Cruijff had een Oscar moeten krijgen voor zijn oeuvre

Hij had een Oscar moeten krijgen voor zijn totale oeuvre. Johan Cruijff, regisseur en acteur ineen. Voetbal als kunst. En nooit een bijrol.

In actie tegen Arsenal in de kwartfinale van de Europa Cup 1, maart 1972. Ajax wint met 2-1. Beeld Guus de Jong / ANP

Cruijff is art, heet het filmpje op YouTube. Gaat u even zitten, jong en oud. Zwelg. Geniet. Lach, huil en bewonder. Veertien minuten Cruijff, met klassieke muziek onder het duet van man en bal. Natuurlijk 14 minuten, naar zijn favoriete rugnummer.

Cruijff. Nummer 14. El Flaco. El Salvador. De Magere. De Verlosser. Veertien minuten overrompeling in beweging. Altijd beweging, gepaard aan bijna nonchalante speelsheid; van het kind met het jongenslijfje dat die grote bal hooghoudt op straat in Amsterdam, tot de tanige maestro in de mooiste theaters van het voetbal.

Johan Cruijff zou winnaar van een Oscar voor voetbal kunnen zijn voor zijn totale oeuvre. Regisseur en acteur ineen. Nooit een bijrol. Voetbal is kunst. Tenminste, bij hem. Kijk alleen naar die snelheid. Het is de snelheid van nu, geprojecteerd in de tijd van toen. Cruijff was zijn tijd vooruit. Geniet van zijn creativiteit, van de bijzondere oplossing, de ene keer wiskundig moeilijk als algebra, dan dodelijk eenvoudig als 1 plus 1. Voetbal is eenvoud bij Cruijff. Bij hem wel.

Ontluikend professionalisme

Hij kan alles. Binnenkant voet, buitenkant voet, links, rechts. De schaar, uitgevoerd in het hoogste tempo. Kappen. De passeerbeweging achter het standbeen langs. Dan is daar opeens die splijtende pass, als bal in niemandsland, waarmee hij zomaar iemand vrij voor de doelman zet. De versnelling in de versnelling, de slalom om woeste tackles van Spanjaarden, Nederlanders en Argentijnen, met wanhopig maaiende benen.

Johan Cruijff, icoon van generaties. Idool. Voetballer. Trainer. Taalvernieuwer. Revolutionair. Hij was de mondige man, reeds als jonge speler opkomend voor zijn rechten, in een nieuwe tijd van ontluikend professionalisme. Hij behartigde ook de zaken van anderen, mindere voetballers met karige salarissen. Met trainer Rinus Michels vond hij het totaalvoetbal uit, dat wonderlijke mengsel van aanvallen en verdedigen met zijn allen, inspiratiebron voor de wereld.

Op Twitter staat hij donderdag lange tijd bovenaan op de lijst van trends. Johan Cruijff op 1. Cruyff op 2. Hij was de beroemdste Nederlander ter wereld, vermoedelijk dan, bekend bij zeker drie miljard mensen. Nou ja, misschien waren het er vijf miljard, vroeg hij zich later hardop af. De wereldbevolking groeide en Cruijff groeide mee.

Overweldigend

Het filmpje wekt ook twijfels, juist omdat Cruijff zo onvoorstelbaar goed is. Is Lionel Messi werkelijk beter? Wat doet het er eigenlijk toe? Pelé, Maradona, Cruijff, Messi. Het is even niet belangrijk wie de beste was/is. Cruijff is overweldigend op zijn manier.

Jongens, dik, dun, stijf, geblokt, ze willen Cruijffie zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw, op hun veldje voor de deur, op straat, in de tijd dat nog niet elke rollende bal op tv is. Maar er is maar één Cruijff, de jongen uit Betondorp. Die magnetiseert.

Iedereen wilde iets van Cruijff door de jaren heen. Volwassen mannen liepen kinderen omver, op jacht naar een handtekening, bij de viering van vijftig jaar betaald voetbal in het Olympisch Stadion bijvoorbeeld. Nee, zei Cruijff dan, als kale, dikkige mannen van middelbare leeftijd voorkropen; eerst het kind dat Cruijff alleen kent van verhalen.

Cruijff is de familieman, echtgenoot van Danny, zijn eerste en enige vrouw. Vader van twee dochters en een zoon. Op een foto van zijn stichting draagt hij een jongen met het syndroom van Down op de arm. Cruijff was van iedereen.

Bikkelhard

Of toch niet? Hij was bikkelhard als ze zijn kennis in twijfel trokken, als hij onrecht voelde. Als hij zijn zin niet kreeg in het vakgebied waarop hij zich superieur waande: voetbal. Vraag aan voormalig Ajax-voorzitter Uri Coronel hoe Cruijff op bijna maffia-achtige wijze, qua taalgebruik althans, zijn tegenstanders uit de weg ruimde. Alleen wie met hem meeging, wie zijn Grote Gelijk omarmde, kreeg liefde, begrip, een woord, een handtekening.

Hij was kampioen met Ajax, Barcelona en Feyenoord. Met het kampioenschap in 1974 verloste hij Barcelona en Catalonië van de demonen van dictator Franco. Catalonië ging gebukt onder de mentale en fysieke hegemonie van de hoofdstad Madrid. Hij verloste Feyenoord van de frustratie toen hij uit wraak op Ajax de titel naar Rotterdam bracht in 1984.

Ach, zo mooi kon linksbuiten Pierre Vermeulen vertellen over die tijd. Hij verloor zijn plaats aan Stanley Brard, een sobere speler die beter in dienst van Cruijff kon spelen. Of Vermeulen wrokkig was? Welnee. Zijn hart sprong open van vreugde. Als vrienden van zijn dochter op bezoek kwamen, stopte hij een videoband in de recorder. Daarop gaf Cruijff een ongelooflijke pass met de buitenkant van de voet, waarna Vermeulen helemaal vrij was voor de doelman van Liverpool en scoorde. Dan zei hij dat hij toch maar mooi met Cruijff had gevoetbald. 'Was jij dat dan Pierre?', vroegen die vrienden dan. Want Cruijff, die hadden ze wel herkend.

Johan Cruijff Beeld anp

Aanvallende genie

Johan Cruijff, zoon van een groenteboer, debuteert als 17-jarige in het betaald voetbal tegen GVAV, met Ajax. Een tanige jongen uit Betondorp. Hij voetbalt tot zijn 37ste, bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs, Washington Diplomats, Levante, Ajax en Feyenoord. Hij professionaliseert het voetbal, aan de hand van Rinus Michels, met klassespelers als Krol, Keizer en Swart. Ze vinden het totaalvoetbal uit, het spel van de totale beweging, de liefdesverklaring aan de aanval.

In Oranje is Van Hanegem de meester op het middenveld, Neeskens de breker. Johan II. Cruijff, Johan I dus, is het aanvallende genie, de aanvoerder, de baas, al gaat het in 1974 mis in de finale tegen West-Duitsland, misschien mede door de zwembadrel in hotel Hiltrup, in scène gezet door boulevardkrant Bild. Cruijff belt veelvuldig met Danny in de dagen voor de finale, om te vertellen dat het wel meeviel met die meisjes.

Cruijff speelt slechts 48 interlands. Hij maakt soms ruzie, is dan weer geschorst en wil niet afreizen naar het WK in Argentinië. Cruijff is geen gemakkelijke man, ook niet als trainer. Tot twee keer toe gaat het bondscoachschap aan hem voorbij. Ook als trainer is hij nog voetballer. Hij laat heerlijk, intuïtief, aanvallend voetbal spelen. De totale aanval, zogezegd. Hij wint, na de drie Europa Cups voor landskampioenen met Ajax, de Europa Cup I, de voorloper van de Champions League (met Barcelona).

Inspiratiebron

Hij inspireert andere trainers als Guardiola en Sacchi. Ze noemen hem hun belangrijkste inspiratiebron. Zijn naam hangt altijd boven het voetbal, zeker als het voetbal van Ajax en Oranje betreft. Als het imago van het Nederlands elftal op een dieptepunt is beland, in 2004, reist KNVB-directeur Kesler naar Barcelona, om advies van Cruijff in te winnen. De onervaren trainer Marco van Basten volgt even later Dick Advocaat op.

Misschien is dat een weeffout bij Cruijff. Hij denkt dat wie goed kan voetballen, automatisch een goede trainer is. Het breekt hem min of meer op bij zijn zogenoemde fluwelen revolutie bij Ajax, de poging van Cruijff om Ajax in sportief, bestuurlijk en financieel opzicht te hervormen. De revolutie sneeft voor een groot deel.

Maar Cruijff is nooit weg. Ajax-trainer Frank de Boer, twee weken geleden: 'Cruijff heeft ons geholpen. Door hem is de mindset bij Ajax veranderd. Jeugd is het belangrijkst. Techniek is ons dna.' Cruijffs schaduw hangt altijd boven het voetbal. Voor de finale van het WK in 2010 vraagt de internationale pers aan bondscoach Bert van Marwijk waarom hij van dat lelijke voetbal speelt. Waar is het totaalvoetbal gebleven?

Teloorgang in het Nederlandse voetbal

Ook Louis van Gaal krijgt dergelijke vragen. Met zijn 5-3-2-systeem tijdens het WK van 2014 wijkt hij af van Cruijffs evangelie: 4-3-3. Van Gaal wil voetbal spelen naar de mogelijkheden van de selectie. Dat is niet genoeg voor Cruijffianen. Voetbal moet meeslepend zijn, een feest voor het oog.

In zijn laatste column in De Telegraaf, maandag, is Cruijff mild: 'Voor de verandering een compliment voor zowel PSV als Ajax.' Maar het is crisis in de polder. De Duitse student Kieran Schulze-Marmeling schreef voor de afdeling Nederland Studies van de Universiteit van Münster een scriptie over de teloorgang in het Nederlandse voetbal.

Uit zijn samenvatting: 'Het dogmatische vasthouden aan totaalvoetbal leidt naar verschillende problemen.' Nederland heeft zijn voetbal altijd geëxporteerd: voetballers, trainers, denkwijze. Het Nederlandse voetbal moet zich nu opnieuw uitvinden, onder meer door kennis te importeren.

Dat moet zonder Cruijff. Hoewel? Die kijkt mee. Tot in de eeuwen der eeuwen, vermoedelijk.

Cruijff in cijfers Beeld VkGraph
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden