Cruciale schakel tussen China en Afrika

Er klinkt internationaal geroezemoes, rond lunchtijd in het Blue Jazz Lounge Café aan de Xiaobei Lu. Aan een tafeltje wordt Frans en Engels gesproken, verderop klinken allerlei Afrikaanse talen. Jonge Afrikaanse gezichten, mannen en vrouwen uit heel Afrika, zitten aan de koffie, werken een broodje kebab naar binnen, praten in hun mobieltje over zaken.

De Blue Jazz ligt in het hart van wat de inwoners van Guangzhou ‘klein Afrika’ noemen, en ook wel ‘Chocoladestad’: de wijk rond het spoorwegstation van deze Zuid-Chinese metropool, waar de afgelopen jaren vele duizenden Afrikaanse handelaren zijn neergestreken.

Laagste prijs ter wereld

Ze vormen een cruciale schakel in de grote handelsstroom tussen China en Afrika. Een slordige 70 miljard euro per jaar is die handel inmiddels waard: China haalt olie en andere grondstoffen uit Afrika, goedkope Chinese producten gaan retour. Op de markten in Afrikaanse steden en dorpen ligt de Chinese waar tegenwoordig overal hoog opgestapeld.

Kleren, schoenen, radio’s, mobieltjes, motorfietsen, pruiken, bestelwagens of uniformen: wat de ruim 700 miljoen Afrikanen maar willen, China levert het, tegen de laagste prijzen ter wereld.

'Hello boss, what do you want'

In Guangzhou zijn duizenden winkeltjes waar de populairste handelswaar staat uitgestald, tot rollen stof met het kleurige batikwerk van traditionele gewaden aan toe. Op de labels staat Made in Ivory Coast of Made in Ghana, maar dat is alleen voor de vorm. ‘Vergis je niet, het wordt allemaal in China gemaakt’, zegt een struise Afrikaanse die in een winkeltje de lappen monstert.

Om de hoek, bij een van de tientallen winkelcentra speciaal voor Afrikanen, rijden op het parkeerterrein van het Tianxia Hotel busjes met bezoekende handelaren af en aan. Een rij Chinese tolken en mannen met bagagekarretjes staat klaar om hen te helpen met de inkopen. ‘Hello boss, what do you want’, klinkt het. Omvangrijke Afrikaanse mama’s lopen over straat, in gewaden waar drie Chinese vrouwen in passen.

De Afrikaanse kolonie in Guangzhou ontstond een jaar of tien geleden, toen steeds meer kleine ondernemers in Afrika ontdekten hoe lucratief het kan zijn zelf voorraad in te slaan in China. Peking stimuleert het handelsverkeer door gemakkelijk zakenvisa van drie maanden af te geven – maar meer ook niet.

Rangen en standen

Toch wonen inmiddels duizenden Afrikanen semipermanent in Guangzhou. Sommigen hebben een langere verblijfsvergunning bemachtigd door een Chinese vrouw te trouwen en samen met haar een zaak te beginnen. Maar er zijn wel rangen en standen, zegt de Nigeriaanse handelaar Bobby.

‘De stadsmensen van Guangzhou kijken op ons neer, maar met Chinezen van het platteland kunnen we goed opschieten. Mijn vrouw Bingbing – ik noem haar Angel – komt uit een eenvoudig dorp in de provincie Anhui. Ik heb haar ouders opgezocht. Dat ik buitenlander ben, is geen probleem voor hen. In dat dorp was ik de eerste zwarte die ze zagen, maar dat maakte niet uit. Ik werd vriendelijk ontvangen. We hebben inmiddels een dochter van twee.’

Hij heeft wel de pest aan de Chinese autoriteiten. ‘Ik mag mijn dochter alleen naar Nigeria meenemen als ik een borgsom stort!’

Spanningen

Zes jaar werkt hij nu in China, als agent voor Nigeriaanse handelaren die een paar weken komen inkopen. Zijn zaak is bij de Huanshi Xi Lu, de buurt waar de meeste Nigerianen zitten. De Franstalige Afrikanen doen hun zaken een paar straten verderop, rond Xiaobei Lu. Zo heeft ieder Afrikaans land onderhand een vaste stek, met bijbehorende hotels en eethuizen.

‘Wij Nigerianen zijn sterk, we zijn met zo’n vijftigduizend man hier, schat ik. We zijn niet bang meer.’

Bang? Hoezo? Bobby zucht. De toestroom van Afrikanen naar Guangzhou brengt ook spanningen mee. ‘De Guangzhounezen zijn nare mensen. Ze zijn niet te vertrouwen.’ Betaal je 2.800 euro aan iemand die belooft een nieuw visum te regelen voor een jaar, krijg je een document dat bij de eerste politiecontrole vals blijkt te zijn – dat soort streken.

Taxi's rijden door

Het gedoe met verblijfsvergunningen levert veel ellende op, zegt hij. ‘De politie controleert voortdurend zwarte mensen op straat. Dan moet je weer smeergeld betalen, of je wordt gearresteerd. Er zijn hier al zeker tien Nigerianen overleden in een politiecel. Hoe kan dat? Daar krijg je geen antwoord op in Guangzhou.’

Discriminatie komt geregeld voor, aldus Bobby. Het is te zien op straat: het kost een paar zwarte mannen – de een keurig in streepjespak, de ander in een windjack met daaronder een flamboyante hiphopbroek – zichtbaar moeite een taxi te krijgen. Drie lege taxi’s rijden door, pas de vierde stopt. Er zijn ook opvallend veel politiebureaus in de wijk, al zijn er weinig agenten op straat te zien.

'Geen misdadigers'

Afgelopen zomer sloeg de vlam in de pan in Klein Afrika. Honderden Nigerianen trokken naar een politiebureau, het lijk van een van hen meedragend. Hij was uit het raam van een flat gesprongen toen de politie achter hem aan zat omdat hij geen verblijfsvergunning had. De demonstranten blokkeerden het verkeer, er werd met stokken gezwaaid, plantenbakken werden omgeschopt.

‘Wij zijn geen misdadigers. We komen hier om zaken te doen. Ze kunnen goed aan ons verdienen, daar hebben we geen probleem mee. Wij verdienen hier zelf ook goed. Maar ze moeten ons wel behandelen als normale mensen, niet als beesten in een kooi.’

Amen, brother’, klinkt het uit het groepje bevriende handelaren dat zich rond Bobby heeft gevormd.

Leven op fastfood

Buiten is het donker geworden. In de frisse avondlucht lopen drie pronte Zuid-Afrikaanse vrouwen met bruine papieren zakken vol fastfood, dat ze net hebben gehaald bij de McDonald’s in de buurt. Ze zijn er pas een paar weken, op een zakenvisum van drie maanden.

‘We leven hier op fastfood’, klaagt Rose die uit Johannesburg komt, waar ze een winkel heeft in goedkope spullen. ‘Het Chinese eten is niet bepaald lekker. Maar we kunnen hier geen Zuid-Afrikaans eten vinden. Ik zou echt een moord doen voor pap ’n vleis.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden