de Griekse helden. Ze hebben echter niet het harmonische gelaat van een god, maar de uniforme grijns van een etalagepop. Ze dragen een duif op het hoofd of colaflessen in de hand.

Hedendaagse kunst en oudheden vormen zo samen een bizar schouwspel. Maar wie ziet het? De Leidse studenten op het Rapenburg lopen er gewoon aan voorbij. Ze verwachten waarschijnlijk niet dat er iets anders dan normaal te zien zal zijn. Misschien komt dat nog, als Leiden dit soort artistieke initiatieven vaker de ruimte geeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden